FILM We Need to Talk about Kevin

Het kwaad in de mens

De moeder als slachtoffer vormt de rode draad in We Need to Talk about Kevin van Lynne Ramsay, een Schotse regisseur die in 2002 de arthouse-hit Morvern Cellar maakte. In Ramsay’s nieuwe film speelt Tilda Swinton de rol van de moeder, Eva, een mooie, ambitieuze vrouw die verliefd wordt op een fotograaf, Franklin (John C. Reilly), al gauw zwanger raakt en een kind baart, Kevin (Ezra Miller), met wie ze vanaf het eerste moment een problematische relatie heeft.

Het meest angstwekkende aan deze confronterende film over vervreemding en moord is een geboortescène waarin gillen van pijn worden gevolgd door een doodse stilte terwijl de nieuwe moeder met lege ogen voor zich uitstaart.
Ramsay vertelt haar verhaal, gebaseerd op de gelijknamige roman van Lionel Shriver uit 2003, vanuit het perspectief van Eva. Door haar falen, keer op keer, lijkt We Need to Talk een film over een vrouw die misschien geen moeder had moeten zijn. Of misschien over een vrouw die geen moeder kan zijn. Maar niets is minder waar. Het is eerder een film over een mens die oog in oog komt te staan met het kwaad in een alledaagse gedaante. Dan is slachtofferschap eigenlijk onvermijdelijk.
Of is het martelaarschap? Deze vraag is al in de eerste beelden aan de orde waarin Eva tijdens het tomatenfeest in Spanje op handen van de met rode sap besmeurde menigte wordt gedragen, haar lichaam in de kruisigingshouding. Behalve de taboedoorbrekende suggestie dat juist de vrouw hier wordt opgeofferd, hoewel waarvoor precies nog niet duidelijk is, vormt deze sequentie ook een vooruitwijzing op het geweld dat komen gaat. Sterker, geweld is doorgaans aanwezig, vaak subtiel, maar uiteindelijk vooral als een onvermijdelijke daad, misschien zelfs als een cliché.
De kleur rood keert sporadisch terug in de vertelling, bijvoorbeeld wanneer het huis waarin Eva woont, nu blijkbaar alleen, wordt beklad. Door de asynchrone vertelstructuur weten we niet precies wat de reden hiervoor is. Dat is filmisch een meesterzet; de regisseur vertelt vrijwel niets, maar openbaart de waarheid slechts bij implicatie aan de kijker. Dat doet ze ook vooral met beelden waarin de personages weinig tekst hebben. Zo is de impact van de horror met terugwerkende kracht des te groter.
Deze manier van draaien vergt veel van de acteurs. Tilda Swinton was zelden in haar carrière beter dan in deze film. Door haar sterke gezicht, witte huid en grote ogen straalt ze van nature iets wreeds uit, ook in We Need to Talk about Kevin. We moeten ons met haar identificeren, maar ze is eigenlijk niet te vertrouwen.
Door de afstandelijke camera en het lege, brede beeld rijzen meer vragen dan er antwoorden te vinden zijn. Hoe komt het toch dat Eva vlak na de geboorte het kind niet gewoon bij zich neemt, tegen haar blote huid aandrukt? Ze is immers een moeder. En hoe is het mogelijk dat ze zich er niet toe kan brengen baby Kevin tot bedaren te brengen? Zelfs Franklin, de papa, weet hoe het moet: pak het kind op en draag het. Wat Eva doet: ze zet Kevin in een reusachtige kinderwagen en gaat met hem door de drukke, vieze straten van Manhattan wandelen. Waar men op straat met een drilboor in de weer is, daar pauzeert ze lang. Ze doet haar ogen dicht. In het stadslawaai verstilt het schreeuwen van het kind. Eindelijk.
Dit alles maakt het mysterie van de relatie tussen moeder en kind alleen maar complexer. Op de vreemdste momenten en op de meest eigenaardige manier komen ze bij elkaar, ook al is dat tijdelijk. Maar ook hier zijn er meer vragen dan antwoorden, zoals wanneer Eva uit gewoonte probeert voor te lezen en tot haar stomme verbazing merkt dat Kevin eindelijk emotioneel reageert. Hij komt gezellig bij haar zitten.
Ze leest voor uit Robin Hood. Een kinderverhaal. Dat krijgt in deze film een wrange betekenis.

Te zien vanaf 1 december