INTERVIEW MET AD DE BONT

‘Het jeugdtheater is toe aan een grotere uitdaging’

Ad de Bont is al 26 jaar de ziel van Theatergroep Wederzijds, die belangrijk, spannend en soms schokkend toneel maakt voor kinderen in klaslokalen en gymzalen. Dit jaar fuseert Wederzijds met Huis aan de Amstel. ‘Ik denk dat de tijd van de kleine clubjes voorbij is.’

‘WERELDBEROEMD buiten Nederland’ wordt Ad de Bont (59) genoemd. Het is mooi dat zijn stuk Mirad, een jongen uit Bosnië uit 1993 een wereldsucces was, dat in Engeland door Jeremy Irons werd gespeeld. Het is plezierig dat hij in Duitsland een veel gespeelde toneelschrijver is, en eervolle opdrachten en prijzen ontvangt. Het mag zo zijn dat hij waarschijnlijk de productiefste toneelschrijver is van ons land. Maar dat hij in Nederland ondanks dat alles onbekend is, omdat hij nu eenmaal in het jeugdtheater zit, daar zit hij niet mee. Ad de Bont: ‘Dat vind ik niet pijnlijk, nee. Het gaat er toch helemaal niet om of iedereen in de kranten over je schrijft. Waar het om gaat is of je je via de kunst kunt verdiepen in leven en maatschappij en daar een productief verband tussen kunt vinden.’
Hij zegt dat persoonlijke ambitie ook beslist geen drijfveer is om nu voor een groot jeugdgezelschap te kiezen, een fusie van Theatergroep Wederzijds en van Liesbeth Coltof: ‘Ik vind wel dat het jeugdtheater een grotere ambitie mag hebben. Waarom houden volwassenen alles wat mooi is voor zichzelf? Waarom zouden kinderen geen recht hebben op een groter stuk van de taart? Waarom zou er voor de jeugd niet eens zo’n grote en prachtige onderneming mogelijk zijn als Romeinse tragedies van Toneelgroep Amsterdam, waar de hele Stadsschouwburg voor op z’n kop wordt gezet? In Hamburg kan het wel. Klaus Schumacher van de jeugdafdeling van het Schauspielhaus wilde twee jaar geleden een voorstelling van vier uur op verschillende locaties in dat enorme gebouw. Hij vroeg me een bewerking van de Odyssee van Homerus te maken. Daar hebben we nog twee actuele verhalen ingeweven: over een Argentijnse jongen die ontdekt dat zijn ouders zijn ouders niet zijn en over in Nederland geboren Marokkaanse kinderen die tegen hun zin door hun ouders in Marokko worden gedropt. Die kinderen zijn dus net als Odysseus voor hun gevoel ver van huis.’
Een odyssee was in Hamburg zo’n succes dat het nu op het repertoire van tien Duitse gezelschappen staat. Wederzijds heeft het deze zomer in Nederland gespeeld, maar op een heel andere manier: op het strand van Den Helder, met uitzicht op zee.
‘Maar die Odyssee in Den Helder, veel bescheidener dan in Duitsland, ging de financiële mogelijkheden van Wederzijds al bijna te boven. Ik denk dat de tijd van de kleine clubjes voorbij is. Er zijn de laatste 25 jaar steeds meer kleine groepen in het jeugdtheater bij gekomen en de situatie is nu zo dat die elkaar allemaal kapot concurreren. De schouwburgen worden steeds angstiger en mikken op safe en de markt is volkomen oververzadigd. Daarom hebben we positief gereageerd op het advies van de Raad voor Cultuur om te komen tot één of twee grote gezelschappen voor de jeugd. We willen een groot regiogezelschap vormen voor Amsterdam en Noord-Holland, dat elk seizoen ten minste één grote productie kan maken, die in de grote schouwburgen kan spelen, waardoor we veel zichtbaarder kunnen worden. Ik vind dat we dat niet aan de commerciëlen moeten overlaten, dan krijg je alleen maar Heksen en Nijntje. Maar we willen ook in de klaslokalen blijven spelen.’
De fusie tussen Wederzijds en Huis aan de Amstel is officieel pas op 1 januari 2009 een feit; toch start in september al het eerste samenwerkingsproject: het door Ad de Bont geschreven en door Liesbeth Coltof geregisseerde groots opgezette spektakel Batte of Het onwaarschijnlijke maar bijna ware verhaal van Batte Jorisdochter en haar verdwenen tweelingbroer Maurits. Het is een gelegenheidsstuk met veel Haarlemse elementen – de Barteljorisstraat, het Frans Halsmuseum, een weeshuis met zeventiende-eeuwse regenten, dat een fantastisch schouwspel kan worden.
‘Ik ben begonnen met de gedenkschriften van Willem van de Hull, houder van een Haarlemse kostschool voor rijkeluiskinderen. In zijn autobiografie beschrijft hij het Haarlemse leven van rond 1800, een Dickens-achtige wereld. Maar ik wilde niet alleen in het verleden blijven zitten, ik wilde ook reizen in de tijd door digitale transformatie. Zo kwam ik op het idee van die parallelle, virtuele werelden, waarin het meisje Batte op zoek kan gaan naar haar verdwenen tweelingbroer. De oude Haarlemse Schouwburg heeft nu een modern toneelhuis gekregen waar je fantastische dingen in kunt doen. Ik heb vroeger wel eens als dramaturg bij een groot gezelschap als het RO-theater gewerkt. Op de een of andere manier raakte het geheim van een stuk dan onderweg kwijt en bleef er alleen een enorme machine over. Nu heb ik er vertrouwen in dat iedereen elke dag de essentie van het stuk blijft voelen en er lol en herkenning in houdt. Maar we blijven ook kleine voorstellingen voor scholen maken. Volgend jaar in het kader van Amsterdam Wereldboekenstad stukken over drie eigenzinnige Amsterdamse schrijvers: Annie Schmidt voor kleine kinderen, Spinoza – dat schrijft Roel Adam nu – voor middelbare scholieren en Anne Frank. Dat wordt Anne en Zef, ik heb net de eerste versie af.’
In Anne en Zef stelt De Bont tegenover Anne een Albanese jongen, Zef, die ook twee jaar heeft moeten onderduiken, maar in omstandigheden die te maken hebben met de cultuur van bloedwraak in Albanië. Zef is het slachtoffer en wordt door een buurjongen, zijn beste vriendje, gedood. Na zijn dood ontfermt Anne Frank, ook vijftien jaar, zich over hem, in een of ander hiernamaals. Ze vertellen elkaar hun geschiedenis. Het is Ad de Bont gelukt tegenover Anne Frank een jongen te stellen wiens verhaal even aangrijpend is als dat van haar. Hij ontkomt aan goedkope parallellen en goed-kwaad-tegenstellingen. In Zefs verhaal is iedereen dader en slachtoffer tegelijk.

Ad de Bont schuwt geen grote thema’s: de jeugd van Hitler, de slavernij (zijn gruwelijke stuk Moeder Afrika), de oorlog in Bosnië, verschrikkelijke gebeurtenissen in een klein dorp (De Hompelaar). Soms dreigt er even een schandaal als een conservatieve ouder of ouderling een eerste voorstelling ziet, soms is er enige aanpassing nodig – een realistische verkrachtingsscène wordt een lik in het gezicht van een meisje – maar uiteindelijk wordt er met aandacht, verbijstering en ontroering door de schoolklassen naar gekeken.
Ad de Bont: ‘De Hompelaar speelt in een klein dorp. Ik ben zelf in zo’n dorpje in Brabant geboren. Veel gebeurtenissen lijken extreem, maar ze gebeuren daar ook, iemand die zich verhangt in de schuur waar wij altijd speelden, bijvoorbeeld. Na een aantal wat ik noem oorlogsstukken, zoals Mirad en Moeder Afrika, waarin je heel efficiënt met je taal moet omgaan, wilde ik wel eens oeverloos taal sproeien. Ik ben zomaar ergens begonnen, bij een rivier, er komt oorlog – toch weer –, er staat een muur, ik kreeg er plezier in de taal te verkreupelen. De dood kwam er vanzelf in.
Het gaat in golven. Toen ik Mirad, een jongen uit Bosnië ging schrijven was het net andersom. Het was eind jaren tachtig, we waren bezig met artistieke experimenten. Maar de Muur viel, het communisme kwam aan zijn einde, Joegoslavië viel uit elkaar en plotseling was het oorlog. Ik vond dat je daar als theatermaker niet over kon zwijgen. Vandaar dat ik, terwijl de oorlog in Bosnië nog maar een jaar bezig was, dat stuk heb geschreven. Ook daarin laat ik weer zien hoe alles met alles verknoopt is en hoe slachtoffers daders en daders slachtoffers kunnen worden.’

Ad de Bont was eerst leraar, toen docent drama, ging naar de Kleinkunstacademie. Drie jaar was hij lid van cabaretgroep Vangrail; door een toeval kwam hij bij het jeugdtheater terecht. In 1982 nam hij samen met Allan Zipson theatergroep Wederzijds over, die toen in een crisis verkeerde. Vanaf 1987 is hij alleen artistiek leider van de groep. Een van zijn talenten is zijn virtuositeit met taal. In Een odyssee gebruikt hij homerische hexameters. Hij schrijft brieven in de stijl van Anne Frank, zoals zij die vanuit Westerbork en Bergen-Belsen had kunnen schrijven, hij hanteert zeventiende-eeuws Nederlands in Batte en Moeder Afrika en hij heeft er af en toe lol in een eigen taal te creëren voor zijn personages.
‘Dat is een uitdaging voor mij. Ik kom eigenlijk uit het improvisatietijdperk, het vormingstoneel van Proloog, Sater en vooral het Werkteater. Juist daarom zoek ik steeds mogelijkheden om de taal te beeldhouwen en te boetseren. Die groepen zijn ten onder gegaan aan de collectiviteitsgedachte, gelukkig hebben een paar talenten uit die tijd, zoals Liesbeth Coltof, Suzanne van Lohuizen, Roel Adam en ik, onze weg gevonden in het jeugdtheater. Maar ook nu maken we met Wederzijds soms nog doelgroepvoorstellingen, bijvoorbeeld een stuk over posttraumatische stress, dat we hebben gespeeld voor militairen in kazernes. Over hersenletsel hebben we een voorstelling gedaan in revalidatieklinieken en ziekenhuizen en voor mantelzorgers speelden we in cafés en verenigingsgebouwen.’

‘Het lijkt misschien of het me gemakkelijk afgaat, maar als iemand me vraagt wat m’n nieuwe stuk wordt, weet ik nooit wat ik moet zeggen. Vaak ga je wanhopig op zoek, of ik ga zitten, lezen, oude aantekeningen nakijken. Dan kom ik soms op een ideetje, zoals met Zef, dat verhaal over Albanië zat al tien jaar in mijn knipselmap.
Misschien is het geen toeval dat mijn laatste stukken veel over de dood gaan. Het heeft er vast mee te maken dat mijn vriend Cees Landsaat, beeldend kunstenaar die ook veel voor het theater heeft ontworpen, een half jaar geleden is overleden. Onze relatie heeft bijna dertig jaar geduurd, we hebben samen drie kinderen met in totaal drie moeders. Drie jaar geleden bleek dat hij ongeneeslijk ziek was. Aan het einde van Een odyssee wilde ik niet dat bloedbad waar die kreupelaars van vrijers door Odysseus worden doodgeschoten. Ik wilde onderzoeken hoe het is als een van de twee partners na een lang leven afscheid neemt en sterft. Ook Anne en Zef ontmoeten elkaar na de dood. Ik weet niet of ik geloof dat er daarna nog iets is en misschien is dat ook niet belangrijk. Ik vond het een mooie gedachte dat Anne na haar dood de liefde zou kunnen vinden die zij tijdens haar leven niet is tegengekomen.’

Met dank aan Amber Arian en Kasper de Bont.

Batte, Haarlemse Schouwburg, vanaf 20 september, tournee tot 10 november; Anne en Zef vanaf 1 februari; www.wederzijds.nl.
Toneelteksten van Ad de Bont zijn verschenen bij uitgeverij International Theatre and Film Books