Als politiek iets is, dan is het een gesprek over hoe de wereld eruit zou moeten zien; goede journalistiek is op z'n best een goede beschrijving van hoe diezelfde politiek de wereld verandert – of dus juist niet. De Groene schrijft veel over Den Haag en richt zich daar met extra aandacht op ideologie en ideeënvorming. En op hoe macht die dromen verwezenlijkt of dwarsboomt.

Wat dat betreft leven we in een fascinerende tijd: er trad een ambitieus kabinet aan met veranderingsdrang én de zakken zijn diep (nog wel). Er is brede consensus over dat klimaatverandering om beleid vraagt en tijdens de Prinsjesdag-debatten vielen partijen van links tot rechts elkaar bij in het idee dat ‘de markt’ moest worden beteugeld en dat een sterke overheid nodig is.

Maar uitgerekend dáár wringt het. Juist het idee dat de overheid kan wat ze zegt te willen staat onder druk. Redacteur Marcel ten Hooven vatte de kwestie ‘waarom de overheid niet meer doet wat mensen van haar verwachten’ blijvend relevant in dit essay.

Over hoe politieke wensen en uitvoering totaal verschillende werelden zijn, schreven we veel dit jaar. Zo onthulden Romy van der Burgh, Rasit Elibol en Marieke Rotman samen met andere media hoe de dood van advocaat Derk Wiersum leidde tot torenhoge beloftes van de toenmalige justitieminister Ferd Grapperhaus. Zijn taal was ferm, aangrijpend zelfs, maar bleek vooral gebakken lucht. Het beloofde ‘superteam’ tegen georganiseerde misdaad verliet nooit de tekentafel.

Nog veel pijnlijker is het wanneer Den Haag zo verregaand de grip op uitvoerende ambtenaren heeft losgelaten dat er een horde van bounty hunters ontstaat die zonder regels de jacht inzet op mensen in de bijstand. In dit huiveringwekkende verhaal over bijstandsrechercheurs wordt aan handdoeken gevoeld, in wasmanden gekeken en worden de tandenborstels geteld.

Tot slot – we blijven een ideeënblad – is de redactie enorm trots op hoe de wekelijkse wisselcolumn ‘In Den Haag’ wordt ingevuld. Zestien jaar lang werd die geschreven door Aukje van Roessel. Zij liep door wandelgangen, knoopte daar talloze gesprekjes aan en woonde debatten bij. Het was een kroniek waarin je het parlement kon ruiken, maar waarin zij als grande dame van het Binnenhof zelf aan het woord was.

Zij vertrok met pensioen en stortte daarmee de redactie in een zoektocht. Hoe vervang je dit? Vanuit de redactie werden er nieuwe talenten richting Den Haag gestuurd voor het beschrijven van die gangen. ‘In Den Haag’ is nu een podium voor drie eigen en wijze stemmen die ombeurten hun blik op de politiek delen. Rechtsfilosoof Tamar de Waal schrijft prachtig over burgerschap, asiel en integratie. Hoogleraar verdraagzaamheid Bastiaan Rijpkema weet alles over hoe liberale democratieën zich kunnen en moeten verweren, en bracht dit jaar onder meer scherpe analyses over hoe om te gaan met de bruin-rechtse FvD-fractie. Socioloog en politicoloog Merijn Oudenampsen deed dit jaar iets dat maar weinig denkers doen als ze spreken over ‘neoliberalisme’: het scherp definiëren en er een boek van maken. Op zo’n manier dat het geen vage abstractie is maar, integendeel, een ideologie die zich in het hart van de Nederlandse politiek bevindt.