Marnix van Rij, staatssecretaris Fiscaliteit, tijdens de beëdiging in Paleis Noordeinde © ANP POOL ROYAL IMAGES SEM VAN DER WAL

Er zijn verschillende manieren om met Het Kwaad om te gaan. De Ierse is er een van. Afgaand op Fintan O’Toole’s briljante autobiografische geschiedenis van het moderne Ierland, We Don’t Know Ourselves, zijn Ieren er meesters in om van het bestaan van Het Kwaad te weten en tegelijk net te doen alsof het er niet is. ‘Compartimentaliseren’, noemt O’Toole het meermaals. Het Kwaad zijn eigen duistere parallelle universum toewijzen en niet toelaten dat het doordringt in het officiële universum. De afgrond tussen zelfbeeld en realiteit kan alleen worden verdragen als beide strikt gescheiden blijven. Het vereist een epistemologische lenigheid die Ieren zich tijdens eeuwen van katholieke hypocrisie hebben eigengemaakt. Hoe anders is het samengaan van – tot voor kort – massale kerkelijkheid met al even massale pedofilie binnen de kerk te verklaren?

Het Kwaad niet in de bek kijken maar net doen alsof het er niet is, is een kunstje dat de Ierse elite ook heeft toegepast op belastingontwijking. In 2013 was ik te gast bij het agentschap voor Ierse economische ontwikkeling in Dublin om te spreken over de financiële sector in Amsterdam. Mijn lezing zou van commentaar worden voorzien door de Ierse Marnix van Rij. Ik benadrukte de overeenkomsten tussen Dublin en Amsterdam, noemde Nederland en Ierland quasi-corrupte landen waar de belastingwetgeving mede was gekneed door de fiscalisten van EY, Deloitte, KPMG en PwC, en waar een deel van het economische succes voor rekening kwam van het faciliteren van belastingontwijking door multinationals. Met Luxemburg waren Ierland en Nederland de belangrijkste Europese fiscale piratennesten, zo sloot ik mijn lezing af.

Nooit ben ik vergeten wat volgde. Niet mijn cijfers of redeneringen waren de steen des aanstoots, maar waar ik als buitenlander het lef vandaan haalde om, niet gehinderd door enige kennis van de Ierse geschiedenis, Ierland een belastingparadijs te noemen. Respectloos, noemde hij het, dat een gast van zijn land, die op uitnodiging van de Ierse staat, met een vliegticket betaald door een Iers agentschap, het bestond om Ierland zo te besmeuren.

Marnix van Rij zegt doodleuk: ‘Nederland is geen belastingparadijs’

De Jeroen Pauw van de Ierse omroep, Vincent Browne, vond het prachtig en wilde mij graag ’s avonds in zijn programma hebben. In het voorgesprek kreeg ik alle ruimte om mijn conclusies toe te lichten. De uitzending zelf was andere koek: wie of ik was dat ik het aandurfde in het gebouw van het agentschap zelf, ten overstaan van de staatssecretaris, de Ierse kat de bel aan te binden en Ierland een belastingparadijs te noemen. Ik had een aanklagende rol verwacht; in plaats daarvan moest ik me verdedigen.

Met O’Toole in de hand valt alles op zijn plek: ik had de muren tussen de compartimenten geslecht, het onzegbare benoemd, Het Kwaad binnengelaten. En daarmee dreigden de epistemologische fundamenten onder het zelfbeeld van het moderne Ierland aan het wankelen te worden gebracht. Vandaar de ruwe, bruuske, agressieve respons.

Hoe anders gaat de Nederlandse elite om met dit kwaad. Hier deinst een nieuw aangetreden kabinet (dat is gevallen over een diepe vertrouwensbreuk tussen burger en politiek en door middel van de mantra van een ‘nieuwe bestuurscultuur’ alles op alles zegt te willen zetten om die breuk te lijmen) er niet voor terug om een man tot hoofd van de belastingmachine te maken die als partner van EY zijn carrière en fortuin heeft gemaakt met het verkopen van belastingontwijkingsconstructies aan multinationals; die jarenlang belangenbehartiger van de fiscalistenprofessie is geweest; die, als ik de kranten mag geloven, mogelijkerwijs zelf aan belastingoptimalisatie doet, zoals het in het dieventaaltje van de fiscalist heet; en die het tijdens zijn Haagse ‘walk of fame’ naar het Torentje bestaat om ten overstaan van het verzamelde journaille doodleuk te melden dat ‘Nederland geen belastingparadijs is en dat ook nooit gaat worden.’

Het leverde Van Rij op LinkedIn felicitaties op van zijn collega bij Loyens & Loeff, Bartjan Zoetmulder, die constateerde dat er op het gebied van de fiscaliteit in Nederland veel te doen is, dat er veel ‘onnodige ruis’ is (lees: kritiek door buitenstaanders), en dat ‘belastingen te belangrijk zijn om aan de politiek over te laten’.

Schaamteloosheid is kenmerkend voor een elite die zich onkwetsbaar waant.