Het jaar van corona

Het maakt nogal uit vanuit welk perspectief je de balans opmaakt na een jaar corona in Nederland. Of je jong of oud bent, kunstenaar of ict’er, zzp’er of iemand met een vaste baan, viroloog of econoom. Of je met Covid-19 op de ic belandt of dat je er voor even geen geur en smaak aan overhoudt. Of je op de ic staat te zweten in een wit pak, of dat je als oncoloog, cardioloog of kinderarts tandenknarsend de zorg voor niet-acute patiënten op de lange baan moet schuiven. Wel is iedereen er helemaal klaar mee, murw gestreden. ‘Het is geen oorlog, we leven niet met een bezettende macht, en toch is het zo gaan voelen’, schrijft Marja Pruis deze week. ‘In welk post-tijdperk speelt zich ons verhaal af?’

De coronacrisis fungeert voor elk land als een vergrootglas: hoe de gezondheidszorg is georganiseerd en hoe zij de economie in haar greep kreeg – en hoe de crisis werd versterkt door een capaciteitsprobleem. Wat de zwakte of de sterkte is van een politiek systeem om ‘de R’ onder de één te houden – een dictatuur heeft soms zo zijn voordelen. Voor Nederland is blootgelegd dat de gezondheidszorg te efficiënt, te bureaucratisch en te decentraal is ingericht en ‘de politiek’ al polderend beleid voert, en zij daarin net als overal telkens door voortschrijdend inzicht wordt ingehaald.

Dat doet deze ‘slappe’ overheid: fors de poeplap trekken

Maar als je de cijfers vergelijkt, doet Nederland het niet veel slechter dan andere EU-landen, op één pijnlijk punt na: de startdatum en strategie van het vaccineren. Duitsland gold lange tijd voor critici van onze ‘slappe’ overheid als lichtend voorbeeld, nu moet Angela Merkel toegeven dat ze de controle op de pandemie verliest. Ondanks de druk die ‘Berlijn’ op wetenschappers uitoefende om de pandemie zwaarder te becijferen zodat de doodsbange burgers zich zouden schikken in een steeds strengere aanpak, zoals de Welt am Sonntag onthulde. Die data-massage is ondermijnend voor het vertrouwen in de proportionaliteit van de maatregelen ten opzichte van de maatschappelijke tol die iedereen betaalt.

Daar komt nu steeds meer kritiek op. Zo doorbrak een groep intensivisten onlangs het stilzwijgen en stelde een realistisch scenario voor: de dilemma’s van deze ongekende crisis moeten duidelijk zijn voor de bevolking; of we houden vast aan de strenge maatregelen en beschermen de ‘gehele’ bevolking tegen het virus – met alle maatschappelijke gevolgen van dien – of we laten nu een deel ervan los en accepteren dat er op de korte termijn meer mensen aan Covid-19 overlijden.

Viroloog Jaap Goudsmit, toch niet de minste, stelt voor om het vaccinatieprogramma te veranderen: alle risicogroepen zo snel mogelijk prikken, met welk vaccin er maar beschikbaar is, en gooi na zo’n drie maanden de samenleving open. ‘Dit heeft geen zin: we verliezen miljoenen, je krijgt meer eenzaamheid, irritatie, onrust, leerachterstand, en populistische visies.’ Of het manifest van een groep onder aanvoering van burgemeester Femke Halsema, met een oproep de coronamaatregelen meer te richten op de maatschappelijke gevolgen. ‘De mentale en sociale impact van de lockdown is voor jongeren hevig en tast ook het welzijn van onze samenleving aan. De jonge generatie lijdt het meeste.’ Economen zeggen al langer dat de toekomstige generaties de rekening moeten betalen van alle financiële steunpakketten die we nu afsluiten. Want dat doet deze ‘slappe’ overheid ook: fors de poeplap trekken.

De consensus over de strenge maatregelen kraakt, en dat is maar goed ook. De focus moet breder en meer op de lange termijn worden gericht. Het is namelijk een illusie dat Covid-19 verdwijnt, die popt steeds in nieuwe varianten weer op, zoals bij alle virusziekten, en het enige wat echt helpt is vaccineren. Wendbaar, op basis van vrijwilligheid en gedifferentieerd.