Het Italië van de Taviani-broers

Rome – Je zou het bijna over het hoofd zien nu Silvio Berlusconi al weer beeldvullend op het Italiaanse podium staat, maar er bestaat nog een ander Italië. Het Italië van twee stokoude maestro’s van de grote Italiaanse cinema die in stilte en praktisch zonder budget een wonder hebben volbracht. Vittorio (83) en Paolo (81) Taviani, hebben op hoogbejaarde leeftijd een film gemaakt waar aanvankelijk niemand brood in zag. Caesar Must Die heet hij en draait vanaf donderdag in de Nederlandse bioscopen. Het is een docufilm opgenomen in de Romeinse gevangenis Rebibbia tijdens de repetities voor Shakespeare’s Julius Caesar met topzware criminelen als acteurs. Niemand in Italië zag de film zitten, tot hij in februari de Gouden Beer van Berlijn won, tot ieders verrassing.

Want de Taviani-broers mogen dan internationaal bewierookt zijn voor meesterwerken als Padre Padrone (1977), La notte di San Lorenzo (1982) en Kaos (1984), voor dit project kregen ze nauwelijks geld los. Twee bejaarden die iets willen doen met gevangenen en Shakespeare – dat tartte werkelijk alle wetten van de hedendaagse tv- en filmindustrie. Toch zijn de Taviani’s hun film gaan draaien, min of meer op eigen kosten. Met het geschoten materiaal hebben ze aangeklopt bij alle filmfondsen die Italië te bieden heeft, van de publieke tot die van Berlusconi, maar ze werden overal afgewimpeld. Troppo noioso, te saai, luidde het algemene oordeel.

Uiteindelijk kreeg regisseur Nanni Moretti (59), het hedendaagse boegbeeld van de Italiaanse auteursfilm, het materiaal van de broers onder ogen. En hij was meteen verkocht. Hij dook met de Taviani’s in de montagezaal en zorgde ervoor dat de film met het keurmerk van zijn productiemaatschappij Sacher Film in distributie kwam. En dat hielp. Caesar Must Die was net op tijd af voor het Berlijnse filmfestival, keerde daarna terug naar Italië waar hij een bescheiden bioscoopsucces werd en is nu ook nog geselecteerd als Italiaanse Oscar-inzending voor de beste buitenlandse film. En dat allemaal op een slof en een halve voetbalschoen gemaakt.

‘Dit is absoluut niet mijn verdienste, noch die van Italië. Dit is alleen en uitsluitend de verdienste van de Taviani’s’, zei Moretti toen hij de film na de triomf in Berlijn presenteerde voor een zaal vol hotemetoten en de president van de republiek Giorgio Napolitano. Naast hem stonden de broers, de ogen bescheiden op hun schoenen gericht. Zonen van een ander Italië, dat straks misschien niet eens gaat stemmen.