‘Mijne kunst moge zijn wat ze wil, goed of slecht, waar of onwaar, ze is Goddank mijne eigene.’ Dat was het repliek van Thérèse Schwartze, de gevierde schilder die in de negentiende eeuw haar geld verdiende met portretten in opdracht, op het verwijt van een criticus dat zij ‘niet het groote streven van deze eeuw meêvoelt’. In dat ‘groote streven’ van die eeuw, en vooral in dat van de eeuw daarop, raakte kunst van kunstenaars zoals Schwartze bedolven onder een ‘groot’ verhaal, dat in de 21ste eeuw tot een einde lijkt te zijn gekomen. Al vóór de covidcrisis groeide de aandacht voor kunst die buiten de canon was gebleven, gevallen of gehouden, en in het jaar dat de kunst weer openging en theaters, musea, concertzalen en bioscopen door hun publiek langzaam weer tot leven kwamen, werd definitief een slag gemaakt. Diversiteit en inclusie staan niet langer alleen maar op de agenda, de geweldige documentaire White Balls on Walls van Sarah Vos toont hoe het Stedelijk Museum in Amsterdam zonder aarzeling grote stappen zet.

We spoelen de tijd terug om nog eens goed te kijken, zoals Bianca Stigter letterlijk deed in haar film Three Minutes: A Lengthening. We kijken terug om vooruit te komen. In razend tempo werden ook dit jaar weer waanzinnige vrouwen uit de kunstgeschiedenis opgediept, naast Thérèse Schwartze in Museum Paul Tétar Van Elven ook fotograaf Claude Cahun, in de Kunsthal Rotterdam, die al haar werk eigenlijk samen maakte met partner Marcel Moore, die eigenlijk ook als vrouw geboren werd. Er waren complete tentoonstellingen die een slag maakten, waaronder Pionnières in Musée du Luxembourg in Parijs. Op de hoofdtentoonstelling van de 59ste editie van de Biënnale van Venetië, met als titel The Milk of Dreams, was het overgrote merendeel van de 213 kunstenaars zelfs vrouw of non-binair.
We vierden kunst die mag zijn wat ze wil, luidruchtig of juist bedachtzaam. Enkele hoogtepunten:

  • Blonde, van de Australische regisseur Andrew Dominik voor Netflix, is geen waarheidsgetrouwe biopic: de emotionele trauma’s zijn zo groot dat ze nauwelijks op je tv-scherm passen, schrijft Basje Boer. De echte Marilyn Monroe was volgens haar zowel slim als dom, zowel slachtoffer als heldin. ‘De echte Monroe was een mens.’
  • Op 83-jarige leeftijd ontving de Franse schrijver Annie Ernaux dit jaar de Nobelprijs voor literatuur en de toneelbewerking van Het Nationale Theater van haar bekendste boek, De jaren, noemt Marja Pruis ‘tegelijkertijd ontroerend en grandioos’. Een heel leven trekt erin voorbij, met een inventief gebruik van lakens, ‘toch al leitmotiv in het vrouwenbestaan.’
  • De tentoonstelling Golden Boy Klimt in het Van Gogh Museum laat zien hoe een golden boy als Gustav Klimt eigenlijk in de wereld stond, wat wil zeggen: niet alleen. Koen Kleijn schrijft: ‘Directe invloed is er zelden een-op-een, toets voor toets; er is vooral verwantschap, een “hm, hoe werkt dat, laat ik dat ook eens proberen”.’ Nog t/m 8 januari te zien.
  • Het Depot van Museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam is ‘het eerste museumdepot in de wereld dat toegang biedt tot een complete collectie beeldende kunst en vormgeving.’ Christophe van Gerrewey staat stil bij ‘de verlangens waarop een dergelijke onderneming inspeelt – of eerder: welke verlangens erdoor in het leven worden geroepen.’
  • Stromae, van wie dit jaar het eerste album in negen jaar tijd verscheen, is even schatplichtig aan Jacquel Brel als aan René Magritte, stelde Oscar Bouwhuis in een profiel van de Belgische zanger. ‘Met een bedrieglijke luchtigheid, spitsvondige kwinkslagen en ogenschijnlijke nonchalance treedt hij op als acteur van zijn eigen personages.’