Kabul, 25 augustus. Een straatverkoper bij de verlaten Amerikaanse ambassade staat met Taliban-vlaggen en met portretten van de oprichters. Hier te zien Mullah Abdul Ghani Baradar © Jiuan Carlos / De Beeldunie

De inname van Kabul. Angst voor aanslagen en grootschaliger geweld. Een schimmig lokaal machtsspel met de buitenlandse grootmachten op de achtergrond. Wie kan, vlucht of houdt zich schuil. Wat zich in Afghanistan afspeelt deze dagen heeft Martine van Bijlert eerder gezien, meermalen zelfs. Haar betrokkenheid bij Afghanistan gaat terug tot de vroege jaren negentig in Quetta in Pakistan, waar ze vrijwilligerswerk deed en later, na de machtsovername door de moedjahedien in Kabul in 1992, onderzoek deed als antropoloog naar de vluchtelingenstromen die toen, van en naar Afghanistan, op gang kwamen. Van Bijlert werkte in Kabul nadat vier jaar later de Taliban zich aandienden als nieuwe heersers. Op 9/11 was ze in Teheran, waar ze werkte voor de Nederlandse ambassade, waarna ze onder meer in Kabul adviseur werd voor de EU en de Nederlandse ambassade.

‘Alle vier de machtswisselingen die ik heb gezien in Afghanistan gingen eigenlijk op dezelfde manier’, vertelt Van Bijlert op een zaterdagmiddag in een tot café verbouwde kazerne in haar woonplaats Maastricht. ‘Iedere keer wisselde de regering niet als uitkomst van gevechten in Kabul, maar omdat het zittende regime besloot dat het voorbij was en stilletjes verdween.’ Het vertrek van de Afghaanse president Ashraf Ghani, in het geheim, paste daarmee in een patroon, wil Van Bijlert maar zeggen: ‘Op een gegeven moment verdwijnt de regering en maakt plaats voor een nieuwe.’

Dit verklaart ook waarom de Taliban vrijwel zonder tegenstand het land en uiteindelijk de hoofdstad konden innemen. Volgens Van Bijlert zaten de Taliban al diep in de Afghaanse machtsstructuren vanwege deals die ze maakten met politici, tribale leiders en anderen die zich wilden indekken tegen een nieuw bewind, zeker toen duidelijk werd dat de Amerikaanse troepen, die het Afghaanse leger nog steeds ondersteunden, echt zouden vertrekken. ‘De opmars van de Taliban lijkt nu misschien heel plotseling te zijn gegaan, maar was in feite al lang bezig.’

Wat niet wegneemt dat iedereen verrast was door de snelheid waarmee de machtswisseling plaatsvond. Ook zijzelf had er niet op gerekend dat Kabul zou vallen in het bestek van een weekend, na een snelle opmars van eigenlijk maar een paar weken: de vorige keer kostte het de Taliban twee jaar om van Kandahar naar Kabul op te trekken, van 1994 tot 1996. Dat de Amerikanen en hun bondgenoten rekenden op veel meer tijd voor de terugtrekking en evacuatie dan ze uiteindelijk gegund bleek, is volgens Van Bijlert tekenend voor het fundamentele misbegrip van Afghanistan, en van de Taliban in het bijzonder. ‘De Taliban zijn enorm onderschat. Ze worden vaak nog steeds gezien als een stel boerenkinkels, zeker door de Amerikanen. Wat over het hoofd gezien werd is hoe goed ze militair, maar met name ook politiek zijn geweest.’

Via haar contacten in Afghanistan leerde Van Bijlert de afgelopen tijd hoe de Taliban het verzet van leiders in Afghanistan braken nog voor het tot gevechten was gekomen. ‘Politici kregen bijvoorbeeld een telefoontje van een Taliban-vertegenwoordiger met de boodschap dat ze de enige waren die nog geen deal met ze had gesloten. Op die manier konden de machthebbers tegen elkaar worden uitgespeeld.’

Van Bijlert had het onderwerp Afghanistan eigenlijk willen laten rusten. Enkele jaren geleden richtte ze het Afghanistan Analysts Network (aan) op, een onderzoeksorganisatie die gedetailleerde informatie beschikbaar maakt voor een breed publiek. De afgelopen tijd werkte ze aan andere projecten, maar nu de geschiedenis op haar deur klopt, schrijft ze weer volop voor het aan en geeft ze via andere media duiding over de situatie in Afghanistan op basis van haar ervaring en haar in lange tijd gevormde netwerk aldaar. Tegelijkertijd is ze voorzichtig met het benaderen van Afghanen die nog in het land zijn: ‘Je weet niet precies waarmee je mensen misschien in gevaar brengt.’

Een van de inzichten waartoe Van Bijlert hoe dan ook is gekomen is dat niet onderschat moet worden dat veel Afghanen ook genoeg hadden van de zittende regering en de Amerikaanse aanwezigheid. ‘Van buiten lijkt Afghanistan misschien opgedeeld volgens een duidelijke scheidslijn, de Taliban versus de regering, maar ook Ghani werd door velen gezien als een obstakel voor vrede. Dan worden er op een gegeven moment calculaties gemaakt. Als Ghani steunen niets oplevert en de Taliban waarschijnlijk toch gaan winnen, dan ga je in ieder geval met ze in gesprek.’

‘Dat tekent Afghanistan’, vervolgt ze. ‘Afghanistan bestaat uit een ongelooflijk complex netwerk van sociale verbanden. Meestal gaan die jaren terug en zijn ze gebaseerd op een periode van eerdere samenwerking of op strategische afspraken tussen lokale leiders. Dit soort verbanden zijn er tussen bondgenoten net zo goed als tussen vijanden. Iedereen praat met elkaar, de lijntjes zijn vaak kort. Veel analyses leggen de nadruk op hoe verdeeld het land is – langs etnische, tribale of factionele lijnen. Maar daaronder zit een web van verbanden dat dwars door dat soort indelingen heen gaat. En dat merk je als er een machtswisseling plaatsvindt. In veel families zit er een zoon bij de Taliban, een volgende zoon in de regering en weer een andere bij een hulporganisatie, als een manier om je kansen te spreiden. De enige manier om dat te zien is om heel goed te luisteren naar de verhalen die je worden verteld.’

‘De tragiek is dat Afghanen vaak geen goede optie hebben om uit te kiezen’

Daaraan heeft het in de afgelopen twintig jaar ontbroken, meent Van Bijlert: ‘Afghanistan is vaak heel schematisch benaderd, zonder inzicht in alle loyaliteiten die constant tegen elkaar worden afgewogen.’ En dat schema besloeg ook de westerse landen zelf, legt ze uit: ‘Amerika ging naar Afghanistan vanwege de war on terror. Daaruit volgde een simpele vraag: achter wie moeten we aan? Zo zijn er veel mensen opgepakt en omgebracht simpelweg omdat ze werden aangegeven als Taliban-strijder, terwijl ze dat niet waren. De Amerikanen zijn zo vaak ingezet als instrument in een lokale machtsstrijd.’

Die geschiedenis betekent dat de machtsovername door de Taliban door sommigen wordt gezien als een kans op stabiliteit. ‘Veel gemeenschappen op het platteland bevonden zich in een constant verschuivende frontlinie waarbij dán weer de regeringstroepen of de Amerikanen, en dán weer de Taliban aan de winnende hand waren. Er werd veel gebombardeerd. Mensen zeiden dan: “Laat er gewoon iemand winnen en dan zien we wel hoe we daarmee omgaan.” Ook in Kabul was even de hoop dat er een eind zou komen aan de aanslagen. Afghanistan is echt oorlogsmoe’, aldus Van Bijlert.

Ze schreef eerder dit jaar een rapport gebaseerd op interviews met vrouwen op het platteland over de deal tussen de toenmalige regering-Trump en de Taliban. ‘De antwoorden waren heel gelaagd. Er was een heel sterke hang naar vrede, wat leidde tot optimisme en dan weer tot vrees voor wat hun lot zou zijn onder de Taliban. Want de situatie zoals die toen was, was voor veel van hen ook onhoudbaar vanwege de gevechten of puur de stress. De gesprekken slingerden echt heen en weer. De realiteit past duidelijk niet in het simpele schema van Afghanistan als een ontluikende democratie waar het best goed ging en waar nu het licht uit gaat als de Taliban aan de macht komen. Maar het geeft ook de tragiek aan: dat Afghanen vaak geen goede opties hebben om uit te kiezen.’

In hoeverre pragmatisme tegenover het nieuwe regime de juiste opstelling is, is een vraag die nu ook door westerse landen beantwoord moet worden. Van Bijlert volgt het speculatiecircus rondom de Taliban nauwgezet – gaan ze zich gematigder opstellen of juist niet? –, maar is voorzichtig met conclusies. ‘Veel van de discussie en informatie-uitwisseling gebeurt momenteel op sociale media’, zegt ze. ‘Je ziet duidelijke pogingen om aan beeldvorming te doen, aan de ene kant de luide alarmbellen, soms in de hoop dat bijvoorbeeld Amerika weer terugkomt of hard gaat optreden. En aan de andere kant de berichten over hoe rustig en redelijk de Taliban zijn, die ook duidelijk overdreven zijn. De grote vraag is hoe de Taliban met pluriformiteit, die nu veel groter is dan twintig jaar geleden, zullen omgaan. Gaan ze opnieuw aan iedereen opleggen hoe zij denken dat een goed moslim moet leven?’

Er moet ook goed gekeken worden naar hoe gewelddadig de Taliban worden, zegt Van Bijlert: ‘En of ze hun eigen manschappen in toom zullen houden. Zo heeft de leiding een amnestie afgekondigd, maar het is duidelijk dat er op persoonlijke titel zeker op mensen gejaagd wordt. Tegelijkertijd is de situatie heel ondoorzichtig omdat er ook veel berichten de wereld in worden geslingerd en herhaald, zonder duidelijke bronnen, context of details.’

Nul contact en volledige isolatie van de Taliban is geen verstandige opstelling, meent Van Bijlert: ‘De facto zijn ze de machthebber, ook al hebben ze nog geen regering gevormd, en Afghanistan heeft de rest van de wereld nodig. Er dreigde al een humanitaire crisis voor de machtswisseling en dat is alleen maar erger geworden. Mensen kunnen geen geld opnemen, de financiële reserves van het land zijn bevroren. Afghanistan heeft geen maanden de tijd. En er is tot nu toe nog niks gebeurd op basis waarvan je Afghanistan economisch zou moeten isoleren. Bovendien heb je zonder contacten hoe dan ook geen invloed.’ Maar ze waarschuwt ook dat andere landen niet moeten doorschieten: ‘Je hebt hier te maken met gewiekste onderhandelaars die een heel strakke pr-campagne aan het voeren zijn en die al snel onderschat zullen worden.’

Een afwachtende benadering verwacht Van Bijlert eerder van Europa dan van Amerika, waar het beeld van een militaire nederlaag niet snel zal worden gevolgd door een handreiking naar de overwinnaars. Tegelijkertijd sluit ze geen enkel scenario uit: ‘Amerika zou ook kunnen besluiten om met de Taliban samen te werken tegen IS, zoals ze deze week al deden. We hebben wel meer absurde omkeringen gezien in de afgelopen tijd. Maar dit is wel een moment waarop Europa een eigen koers kan uitzetten, los van de VS. En het is ook een kans om een andere manier van hulpverlening te kiezen, met veel minder aanwezigheid, minder geld en meer bereidheid om te luisteren naar lokale partners.’

Van Bijlert kent ook veel mensen die hebben geprobeerd weg te komen in de chaotische exodus. ‘Dit waren vaak mensen die echt liever waren gebleven, maar die duidelijk gezocht werden, vaak vanwege een vrij ingewikkeld samenspel van redenen. Ook omdat ze met het Westen hadden samengewerkt, maar het viel vaak samen met heel persoonlijke redenen. Bijvoorbeeld een rechter die nu opgezocht wordt door iemand die hij of zij veroordeeld heeft. Het is over het algemeen een zeer actieve groep die het land nu kwijtraakt.’

Aan de andere kant hebben veel mensen ook niet kunnen wegkomen en zijn er veel achterblijvers die zich zullen blijven inzetten voor hun land: ‘Iedereen is er zodanig op gericht geweest zijn “eigen” mensen weg te krijgen dat ik vrees voor het beeld dat de achterblijvers vooral bestaan uit mensen met wie we niet zo veel hebben en voor wie we niet zo veel hoeven te doen.’