Het joegoslavië-tribunaal is laf

Sinds het aftreden van hoofdaanklager Richard Goldstone in oktober vorig jaar heeft het Joegoslavië-tribunaal alle prestige verloren. De bestraffing van oorlogsmisdaden heeft plaatsgemaakt voor effectbejag ten behoeve van de regeringen die het tribunaal financieren.

Goldstone legde zich toe op het vervolgen van de eerstverantwoordelijken zoals Mladic, Karadzic en Boban, die persoonlijk leiding hadden gegeven aan de zuiveringscampagnes waardoor Bosnië veranderde in een menselijk abattoir. Het sprak toen nog vanzelf dat Milosevic en Tudzjman eveneens zouden worden aangeklaagd.
Helaas oordeelden de rechters anders: het conflict in Bosnië was een burgeroorlog en geen internationaal conflict. Beide heren gingen derhalve vrijuit. Dat kwam de westerse landen goed van pas, ze hadden Milosevic en Tudjman nodig om het verdrag van Dayton te handhaven. Het was echter de doodsteek voor het tribunaal, waar sindsdien het opportunisme hoogtij viert. Om zijn bestaansrecht te bewijzen, moest het tribunaal de Serviër Dusan Tadic - de eerste die in Den Haag werd voorgeleid - koste wat kost veroordelen. Zijn zaak werd ontsierd door de ontmaskering van een valse getuige die door de autoriteiten in Sarajevo was geïnstrueerd, maar het tribunaal startte niet eens een onderzoek naar deze obstructie van de rechtsgang. De ‘verkrachtingsslachtoffers’ van Tadic werden eveneens wegens onbetrouwbaarheid teruggetrokken. De aanklager hanteerde voorts de omgekeerde bewijslast: niet hij moest bewijzen dat Tadic schuldig was, maar de Serviër moest zijn onschuld bewijzen. Tenslotte werd Tadic veroordeeld op grond van het feit dat hij bij het plegen van bepaalde misdaden aanwezig zou zijn geweest. Als het tribunaal zo redeneert, moet het praktisch elke Serviër schuldig verklaren aan oorlogsmisdaden. De media hebben dat overigens allang gedaan.
De arrestaties van vorige week waren van politieke aard. De Navo wilde de positie van Karadzic, die met president Plavsic in conflict was gekomen, verder verzwakken; de verdachten Kavacevic en Drljaca waren zijn belangrijkste bondgenoten en moesten derhalve worden uitgeschakeld. Over de precieze toedracht is niets bekend; de betrokkenheid van Britse SAS-commando’s bij een operatie werd nimmer officieel toegegeven. De dood van Drljaca heeft dan ook veel weg van een standrechtelijke executie. Volgens de Navo zijn zulke acties noodzakelijk omdat de Bosnisch-Servische autoriteiten niet meewerken met het tribunaal. Maar zijn het niet juist die autoriteiten die moeten worden vervolgd? Valt niemand meer over de krasse tegenstrijdigheid dat de 'kleine’ verdachten worden doodgeschoten terwijl de leiders buiten schot blijven? Boban is in bed gestorven, Karadzic en Mladic winkelen ongestoord in Belgrado. Tudzjman is onlangs herkozen en Milosevic verruilt binnenkort het presidentschap van Servië voor het presidentschap van rest-Joegoslavië.
In de week van zijn aftreden noemde Goldstone deze flagrante rechtsongelijkheid in het beleid van de westerse bondgenoten 'uitermate laf en onbehoorlijk tegenover de slachtoffers’. Zijn stem wordt node gemist.