Het kaukasische mijnenveld

Vandaag in camouflagepak knokken, morgen in zijden pak het heertje: de Kaukasische ‘warlords’ hebben het naar hun zin. Maar de gewone bevolking wacht met smart op de terugkeer van de Russen. Terwijl de Tsjetsjeense strijdkrachten Jeltsin in het ‘Afghanistan-scenario’ lokken.

BAKOE - Op een heuvel even buiten de Azerbaidzjaanse hoofdstad Bakoe strekt zich, als een rood tulpenveld, een bizar aandoende erfenis van de oorlog om Nagorno-Karabach uit. Rode plastic bloemen, rode doeken en lakens bedekken de ledikantranden die als grafhek dienen. Vanaf een van de talloze graven kijkt het portret van Agiel Salimov, tweeentwintig jaar oud, je aan. Ondanks de heldhaftige pose waarin hij, gekleed in trainingspak, zijn raketwerper liefkoost, verraadt de blik in zijn ogen onzekerheid en een vaag vermoeden van het lot dat hem wacht.
Zijn moeder Leija is een van de weinige kerkhofbezoekers. Emotieloos vertelt ze hoe hier alleen het hoofd van haar zoon begraven ligt, omdat niemand zijn lichaam kon terugvinden nadat hij was vermorzeld onder een Armeense tank. ‘Wat betekent onafhankelijkheid zonder vrijheid? Wat betekent Karabach voor mij? Mijn zoon was alles voor me.’ De blauw-groen-rode vlag van Azerbaidzjan klappert boven haar hoofd.
Leija is als het merendeel van de mensen in de Kaukasus: teleurgesteld in de belofte van onafhankelijkheid, moedeloos en ervan overtuigd dat de toestand nu nog slechter is dan tijdens de oorlogsjaren. De strijd voor volk en vaderland was een ongeorganiseerde orgie van plundering en slachting, zo stelt de Georgische parlementarier Peter Mamradze: 'Het enige waar onze “soldaten” in geinteresseerd zijn, is een Mercedes. De vijand maakte hier slim gebruik van door middenin mijnenvelden auto’s achter te laten. Dorpen van de vijand werden niet ingenomen als onze troepen wisten dat er niets te halen viel.’ En in het centrum voor psychologische hulp aan oorlogsveteranen vertelt ex-luitenant Tjoetjaidze: 'Ik zie nog voor me hoe mijn mannen een vrouw uit haar huis sleurden om haar te verkrachten. Op het laatste moment gebeurde dat niet. Ze wist te ontsnappen toen de soldaten onderling begonnen te vechten over wie haar het eerst mocht nemen. Ik durfde niet in te grijpen omdat ik bang was dat ze me zouden neerschieten.’
De chaotische strijd in de Kaukasus is zo oud als de regio zelf. Voor de komst van de Russen in de negentiende eeuw was oorlogvoeren hier een permanente bezigheid, omdat er geen scherpe historische grensafbakeningen van gebieden waren. Oorlogen hadden hier trouwens geen territoriaal doel. Het waren strooptochten, gericht op de verwerving van slaven en buit. Ook de telkens weer oplaaiende strijd in de Kodori-vallei is een voortzetting van deze traditie. In deze vijftien kilometer brede en zestig kilometer lange vallei in Noordoost-Abchazie houden Georgische separatisten al meer dan een jaar stand. Een van hen is Vova, een Russische huurling die al twee jaar 'voor het christendom’ vecht. Onder het roken van een joint vertelt hij zijn levensverhaal dat, kort samengevat, erop neerkomt dat zijn beste vriend zijn rechterhand is - en niet alleen om mee te schieten.
In de door vluchtelingen achtergelaten houten hut, die hij deelt met vijf wapenbroeders, staan een 'bevrijde televisie’ en een zwart negentiende-eeuws fornuis. Portretten van Stalin prijken op het gescheurde behang. Als bandiet is Vova niet erg succesvol, want hij heeft maar een accu kunnen stelen. Daarmee wordt nu een van de kamers verlicht. In de goede oude sovjettijd had Vova werk als elektricien. Het uiteenvallen van de Sovjetunie betekende voor hem, als voor zoveel anderen, slechts werkloosheid. Al gauw blijkt dat niet zozeer de verdediging van het christendom alswel de gratis kost en inwoning, de in de vallei geteelde marihuana en de kans om, als soldaat in het Georgische 'leger’, ongestraft te plunderen de ware redenen zijn voor zijn roeping.
Twee dagen later trapt Vova op een mijn. Er volgt een vier uur durende operatie; door de gebroken ruiten van het ziekenhuis kijken zijn vrienden mee. Tijdens de operatie valt meermalen het licht uit. De volgende ochtend bevindt Vova zich buiten levensgevaar, maar zijn rechtervoet moet hij missen. Terwijl een vrouw de operatiescharen en -tangen wast in een bergstroompje naast het ziekenhuis, doen op de vloer van de operatiekamer massa’s krioelende insecten zich tegoed aan het geronnen bloed. Je kunt van een chirurg met een maandsalaris van een gulden nu eenmaal niet vragen dat hij ook nog de vloer schrobt.
Uit het feit dat het maandsalaris van een soldaat veertig gulden bedraagt, blijkt wel waar de prioriteiten in de voormalige Sovjetunie liggen. Zowel de chirurg als de soldaat hebben overigens al maanden, soms jaren, geen salaris meer ontvangen. En niet iedereen in de vallei kampt met financiele problemen. Zo was de woeste aanvoerder van de Georgiers in de Kodori-vallei, Emzar Kviziani, plotseling verdwenen. Hij werd voor het laatst gezien in de Georgische hoofdstad Tbilisi, waar hij zijn krijgshaftige baard, camouflagepak, dolk en paard had verruild voor een gladgeschoren gezicht, een zijden Armani-pak en een Mercedes 500. De verkoop van door vluchtelingen achtergelaten auto’s had hem geen windeieren gelegd.
VANWEGE DIT SOORT anarchistische toestanden is een op de zes Georgiers en een op de vier Armeniers geemigreerd, doorgaans naar Rusland. Wie vanuit een postkantoor internationaal telefoneert, wordt aangeklampt met wanhopige verzoeken om advies over visa en werk in het Westen. Van de resterende Kaukasiers zou drie kwart liever vandaag dan morgen vertrekken.
De achterblijvers halen herinneringen op aan de paradijselijke sovjettijd. Kennelijk kan geen van hen zich herinneren dat zij zelf massaal stemden voor afscheiding van de Sovjetunie. Beso, een 21-jarige student medicijnen: 'Wat voor toekomst heb ik? Misschien maak ik in Rusland een kans: daar is het goed, daar heerst cultuur en niet het primitivisme van hier. Niet dat ik niet van Georgie houd, maar dit is Georgie niet meer, dit is een bandietenrepubliek. Niets werkt hier. De machthebbers hadden gelijk toen zij dissidenten verbanden naar de Goelag en Siberie. Kijk eens wat hun denkbeelden ons hebben gebracht: oorlogen, tienduizenden doden, honderdduizenden vluchtelingen. De dissidenten waren de echte misdadigers.’
Niet alleen oorlog, economische chaos en de mislukking van het democratische experiment hebben de dromen van de Kaukasusbewoners veranderd in een nachtmerrie. Hun roep om nauwe samenwerking met het Westen en onafhankelijkheid van Rusland bleef onbeantwoord. Doordat Georgie en Abchazie dit jaar gedwongen werden om toe te treden tot het Gemenebest van Onafhankelijke Staten (Gos), en door de stationering van Russische troepen in West-Georgie, Abchazie en wellicht binnenkort in Nagorno-Karabach, zijn alle illusies omtrent de onafhankelijkheid van de Kaukasische republieken vervlogen: Rusland is er heer en meester. In de woorden van de Georgische president Sjevardnadze: 'Als minister van Buitenlandse Zaken van de Sovjetunie heb ik ervoor gezorgd dat de wapenwedloop eindigde. Ik heb het Westen miljarden dollars bespaard. Het was hun plicht om een deel hiervan te investeren in de vrede, maar het Westen interesseert zich in het geheel niet voor de voormalige sovjetrepublieken. Het beschouwt Rusland als waarborg voor stabiliteit. Dat Rusland ook een belangrijke bijdrage levert aan de instabiliteit, wordt voor lief genomen.’
Op ieder strijdtoneel in de voormalige Sovjetunie past Rusland dezelfde strategie toe: 'razdilaj i vlast voj’, ofte wel: verdeel en de macht volgt. Daartoe verbindt Moskou zich met een van de strijdende partijen: met de Abchazen en de Osseten in Georgie, met de Armeniers in het conflict rond Nagorno-Karabach of - zoals momenteel gebeurt - met de Nadteretsni-clan in Tsjetsjenie. Geen van de partijen slaagt erin zijn tegenstander(s) een beslissende slag toe te brengen en zodra de strijd is vastgelopen, oefent Rusland een overweldigende diplomatieke, militaire en economische druk uit om de strijdende partijen te dwingen tot een door Moskou ontworpen staakt-het-vuren. Daarop volgt de stationering van Gos-troepen - in werkelijkheid die van het Russische leger - en vervolgens gebeurt er niets, afgezien van eindeloze conferenties die geen politieke oplossing brengen. De grensgeschillen blijven bestaan, de vluchtelingen keren niet terug, en intussen wint het door Rusland gedomineerde Gos aan kracht doordat de economische problemen in het 'nabije buitenland’ de weerstand tegen de Russische overheersing vanzelf doen afsterven.
ONDER HET MOM van een gemeenschappelijke binnenmarkt naar Europees model zal de discussie over de grenzen spoedig van de Gos-agenda worden afgevoerd. De grenzen van het Gos worden de buitengrenzen van de Sovjetunie, waarschijnlijk met uitzondering van de Baltische staten. Gezien het nostalgisch verlangen onder vrijwel alle inwoners naar de voormalige Sovjetunie, zal dit weinig problemen opleveren. Aldus wordt de voortzetting van het Russische rijk gegarandeerd met als bijkomend voordeel dat Rusland, indien gewenst, dit scenario in de toekomst telkens kan herhalen. En dat is geen geringe prestatie voor een land dat door velen al werd afgeschreven als toekomstig derde-wereldland. Rusland bleek in staat om in drie jaar tijd vanuit een situatie van totale verwarring en onder erbarmelijke economische en politieke omstandigheden een gecoordineerde buitenlandse politiek te voeren en het grootste deel van de voormalige Sovjetunie weer bij elkaar te harken.
Hoe cynisch deze politiek ook is, ze is noodzakelijk. Na de ineenstorting van de Sovjetunie waren haar inwoners verblind door de vrijheid. De gouden toekomst die de onafhankelijkheid zou brengen, bleek zelfbedrog. Hebzucht, intolerant nationalisme en een overvloed aan wapens betekenden de ondergang: in een tijdsbestek van drie jaar vonden negen machtswisselingen en zeven oorlogen plaats. Ook zonder Ruslands hulp was het lot van de Kaukasus bezegeld door de intolerantie van nationalistische machthebbers en een machtsvacuum waarin de warlords ongehinderd konden tieren. Slechts de bereidheid van de Russen om hun overweldigende militaire en economische macht voor hun eigen politieke doeleinden in te zetten, bleek in staat het tij te keren. Zodoende is de situatie in Georgie voor het eerst sinds haar onafhankelijkheidsverklaring van drie jaar geleden verbeterd en kan Sjevardnadze beginnen met de wederopbouw. Ook de toekomstige stationering van Russische troepen rond Nagorno-Karabach en wellicht in Tsjetsjenie zal een stabiliserende uitwerking hebben op de situatie in Azerbaidzjan en Armenie. Hoera voor het Russische neo-imperialisme!
Of de Kaukasische staten over twintig jaar, aan het eind van de lange weg van normalisering aan de hand van moedertje Rusland, ook werkelijk de onafhankelijkheid wacht, zal echter afhangen van de toekomstige machthebbers in Moskou.