Het Migrantenmuseum

Het kaartje

Medium museum ma  bileti

Willy van de Kerkhof, die was wel 34 jaar oud in dat jaar. De linksback was niet minder dan tien jaar jonger dan Willy maar kon hem toch niet bijbenen toen die ging versnellen met de bal. De helft van de schouders bestond uit migranten die wensten dat ze de benen van de jonge linksback waren. Met z’n allen zou het moeten lukken om sneller te zijn dan die linksback was. Met z’n allen zou het mogelijk moeten zijn om die snelle Hollander tegen te houden. Van de Kerkhof, Gillhaus, Gerets, Van Tiggelen… Zij waren als een leger van Orgs van Tolkien die het stadion veranderden in een bloedige veldslag. De migranten waren naar het stadion getogen om er uiteindelijk levend begraven te worden onder het gras waarop de bal rolde. Een kleine jongen stond pal achter de trainer van de rood-gelen uit het moederland.
De lampen van het stadion schenen op de zijden blouse van deze man die als een generaal zijn manschappen naar de zege had moeten leiden. Maar Gerets nam elke keer de bal aan, deed weer eens zijn een-twee met Vanenburg, bleek sneller te zijn dan de helden die niet mochten verliezen, gaf op z’n gemakje voor en Gillhaus sprong hoger de lucht in dan alle anderen. De kleine jongen keek naar het scorebord, schaamde zich voor de stand van 3-0 en begon te schreeuwen tegen de trainer met de zijden blouse: ‘Doe dan iets man, doe dan toch iets. Breng Ilyas in. Hij is je beste speler. Hij gaat onze ploeg redden…’
Hector Cuper schreef ooit dat hij als een bedelaar is die van stadion naar stadion gaat om een paar momenten van mooi voetbal mee te maken. De migranten waren in het stadion van de lampenfabriek geen voetbalbedelaars. Voor de duizenden migranten die voor het eerst in hun levens echt voetbal keken ging het helemaal niet om voetbal. Het ging om het vooruitzicht van de eerste heerlijk zachte slaap sinds de trek. De rood-gelen waren de rebellen van Spartacus. Daarom konden de rood-gelen die avond beter doodgaan dan verliezen. Maar de rood-gelen hadden vanaf minuut één geen kans in deze ‘wijstellenalsvolkookietsvoor-wedstrijd’. De trainer wilde ook nog eens de kreten van de kleine jongen niet horen.
De klok liet zien dat de zeventigste minuut werd gespeeld. De kleine jongen haalde het kaartje waar hij al die weken voor had gespaard uit zijn zak, keek er langdurig naar en scheurde het papier in tweeën. Dat was het moment dat er iets wonderbaarlijks gebeurde. Het hele stadion werd gedompeld in een fenomenale stilte. Het geluid van het scheuren van het papier was blijkbaar door iedereen in het stadion gehoord. De trainer met de zijden blouse draaide zich om, keek in de ogen van de kleine jongen en begreep toen wat hij diende te doen. Hij gaf het seintje aan Ilyas dat hij zich moest warmlopen. Ilyas had geen warming-up nodig. Hij ging het veld op en maakte tot het einde van de wedstrijd vier doelpunten. Hierop berichtten alle ochtendkranten dat de rood-gelen uit het moederland van de migranten 4-3 hadden gewonnen van de jongens van de lampenfabriek. En dat de kleine jongen deze keer niet was gepest door zijn inheemse klasgenoten.
Het verscheurde kaartje was als de verscheurde foto’s van de geliefde van Koos Alberts. Je kon ze wel verscheuren, maar voor een goede nachtrust zorgden ze niet. De kleine jongen leerde die nacht de kracht van het fantaseren en redde zijn nacht met de virtuele doelpunten van Ilyas. De volgende dag redde hij zich door te spijbelen. De dag daarop redde hij zich door alweer te spijbelen. De derde dag na de wedstrijd was het alweer zaterdag en was er dus geen school. Het leven is als een voetbalwedstrijd, beste museumbezoekers. Bij sommige wedstrijden is de bal niet eens rond, hij is vierkant. In sommige wedstrijden ga je kansloos onderuit. Het is daarom zaak om het verscheurde kaartje in de la te bewaren, om het zonodig eruit te halen en al kijkend naar het ticket te gaan fantaseren. Soms over een voetbalwedstrijd, soms over een onbewoond eiland, heel zelden over veel geld, zo nu en dan over geluk en een keer in de week over het Migrantenmuseum.