Het jeruzalem- syndroom

Komt het door geheimzinnige aardstralen of is het gewoon religieuze extase? Ieder jaar veroorzaakt het Jeruzalem-syndroom weer meer schade. ‘Tot aan het jaar 2000 zal het blijven groeien’, meent ontdekker Yair Bar-El, psychiater. ‘Op het moment hebben we een epidemie van Maria’s.’
JERUZALEM - Het ziekenhuis Kfar Shaul was ooit een Palestijns dorp aan de rand van Jeruzalem, bekend als Deir Yassin. Hier vond in 1948 de eerste grote slachting onder Palestijnen plaats, uitgevoerd door de strijders van de embryonale staat Israel, die hier definitief zijn onschuld verloor. Tegenwoordig biedt het dorp, herbouwd met veel financiele steun van de Nederlands- Hervormde kerk, onderdak aan de grootste psychiatrische inrichting van de stad.

Hier werkt dokter Yair Bar-El, een in 1961 uit Argentinie overgekomen psychiater. Bar-El, 58 jaar, getooid met klassieke Freud-baard en onophoudelijk puffend aan een king size-sigaar, geniet enige wereldfaam sinds hij in internationale vaktijdschriften een nieuw psychiatrisch ziektebeeld introduceerde, genaamd het ‘Jeruzalem-syndroom’.
Bar-El doet al vijfentwintig jaar onderzoek naar de acute godsdienstgerelateerde wanen waar talloze bezoekers van de Heilige Stad door worden getroffen. Iedereen die tijdens een wandeling over de Via Dolorosa of in het aangezicht van de Heilige Grafkerk of de Klaagmuur wordt bevangen door krachten die de zijne te boven gaan en op enigerlei wijze psychotisch gedrag begint te vertonen, zal uiteindelijk per ambulance bij Bar-El terechtkomen. Op deze wijze heeft de psychiater inmiddels de beschikking gekregen over een ruim archief aan obsessief-compulsieve gedragsstoornissen van toeristen in de Heilige Stad. Hij reist er talloze congressen over de hele wereld mee af, maar een afdoende kuur heeft hij nog steeds niet gevonden.
'Die is er ook niet’, spreekt hij berustend van achter zijn bureau in zijn werkkamer, alwaar permanent elektriciteitsdraden uit de muren springen en lampen na sissende kortsluitingen beginnen te doven. 'De enige remedie die echt helpt is als de donder vertrekken uit Jeruzalem. Maar dat is helaas niet aan alle patienten gegeven. De laatste tijd wordt Jeruzalem zeer druk gefrequenteerd door zogenaamde “eindtijdtoeristen”, die menen dat het in het zicht van het einde van het millennium binnenkort ook gedaan is met de wereld. Die mensen zijn met geen stok uit de stad te verjagen.
Rond Jeruzalem lopen tegenwoordig heel wat mensen gekleed in dierenvellen, wachtend op de apocalyps. Die zijn buiten het reguliere hulpverleningscircuit beland. Slechts zeer af en toe onderschept de politie er eentje, bevangen door een zonnesteek op weg naar Jericho. De meesten weten zich echter goed verborgen te houden. Die wonen in de bossen en hebben met niemand contact. Ze slapen in kuilen en voeden zich met wat de natuur hun schenkt. Soms wordt er eentje gevonden en op het vliegtuig naar Amerika of Europa gezet. Vaak zien we die na verloop van tijd wel weer terug. Ze zijn zelfs in staat om paspoorten te vervalsen om maar weer terug te kunnen komen. Jeruzalem is een magneet voor allerlei manische typen, en de autoriteiten leggen zich daarbij neer. Er zijn sowieso veel mensen die denken dat heel Jeruzalem een groot gekkenhuis is.’
BAR-EL vermoedt dat er al sinds mensenheugenis sprake is van een Jeruzalem-syndroom. 'Op de een of andere manier zit er hier iets in de lucht dat mensen aanzet tot de ijlere gedachten. Wie weet zijn er vreemde aardstralen in het geding, maar dat is niet mijn specialiteit. Veel schrijvers van naam hebben beschreven hoe ze in Jeruzalem werden bevangen door hysterische syndromen, manische depressies of euforische uitschieters in hun temperament. Dergelijke reacties zijn er natuurlijk ook wel in andere bedevaartsoorden op deze wereld, zoals Lourdes, Fatima, Mekka, Montserrat of aan de oevers van de Ganges in India, maar nergens is er sprake van zoveel acute persoonlijkheidsstoornissen als hier, van schizofrenie tot ultiem-paranoide reacties.
Individueel zijn er natuurlijk wel gevallen elders op de wereld die op het Jeruzalem-syndroom lijken, ook ingegeven door verandering van plaats en een cultureel bombardement. Freuds beschrijving van zijn ervaringen bij de Akropolis zijn in zekere zin te vergelijken met het Jeruzalem-syndroom. Ook daar zie je dat bepaalde details worden uitvergroot tot een hoogst eigen, de persoonlijkheid transformerende boodschap. Bepaalde passages in het werk van Stendhal lijken er ook verdacht veel op.
In april verleden jaar vond er in Florence een psychiatrische conferentie plaats waarin al die gevallen uitputtend met elkaar werden vergeleken. Wat ze ook met elkaar verbindt, is dat er altijd wel op de een of andere manier sprake is van seksuele waandenkbeelden. Sommige mensen doorlopen een soortgelijk proces van absolute onthechting juist weer op heel onverdachte plaatsen, zoals luchthavens.’
HET MEEST OPVALLENDE aan het Jeruzalem-syndroom zoals Bar- El dat heeft geexploreerd, is dat het een bijna exclusief protestantse aangelegenheid is, vertelt Bar-El. 'Verreweg het merendeel van de patienten, ik zou zeggen zeker negentig procent, heeft een protestantse achtergrond. Joden en katholieken, laat staan moslims, hebben er toch aanzienlijk minder last van. Als een jood al bevangen wordt door religieuze waandenkbeelden, identificeert hij zich in ieder geval altijd behoorlijk met een figuur uit het Oude Testament, het liefst David of Salomo.
Katholieken zijn in de regel immuun voor het Jeruzalem-syndroom. Mijn verklaring daarvoor is dat katholieken hun geloof belijden in een strikt hierarchische structuur, vol middelaars tussen hen en god. Een persoonlijke band met god, zoals de protestanten die natuurlijk cultiveren, zit er voor hen niet in. Daar zit toch altijd een hele batterij priesters, kardinalen en niet te vergeten de paus zelf tussen. Dat biedt aanzienlijk minder ruimte voor allerlei hysterische projecties.
Protestanten vormen echter een zeer kwetsbare groep voor het Jeruzalem-syndroom. Zij worden opgevoed met een bijna lijfelijk contact met de Bijbel, alsof het boek een oplossing biedt voor al hun dagelijkse problemen. Protestanten hebben zo'n allerpersoonlijkste opvatting van het geloof dat de kans op escalatie enorm aanwezig is. Wanneer zij door de Oude Stad lopen, tussen alle decorstukken van hun geloof, is de kans zeer groot dat het brein de druk eenvoudigweg niet meer kan verdragen en hun persoonlijkheid buiten de oevers treedt. Dan is de weg vrijgemaakt voor de meest onlogische, laten we zeggen zelfs blasfemische varianten in religieuze identificatie.
Op het moment kampen we met een kleine epidemie van Maria’s, die allen schijnzwanger zijn van de nieuwe messias. Ooit had ik hier nog een jong Argentijns meisje op de kliniek die elke nacht naakt bij de Klaagmuur begon te dansen, in de vaste overtuiging dat zij de Koningin van de Nacht was, naar Jeruzalem gezonden voor een speciale herbebossingsmissie. Ze verkeerde in de rotsvaste overtuiging dat ze werd lastiggevallen door de hyperjaloerse geest van Golda Meir.’
HET JERUZALEM-syndroom bouwt zich in de regel langs geleidelijke weg op, betoogt Bar-El, zwaaiend met een dossier waarin bijna vijftig gevallen van volstrekt normale toeristen die in de Heilige Stad werden bevangen door bijna identieke ziektebeelden. 'Het gaat zonder uitzondering om protestantse mannen, allen respectabel getrouwd en voorzien van keurige banen. Bij de reconstructie van hun avonturen in Jeruzalem blijkt dat ze elk individueel dezelfde zeven fasen naar een forse obsessief-compulsieve stoornis hebben doorlopen, meestal in het tijdsbestek van hooguit een week.
Ze komen aan, meestal met een groepsreis. Bij de eerste georganiseerde rondleidingen door de stad beginnen ze nerveus te worden. Ze worden bevangen door een geagiteerd gevoel, krijgen een droge mond, raken geirriteerd door hun medereizigers. Vervolgens willen ze alleen zijn. In dat isolement worden ze vervolgens bevangen door een of andere vorm van purificatie-razernij. Ze beginnen onophoudelijk te douchen of liggen de hele tijd in bad. De volgende stap is dat ze badhanddoeken uit het hotel nemen en die als een toga over zich draperen, als enige kleding. Dan trekken ze luid psalmen zingend door de stad; ze beginnen aan een soort eenmansprocessie naar een heilige plek. Daarna begint het stadium dat ze ervan overtuigd raken dat er een of andere heilige missie ter redding van de planeet moet worden uitgevoerd. Dit alles beleven zij met behoud van hun eigen persoonlijkheid, maar wel in opperste isolement.
In de regel schamen ze zich kapot als ze achteraf met hun daden worden geconfronteerd, alsof ze een tijdje geheel in de mist hebben rondgelopen. Toch vind je in die categorie weleens mensen die een gevaar voor hun omgeving worden. Niet zo lang geleden had ik hier een alleenstaande Amerikaanse man over de vloer die na langdurige verkenningen van allerlei esoterische tradities uit Perzie en India uiteindelijk tot de overtuiging was gekomen dat het oud-christelijke geloof van voor het rooms-katholieke tijdperk de waarheid bevatte. Die raakte zo militant dat hij in de Heilige Grafkerk alle valse idolen probeerde te verjagen.’
'GEVAARLIJKER IS de categorie mensen die al met een speciaal plan in het hoofd naar Jeruzalem komen. Die zijn vaak al mesjogge als ze hier aankomen en koesteren soms merkwaardige religieuze aberraties. Meestal zijn ze door een mysterieuze innerlijke stem, die dan in de regel aan god zelf wordt toegeschreven, naar Jeruzalem gekomen. Een zeer berucht geval is dat van een jonge Australier genaamd Denis Michael Rohan, die dacht dat hij de rechtmatige koning van Israel was. Die stak in 1969 de Aqsamoskee in de brand ter voorbereiding van de tweede komst van Christus, waarna het nog lang onrustig bleef in de stad. Rohan werd schizofreen bevonden en teruggestuurd naar zijn land.
Een minder gelukkig lot was weggelegd voor een Amerikaan genaamd Alan Harry Goodman, ook een zelfbenoemde koning der joden. Die rende in 1982 met een machinegeweer de Tempelberg op om de moslims te verjagen, met een dode en drie zwaargewonden als resultaat. In mijn ogen was Goodman een klassiek geval van een schizofreen-paranoide Jeruzalem-syndroom, maar de rechter oordeelde anders. Hij werd volledig toerekeningsvatbaar verklaard en werd tot levenslang veroordeeld.
Het probleem met deze categorie patienten is dat ze volkomen onlogisch redeneren in hun religieuze waan. Klassieke identificatie met bijbelfiguren is er niet meer bij. Deze mensen verzinnen een heel eigen variant. Rohan wilde bijvoorbeeld niet alleen de moskee vernietigen, maar ook dat wat restte van de joodse tempel van Salomo. Daar wordt het Jeruzalem-syndroom bijna onbehandelbaar.’
Dokter Bar-El waarschuwt tegen al te overtrokken reacties op de vertolkers van het Jeruzalem-syndroom. 'Ik kom in de buurt van de Klaagmuur de laatste jaren regelmatig een Nederlandse man tegen, compleet met harp en gouden kroon, die een heel overtuigende koning David personifieert. Het ziet er allemaal heel pittoresk uit, en dat maakt de stad alleen maar attractiever. Jeruzalem mag nooit te veel genormaliseerd worden, want dan knoei je met de fundamenten van deze stad. Daarom moet de studie van het Jeruzalem-syndroom altijd met een grote dosis gezonde scepsis worden uitgevoerd.
Als psychiater kun je eigenlijk alleen maar tot de conclusie komen dat religie de mensen krankzinnig maakt. Vooralsnog is daar geen therapie voor in de maak. Dat zou hier trouwens ook op heftige tegenstand stuiten.’