Het israelische familiegeheim

Tientallen jaren hebben de Israeli’s geteerd op de mythe van het heroische verzet ten tijde van de holocaust. De journalist Tom Segev haalde met zijn boek ‘The Seventh Million’ die mythe onderuit. Een gesprek over Israels zelfbeeld.
Tom Segev komt binnenkort naar Amsterdam voor de conferentie Memory and the Second World War, die 26 tot en met 28 april plaatsvindt op het Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie. De op het boek gebaseerde documentaire The Seventh Million: The Israelis and the Holocaust, van de Israelisch-Nederlandse filmer Benny Brunner, is op 24 en 31 mei op de Duitse, Spaanse en Franse televisie te zien op kanaal Arte. In het najaar komt de film waarschijnlijk op de Nederlandse tv.
JERUZALEM - ‘Er zijn geen historische bewijzen voor de stelling dat de zionistische leiders destijds kansen hebben laten liggen voor het redden van grote groepen joden. Het waren zwakke mensen die in een hopeloze positie verkeerden en niet tot echte hulp in staat waren. Wat ik tegen ze heb, is hun mentaliteit. Ze konden zich niet identificeren met de tragedie van de joden in Europa, gepreoccupeerd als ze waren met het zionisme en hun belangen ter plekke. Voor Ben Goerion was de vernietiging van de Europese joden niet in de eerste plaats een misdaad tegen de mensheid of het joodse volk, maar een misdaad tegen het zionisme en de staat Israel.’

In zijn appartement te Jeruzalem geeft de historicus/journalist Tom Segev een toelichting op zijn boek The Seventh Million: The Israelis and the Holocaust. De studie verscheen in 1991 en is voor velen in Israel als een dreun aangekomen. Op basis van archiefonderzoek haalde Segev jarenlang gekoesterde mythen onderuit. The Seventh Million kraakt harde noten over de Israelische geschiedenis: over de pragmatische en egocentrische opstelling van de joodse gemeenschap in Palestina (de yishuv) voor en tijdens de Tweede Wereldoorlog; over haar afwijzende en arrogante houding jegens de overlevenden na de oorlog; en over de manier waarop in de jaren zeventig en tachtig de holocaust uitgroeide tot een seculiere religie, die voor nationalistische doeleinden werd misbruikt. Segevs reconstructie van de geschiedenis levert een aantal ongemakkelijke waarheden op voor het Israelische zelfbeeld en de plaats die de holocaust daarin inneemt.
Segev zelf maakte een lange ontwikkeling door voor hij tot het schrijven van zijn boek kwam. Segev: ‘Eerst hield ik me bezig met de Israeli’s, vervolgens met de holocaust en ten slotte met de Israeli’s en de holocaust. De holocaust is natuurlijk geen ongewoon onderwerp voor een Israeli, dat behoort immers tot onze collectieve biografie. Degene die me er het meest over leerde, was mijn docent, de beroemde historicus en holocaust-specialist Saul Friedlander. Als correspondent van de Israelische krant Maariv reisde ik drie jaar lang door Duitsland, waar ik allerlei nieuwe onderwerpen op het spoor kwam. Gaandeweg formuleerde ik het thema van mijn boek. Ik wilde er veel in kwijt over de relatie tussen Israel en Duitsland, zoals het verhaal van de jekkes, de Duitse immigranten in Israel, en een portet van Nahum Goldmann, de president van de World Jewish Congress. De kracht van het boek zit niet in de nieuwswaarde van de afzonderlijke feiten, maar in de ontdekking van het onderwerp als zodanig. Er was nog niet eerder een samenhangend werk geschreven over de geschiedenis van de Israeli’s en de holocaust.’
IN HET BOEK speelt de staatsman David Ben Goerion een belangrijke rol. Segev: 'Mijn eerste onderneming in mijn journalistieke loopbaan was een bezoek aan Ben Goerion in Sde Boker in 1968. Het was een indrukwekkend gesprek, dat uren duurde. Mijn twee collega’s en ik waren uiterst tevreden over de interessante uitspraken die we Ben Goerion hadden ontlokt, maar om de een of andere reden dachten we er niet aan om zijn uitlatingen over de holocaust in het artikel op te nemen. We vonden ze op dat moment kennelijk niet belangrijk genoeg.
Jaren later begon ik aan dit boek te werken zonder me dat gesprek met Ben Goerion te herinneren. Het schoot me pas weer te binnen toen het boek bijna af was en ik me dus al jarenlang intensief met Ben Goerion had bezig gehouden. Ik bedacht me toen dat ik Ben Goerion nog allerlei vragen had willen stellen. Plotseling wist ik het weer: die hebben we hem gesteld!
Ben Goerion had er in dat gesprek alles aan gedaan om het onderwerp van de holocaust te vermijden. Hij wilde het liever hebben over het zionisme, over het uitverkoren volk dat een voorbeeld moest worden voor andere naties, over de schepping van de nieuwe mens in een nieuwe joodse samenleving. Na een lange stilte zei hij ineens: “Wat valt er eigenlijk te begrijpen, ze zijn dood en dat is het.” Waarop hij naar zijn boekenkast liep, de ladder op klom en een boek te voorschijn haalde waarin zijn speech stond die hij op de Histadrut-conventie van 1934 had gehouden. In die speech waarschuwde hij voor het gevaar dat Hitler betekende voor Europa in het algemeen en het joodse volk in het bijzonder. Hij was er erg trots op dat hij het allemaal had voorzien.’
Wat deed Ben Goerion dan nog meer, behalve het organiseren van de emigratie van de Duitse joden?
Segev: 'Ik denk dat die haavara, die overbrenging van de Duitse joden naar Palestina, belangrijk genoeg was. Daardoor werden veel Duitse joden gered, die anders ter bescherming van hun eigendom in Duitsland waren gebleven. Het was dus zowel voor hen als voor het land een goede zaak. Ironisch genoeg vereiste dit een verdrag met de nazi’s, dat in augustus 1933 werd getekend. Toentertijd hadden veel mensen bezwaar tegen die overeenkomst, omdat daarmee werd gesuggereerd dat de nazi’s en de zionisten dezelfde belangen hadden. Die kritiek was terecht, maar door die overeenkomst werden wel veel mensenlevens gered. Twee jaar geleden werden vergelijkbare bezwaren aangevoerd tegen praten met Arafat. Net zoals ik voor een overeenkomst met de nazi’s in 1933 zou zijn geweest, ben ik ook een voorstander van het praten met Palestijnen.
De overeenkomst die de joodse gemeenschap in Palestina met nazi-Duitsland sloot, stond haaks op het beleid van de joodse organisaties in Europa, die zich juist hard maakten voor een boycot van nazi-Duitsland. De zionisten waren daar tegen, en in dit geval hadden ze gelijk. Volgens mij had een boycot niet veel opgeleverd en was het nuttiger te proberen zoveel mogelijk mensen uit Duitsland weg te krijgen. De overeenkomst veroorzaakte op een vroeg tijdstip een splitsing tussen de yishuv en de diaspora. Het zionistische leiderschap koos immers voor het lokale belang in plaats van voor het hele joodse volk. Ze sloten de overeenkomst met nazi-Duitsland niet in de eerste plaats om humanitaire redenen; het ging hen er vooral om zoveel mogelijk mensen naar het toenmalige Palestina te krijgen. Zo was het ook met de nazi’s afgesproken. In de twee jaar daarna kwamen meer joden hier naar toe dan in alle volgende jaren.
Wel zou je misschien kunnen stellen dat de overeenkomst van de zionisten met nazi-Duitsland mede het gevolg was van de boycot van de joodse organisaties in de diaspora: een afspraak met een gedeelte van het joodse volk was voor de nazi’s een strategische zet om zowel de joodse solidariteit als de boycot te breken.’
UIT SEGEVS BOEK blijkt dat Israel in politiek opzicht een tweestromenland is. Dat tekende zich al af tijdens de holocaust, dus voor de oprichting van de Israelische staat. De revisionisten, de rechts-liberale oppositie, beschuldigden de Maapai, de socialisten, van een selectief beleid met betrekking tot de immigratie. Volgens hen zouden de socialisten met name mensen toelaten die pasten in hun visie op de nieuwe agrarische, socialistische samenleving. Hadden de revisionisten gelijk?
Segev: 'Absoluut. Maapai was aan de macht en selecteerde de immigranten van wie ze veronderstelden dat ze de partij zouden steunen. Maar de revisionisten deden precies hetzelfde. Zoals de arbeiderspartij voor jonge arbeiders koos, zo selecteerden de revisionisten mensen uit de stedelijke middenklasse. Men moest kiezen, dat was de tragedie van die tijd, dus koos men voor de eigen mensen. Het leven was toen erg gepolitiseerd, alles liep langs politieke lijnen. Zo stak er achter de slogan van de revisionisten, “Red alle joden”, een duidelijke politieke bedoeling. Evenals achter hun bezwaar tegen de overeenkomst met nazi-Duitsland, omdat daarmee de nationale eer zou zijn aangetast. Hetzelfde argument werd in de jaren vijftig opnieuw van stal gehaald toen de regering van Ben Goerion een overeenkomst sloot met het nieuwe Duitsland van Adenauer. Ook toen hadden de erfgenamen van de revisionisten het over het verkopen van het land en het te grabbel gooien van de nationale eer. Begin dacht er in 1977 nog precies zo over.’
Wat betekende de oprichting van de staat Israel in 1948 voor de joodse samenleving?
'Het leven in Israel stond destijds in het teken van een nationale revolutie. Alles gebeurde tegelijkertijd: het uitroepen van de onafhankelijkheid, de onafhankeljkheidsoorlog, het absorberen van grote groepen immigranten, de opbouw van een nieuwe samenleving. Die zware last dwong de mensen zich op de toekomst te concentreren en zich van het verleden en de holocaust af te wenden. De holocaust werd toen vooral gezien als een donker familiegeheim waarover niet gesproken werd. De overlevenden schaamden zich dat ze in leven waren gebleven en voor wat hun was aangedaan. De Israeli’s op hun beurt schaamden zich dat ze niet meer gedaan hadden om hun mensen te redden.
In de Israelische samenleving had dat een tweeledig effect. Enerzijds begon men te geloven dat de mensen zich “als lammeren naar de slachtbank” hadden laten voeren; anderzijds werd de mythe van het verzet geboren. Wat dat betreft was er een opmerkelijke parallel tussen Israel en Duitsland: zoals de Duitsers de mythe van het verzet nodig hadden om met de misdaden van de nazi’s te kunnen leven, zo hadden de Israeli’s een mythe nodig om met de schaamte en schuld van de holocaust overweg te kunnen. Men sprak ook niet over de shoah, maar altijd in een adem over “shoah en heldendom”, alsof beide delen, zowel vernietiging als verzet, van gelijk gewicht waren. Dat is natuurlijk geschiedvervalsing: de joden boden in de regel geen verzet omdat ze zich in een zwakke positie bevonden. We creeerden heldendom omdat wij als Israeli’s helden wilden zijn. Het tragische was echter dat de Israelische samenleving niet genoeg medelijden had met de overlevenden van de holocaust en ze niet als slachtoffers wilde accepteren. Het heeft jaren geduurd voor men in staat was zich met de tragedie van de slachtoffers te identificeren.
Die identificatie kwam uiteindelijk op gang met het Eichmann-proces in 1961 en werd pas de laatste tien a vijftien jaar voltooid. Mijn boek gaat over die dramatische transformatie: in de jaren vijftig schaamden de mensen zich er nog voor, maar in de jaren negentig werd de holocaust een van de belangrijkste componenten van de Israelische identiteit.’
'HOE VERDER DE holocaust achter ons ligt, des te meer beheerst hij onze gedachten. Ik denk dat die verandering direct samenhangt met het “joodser” worden van de Israelische maatschappij. Israeli’s zijn gaan inzien dat ze een nieuwe mens noch een mythologische held vertegenwoordigen. Israel is een joodse gemeenschap en Israeli’s hebben de behoefte zich te identificeren met de joodse geschiedenis. En voor wie niet religieus is, is de holocaust de meest voor de hand liggende identificatiemogelijkheid. Dat is niet het resultaat van indoctrinatie. Integendeel, het is de rebellie tegen het zionistische zelfbeeld dat onze pioniers ons wilden opleggen. We zijn volwassen geworden en zijn ons gaan realiseren dat we wortels nodig hebben. In dat licht zie ik ook de vele reizen van jonge Israeli’s naar Polen: ze gaan naar de oude joodse wereld om daar als Israeli’s hun oorsprong te vinden. En dat is precies wat het zionisme had losgelaten. Er is dus sprake van zionistische ironie: het idee van de tegenstelling tussen Israel en de diaspora heeft volledig gefaald.’
Segev beschrijft de hedendaagse Israelische identiteit als een samenstel van drie componenten: religie, holocaust en zionistische ideologie. De zionistische ideologie wordt momenteel zwaar bekritiseerd, er wordt zelfs gesproken over het postzionistische tijdperk. Segev: 'Ik weet dat er mensen zijn die er zo over denken, maar volgens mij is dat volstrekt onjuist. Israel is nog steeds een zionistische samenleving en non- zionistische Israeli’s zijn er nauwelijks. Wel is er sprake van een nieuwe Israelische geschiedschrijving, maar die blijft nog altijd grotendeels binnen de zionistische consensus. Tot dusver hadden we geen echte geschiedschrijving, maar een mythologie. We zijn dus geen nieuwe historici, we zijn de eerste historici.
Nu de staatsarchieven zijn opengesteld, kunnen we alles inzien. We komen erachter dat de geschiedenis niet strookt met wat we op school hebben geleerd. Jarenlang was Israel een gesloten samenleving met een sterke ideologische indoctrinatie, waardoor de barsten die nu ontstaan in de officiele mythologie menigeen verrassen. Zo heeft men jarenlang beweerd dat de Arabische bevolking in 1948 uit vrije wil is vertrokken, terwijl uit de documenten blijkt dat het Israelische leger een deel van de Arabieren gewoonweg heeft verdreven. Al dit soort zaken komen nu boven tafel. Het wijst er op dat we bezig zijn intellectueel volwassen te worden. Maar dat wil nog niet zeggen dat we ons in een postzionistisch tijdperk bevinden.’
Segev citeert in zijn boek een artikel uit 1962 van Shmuel Hugo Bergmann, professor filosofie aan de Hebreeuwse universiteit van Jeruzalem. Bergmann onderscheidt twee soorten jodendom. De ene stroming haat de vreemdeling en benadrukt bij elke gelegenheid: 'Herinner wat ze je hebben aangedaan.’ De andere stroming staat voor liefde en vergevingsgezindheid en benadrukt: 'Hou van je buurman als van jezelf.’ Vindt Segev deze typering nog actueel?
Segev: 'Nou en of. Bergmanns typering slaat op het nationalistische en het humanistische Israel, wat je in politieke termen kunt vertalen als de strijd tussen rechts en links. Die houdingen zijn essentieel met betrekking tot de holocaust: hoe vorm je het geheugen, welke lessen leren we eruit? Je vindt het terug in het beleid voor de reizen naar Polen. Dat is bij uitstek een politieke zaak. Die reizen worden namelijk nu niet meer door de rechtse Likoed-regering georganiseerd, maar door onze huidige linkse regering. Het ministerie van Educatie heeft de beleidslijnen voor die tochten veranderd en wil dat voortaan de humanistische lessen van de holocaust benadrukt worden, en dat betekent: het beschermen van de democratie, het bestrijden van racisme en het opkomen voor de mensenrechten.
Geschiedenis is altijd een politieke zaak, daarom ben ik er ook in geinteresseerd. Politiek draait voor mij niet om politieke partijen, maar om het conflict tussen basiswaarden. De vraag is: wat voor maatschappij willen we scheppen?’