‘Het Israël van Heertje en Bromet’ zit vol pijnlijke ontmoetingen

Cabaretier Raoul Heertje en documentairemaker Frans Bromet zijn ‘een soort zielsverwanten’. Samen reizen ze naar Israël om een serie te maken met als kernvraag: ‘Ben ik terecht weggegaan, had ik niet moeten blijven?’

© NTR

Raoul Heertje en Frans Bromet kennen elkaar 34 jaar. Raoul werd destijds Frans’ camera-assistent – een métier dat hem geheid niet op het lijf geschreven was, maar het leidde wel tot vriendschap. ‘We zijn een soort zielsverwanten’, zegt Bromet in de opening van het achtdelige reisprogramma Het Israël van Heertje & Bromet. Bij die term, die nog dieper gaat dan vriendschap, zou beider joodse identiteit een rol kunnen spelen. Destijds, in 1985, was Heertje net terug uit Israël, waar hij meteen na zijn eindexamen in 1982 was heengegaan om politicologie te studeren (‘de makkelijkste studie en niet afgemaakt’, zegt een Israëlische oud-studiegenoot jennend, waar Heertje erg om moet lachen), met de bedoeling er te blijven. Want ‘alia’, migratie naar de nieuwe staat, was en is het ideaal van de socialistisch-zionistische organisatie Haboniem waar hij lid van was. Het werd een teleurstelling, wat ons hier een geweldige tekstschrijver en comedian opleverde. Wat televisie betreft: Bromets belang ervoor behoeft geen toelichting. Maar ook Heertje heeft een fraaie staat van dienst. Niet alleen in Dit was het nieuws, maar ook in de geestige ernst van Heerlijk eerlijk Heertje (2009), een meta-talkshow waarin de mechanismen van het televisie maken op de snijtafel werden gelegd. En in het helaas verdwenen Wintergasten, waarvoor hij van 2009 tot 2012 buitenlandse gasten bezocht en interviewde. Kortom, Heertje (en trouwens ook Bromet) op de televisie: altijd de moeite waard. Geestig, intelligent, ad rem, open, moedig, provocerend en genuanceerd tegelijk.

Dat is dit keer ook zo, in Israël, dat bijna permanent letterlijk en figuurlijk onder vuur ligt maar dat ook van zichzelf een mijnenveld is vol gevoelige, pijnlijke kwesties. Het is dus laveren geblazen. Letterlijk laveren en het stuur wenden als een bezoek aan een jong Nederlands nieuwkomersstel in een kibboets pal bij Gaza niet door kan gaan vanwege luchtalarm; en als een tweede poging mislukt omdat de jongelui met dochtertje intussen een mortier door het dak kregen. Dat gat wordt uiteindelijk toch gefilmd, want B & H zetten, niet helemaal ongevaarlijk, door omdat ze er immers zijn en de realiteit onder ogen willen krijgen. Waarbij we ons verbazen over de Rotterdamse nuchterheid waarmee de getroffenen vaststellen dat je er wat voor over moet hebben om je kinderen in paradijselijke omstandigheden te laten opgroeien. Fraaie paradox. Hard valt Heertje ze zeker niet, op dat pijnlijke moment op hun plek met direct uitzicht op de Palestijnse buren, van wie, zeggen ze, de meesten even vredelievend zijn als zijzelf – maar gegijzeld door Hamas. Een visie die vaker te horen is, van kibboetsbewoonster tot politicus, en die zeker niet louter uit staatspropaganda voortkomt. Maar verbazing over de keus voor hun niet alleen gevaarlijke, maar ook moreel complexe woonsituatie spreekt Heertje wel degelijk uit.

Kernvraag van de serie is: ‘Ben ik terecht weggegaan, had ik niet moeten blijven?’ Omdat het vanuit Nederland bekritiseren van de Israëlische politiek iets anders is dan er als burger wonen en trachten de koers te beïnvloeden. Die vraag functioneert meer als katalysator voor gesprekken en programma dan dat hij voor een gewetensworsteling zorgt. Heertje lijkt terugkeer niet te overwegen (waarvoor talloze redenen, van persoonlijke tot politieke, te bedenken zijn), maar komt ook met regelmaat gespreksgenoten tegen die een eventueel bestaand verlangen in die richting doen smoren. Omdat ze opvattingen hebben en praktijken steunen waar hij faliekant tegen is; of omdat ze de dilemma’s, die hij voor joodse burgers (en zichzelf in die positie) ziet in relatie tot de rechteloosheid van Palestijnen, eenvoudig lijken te negeren – alsof hun neus bloedt; of omdat ze kritische geestverwanten zijn maar zich moeten neerleggen bij een zichzelf qua mensenrechten uithollende democratie; of, sterker nog, uit wanhoop daarover overwegen zelf te emigreren. En dan wordt het wel heel moeilijk te zeggen: ik had moeten blijven.

Ontroerende en indrukwekkende ontmoetingen, maar ook veel pijnlijke. Na een hartverwarmend begin – vrolijke lunch met de vrienden uit zijn studietijd in Jeruzalem – doet Heertje een optreden voor de jubilerende vereniging van Israëlische Nederlanders. Als ik tot die club had behoord had ik mijn hart vastgehouden, Raoul kennende, want die is er nooit op uit mensen naar de mond te praten. Maar waarschijnlijk kenden ze hem niet of nauwelijks, of dachten ze dat hij zich uit beleefdheid zou inhouden. Hij begon met Holland-bashing, wat tot grote hilariteit leidde, maar vanaf aanvankelijk voorzichtige vragen en grappen over Israël werd de bijval snel minder, om in doodse stilte te eindigen. Tijdens het buffet na afloop was er geen mens die bij hem kwam staan of die vragen van Bromet over het gebodene wenste te beantwoorden. ‘Het ligt kennelijk gevoelig’, zei de komediant, rijkelijk naïef toch een beetje verbaasd.

Bijna net zo pijnlijk is zijn ontmoeting met Palestijns rapper, acteur en schrijver Tamer Nafar, van wie Heertje fan is (aflevering vier). Het is niet dat ze het oneens zijn over wat Palestijnen is en wordt aangedaan als, inmiddels zelfs bij grondwet, tweederangsburgers – het is dat volgens Nafar het Westen niet geïnteresseerd is in de Palestijnen, of sterker, het bewust niet wil weten. Heertjes verbazing over wat hij soms aan onrecht aantreft op zijn reis vindt hij daarvoor typerend. Zijn vernietigende overzicht van de ‘condition Palestiniene’ en het westerse zwijgen daarover gooit hij Raoul en ons kijkers voor de voeten. Ik vermoed dat Heertje zich het gesprek vriendschappelijker had voorgesteld.

Wie denkt dat de makers louter langs criticasters trekken, heeft het mis. Van de vroegere Bussumse buren (die na zijn ‘feestelijke’ optreden meteen spoorloos verdwenen waren, maar hem nu wel ontvingen) tot Avi Dichter, oud-minister en hoofd veiligheidsdienst, wordt hem uitgelegd waarom Israël, door dreiging van buiten en binnen niet zomaar vergeleken kan worden met een Europese pluriforme parlementaire democratie. En dat wetgeving en optreden van leger en politie daaruit voortkomen. Dat bij elke sirene 150.000 mensen razendsnel beschutting moeten zoeken en wat dat met hen doet. Dat Hamas en Jihad, gesteund door Iran, burgers misbruiken door raketten vanuit dichtbevolkte woonwijken en vluchtelingenkampen af te schieten. ‘Omdat ze weten dat we daar niet op terugschieten.’ Maar, belooft Dichter, hun infrastructuur moet en zal kapot, al kan dat nog jaren duren.

Er zijn er ook die Heertjes kritiek delen, maar vinden dat ze juist daarom moeten blijven. Waarbij auteur Etgar Keret zegt dat we onze keuzes vaak ideologisch rechtvaardigen, ook als ze eigenlijk psychologisch zijn: hij is er geboren als kind van holocaust-overlevers – het is zijn thuis. En bij een ander jong echtpaar dat fel tegen de overheidspolitiek en behandeling van Palestijnen is, voel je de pijn van de afweging ‘blijven of weggaan’: je ‘thuis’ moeten verlaten is gruwelijk. Zoals ook Palestijnen maar al te goed weten.

En Bromet? Hij is zijn nieuwsgierige zelf, de uitdagend vragende stem, deze keer vooral tot Heertje gericht. Al lijkt er niet veel licht te zitten tussen beider opvattingen. Dat hij soms zelf al filmend gefilmd wordt door een tweede camera heeft in mijn ogen weinig meerwaarde. Ze gaan mee met een bus waarmee Palestijnen uit Nablus, Westelijke Jordaanoever, een toeristisch bezoek aan Israël brengen: Haifa, Netanja, de zee. Hoogopgeleide veertiger Amed is nog nooit in Israël geweest want toestemming wordt zelden gegeven. Toch heeft hij zowaar Israëlische vrienden, gemaakt tijdens een studieverblijf in de Verenigde Staten. Die hij nooit meer ziet, hoewel ze vrij vanuit hun huizen naar Nablus mogen komen, een uurtje rijden. Maar ze durven niet: bang aangevallen te worden, wat volgens Amed volkomen irreëel is. Dan komen ze bij het checkpoint: hun tolk, die niet anders doet dan heen en weer reizen, schat het op één à twee uur oponthoud. Het wordt iets langer als we Heertje Bromet horen vragen: ben jij nou het bord aan het filmen waarop staat dat het verboden is hier te filmen? Hij lacht er nog bij, maar ja hoor: alarm. Ze lijken niet verder mee te mogen, krijgen zelfs een machinepistool op zich gericht, horen we later. En ja, zo hebben ze een ervaring die veel Palestijnen maar al te goed kennen.

Confronterend, een gesprek ten slotte met Amira Hass van de Haaretz, die als enige joodse journalist vanuit Ramallah op de Westoever verslag doet van Palestijnse onderdrukking. Zij ziet Israël als een koloniale entiteit, als gevolg van zionisme dat niet voor niets in koloniserend Europa met zijn witte superioriteitsgedachte, zijn racisme, ontstond. Veertig jaar geleden, zegt ze, was er tenminste nog hypocrisie omdat leiders, partijen, bevolking wisten dat de bezetting niet paste binnen de waarden waar joden met hun geschiedenis aan zouden moeten hechten. Maar nu wordt bezetten en verdrijven gezien als godgegeven recht. Nee, zegt Heertje vaak en terecht, joden zijn beter noch slechter dan anderen en hoeven dat ook niet te zijn. Maar teruggaan naar Israël, dat zit er bepaald niet in.


Het Israël van Heertje en Bromet, NTR, 8 delen van zondag 22 december t/m 9 febuari, NPO 2, 20.15 uur.