Eilandenrijk: Veen, klein Sicilië in Brabant

Het Kruis brandt elk jaar

Veen is streng gereformeerd. Op zondag wordt er niet geklust. De laatste die dat toch probeerde woont niet meer in het dorp. ‘Het is een stevige, rechtse enclave.’

OP ÉÉN PLEK in Nederland is Pinksteren de generale repetitie voor Oudjaar. In het Brabantse kerkdorpje Veen houden de burgemeester en de veldwachter hun adem in. Ze hopen dat de brandweer niet hoeft uit te rukken, laat staan de Mobiele Eenheid. Een nooit gepakte groep dorpelingen placht met Pinksteren in het klein te oefenen om op 31 december uit de band te kunnen springen. Auto’s scheuren dan naar een afgesproken punt, mannen met bivakmutsen springen er op het laatste moment uit. De auto’s zijn volgepakt met in benzine gedrenkte lappen en autobanden, ze vliegen in brand. Veen houdt zijn stookfeest. Op nieuwjaarsdag hangt er nog een vette rubberwalm, maar daarna keert de rust weer.
Veen aan de noordwestelijke grens van de provincie hoort niet echt bij Brabant. Geen boeren, geen katholieken. Het is bijna als het Gallië van Asterix en Obelix. Een broertje dood aan gezag, onafhankelijk, verschanst achter een bastion. Waar Asterix en Obelix elk avontuur afsluiten met een feestmaaltijd midden in het dorp die eindigt in een matpartij, daar viert Veen elke jaarwisseling met het in de fik steken van stookauto’s, het liefst ook midden in het dorp, op de kruising van de Witboomstraat, de Mussentiend en de Van der Loostraat, in de volksmond ‘het Kruis’. Wie er wat van zegt kan een brandende auto in zijn voortuin krijgen. Burgemeester Frans Buijserd vertrok en wil niet meer worden herinnerd aan zijn tijd in Veen, ook niet aan zijn eigen uitspraak: 'Veen is een Siciliaans dorp, waar mensen onder de knoet worden gehouden met bedreigingen.’
Vrachtwagens rijden in konvooi over de N322. Wat de boeren in de wijde omgeving verbouwen, brengen de Veensen naar Duitsland. Veel grote losstaande huizen, veel loodsen, veel transportbedrijven. Langs de weg staan waarschuwingsborden: '80. Hier vindt permanente radarcontrole plaats’. Toch zijn er ook nog flitspalen. Op de achterkant van de borden hangen posters: 'Kies voor Jezus’.
Veen is streng gereformeerd, de zondag is heilig. De mannen die doordeweeks in hun vrachtwagens zitten, gaan op deze Eerste Pinksterdag samen met het gezin naar een van de drie kerken. De trucks met hun aanhangers staan geparkeerd op de erven.
De Grotestraat loopt naar de grootste kerk. Halverwege is met paaltjes een wegversmalling aangebracht. Zwarte roetplekken op de weg en de stoeprand. Bij de hervormde kerk gaat de Van der Loostraat naar rechts. Zo'n honderd meter verderop ligt 'het Kruis’. Is dit het nu? Het kruispunt dat sinds halverwege jaren negentig het podium is voor brandende auto’s? Dat vanaf de jaarwisseling van 2000-2001 regelmatig met oud en nieuw met dranghekken en betonblokken wordt afgezet? De kruising waarover twee bewoners van het appartementencomplex na het feest van 2002-2003 schreven: '14 zelfrijdende auto’s, 2 caravans, 1 boot en 1 aanhangwagen, alle volgepropt met oude autobanden, afgewerkte auto-olie en alle mogelijke vieze troep, overgoten met benzine zijn afgestookt. Een vuurzee en donderende knallen. De politie stond erbij en keek ernaar.’
Is dit het kruispunt dat eind 2004 door burgemeester Buijserd tot oorlogsgebied was gemaakt? Waar camera’s waren opgehangen, een zone was ingesteld waarbinnen geen personen en voertuigen op de openbare weg mochten komen, een tweede zone was ingesteld waar geen voertuigen mochten rijden, en waar omheen gepantserde shovels, pantservoertuigen van de Koninklijke Marine en vier pelotons ME zich bewogen? Dezelfde kruising waarboven bij de jaarwisseling van 2009-2010 nog drie onbemande vliegtuigjes met camera’s vlogen, dezelfde als in Afghanistan?
Ook met Pinksteren was het in de voorgaande jaren onrustig in Veen, zij het in mindere mate. Bij het feest, dat bekendstaat als het Koeienmelken, ontstond geregeld een kat-en-muisspel tussen politie en jong volk. Dit uitte zich in het stoken van kleine brandjes, verspreid over het dorp. Het Koeienmelken gaat terug naar het begin van de vorige eeuw. Arme mensen uit Veen gingen in de nacht van Eerste op Tweede Pinksterdag de weilanden in om de koeien van de boeren te melken. Zo hadden ze één keer paar jaar gratis melk.
Deze Pinksteren bleef het rustig.

BEN GROOT (68) was van 1995 tot 2000 wijkagent. Daarvoor was hij dat onder meer in Den Haag. Hij is gepensioneerd en woont in Oosterhout, Noord-Brabant. 'Wij hadden dorpsoverleggen om de vieringen voor te bereiden. Ook hadden we gesprekken met de jeugd. Via een aantal jongeren probeerde je hun maten te sturen. Ook ging ik op de fiets langs alle loodsen en bedrijventerreinen. Wanneer ik dan autobanden, pallets, of ander spul buiten zag liggen, dat kon worden gebruikt voor het stoken, klopte ik bij de mensen aan. Ik waarschuwde ze dan: “Als je de gelegenheid of middelen biedt voor het stoken, dan ben je strafbaar.” Ik blufte een beetje, maar meestal werkte het. Het lastige is: in Veen heeft elke handelaar wel een loods.
Verder kon je als politie niet gek veel doen. Mijn idee is dat je er niet te hard tegen moet optreden. Het wordt vanzelf weer Nieuwjaarsdag. Een collega toentertijd uit Oosterhout dacht daar anders over. Hij is toen midden op het Kruis gaan staan. Maar de jongeren reden in hun autowrakken op hem en de kruising af, sprongen er op het laatste moment uit en verdwenen in de menigte.
Natuurlijk hebben we geprobeerd om het stoken te verplaatsen naar andere locaties dan de kruising. Bijvoorbeeld naar grotere kruispunten op grasveldjes aan de rand van het dorp. Daarover zijn vaak gesprekken geweest. Maar ze wilden het niet.’ Dan verklapt Groot: 'Wij vermoedden in die tijd dat het stoken gestuurd werd door een aantal handelaren uit het dorp. Die betaalden de jongeren. De stookauto’s werden volgepropt met allerlei afval, zoals afgewerkte olie. Dat gaf natuurlijk een hoop rook en die handelaren konden er op een gemakkelijke manier vanaf komen. Maar we hebben er nooit echt de vinger achter kunnen krijgen.’
Begin 2005 werd hulp van buiten ingeroepen om de stokers in kaart te brengen en te bestrijden. Het COT, instituut voor Veiligheids- en Crisismanagement van de Universiteit Leiden, deed onderzoek, maar kwam niet verder dan dat er stokers, regelaars en mogelijk een paar financiers zijn die legale auto’s op kenteken volproppen met afvalolie.
Dat het COT was ingevlogen om onderzoek te doen naar een traditie in een klein kerkdorpje had vooral te maken met oud en nieuw van 2004-2005. Voor die jaarwisseling had burgemeester Frans Buijserd bij wijze van spreken zelf olie op het vuur gegooid. Op het Kruis gold een straatverbod, in veel straten mochten geen auto’s rijden of geparkeerd staan. Ruim tweehonderd politiemensen, waaronder ME en arrestatieteams, reden door Veen. Op 29 december moest op het Kruis een bord worden weggehaald met de tekst: 'Een Buijserd overleeft wel de winter in Nederland, maar nie in Veen’. Later brandden her en der toch auto’s uit.

BERT DROST was van 1981 tot en met 2009 directeur van de enige basisschool in Veen, de christelijke Oranje Nassauschool. Hij kent zijn pappenheimers. 'Al op hun zesde of zevende gaan ze met een kar langs de huizen. Om bloemen en spullen die vader kwijt wil te verkopen. En al op die leeftijd beheren ze zelf de portemonnee. Ik heb zo vaak bij ouders de blaren op mijn tong moeten praten om hun kinderen naar de havo of het vwo te krijgen. Dat is me vaker niet dan wel gelukt. De jongeren gingen na de basisschool liever naar Aalst, aan de andere kant van het water, waar toen nog een lts was. Dan konden ze daarna van school om snel geld te verdienen. Dat gevoel hebben ze in Veen allemaal heel sterk: een eigen bedrijf willen hebben. Die vrachtwagen volduwen en door Duitsland rijden tot-ie leeg is.’
Chiel Smits (58), geboren en getogen in Veen, was jarenlang de enige en laatste boer van het dorpje. Een oude rottweiler met kale plekken bewaakt zijn erf aan de Grotestraat. 'Ze handelen hier in eieren, groente, kaas en bloemen en gaan door heel Europa. Zelf ben ik in 2004 gestopt met mijn boerenbedrijf. Het was geen haalbare kaart meer om het bedrijf voort te zetten. Ik zat op steeds meer verschillende, kleiner wordende locaties in en rond het dorp. Tot die tijd had ik ongeveer tachtig stuks klein en groot vee. Nu bezorg ik vriesbestellingen, voornamelijk vis, aan restaurants. Mijn werkgebied is de as Amsterdam-Deventer, en alles wat daaronder zit.’
Dominee Jacob Brouwer, een dertiger, woont sinds een maand samen met zijn vrouw en twee jonge kinderen in Veen. In de pastorie naast de grote kerk. Zijn kerk. Hiervoor diende hij de Heer in Epe. Hij heeft al veel gesprekken met zijn gemeenteleden gevoerd om Veen snel te leren kennen. De dominee bevestigt het beeld dat de anderen schetsen. 'De mensen in Veen zijn iets lager opgeleid dan in de rest van de regio. De mentaliteit is dat je zelf je kost moet verdienen. Het liefst zijn de mensen onafhankelijk. Financieel onafhankelijk, maar ook in de zin dat ze liever eigen baas zijn. Dat handelen gaat ze goed af en dat laten ze zien ook. Ze rijden over het algemeen in Mercedessen en wonen in grote huizen. Maar daar werken ze dus heel erg hard voor. Weken van zeventig tot tachtig uur zijn geen uitzondering.’
Ex-boer Chiel Smits ziet zijn dorpsgenoten als vrijbuiters die als het nodig is een bastion optrekken: 'Veen is een compacte gemeenschap. De mensen hebben zogezegd schijt aan alles wat er buiten het dorp gebeurt. Hoewel de mensen op zichzelf gericht zijn, staan zij voor elkaar klaar als het nodig is. Je moet niet onterecht aan een Veense komen, want dan gebeuren er, laat ik het zo zeggen, rare dingen.’
De sociale druk in Veen is groot. Iemand die liever anoniem blijft, zegt: 'De mensen in Veen kunnen je zes keer per dag gedag zeggen, maar als je dan op zondag iets doet wat op werk lijkt, lopen ze je straal voorbij.’ Drost: 'Er zijn maar weinig mensen van buiten die in Veen wonen of komen wonen. Zij konden vaak niet aarden in Veen. Het is een stevige, rechtse enclave.’
Martien Timmermans (58) is de buurman van Smits. Hij is koster van de hervormde kerk. 'Het is hier bij wijze van spreken gewoon om even het kenteken te noteren van een vreemde auto die het dorp binnenrijdt. En als je om elf uur ’s avonds, buiten in het donker, te lang stilstaat op de stoep, dan komen de mensen naar buiten om even aan je te vragen wat je zoekt.’ Hij vertelt een verhaal over iemand van buiten die een huis op de Maasdijk had gekocht. 'Die man leek op zondag te willen gaan klussen. De buurman ging eens kijken en vroeg die man of dat het geval was. Ja, zei hij, want de zondag was zijn vrije dag en dan kon hij mooie slagen maken. Toen zei de buurman tegen die man, dat-ie dat in Veen beter niet kon doen. Gewoon open en direct, zonder te dreigen of wat dan ook. Die man woont nu niet meer in Veen.’