Het Italiaanse sprookje is uit

Rome - Hoeveel Italiaanse parlementsleden zullen zich tijdens dit zomerreces onbekommerd op het strand durven vertonen? De 630 Tweede-Kamerleden en 315 senatoren zijn de best betaalden ter wereld en kunnen zich moeiteloos de mooiste vakanties permitteren.

Maar als je net voor het dichttrekken van de deur nog even over je schouder hebt geroepen dat het volk nog eens achttien miljard moet gaan bezuinigen - waarop is onduidelijk - moet je gaan oppassen op je bedje in je luxe resort. Paparazzi zijn voortdurend op jacht naar politici die zich schaterlachend met hun kroost in de golven storten, dan wel met het geblondeerde vrouwtje proosten boven een plateau frutti di mare. ‘Kijk hoe onze politici de broekriem aanhalen’ en koppen van dergelijke strekking staan voortdurend op de voorpagina’s van alle Italiaanse kranten - van rechts tot links.
Het is de meest verwende, meest omvangrijke en meest egoïstische politieke klasse ter wereld. Je ergens weten te installeren op het Italiaanse pluche - parlement, regio, provincie, maakt niet uit - staat gelijk aan een lot uit de loterij. Torenhoge salarissen, pensioenen waar nooit een cent voor is betaald, dienstauto’s met chauffeur, gratis reizen, talloze voordeeltjes en emolumenten, het houdt niet op. Ieder timide voorstel om iets aan de kosten van de politiek te doen, stuit - heel verrassend - op protesten van diegenen die erover gaan.
Italianen zijn in principe zeer genereus en geneigd een ander het licht in de ogen te gunnen onder het motto: als jij eet, eet ik ook. Maar de pot is op, en met een rammelende maag wordt andermans zorgeloze gegraai onverdraaglijk. Heren en dames politici: het kan echt niet meer, zo waarschuwt krant op krant, commentator op commentator. Er moet een goed voorbeeld worden gegeven en wel nu meteen. Maar helaas is het Italiaanse parlement weer dicht tot 6 september, wat al een enorme concessie is, want eigenlijk had de politieke zomervakantie tot 12 september moeten duren, ‘gelijk die van onze schoolkinderen’, sneerde een nieuwslezer die niet op vakantie gaat vanwege de spannende tijden.
Ze voelen het nog steeds niet aan, lijkt het. ‘En wat wil je ook’, schrijft de linkse krant La Repubblica, ‘met een premier-zakenman-multimiljardair op permanente verkiezingscampagne die als hij opofferingen aan het volk vraagt zelf niet in zijn woorden lijkt te geloven. Je ziet de knipoog erdoorheen schemeren, alsof hij eigenlijk bedoelt: ja, ja, opofferingen, maar toch niet vandaag. Morgen is vroeg genoeg. Laat de anderen maar betalen…’
Dat was wat de Italianen nou altijd zo fijn vonden aan Berlusconi: die knipoog. Dat zorgeloze. Dat lachje. Alsof er niets aan de hand was, wat niet waar was, maar waar je wel een goed humeur van kreeg. Maar het sprookje is uit, en de Italianen hebben het begrepen.