Het JSF-schandaal

Door het rumoer over SNS Reaal en de bonussen, de Fyra, de aanstaande troonswisseling, de aardbevingen in Groningen, het paardenvlees in de hamburgers en nu weer het aftreden van de paus is dit nieuws aan de algemene aandacht ontsnapt. Maar intussen is ook bekend geworden dat onze ultrastraaljager, de Joint Strike Fighter, nog duurder zal worden.

Vorige week heeft de minister van Defensie mevrouw Hennis-Plasschaert in een brief aan de Tweede Kamer geschreven dat de ontwikkeling van het vliegtuig 20 tot 28 miljoen meer zal gaan kosten, zodat we nu 47 tot 55 miljoen zullen moeten betalen. Een opmerkelijke bijstelling. Zou dit niet een goede gelegenheid zijn om dit ‘project’ in zijn geheel eens grondig onder de loep te nemen?

De geschiedenis van de jsf is een schoolvoorbeeld van de manier waarop een belangrijk, ogenschijnlijk noodzakelijk besluit in deze tijd tot een tomeloze verwarring kan leiden, en daarom een aanschouwelijke les voor onze democratie. Omstreeks het begin van deze eeuw stond het voor de deskundigen vast dat de vorige straaljager, de F16, verouderd was en dat de exemplaren van onze luchtmacht versleten waren. Begrijpelijk, en wie zou de deskundigen tegen­spreken. Voor de vervanging kon gekozen worden uit een Frans, een Zweeds en een Amerikaans ontwerp. Het werd het laatste. Ook geen wonder. Amerika is onze belangrijkste bondgenoot. En bovendien waren aan de JSF extra voordelen verbonden. Deze keuze was goed voor de werkgelegenheid en onze kenniseconomie.

Daarna zijn de problemen begonnen. Door ondoorzichtelijke oorzaken ontstond er vertraging na vertraging en intussen werd het toestel steeds duurder. Den Haag paste de bestelling aan. In plaats van de oorspronkelijke 85 toestellen wilden we er nog maar 35 hebben, nu naar verwachting voor 87 miljoen euro per stuk. Maar als (volgens de voorspellingen van nu) in 2019 de JSF operationeel is, zullen we ons weer als slagvaardige en trouwe bondgenoot hebben bewezen. En het geduld leek te worden beloond. Midden vorig jaar heeft onze eerste JSF de eerste proefvluchten gemaakt, boven Texas. Maar met het oog op de naderende verkiezingen wilde het ministerie van Defensie dit succes zo veel mogelijk geheim houden. Van het standpunt van een regeringspartij bezien was dat niet onverstandig.

In het midden van het vorig jaar heeft een Kamerlid van GroenLinks, Arjen el Fassed, voorgesteld een parlementaire enquete over de JSF te houden. Het is er niet van gekomen, en toch is dit waarschijnlijk het verstandigste wat tot dusver over het project te berde is gebracht. De kiezer wil niet alleen weten wat dit wondervliegtuig hem tenslotte zal kosten en hoe de werkgelegenheid en de kenniseconomie erdoor zullen worden bevorderd, maar ook op welke manier onze buitenlandse politiek ermee gediend zou zijn. Hoe wordt onze nationale veiligheid erdoor versterkt? Het is het recht van de kiezer ook daarover te worden ingelicht. Ook dat is tenslotte een nationaal belang. Maar al tien jaar wordt het nieuws over de JSF door niets anders bepaald dan enorme stijging van de kosten en geweldige vertragingen. We weten dat alle grote projecten met onverwachte tegenslagen te maken krijgen, maar dit tart de somberste verwachtingen.

Dan is er nog een belangrijke, zelden gestelde vraag. In wat voor soort oorlog zou dit vliegtuig zijn diensten moeten bewijzen? We zijn nog altijd lid van de Navo, het machtigste bondgenootschap ter wereld, ontstaan als antwoord op de dreiging van de Sovjet-Unie, in 1949. In die tijd bereidden we ons voor op oorlogen met veldslagen, massale bombardementen, gigantische krachtmetingen die in een atoomoorlog zouden kunnen eindigen. Nu zo’n oorlog met Rusland, China? Geen strateeg die daar nog serieus rekening mee houdt. Sinds de jaren negentig is het terrorisme onze vijand. De bron van het terrorisme ligt in mislukte staten, Afghanistan, Irak, en in het moslimextermisme. Als de JSF tegen die vijanden een doeltreffend wapen was, had het Westen er al honderden van gehad. Maar onze oorlogen daar zijn mislukt. Nu vecht Amerika met de drones, de onbemande vliegtuigjes die van duizenden kilometers afstand worden bestuurd.

Zijn er in deze tijd conflicten denkbaar waarbij over een jaar of vijf Nederland als trouwe bondgenoot betrokken kan raken en waarin dan onze jsf’s hun goede diensten kunnen bewijzen? Ik denk het niet, maar geef onze regeerders het voordeel van de twijfel. Laat Den Haag onze bekwaamste strategen opdracht geven scenario’s te verzinnen waardoor de aankoop van de JSF aannemelijk wordt gemaakt. Wordt dat verzoek geweigerd, dan is er nog maar één mogelijkheid: een parlementaire enquete waarmee de beslissing en het daaropvolgend wanbeheer tot in de finesse worden onderzocht. Komt zo’n enquete er niet, dan kunnen we spreken van het jsf-schandaal.