Hoofdcommentaar: De Hoop Scheffer

Het Jaap-principe

Het tweede kabinet-Balkenende dendert door. Het eerste serieuze succes voor de premier is binnen. Minister Jaap de Hoop Scheffer gaat weg naar de Navo, waar hij volgens zijn voorganger Lord Robertson «uitdagende tijden» tegemoet gaat. De Hoop Scheffer moet bruggen bouwen. En dat kan hij als geen ander. Toen Europa dit voorjaar aan de vooravond van de oorlog tegen Irak in de touwen hing, liet De Hoop Scheffer zich nimmer op een hermetisch standpunt betrappen. Wel politieke maar geen militaire steun aan de Amerikaanse coalitie. Dat was zijn vondst, die naar diplomatieke maatstaven geniaal mag worden genoemd.

Dat De Hoop Scheffer tot het bittere einde heeft ontkend «in» te zijn voor de topfunctie was begrijpelijk. Nederland heeft namelijk slechte ervaringen met openlijke campagnes, zoals Ruud Lubbers en in mindere mate Wim Kok hebben ervaren. Daarnaast heeft De Hoop Scheffer zelf al eens een vernederend blauwtje gelopen. Voor de verkiezingen van mei 2002 wilde hij commissaris van de koningin in Overijssel worden. De voorkeur ging echter uit naar partijgenoot en topambtenaar Geert Jansen, die bestuurlijk een maatje groter werd geacht.

Geduld wordt kennelijk toch beloond. Jansen zit nu in Zwolle, De Hoop Scheffer gaat naar Brussel. Premier Balkenende eist deze rehabilitatie op als een succes voor zijn buitenlandse beleid en diplomatieke gaven. Laten we niet flauw doen. Ook Balkenende heeft het spel rond de benoeming van De Hoop Scheffer goed gespeeld. Maar de nuchterheid gebiedt wel vast te stellen dat de nieuwe secretaris-generaal uit weinig andere landen dan Nederland kón komen. Een man uit onversneden pro-Amerikaanse landen als Spanje en Italië zou een provocatie zijn aan het adres van Navo-partners Duitsland en Frankrijk. Een kandidaat uit België in de omgekeerde zin eveneens. En een Pool, Tsjech of Hongaar zou weliswaar een mooie geste zijn geweest, maar ook vergelijkbare spanningen hebben kunnen opleveren met de «onwilligen» en misschien zelfs met Rusland.

Het eervolle vertrek van De Hoop Scheffer mag Nederland dan internationaal geen wind eieren gaan leggen, in eigen land laat hij een potentieel conflict na. Want wie gaat hem opvolgen? Eén ding staat vast: het ministerschap zal in handen van het CDA blijven. Met het komende voorzitterschap van de EU, in de tweede helft van 2004, kan premier Balkenende zich geen enkel politiek risico veroorloven. De nieuwe bewindsman moet loyaal zijn aan de premier én zijn of haar eigen boontjes kunnen doppen. Kortom, de nieuwe minister moet niet bang zijn voor pijn in de liezen wegens de permanente spagaat waarin hij/zij staat. Een weinig voorkomende karaktertrek. Er is bovendien haast geboden omdat er onrust is in de CDA-fractie.

Het is, bij het sluiten van deze krant, dinsdagmiddag. We kunnen er faliekant naast zitten. Maar laten we eens een gokje wagen. De volgende namen dienen zich aan. Ten eerste Ben Bot, voormalig secretaris-generaal van het departement, daarna permanent vertegenwoordiger bij de EU en nu met pensioen. Bot heeft alles mee (kennis, ervaring, gevoel en partijboekje), behalve één ding: hij doet zijn achternaam soms iets te veel eer aan — onhandig in het verkeer met de Tweede Kamer — en heeft zelfs Balkenende afgelopen jaar iets té opzichtig en paternalistisch bij het handje genomen. Ten tweede fractievoorzitter Maxime Verhagen, een leerling van De Hoop Scheffer. Deze benoeming heeft de charme van de logica. Ware het niet dat Verhagen als praktisch bestuurder nog weinig heeft gepresteerd. Zelfs van de simpele medicijnenknaak wist hij vorige week in de Kamer een puinhoop te maken. Bovendien kan zijn opvolging in de fractie uit de hand lopen. De CDA-top vertrouwt niemand in de fractie het voorzitterschap toe, ook vice-voorzitter Gerda Verburg niet. Daarom zou men staatssecretaris Joop Wijn van Financiën willen terugsluizen. Maar zodoende worden wel alle christen-democratische parlementariërs openlijk geschoffeerd. Ten derde Dirk-Jan van den Berg, CDA-lid en thans permanent vertegenwoordiger bij de Verenigde Naties te New York. Maar hij zit daar pas zo kort.

Net waren we bezig een eigen lijstje op te stellen. Met bijvoorbeeld Joris Vos, voormalig ambassadeur in Moskou en Washington en bevriend met de christen-democratische king-maker Hans van den Broek. Vos is momenteel bij Boeing verantwoordelijk voor de Europees-Amerikaanse betrekkingen. Of hij lid is van het CDA — of hij überhaupt lid is van een politieke partij — is echter onbekend. Dan wel met Ben Knapen, ex-hoofdredacteur van NRC Handelsblad, al enige jaren bestuurder van PCM, lid van relevante adviescommissies en intussen ook steeds nadrukkelijker bezig met dé kwestie van de komende jaren: de onvermijdelijke maar heimelijk ongewenste toetreding van Turkije tot de EU.

Maar deze suggesties hebben we op de valreep toch moeten laten varen. Het geruchtencircuit overtreft namelijk de stoutste verwachtingen. Wat te denken van Maria van der Hoeven, nu nog minister van Onderwijs? Op het departement in Zoetermeer is een openlijke oorlog tussen haar en staatssecretaris Nijs op til. Door Van der Hoeven te transfereren, zou het CDA de sissende bom net op tijd onschadelijk kunnen maken. Een opmerkelijke gedachte. Om nog maar te zwijgen van die andere naam die vanmiddag wordt gefluisterd: Elco Brinkman.

Hoewel? Zo curieus is die laatste naam nu ook weer niet. Met Brinkman zou het CDA na De Hoop Scheffer in ieder geval het begin van een traditie kunnen vestigen, namelijk Buitenlandse Zaken als post voor gemankeerde partijleiders.