70 jaar Holland Festival: Een geslaagde flop

Het kielzog van Labyrint

Men herinnert zich Labyrint uit het Holland-Festival van enkele jaren geleden als een geslaagde flop. In vooral muzikale onderdelen gebeurde er veel belangrijks, maar in haar totaliteit viel de productie. Mislukt was zij in elk geval niet voor makers en veel publiek: voor makers was de voorbereidingstijd boeiend, opwindend en vaak ook erg leuk geweest.

Toen de bloedige ernst van het begin door de bizarre improvisaties van Bruno Maderna een beetje was teruggedrukt, had het publiek hoe dan ook een in meerdere betekenissen dolle, en bovendien uitputtende avond. De flop zat in het onoverzichtelijke resultaat van een anarchistisch uitgangspunt: iedereen mocht inbrengen wat hij binnen een zeer globaal schema wilde. Koert Stuyf concludeerde daar toen niet ten onrechte uit dat niemand van de anderen zijn aandeel in het totaal dus ook voor de première zou hoeven zien. Niet iedereen had die conclusie zo rigoureus getrokken, maar in mindere mate wel. En het eindproduct was daar ook naar: men werd geconfronteerd met een bij elkaar geveegde stapel van ideeën van persoonlijkheden, die elkaar alleen buiten het eigen terrein dulden. Het theatergebeuren bleek geen centrum (meer) te hebben: alle elementen vlogen daar in tegendeel vandaan. Anarchistische en theatrale doelstellingen verdroegen elkaar op deze manier blijkbaar niet.

Small beeld guus rekers   reconstructie 02

De grote waarde van het zeer ongebruikelijke experiment en de in allerlei opzichten toch boeiende avond blijft daarmee overigens onaangetast. Voor een Holland Festival met een eigen stijl zijn deze facetten van zeer veel meer belang dan het bedrijven van bovenstebeste cultuur die overal zo, iets beter of iets minder te koop is. En waarom zou een zomers gebeuren in het ludieke Amsterdam nu ook weer een soort cultureel reclamebedrijf van en voor de gevestigde enkelingen moeten zijn? Daar zijn er immers al zo vreselijk veel van. Een ander vitaal facet van Labyrint was ook het doorpruttelen ervan en eraan, door velen en in stilte; er waren ten slotte andere mogelijkheden denkbaar.

Reconstructie wordt daar nu een van de openbare, en veelzijdig-theatraal gemonteerde resultaten van, al vrij snel eigenlijk na de klappen die men bij Labyrint te incasseren had gekregen.

Er kan en wil, met en over deze gebeurtenis zeer veel overgedragen en beweerd worden. Mede in verband met het voorgaande wordt hier aangeknoopt bij een van de belangrijke stellingen van het geheel: het culturele bedrijf komt in een welvaartmaatschappij neer op reclame – mooie, opwindende, of maffe, het doet er niet toe. Als ze maar dienstbaar is aan de immense consumerende reus wiens hersenen worden bezet door een kleine sterke elite. In Reconstructie treedt deze op als de Totanco (Totaal Amerikaanse Compagnie) gepresideerd door de hoofdpersoon van het geheel: Abraham Brontosaurius Christenson – het ABC van de kapitalistisch-imperialistische orde. Welke hem overigens niet belet om de moeite te nemen, zijn oorsprong te gaan reconstrueren, zijn vader te zoeken. Hij deelt die drang met heel wat voorgangers uit de literatuur en toont in dit geval sterke verwantschap met Don Juan. De vrouwen op zijn weg vertegenwoordigen met hun melodieuze namen heel Latijns Amerika: Bolivia, Guatemala etcetera. En in de jungle daar zal hij zijn bakermat ten slotte ook vinden: Tarzan blijkt zijn vader, Bormann diens knecht – de wet van de jungle inspireert kapitalisme en fascisme gelijkelijk. Ze zullen bedwongen moeten worden door een nog sterkere.

Nu is Don Juan door zijn verdelger, de Commandeur, moreel ingekaderd, maar de eerste geslaagde correctie op Totamco’s president moet nog komen. De beste kanshebber in Latijns Amerika tot nu toe, Che Guevara, is immers vernietigd; en de krachten die hij losmaakte nog niet gebundeld.

Men heeft dit probleem ondervangen door het hele gebeuren te laten verstarren in een reusachtige dreiging die de scene ten slotte in zijn volle omvang overschaduwt. Tijdens zijn tocht laat ABC bouwen aan een standbeeld, dat ten slotte een Che Guevara van wolkenkrabber-afmetingen blijkt te zijn. Die praat niet en doet niks, maar is er, kolossaal. Zijn verpletterend ingrijpen moet de reactie worden op de verkrachtende Totamenco-president die misschien nog niet helemaal beseft dat dit beeld zijn eigen creatie is.

De stelling: kapitalistische cultuur is (al dan niet) kitscherige reclame, was ook een belangrijk uitgangspunt voor de vorm van Reconstructie. De anekdotische lijn van het Don-Juan-thema wordt steeds gelardeerd met het schetterend optreden van majorettes, meisjes met nog minder om het lijf en vrolijke showy nummers.

Het amusements-aspect is van het begin af in het scènische gebeuren geïntegreerd. We maken derhalve ook vooral kennis met onderdrukkers en hun sympathisanten. Die vertegenwoordigen de effectieve reclame-cultuur immers het beste. De onderdrukten fungeren in het drama vooral als (zwakke) motorische elementen, of bij het aandragen van sobere informatie en statements, onder meer van Castro en Che. Nadruk op de feiten – een typisch middel van het documentair-politieke theater – zoekt men tevergeefs. Reconstructie als theatergebeuren is er in eerste instantie om zichzelfs wil. Daarna kan men er eventueel van alles mee gaan doen.

Deze artistieke concentratie is kennelijk een reactie op de anarchistische aanpak van Labyrint. Zij komt zeer duidelijk naar voren in de nu gekozen werkwijze. Iedere individuele inbreng van een van de zeven makers is geduld en uitgebuit, maar vooral gezeefd door de totaliteit, de commune van makers. Die besliste meer dan democratisch over wat er wel en niet in zou komen: niet bij meerderheid van stemmen, maar uitsluitend unaniem. Elke individuele karakteristiek is zo belichaamd in de totale persoonlijkheid van de groep; wie wat precies gemaakt heeft, is vaak niet meer exact na te gaan. Duidelijk is in de opzet van het geheel alleen wél wat men gezamenlijk heeft willen breken: de macht van alle violerenden die vinden dat Reconstructie bij hun eigen speurtochten naar een oorsprong zo nodig niet hoeft. Terecht stelt de groep dat het heel project nu desnoods een flop mag halen: opzet en ervaring van dit creatieve proces hebben een uniek belang in zichzelf en zullen hoe dan ook weer veel nieuwe aanknopingspunten bieden; prutsend in de stilte, of openbaar agerend. Waar na afloop de meeste reden voor is kan men, in het kielzog van Labyrint, het beste in groten getale gaan bekijken. Al was het alleen maar omdat een oprecht dolle avond – aanmerkelijk beter gefundeerd dan een paar jaar terug – er helemaal in zit.