De toekomst van het klassieke concert

Het klankmuseum

Heeft de klassieke muziek toe komst? Uit het rapport Cultuur minnaars en cultuurmijders: Trends in de belangstelling voor kunsten en cultureel erfgoed van het Sociaal en Cultureel Planbureau blijkt dat het concertbezoek sinds 1995 daalt. Niet dramatisch genoeg om het klassieke concert bij voorbaat dood te verklaren, maar de vergrijzing van het publiek en de geringe belangstelling van vooral allochtone jongeren voor klassieke muziek geven wel aanleiding stil te staan bij de vraag welke gevolgen die tendens op langere termijn kan hebben.
Laat het tij zich keren? Ligt het aan de muziek, of aan de formule? Is het concert een achterhaald concept? Is het een zaak van educatie? Helpt het om schoolklassen naar het Concertgebouw te sleuren, of deejays Bach te laten remixen? Op 23 juni organiseert Entrée, vereniging jong publiek van het Concertgebouw en het Koninklijk Concertgebouworkest, in het Concertgebouw een debat over het thema. Op deze plek zetten de deelnemers alvast hun standpunten uiteen.

Vier manieren

door Lieven Bertels

In mijn diverse functies – radiomaker, artistiek directeur van een concertzaal, coördinator van een festival – heb ik lokaal en nationaal op een aantal manieren geprobeerd hedendaagse muziek aan het publiek te presenteren. Los van de verschillen in soort en stijl zijn er vier manieren om nieuwe muziek te laten horen:

The hard way – als nicheprogramma voor een specifiek hoog opgeleid en goed ingewijd publiek, als «one-off» en als concerten op een festival. Vaak gespeeld door specialistische ensembles of solisten die naam hebben gemaakt in dit kleine circuit.

The polite way – geserveerd in een sandwichprogramma. Meestal orkestrale werken, verborgen tussen Beethovens en Mahlers, en vaak een middel om extra subsidie te realiseren of om politiek correct te zijn tegenover de incrowd die sowieso al van nieuwe muziek houdt. Of: in sandwichprogramma’s als nauwkeurige evenwichtige historische overzichten van bedoelingen van componist, dirigent of curator die een statement wil maken.

The sleek way – als tool of middel dat het doel heiligt: hedendaagse muziek – heftige avant-garde – gebruikt in dans, videokunst, 3D-installaties en zelfs films. Het Preljocaj Ballet met Stockhausens Helikopter-kwartet; Ligeti in Kubricks The Shining met Jack Nicholson: opeens wordt zelfs het meest dissonante akkoord, het meest tergende ritme volstrekt geaccepteerd door het grote publiek.

The cocktail way – nieuwe muziek gezien door de ogen van de buitenstaander, als «nieuwe ontdekking». Goden van de pop of de electronic dance music als curator van serieuze nieuwe-muziekfestivals. Experimentele elektronica jongeren die zich voor hun samples bedienen van vorige generaties. Pygmies in between Ligeti. Van de militaire precisie van Steve Reich naar de uitzinnige humor van Raymond Scott: vele jonge artiesten en toeschouwers lijken in staat nieuwe muziek te ontdekken en ervan te genieten zonder het referentiekader van het ijzeren klassieke repertoire. Ze komen binnen via de wereldmuziek, de beeldende kunst, vanuit hun experimentele popcollectie of door een mythische quote van een van hun goeroes in bladen als Wire. Ze worden aanhanger of liefhebber van welk klein deelgebied van de hedendaagse muziek dan ook, van Pärt tot Barrett via Sorabji of Messiaen. Dit publiek maakt cross-over- programma’s erg aantrekkelijk, bijvoorbeeld voor orkesten als het London Sinfonietta. Maar niemand weet of deze publiekstoename zal aanhouden of dat het telkens een ander «feestje» is van een altijd veranderende groep.

Lieven Bertels (1971) is artistiek coördinator muziek van het Holland Festival. Hij is opgeleid als componist, werkte voor de Belgische klassieke radio en was artistiek directeur van het Concertgebouw van Brugge. Bertels heeft grote belangstelling voor elektronische muziek en het gebruik van moderne technologie in de podiumkunsten.

Hokjesgeest

Door Ralph van Raat

Strawinsky kon het over het probleem van de huidige concertsituatie gehad hebben toen hij opmerkte dat we mensen geen ontzag voor muziek moeten bijbrengen, maar dat we ze van muziek moeten leren houden. Hier ligt een kernoorzaak van het feit dat jonge mensen nauwelijks bij het klassieke concert aanwezig zijn: van kinds af aan wordt het respect voor de grote componisten op scholen aangeleerd, zelfs ingeprent, maar niet ervaren.

Muziek wordt aangeleerd als hogere kunst, en deze uitdrukking lijkt al aan te geven dat de klanken losgemaakt zijn van het dagelijkse leven. Geeft dit niet genoeg reden voor energieke jonge mensen, in de ban van de eisende drukte van vandaag, om hun aandacht af te wenden en zich bezig te houden met, naar hun mening, «relevante» zaken waarbij persoonlijke iden tificatie makkelijker is? Hier lijkt me een taak voor het onderwijs weggelegd. Beethoven is niet per definitie mooi, hij kan mooi zijn, mits je ontdekt en zelf ervaart hoe en waarom.

Een programmering met combinaties van klassieke en hedendaagse gecomponeerde muziek, die al lang niet meer zo vervreemdend is als vijftig jaar geleden, zou uitkomst kunnen bieden om het gevoel van herkenning bij de jeugd te stimuleren. Via een taal die voortkomt uit jazz, pop, klassieke en wereldmuziek heeft de moderne muziek een duidelijker aanknopingspunt met de dag van vandaag dan de muziek van twee eeuwen geleden, toen Beet hoven nog Beathoven was. Laat deels via interessantere en creatievere programmering zien hoe die muziek – hoe ver zij ook van ons lijkt te staan in het hightechtijdperk – hetzelfde wilde vertellen als de muziek van nu. Waarom geen combinaties met popmuziek? De hokjesgeest werkt vernietigend. Er is geen goede reden om het bestaan van alle andere huidige muziek soorten hardnekkig te negeren.

Ook de ambiance van de concertzaal bevestigt het idee van een historisch klank museum. De verplichte kostuums, de verplichte – en noodzakelijke – stiltes, en boven alles: de prijs van het concertkaartje. Dat alles geeft al jaren een duidelijke boodschap af aan de jongeren: jullie worden hier niet verwacht. Bovendien is de afstand tussen musicus en publiek soms erg groot. Op de achterste rij is nauwelijks meer iets te horen. Jongeren kunnen bij popmuziek, via grote beeldschermen en geluidsinstallaties, altijd iets zien en horen. De klassieke sector zou er wellicht iets van kunnen opsteken: breng de musicus dichterbij, laat zien wat hij doet en hoe het gedaan wordt. Plaats camera’s en vergroot de actie op het podium letterlijk en figuurlijk. Tijdens klassieke concerten wordt geen enkel gebruik gemaakt van de voordelen van onze tijd. Gebruik eens lichteffecten! Het is toch mooi als de concertzaal wat spannender wordt.

Muziek is de taal van klanken en niet van woorden. Een afwisseling van muzikale en verbale (en dus directe) communicatie zou de concentratie van de luisteraars ten goede komen. Veel musici zijn gepassioneerd; zij zouden het hoe en waarom hiervan toch ook gepassioneerd moeten kunnen vertellen. Of althans daartoe in de gelegenheid worden gesteld. Onbegrip leidt ook tot desinteresse. Enige handreikingen en luistertips verlevendigen de gehele ervaring. De afstand tussen musici en luisteraars zou veel kleiner moeten worden, met name bij de klassieke topmusici, die vaak in een ivoren toren lijken te zitten. Dit werkt niet alleen inspirerend en opzwepend, maar ook is het dan mogelijk de luisteraars naar je toe te trekken, hetgeen in dit multi mediatijdperk bijna in letterlijke zin een noodzakelijkheid is.

Ralph van Raat (1978) is pianist en muziekwetenschapper; beide studies sloot hij cum laude af. Hij werd toegelaten tot De Voorziening voor Excellerende Musici, een individueel opleidingstraject. Hij won vele internationale prijzen, geeft solorecitals in Europa, het Midden-Oosten, Azië en de Verenigde Staten en trad op tijdens het Holland Festival en het zomerfestival van Tanglewood. Van Raat werkt regelmatig met componisten en velen van hen hebben composities aan hem opgedragen.

Liefde en passie

door Laidback Luke

Het is ongelooflijk wat een stap house/ dance heeft gemaakt in de acceptatie als volwaardige muziekstroming. In de begintijd ondervond deze muziek veel weerstand van de gevestigde muziekgenres, maar wie had ooit gedacht dat een housedeejay een optreden mocht komen doen in dé tempel voor klassieke muziek? Voor mij was het een grote eer om een keer te mogen draaien in het Concertgebouw. En niet alleen te draaien zoals ik dat in clubs en discotheken doe, maar in heftige samenwerking met echte klassieke musici. Nou ja, «echt»: het eerste wat me opviel was dat het mensen waren van mijn eigen leeftijd. In die zin was het vooroordeel over klassiek – oud en stoffig – meteen doorbroken. Het waren leuke, vlotte, jonge mensen die ook nog eens geïnteresseerd waren in wat ik deed, die begrepen hoe een deejay tot zijn recht komt in een club of discotheek. Ook van hun kant waren er vooroor delen over deejays. Ik zag menige musicus tijdens repetities opkijken als ik ineens over zes-achtste maten of over toonsoorten begon te praten. Dat ik snapte waar ze het over hadden als ze me dingen over muziek uitlegden, dat ik begreep waar bepaalde intenties en intervallen lagen, en dat ik al leen maar cola drink tijdens deejay-optredens.

De pianoles, die ik nog steeds volg, heeft me hier prima bij geholpen, maar niet alleen dat; het feit dat ik een muziekliefhebber ben, heeft denk ik het meeste gedaan. Een heel mooie, intense ervaring. Uiteindelijk bleek het niet te gaan over de vooroordelen, maar om de liefde en passie voor muziek.

Laidback Luke (1976) is deejay, geboren als Luke van Scheppingen in Manilla. Schudde zijn imago als house/technodeejay van zich af en maakt in zijn muziek veel gebruik van bijvoorbeeld oosterse invloeden en klassieke samples. Stond in 2004 in het Concertgebouw in het kader van MTV Fusion.

Pop en kunst zijn tegenstellingen

Door Merlijn Twaalfhoven

Pop is toegankelijkheid. Het is de meezingbaarheid van een melodie, de dansbaarheid van een ritme. In het Concertgebouw moet je aandachtig luisteren, plechtig en vol eerbied, de spelers bij hun opperste concentratie niet verstoren. De donderdagavondserie is voor veel mensen vooral zinnig voor het onderhouden van contacten. Feit is wel dat dit in de pauzes en na afloop gebeurt: kunstbeleving en kletspraat zijn duidelijk gescheiden.

Men lijkt het erover eens dat serieuze kunst het beste tot zijn recht komt in pure vorm, zonder interactie met de buitenwereld. De afgeschermde setting biedt het publiek de kans stil toe te kijken en te luisteren, maar duldt vooral geen inspraak. Het publiek krijgt geen ruimte om ervaringen te delen. Applaus in het Concertgebouw is geen saamhorigheid! Het is een ruw ontwaken uit de eenzaamheid.

In populaire cultuur is de emotie die opgeroepen wordt doorgaans ondubbelzinnig. De beleving kan daardoor collectief zijn; kunstzinnige elementen zijn op smaak gebracht met een wereld van informatie en prikkelingen, zodat ze goed verteerbaar zijn en makkelijk naar binnen glijden. Pop is daarom in de eerste plaats functioneel. Het wil vermaken, ontroeren, bevestigen. Het verleidt je, wil gehoord worden, wil van jou zijn. Kunst hoeft dat allemaal niet. Het bestaat. En in het pure bestaan is het veel meer waar dan alle dingen die bestaan bij de gratie van hun functie.

Maar hoe kan kunst confronterend zijn als het is ingebed in een veilige, door conventies geregeerde omgeving als een concertzaal of een galerie? Hoe kan een werk verwarring scheppen als het begrip «kunst» voor de meeste mensen synoniem is met iets wat niet begrijpelijk wil zijn? Hoe kan iets «innerlijk» zijn als het de waarnemer buitensluit? En hoe kan kunst je echt verrassen als de verrassing alleen maar bestaat bij de gratie van variaties op andere kunst, en dat aspect alleen voor ingewijden is te volgen?

Merlijn Twaalfhoven (1976) is componist en altviolist. Hij studeerde compositie bij Daan Manneke aan het conservatorium van Amsterdam, volgde colleges etnomusicologie en hedendaagse mu ziek door Zuid- Indiase technieken, richtte in 2001 de stichting La Vie sur Terre op om projecten te realiseren die het publiek opnemen in een totaalbeleving, en werd in augustus 2004 benoemd tot lector popkunst aan het conservatorium Zwolle/Arnhem.

Schaf de term «klassieke muziek» af

door Jan Kouwenhoven

Er is veel geschreven over de uiterlijkheden van de jeugdcultuur enerzijds en de sociale context waarin de klassieke muziek geconsumeerd wordt anderzijds. Die twee liggen nogal uit elkaar. Over inhoud hoor je weinig. Als het om de inhoud gaat is het onderscheid tussen klassieke muziek en popmuziek kunstmatig. Dus: waarom schaffen we de term «klassieke muziek» niet af? Muziek bestaat in vele vormen, maar het zijn allemaal loten aan dezelfde stam. Zet die vormen naast elkaar, ontdaan van imago en verdere humbug. Trouwens, veel popmuziek zou je inmiddels net zo goed klassiek kunnen noemen. Ik zou wel eens van een kenner willen weten wat precies de criteria zijn voor goede popmuziek, inhoudelijk dus, ontdaan van de theatrale visuele aspecten. Een vriend van me zei eens: jongeren naar klassieke concerten lokken wordt gesubsidieerd, waarom denkt de subsidiegever nooit aan het steunen van (theoretische) pogingen om ouderen naar popconcerten te krijgen?

Ik geloof absoluut niet in de ontoegankelijkheid van «klassieke muziek». Natuurlijk is het ene werk moeilijker te verstaan dan het andere, maar het gaat altijd over diep menselijke emoties, die iedereen aangaan.

De muzikale taal is vrij eenvoudig te leren, maar moet wel onderwezen worden. Kinderen moet je op lagere-schoolleeftijd muzikaal vormen. De middelbare-schooljeugd is een heel ander verhaal. Muziek, pop in dit geval, is onontbeerlijk voor de identiteit of het zich onderscheiden als groep. Daar hangt het af van iemand die de klassieke muziek op een pakkende wijze aan de man brengt. Ik ben ervan overtuigd dat een goede uitleg een andere luisterhouding teweegbrengt.

Jan Kouwenhoven (1950) is eerste hoboïst van het Concertgebouworkest en docent aan het Noord-Nederlands en het Amsterdams Conservatorium.

_______________________

Entrée ledenbon:

Entrée is de vereniging voor jong publiek van het Concertgebouw en het Koninklijk
concertgebouw orkest en is er voor iedereen tot 27 jaar.

Word nu lid en je kunt voor 10,- euro per jaar naar de beste concerten in het Concertgebouw voor maar 5,-.
Kijk voor meer informatie en de huidige Entréeselectie op:[www.entreeweb.nl](http:// www.entreeweb.nl)

Gegevens nieuwe Entréelid:

Naam: Achternaam: Geslacht: M/ V

Adres: nr.: Postcode/ Plaats:

Telefoon: mobiel:

Geboorte datum: E-mail:

De contributie wordt betaald door:

Naam: Geslacht: M/ V

Adres: nr.: Postcode/ Plaats:

Telefoon: Geboortedatum:

Ik machtig Entrée om tot wederopzegging de contributie van 10,- eenmaal per jaar van mijn bank/ girorekening te schrijven:

Datum:

Handtekening:

Stuur deze bon in een ongefrankeerde enveloppe naar:

Het Concertgebouw N.V.

Antwoordnummer 17902

1000 WR Amsterdam