Het koninkrijk Bahrein: twee zeeën, twee sektes

Manama - De afgelopen zes maanden woonde ik in een land met de bijnaam ‘Las Vegas van het Midden-Oosten’, propvol met neonverlichting, nachtclubs en prostituees. Maar ik woonde ook in een land van zanderige dorpen met zwarte vlaggen en kleine moskeeën. Beide zijn Bahrein. De naam van het land betekent 'twee zeeën’ in het Arabisch, maar kan net zo goed dienen als metafoor voor de deling tussen twee sekten. De protesten die overal in de Arabische wereld opflakkeren, begonnen hier op 14 februari. De belangrijkste eis van de demonstranten was een gekozen minister-president, in plaats van een benoemde. Dit was een redelijk verzoek, gedeeld door soennieten én sjiieten. Maar de onrust is inmiddels omgeslagen naar een wijdverspreide paranoia dat binnenkort een burgeroorlog uitbreekt tussen sjiieten en soennieten, aangewakkerd door de persdiensten van het regime en door de geo-religieuze machtsstrijd tussen Iran en Saoedi-Arabië.

Sinds Iran een mislukte staatsgreep steunde in 1981 is er een latente angst onder soennieten dat Bahrein slechts één stap verwijderd is van een mini-Iran, waar vrouwen verplicht in zwarte chadors lopen en alcohol illegaal wordt gebrouwen in het bad van de buren. Dat zou ook voor Bahreins welvaart desastreus zijn: veel daarvan wordt verdiend met toerisme en zondige zaken. Mijn collega, een soenniet en een voormalig beurshandelaar, denkt dat democratie een goede zaak zou zijn: 'Arabieren hebben hervorming en moderniteit nodig. In duizenden jaren is er niet één woord toegevoegd aan het Arabisch woordenboek.’ Evengoed bereidt ze een verhuizing voor naar Australië. Als democratie naar Bahrein komt, wil ze er niet bij zijn.

De meeste demonstranten zijn sjiieten die - als je de heersende soennitische klasse mag geloven - allemaal thuis een portret van ayatollah Khomeini hebben hangen. Maar hoezeer journalisten dit punt ook najoegen, invloed van Iran werd er niet gevonden. 'Dit gaat niet om Iran’, zei een demonstrerende vrouw. 'Dit gaat erom dat ik mijn kinderen wil kunnen voeden.’ Twee weken geleden walsten veiligheidstroepen de tenten van demonstranten plat op de centrale Parel-rotonde in Manama. Enkel een paar tanks die verspreid door de hoofdstad staan te bakken in de zon herinneren er nog aan. Maar de protesten gaan door in sjiitische dorpen. Op de meeste avonden kan urenlang jammeren en zingen worden gehoord voor de moskeeën, slechts onderbroken door de luide knallen van traangasbussen en het trage gerommel van militaire voertuigen. Soldaten uit Saoedi-Arabië zijn ingevlogen om te zorgen dat Bahrein geen nieuw Egypte wordt.

De roep om meer vrijheid en democratie lijkt hier voorlopig gedwarsboomd, maar er is een wijdverbreid gevoel dat er uiteindelijk verandering zal komen. Of dat nu gebeurt over één of tien jaar. Want zowel de meerderheid van de sjiieten als van de soennieten wil politieke hervormingen, en niet Ahmadinejad als president. Zoals een demonstrant zei: 'Ik hou van Iran, ik ga er graag op vakantie. Maar waarom zou ik willen dat Iran mij regeert? Ik wil mij regeren.’