Het seksuele is politiek

Het kosmische orgasme van Wilhelm Reich

Seksuele onderdrukking maakt de mens ook ontvankelijk voor andere vormen van onderdrukking en dient zo de heersende macht. Bovendien komt energie vrij voor nuttige arbeid. Hoe actueel is deze vooroorlogse theorie van de Oostenrijkse psychoanalyticus Wilhelm Reich nog?

WAAR ZIJN ZE gebleven, de geperverteerde seksuologen van weleer, de obsessieve lustbevrijders en gepolitiseerde erotomanen, de onbestoven albestuivers die de mensheid wilden bevrijden volgens hun hoogsteigen recept voor seksuele gezondheid? Henry Havelock Ellis, de seksuoloog die impotent was totdat hij op zijn zestigste zijn vrouw zag urineren. De Oostenrijkse communist Wilhelm Reich, ontdekker van de ‘orgastische potentie’. De Duitse artsen Alfred Bernstein en Julius Moses die pleitten voor een geboortestaking onder arbeidersvrouwen als ‘proletarisch wapen’ in de strijd voor een betere wereld.
Verstoft, begraven en vergeten zijn ze. Seksualiteit is zo ‘bespreekbaar’ geworden dat we geen recepten meer nodig denken te hebben. De hervormers van weleer vormen in moderne ogen een rariteitenkabinet, getekend door de bekrompenheden van hun tijd en onbruikbaar in onze seksueel gelouterde wereld. We aanvaarden niet eens meer dat we deel uitmaken van een samenleving die ons normen oplegt waaraan we al dan niet bewust voldoen. Als we het woord ‘pornificatie’ horen, trekken we onze revolver: wie durft daar aanspraak te maken op ons orgasme?
Toch is er veel voor te zeggen dat politiek en seksualiteit intiem met elkaar verbonden zijn. Dat inzicht is de unieke verdienste van de genoemde Reich. Het blijft de moeite waard om hem bij tijd en wijle weer eens af te stoffen. Afgezien van het feit dat hij krankzinnig was, was Wilhelm Reich (1897-1957) namelijk zo gek nog niet.
Voor de Tweede Wereldoorlog was hij een gezaghebbend psychoanalyticus, eerst in Wenen, later in Berlijn. Hij geldt onder meer als de ontdekker van de zogenaamde karakterstructuren, ook wel ‘karakterpantseringen’ genoemd. Dat zijn defensieve lichaamshoudingen, tot uiting komend in specifieke chronische spierspanningen, waarmee een mens zich beschermt tegen emotionele ‘aanvallen’ en psychische pijn. Het stempelt hem tot een van de grondleggers van de lichaamsgerichte therapie.
Wilhelm Reich was ook een van de eerste seksuele voorlichters die vrouwen in de volksbuurten duidelijk maakten dat ze recht hadden op een fatsoenlijk orgasme in plaats van twee minuten gehijg met het licht uit. Dat hij hen in voorkomende gevallen een handje hielp, strekt hem tot eer. Hadden hun kerels maar beter op moeten letten tijdens het vragenuurtje.
PAS NADAT REICH als jood en communist in 1933 de wijk moest nemen naar Scandinavië en vervolgens naar Amerika verviel hij tot de kwakzalverij waarom hij sindsdien helaas voornamelijk bekendstaat. Het begon ermee dat hij onder de microscoop ‘kosmische energiedeeltjes’ ontdekte, door hem ‘orgonen’ gedoopt, die de grondslag van alle leven en de krachtbron van de menselijke seksualiteit vormden. De concentratie van orgonen in een mens bepaalde de intensiteit en bevrediging van zijn orgasme. Om de ‘orgastische potentie’ te verhogen, stelde Reich onder meer zichzelf en zijn medewerkers tot misselijk wordens toe bloot aan nucleaire straling. Hij eindigde zijn leven in een Amerikaanse gevangenis omdat hij tegen een rechterlijk bevel in zogenaamde ‘orgonenkastjes’ bleef verkopen. Dat waren kastjes waarmee de gebruiker de kosmische deeltjes kon aantrekken teneinde kanker en andere ziekten te bestrijden en de potentie te bevorderen. In Amerika bestaan nog steeds sekten die deze leer in praktijk brengen.
Hij slaagde er zelfs in om Albert Einstein bij zijn experimenten te betrekken. Op Reichs aanwijzing installeerde de fysicus in 1940 in zijn kelder een ‘orgonenaccumulator’. Dat was een soort kooi van Faraday die kosmische energie zou vasthouden zodat een object dat erin werd geplaatst warmer zou worden dan zijn omgeving. Nooit is Reich dichter bij publieke erkenning gekomen dan op dat moment. Hij was door de Oostenrijkse communisten uit de partij en door Sigmund Freud uit de Internationale Psychoanalytische Vereniging gegooid. Beide organisaties deden hun best om zijn reputatie te schaden. Na aankomst in de Verenigde Staten werd Reich ook nog eens door de FBI in de gaten gehouden vanwege zijn communistische sympathieën. Einstein was zijn laatste paspoort naar erkenning en respectabiliteit.
Helaas, Einstein was ook al niet geïnteresseerd in de psychologische dimensie van Reichs orgonentheorie, hoewel het driftleven van de beroemde fysicus bepaald stormachtig was. In de intieme biografie Het verborgen leven van Albert Einstein (1993) van Roger Highfield en Paul Carter komt de naam Reich niet voor. Einstein wilde hooguit zijn accumulator uitproberen om te zien of hij – heel misschien – de sleutel bevatte tot het perpetuum mobile. Het feit dat hij het apparaat in zijn eigen kelder onderbracht en niet in zijn laboratorium in Princeton zegt al genoeg over zijn verwachtingen. Na drie sessies moest Einstein vaststellen dat er in de accumulator niets opmerkelijks gebeurde. Reich trachtte in een wanhopige briefwisseling te redden wat er te redden viel, maar ook Einstein wilde niets meer van hem weten.

SINDSDIEN HANDELT ELKE publicatie over Wilhelm Reich grotendeels over die belachelijke orgonentheorie, niet over zijn vooroorlogse activiteiten. Op portretfoto’s staat hij ook nog eens afgebeeld als een geval uit de psychiatrische kaartenbak, een slecht verzorgde man met een woeste blik en omhoog gekamd vlashaar dat hem een permanent panische uitdrukking verleende. Zo’n man hoef je niet serieus te nemen, zeker niet als je weet dat hij (alweer in de tweede helft van zijn leven) in vliegende schotels geloofde. Reich dacht op zeker moment zelfs dat hij de Messias was en schreef daar tot overmaat van ramp een dik boek over.
Zo’n man kun je ook jarenlang ongestraft plunderen. Dat deden de auteurs van de Frankfurter Schule in de jaren veertig en vijftig en de vertegenwoordigers van de antipsychiatrie in de jaren zestig en zeventig. Maar je kunt hem niet voorgoed het zwijgen opleggen. Reich zette de eerste, moedige stappen op het onontgonnen gebied van seks en politiek. Hij deed dat met alle beperkingen die zijn tijd en zijn (marxistische) ideologie eigen waren, maar sinds Reich valt er niet aan te ontkomen: het seksuele is politiek, of we het nu willen weten of niet. En we kunnen maar beter zorgen dat we het weten, want elk politiek regime heeft een bijbehorend seksueel regime en daaruit voortvloeiende specifieke neurosen. In het ergste geval gaat radicale onderdrukking van de lust samen met totalitaire vormen van politiek. We zouden dus gewaarschuwd moeten zijn.
Reich deelde de opvatting van Freud over het grote, sturende belang van de seksualiteit voor het menselijk leven. Hij was het met Freud eens dat kinderen vanaf de geboorte seksueel actief zijn en dat de onderdrukking van jeugdige seksualiteit een voorname oorzaak van psychische problemen is. Hij onderschreef ook Freuds standpunt dat onze moraal uit die repressie voortkomt, dus uit verinnerlijkte seksuele verboden en taboes, en niet uit een afzonderlijke hersenfunctie (het geweten) of uit ’s mensen goddelijke ziel. Hij verschilde echter van mening met Freud over de maatschappelijke kant van de zaak. Volgens Reich kwamen ook de maatschappelijke omstandigheden waaronder een mens leeft in zijn seksuele gedrag tot uiting. En hij sprak met meer recht dan Freud. Reich had niet alleen veel meer patiënten, hij had ook andersoortige patiënten dan de grondlegger van de psychoanalyse. Waar Freud zich toelegde op een handvol welgestelde, goed onderlegde en verbaal begaafde bourgeois, hield Reich ook (gratis) praktijk voor de heffe des volks.
Hij stuitte daarbij op sociale problemen, taboes en seksuele ontsporingen waarbij de individuele kronkels van Freuds patiënten verbleekten. Samen met Otto Fenichel, een andere analist die op de politieke linkervleugel opereerde, concludeerde Reich dat seksuele onderdrukking de heersende macht diende. Door de verdringing of onderdrukking van zijn lust ontwikkelde de mens een karakterstructuur die ook andere vormen van onderdrukking verinnerlijkte en uiteindelijk zijn gevoel van eigenwaarde sloopte. Seksuele (zelf)onderdrukking schiep zodoende de voorwaarde voor maatschappelijke onderdrukking. Hoe massaal dit effect optrad, bleek uit hun schatting dat negentig procent van de vrouwen en zestig procent van de mannen in Wenen seksuele neurosen had.
Naast de politieke economie bestond er volgens Reich zoiets als een seksuele economie. Die diende niet zomaar de sublimatie, dat wil zeggen de omzetting van seksuele energie in maatschappelijk nuttige arbeid. De mens onderdrukte zijn aandriften in het belang van de machthebbers van het moment: ‘De seksuele economie stelt de vraag: om welke sociologische redenen onderdrukt de samenleving de seksualiteit? Freuds culturele filosofie antwoordt: “Om wille van de cultuur.” Maar als we naar de geschiedenis van de seksuele onderdrukking kijken, dan zien we dat deze niet bestond in de vroege fasen van cultuurvorming. Seksuele onderdrukking kan dus geen bestaansvoorwaarde voor cultuur zijn. Die onderdrukking treedt pas veel later in werking, gelijktijdig met de moderne klassensamenleving en het patriarchale huwelijk, en gaat gepaard met een seks-ontkennende religie met een eigen seksueel-politiek instituut, de Kerk.’ In extremis werd de seksueel verweesde massa ontvankelijk voor figuren als Hitler die de verdrongen lust op zichzelf en hun heilsboodschap wisten te projecteren.

ZOALS GEZEGD ONTKWAM Reich niet aan de beperkingen van zijn tijd. Dat blijkt bijvoorbeeld uit zijn analyse van de Röhm-Putsch van 30 juni 1934. Op die dag liet Hitler de homoseksuele leider van de SA, Ernst Röhm, en een aantal gelijkgeaarde SA’ers vermoorden omdat ze ‘moreel verdorven’ waren. Reich noemde de moord hypocriet omdat de nazi’s met hun ideeën over mannenbroederschap, kadaverdiscipline en Führer-verering zelf ‘de homoseksualiteit onder overigens gezonde mannen bevorderden’. In een artikel in het door hem opgerichte tijdschrift Sex-Pol ging hij zo ver te stellen dat ‘de homoseksualiteit een buitengewoon sterke verankering van de fascistische ideologie vormt’. Kortom, het nazisme was eerder verwerpelijk omdat het homo’s ‘kweekte’ dan omdat het homo’s vermoordde.
Daarentegen zijn andere aspecten van zijn theorie empirisch bevestigd. Een mooi voorbeeld van zulke bevestiging biedt de statistische studie A Cross-Cultural Summary (1967) van antropoloog Robert Textor. Het boek is een compilatie van twintigduizend statistisch significante correlaties tussen culturele verschijnselen in vierhonderd verschillende culturen. Een van de saillante uitkomsten van Textors tabellen is dat seksuele vrijheid voor jonge mensen en met name het toestaan van seks vóór het huwelijk het geweld in een samenleving inperkt, tot uiting komend in minder oorlogszuchtigheid, moord, diefstal, marteling of verminking van vijanden, slavernij en aanbidding van strenge, bemoeizuchtige goden.

WAT BLIJFT ER OVER van Reichs seksuele economie nu de bevrijding van de lust een feit is? Het patriarchale gezin is afgebroken door feministen en ‘anti-psychiaters’ als Ronald Laing en David Cooper en hun minder begaafde volgelingen in de politiek, het maatschappelijk werk en de geestelijke gezondheidszorg. Dat geldt ook voor het gezag van weleer dat door de seksuele onderdrukkingsmechanismen werd geschraagd. Het gezag is zelf een ‘verleider’ geworden wiens fysieke aantrekkelijkheid (van het uiterlijk van politici tot het flitsende pakje van de hedendaagse fietsagent) het steeds vaker wint van de inhoud.
Het lijkt erop dat we vandaag niet de seksualiteit, maar de sublimatie onderdrukken. In plaats van de seksualiteit te verdringen zodat we ons aan ‘hogere’ dingen kunnen wijden, zoals onze voorouders deden, moeten we toelaten dat ons hele leven wordt volgebouwd met orgonenkastjes, van pizzareclames tot pornokanalen op tv. Nu ontdekken we dat de lust geen gezonde oerkracht is die we maar vrij hoeven te laten om gelukkig te worden, zoals Reich dacht. Integendeel, we hebben de lust vervreemd en opnieuw geketend door haar over te leveren aan de markt. De schrijver Michel Houellebecq heeft furore gemaakt door genadeloos in die achilleshiel te prikken: ‘In onze samenleving vertegenwoordigt seks een tweede differentiatiestelsel dat volkomen onafhankelijk is van geld, en dat tweede stelsel blijkt minstens zo meedogenloos als het eerste. Het economisch liberalisme is de uitbreiding van de strijd naar alle leeftijden en klassen van de samenleving. Op dezelfde manier is het seksueel liberalisme de uitbreiding van de strijd naar alle leeftijden en klassen.’
De Duits-Amerikaanse socioloog Herbert Marcuse heeft al in 1964, terwijl het proces in volle gang was, de culturele gevolgen geschetst van de doordringing van markt en seksualiteit: ‘De oppositionele en transcenderende elementen uit de “hogere cultuur” verdwijnen langzamerhand. Ze vallen ten offer aan een proces van ontsublimering. De verering van de autonome persoonlijkheid, van humanisme, van tragische en romantische liefde schijnt het ideaal van een overwonnen ontwikkelingsfase te zijn. Overal stuit men op ontsublimeerde seksualiteit: bij O’Neills alcoholisten en Faulkners wilden, in de Streetcar Named Desire en onder het Hot Tin Roof, in Lolita, in alle verhalen over orgieën in Hollywood en in de avontuurtjes van middenstandsvrouwen. Het is part en deel van de samenleving waarin het zich afspeelt, maar nergens een ontkenning ervan. Alles wat er gebeurt, is wild en obsceen, robuust en pikant genoeg, volstrekt immoreel – maar juist daardoor volmaakt onschadelijk.’
De seksuele revolutie was, met andere woorden, een vorm van pacificatie. De bijpassende neurose is het narcisme, een houding die voortdurende en onmiddellijke behoeftebevrediging eist en ons tegelijk verhindert er volop van te genieten. Het kosmische orgasme van Reich is dus gereduceerd tot een storm in een pizzadoos. En dat gaat ons opbreken, want de lust kruipt waar hij niet gaan kan. Van de weeromstuit geldt seksuele onthouding tegenwoordig weer als subversief. Onthouding is geen neutrale ‘keuze’ zoals alle andere. Als zo’n trend doorzet heeft dat vroeg of laat politieke gevolgen. Dankzij Reich zijn we gewaarschuwd.
Om te voorkomen dat het reactionaire discours van herboren christenen en moslims de overhand krijgt, hebben we een nieuwe generatie seksuele hervormers nodig die ons vertelt hoe we moeten sublimeren, ontseksualiseren, slow sex beoefenen, hoe we onszelf de cursus paaldansen en onze kinderen de bedevaart naar de Costa del Wip kunnen besparen. Desnoods zijn ze net zo gek als de vorige lichting, als ze maar weer tegen schenen schoppen, ons aan het denken zetten – alles liever dan dat we terugkeren naar de strenge, bemoeizuchtige goden van vroeger en Reich weer uit de kast moeten halen.