Het kwaad is ziek

Minister Sorgdrager heeft in Stockholm het Hollandse straatje keurig schoongeveegd. ‘Volgens mij is onze seksuele moraal in grote lijnen in orde’, aldus de minister.

Zij reageerde daarmee op buitenlandse aantijgingen dat Nederland een Eldorado zou zijn voor pedofiele netwerken. Een dergelijke veronderstelling past nu eenmaal goed in het beeld dat ‘het buitenland’ van ons land heeft: een Sodom waar alles mag. Raamprostitutie, getolereerde verkoop van drugs, en, verstopt tussen kratjes waterige tomaten, kinderporno als exportartikel nummer één. Dat laatste ontkent Sorgdrager in ieder geval krachtig: 'Ik heb de CRI weleens gevraagd naar recent gevonden materiaal. Dat blijkt dan heel oud te zijn, vol oude foto’s en met teksten in slecht Nederlands. Dus kennelijk materiaal dat geschikt is gemaakt voor Nederland.’
Maar zeggen die taalfouten iets over de herkomst van de foto’s? Of over de mate van circulatie van dit 'materiaal’? Over het aantal pedofielen en hun criminele leveranciers?
Toch valt het volgens de minister allemaal wel mee; die sprookjes van onder andere seksuoloog J. Frenken over tientallen kinderpornonetwerken in Nederland moeten we dus niet geloven.
Het Duitse weekblad Der Spiegel toonde zich onlangs met een groot omslagverhaal over seksueel misbruik van kinderen heel wat zelfkritischer. Volgens schattingen wordt in Duitsland de markt voor kinderporno gevormd door zo'n veertig tot vijftigduizend pedofielen. Een videocassette is zu haben voor iedereen die bereid is tussen de driehonderd tot duizend mark neer te tellen. De omvang van seksueel misbruik wordt bepaald niet onderschat door onze oosterburen. Al enkele jaren geleden veronderstelde het ministerie van Volksgezondheid dat driehonderdduizend kinderen jaarlijks seksueel misbruikt werden. Ook over het Duitse sekstoerisme geeft Der Spiegel schattingen: jaarlijks vliegen zo'n twee- tot vierhonderdduizend Duitsers voor goedkope en exotische seks naar landen als Thailand, Cambodja en Brazilië; onder hen bevinden zich ongeveer tienduizend pedofielen.
Onze minister beperkte zich in Stockholm tot het waarschuwen voor een hetze tegen pedofielen, al moeten ze zich natuurlijk wel aan de wet houden. Ze hebben door hun 'seksuele identiteit’ een 'probleem’ in de Nederlandse samenleving, 'waar helaas niet voor alles een oplossing is’, aldus Sorgdrager. Het spraakgebruik van de minister ademt nog altijd de permissiviteit waarmee in de jaren zeventig over afwijkend seksueel gedrag gesproken werd. Hoewel heteroseksualiteit ook in onze tijd nog steeds de norm bepaalt, dicteerde de seksuele revolutie van die jaren dat het mannetje-vrouwtjepatroon gewoon een verschijningsvorm van seksueel gedrag among others was. Hoewel ik het niet zo gauw kan documenteren, weet ik zeker dat destijds ook over pedofilie op een permissieve manier gesproken werd: erotische gevoelens voor kinderen hoefden heus niet per se slecht of vies te zijn; kinderen waren bovendien geen aseksuele wezens, ze kenden hun eigen erotiek.
Zelfs nu nog klinken er zwakke stemmen die roepen dat de Belgische kindermoordenaar Dutroux slechts de perverse verschijningsvorm is van een 'seksuele identiteit’ die in zichzelf niet slecht hoeft te zijn. Maar je hebt de zaak-Dutroux niet nodig om die gedachte te weerleggen. Pedofilie deugt niet, omdat de machtsbalans tussen een volwassene en een kind per definitie scheef is. En pedofielen zijn daarom geen seksueel 'andersdenkenden of -doenden’, maar gewoon zieke geesten. Pornoproducent Dutroux is zowel ziek als crimineel, al is het de vraag wie de baas is in deze gespleten persoonlijkheid: de psychopaat of de geslepen schurk. En wie van deze twee zal uiteindelijk veroordeeld worden: de crimineel of de geesteszieke?
Men kan in ieder geval vaststellen dat het duo goed samenwerkt. De schurk heeft de patiënt geadviseerd wroeging te tonen en zich ziek te melden. Daarmee heeft Dutroux de lijn van zijn verdedigingsstrategie uitgezet: hij mikt op een mildere strafmaat door ontoerekeningsvatbaarheid.
De kans dat hij daarmee succes zal hebben, is niet denkbeeldig. In onze tijd is ook het Kwaad gemedicaliseerd: wat ons bevattingsvermogen te boven gaat, noemen we ziek of gedragsgestoord. Het Kwaad is ziek geworden. En daardoor is ook het begrip vergelding een minder relevante categorie in de hedendaagse rechtspraak geworden.
Toen de kampbeulen uit nazi-Duitsland na de oorlog berecht werden, kwam niemand op het idee hen ontoerekeningsvatbaar te verklaren. Waarom eigenlijk niet? Waren hun misdaden niet even - zo niet meer - onvoorstelbaar als de praktijken van Dutroux en zijn trawanten? Of gaat het hier misschien om een verschil in criminele logica? Tijdens de processen in Neurenberg stond immers ook een ideologie terecht en in die zin waren het ook politieke processen. De doodstraffen voor de nazileiders waren daarom meer dan louter gerechtelijke vonnissen; hun ophanging was een rituele zuivering of een symbolische beëindiging.
Alhoewel het een grote stap is van Neurenberg 1946 naar Wallonië 1996, zou men toch kunnen zeggen dat het ook in België om veel meer dan de gruwelijke misdaden van Dutroux gaat. Hier wordt ook een diep falend justitieel en politiek apparaat aangeklaagd. En het breed gevoelde verlangen naar vergelding wordt niet alleen gevoed door de walging ten aanzien van deze kindermoordenaar, maar evenzeer door de haat jegens een samenleving waarin zoiets mogelijk is. Dáárom heeft Dutroux geluk dat de doodstraf afgeschaft is en dáárom heeft onze minister van Justitie in Stockholm te gemakkelijk haar eigen straatje schoongeveegd.