Essay Werelddenkers

Het land van de slimsten

Na hypermachten als het Romeinse Rijk, het Mongoolse Rijk, de Republiek der Nederlanden en het Britse Rijk domineert sinds de val van de Muur Amerika de wereld. En voorlopig kan geen land Amerika vervangen. Ook China niet.

In 1999 riep de Franse minister van Buitenlandse Zaken Hubert Védrine in een opwelling uit dat de Verenigde Staten ’s werelds enige hypermacht waren geworden – dominant in alle opzichten, militair, economisch, technologisch en cultureel – en dat dit voor Frankrijk onaanvaardbaar was. Hoewel Védrine de term ‘hypermacht’ kritisch bedoelde, legde hij niettemin de vinger op een ontwikkeling van fundamenteel historisch belang.
Mijn boek Wereldrijk voor een dag handelt over dit zeldzame verschijnsel van de hypermacht, over die handvol samenlevingen uit de geschiedenis die zo’n uitzonderlijke economische en militaire macht vergaarden dat ze in wezen de wereld beheersten. Let wel: volgens die definitie was het Frankrijk van Lodewijk XIV, hoe imposant ook, geen hypermacht. De Verenigde Staten ten tijde van de Koude Oorlog waren dat evenmin. Elk van beide had immers rivalen met een vergelijkbare macht.
Wat kunnen we van de hypermachten leren? In de loop van vijf jaar onderzoek heb ik een opmerkelijk patroon ontdekt: in haar opkomstfase was elke hypermacht naar de maatstaven van haar tijd opvallend tolerant en pluralistisch. En in alle gevallen gold dat die tolerantie onmisbaar was voor het bereiken van hegemonie. Omgekeerd is het ook zo dat de neergang van hypermachten vaak samenviel met intolerantie en vreemdelingenhaat. Maar hier zit een adder onder het gras: er was ook sprake van een ‘overdaad aan tolerantie’ die de kiem legde voor het verval.
De vraag waarom tolerantie zo belangrijk was, is eenvoudig te beantwoorden. Om de wereld te overheersen moet een samenleving de meest vooraanstaande positie innemen op technologisch, militair en economisch gebied. Op geen enkel moment in de geschiedenis is alle menselijk kapitaal – of het nu gaat om intelligentie, fysieke kracht, vaardigheid, kennis, netwerken of creativiteit – geconcentreerd geweest binnen één etnische of religieuze groep. Om rivalen op wereldschaal achter zich te laten, moet een land de ‘besten en slimsten’ van de hele wereld binnenhalen en motiveren, ongeacht hun etniciteit, religie en herkomst. Elke hypermacht uit de geschiedenis is hierin geslaagd door haar tolerantie. Niet tolerantie in de moderne zin van het woord, maar in die zin dat veel verschillende soorten mensen in een samenleving konden leven, werken, gedijen en promotie maken, ook al was het misschien alleen maar uit berekening. Waar het om ging, was dat een samenleving toleranter was dan die van haar rivalen. Het bovenstaande wil dus niet zeggen dat meer tolerantie altijd leidt tot meer welvaart. Helaas zijn heel wat intolerante naties rijk en machtig geweest, denk maar aan nazi-Duitsland. Mijn stelling luidt enkel dat tolerantie noodzakelijk is om de wereld te overheersen, om een hypermacht te zijn.

De eerste hypermacht was het Achaemenidische Rijk, dat rond 550 voor Christus werd gesticht door Cyrus de Grote. Op zijn hoogtepunt heerste het over veertig miljoen mensen, bijna een derde van de wereldbevolking. Anders dan rivaliserende vorsten die gewend waren hun goden aan de overwonnen volken op te dringen, stonden Cyrus en zijn opvolgers hun nieuwe onderdanen toe hun eigen goden te aanbidden, hun eigen talen te blijven spreken en aan hun eigen wetten en gewoonten vast te houden. Het Achaemenidische leger was een kolossale multinationale strijdmacht van Griekse huurlingen, Phoenicische zeelieden, Libische wagenstrijders en honderdduizenden voetsoldaten uit Ethiopië, Bactrië, Sogdiana en elders. Pas toen de legendarische Achaemenidische tolerantie werd verbroken door koning Xerxes begon de desintegratie van het rijk. Het is moeilijk te zeggen of Xerxes’ intolerantie een oorzaak of een symptoom was van die neergang, maar een correlatie is er beslist.
Rome stelde net als Perzië zijn leger samen uit strijders van alle veroverde naties. En de Romeinen gingen een stap verder. In Achaemenidisch Perzië waren alle bestuurders Perzen geweest. Rome kende geen etnisch plafond. Elk ras en elke nationaliteit had toegang tot de hoogste posities, die van keizer inbegrepen. Tegelijkertijd hadden de Romeinen een groot talent voor het romaniseren van onderworpen volken, zodat ze zich allemaal op den duur Romein voelden. Een van de belangrijkste oorzaken van de val van Rome was dan ook de teloorgang van religieuze en etnische verdraagzaamheid. Met de bekering van keizer Constantijn in 312 na Christus begon een lange periode van religieuze vervolgingen. Tezelfdertijd werd de etnische tolerantiegrens overschreden door de instroom van Vandalen, Goten, Visigoten en andere Germaanse ‘barbaren’ die niet in staat werden geacht zich aan te kunnen passen. Voor het eerst voerde Rome een apartheidsbeleid in, waaronder gemengde huwelijken werden verboden en de Germanen gescheiden werden gevestigd, hetgeen gepaard ging met groeiende vijandigheid, geweld en zelfs massaslachtingen.
Van twee andere hypermachten, het China van de T’ang-dynastie en het Mongoolse Rijk, vind ik de laatste het meest fascinerend. De Mongolen waren nomaden. Zelfs hun leiders, de khans, waren ongeletterd. Ze beschikten niet over een eigen wetenschap, technologie of geschreven taal. Toch zouden de Mongolen regeren over een groter gebied dan de Romeinen ooit veroverden – over de halve bekende wereld, waaronder de schitterendste steden van destijds: Bagdad, Bukhara, Kiev, Moskou, Damascus en Samarkand. En zo nietsontziend als ze waren op het slagveld, zo tolerant waren de Mongolen in godsdienstig opzicht. Terwijl het christelijke Europa ketters op de brandstapel zette, riep Dzjengis Khan – zelf een aanbidder van natuurgoden – de vrijheid van godsdienst uit.

De volgende samenleving die wereldheerschappij bereikte was verrassend genoeg de kleine Republiek der Nederlanden. De sleutel tot haar succes was een radicaal nieuw soort tolerantie. De vroege Verlichting beschouwde godsdienstvervolging als een inbreuk op de ‘rechten van de mens’. De Republiek was de eerste natie die dit beginsel omhelsde, met als gevolg dat vluchtelingen uit heel Europa – Franse hugenoten, Duitse lutheranen, mennonieten, quakers, pelgrims en joden – ervoor zorgden dat de Hollanders spoedig de financiële, technologische en commerciële leiding namen in Europa en in de wereld.
Tolerantie was even essentieel voor Groot-Brittannië, de opvolger van de Hollanders op het wereldtoneel. Gedurende de zestiende en zeventiende eeuw was het land een slangenkuil vol religieus en etnisch geweld. Alleen joden werden er niet vervolgd. Die waren al in 1290 het land uitgegooid. Dat veranderde allemaal in 1689 toen het parlement de Bill of Rights en de Akte van Tolerantie aannam. Binnen twintig jaar was Engeland verenigd met Schotland en Wales en in de achttiende eeuw loste Groot-Brittannië de Republiek af, niet in de laatste plaats dankzij het aandeel van joden, hugenoten en Schotten die er voortaan in volle vrijheid konden leven. Daarentegen volgde Groot-Brittannië op buitenlands gebied de Romeinse strategie: het Britse bestuur en het leger lijfden lokale elites en mankracht in, zodat tijdens de Eerste Wereldoorlog meer dan een miljoen Indiërs het rijk dienden. Maar ook de Britse tolerantie had haar grenzen. De Britten konden hun niet-blanke onderdanen nooit als gelijken zien. Die intolerantie zou het rijk in de twintigste eeuw opbreken. Intussen maakte een andere macht, te weten een voormalige Britse kolonie, haar opwachting.

Als mijn stelling klopt dat de sleutel tot de wereldmacht ligt in relatieve tolerantie, dan hebben de Verenigde Staten als immigratieland altijd een stapje voor gehad. Zoals ik in mijn boek uiteenzet zijn Amerika’s groei en succes – van zijn expansie naar het westen en zijn industriële explosie tot het winnen van de race om de atoombom, Silicon Valley en de opkomst van het computertijdperk – allemaal directe uitkomsten van de bijdragen van immigranten. Het feit dat de VS in religieus opzicht altijd relatief tolerant zijn geweest neemt natuurlijk niet weg dat ze een lange geschiedenis van extreme raciale en etnische intolerantie hebben gekend. Pas na de Tweede Wereldoorlog, het arrest Brown vs Board of Education en de burgerrechtenbeweging begon het land zich met vallen en opstaan te ontwikkelen tot een van de meest open samenlevingen uit de wereldgeschiedenis. Het was niet toevallig ook de tijd waarin de VS de wereldmacht verwierven.
Vandaag de dag kampt het land met hetzelfde fundamentele probleem als elke hypermacht uit de geschiedenis. En omdat het een democratisch land is, is het buitengewoon slecht toegerust om het op te lossen. Elke hypermacht heeft te maken gehad met de moeilijkheid die ik het ‘lijmprobleem’ noem: het probleem om goodwill, samenwerking en in het beste geval loyaliteit onder de overheerste volken te kweken. Het Achaemenidische Rijk heeft dit probleem nimmer opgelost. Het had geen overkoepelende politieke identiteit, geen ‘lijm’, om zijn uiteenlopende volken te binden. Toen een sterkere, meer charismatische legerleider – Alexander van Macedonië – het gebied binnenviel, liepen de elites in het rijk eenvoudig naar hem over. Een soortgelijk lot ondergingen de Mongolen.
Alleen het Romeinse Rijk wist voor ‘lijm’ te zorgen, hetgeen zijn spectaculaire levensduur verklaart. Het oude Rome had een groot voordeel boven de Verenigde Staten: het kon de onderworpen volken deel van zijn rijk maken. Door het Romeinse burgerschap gelijkelijk aan Britten, Galliërs of Afrikanen toe te kennen, slaagde Rome erin om sterk verschillende volken te ‘romaniseren’ en hun een gemeenschappelijke politieke identiteit te geven. Dat kunnen de Verenigde Staten niet. Omdat het een democratie is, kan of wil Amerika geen overzeese volken tot onderdanen maken, en al helemaal niet tot ingezetenen. Als de Amerikaanse regering zegt democratie te willen brengen in het Midden-Oosten, dan betekent dat niet dat zij overweegt de bevolkingen van Irak en Afghanistan te laten meestemmen bij de volgende Amerikaanse presidentsverkiezing.

Ziedaar het dilemma van Amerika als moderne hypermacht: Amerika overheerst niet alleen Amerikanen! Niettegenstaande al onze problemen van vandaag straalt de economische en militaire macht van de Verenigde Staten uit naar alle hoeken van de wereld, van Bolivia tot Indonesië of Koeweit. Maar buiten zijn grenzen is er geen politieke lijm die Amerika verbindt met de miljarden mensen die in zijn schaduw leven. De grote fout die zowel liberalen als conservatieven de laatste twintig jaar hebben gemaakt is hun aanname dat de verspreiding van markten, democratie en Amerikaanse merken en consumptiegewoonten voldoende zouden zijn om de naties van de wereld te ‘amerikaniseren’, om gemeenschappelijke waarden en zelfs een behoefte aan Amerikaans leiderschap te creëren. Die aanname was even naïef als de verwachting dat bevrijde Irakezen de Amerikaanse troepen zouden verwelkomen met lekkernijen en bloemen. Het dragen van een honkbalpet of het drinken van Coca-Cola verandert een Palestijn niet op slag in een Amerikaan. Miljarden in deze wereld willen wel leven als Amerikanen, maar niet onder de Amerikaanse duim.
De cruciale uitdaging voor de VS op buitenlandgebied is het oplossen van dit lijmprobleem. Het helpt wellicht dat de nieuwe president Afrikaans-Amerikaans is, dat hij biraciaal is en als tweede naam Hussein heeft, maar daarmee komen we niet zo ver. De wezensvraag is: vinden de VS nieuwe creatieve mechanismen – institutioneel dan wel commercieel, of door een soort huwelijk van grondwettelijk en internationaal recht – waardoor het land zonder verlies van zijn soevereiniteit een gemeenschappelijke identiteit kan creëren met miljarden mensen in de wereld die zich nu overheerst weten en die zich dan meer zouden identificeren met het succes en het leiderschap van Amerika? Dit is ook een grote interne uitdaging, die te maken heeft met het immigratiedebat, de tolerantie en de ‘lijm’ binnen de VS.
Hoewel Amerika zeker zijn imperialistische momenten heeft gekend, heeft het de wereldheerschappij bereikt volgens het Hollandse model, niet door verovering maar door zijn vermogen om generaties lang de meest ondernemende, vernieuwingsgezinde en getalenteerde mensen aan te trekken. Kan het door recessie getroffen Amerika die magneetfunctie behouden? Mijn antwoord is voorzichtig optimistisch. Het is gedeeltelijk ingegeven door Barack Obama’s verkiezing, die een enorme opkikker is geweest voor onze reputatie als land van onbeperkte mogelijkheden. Maar gedeeltelijk ook door deze vraag: waar anders moeten de besten en slimsten van de wereld naartoe? China zal blijven groeien, expanderen, zich ontwikkelen. Maar als mijn stelling klopt, zal het geen hypermacht worden. De reden ligt voor de hand: China is ten diepste een mono-etnische natie – het tegendeel van een immigratieland – en kan de besten en slimsten doodeenvoudig niet binnenhalen. China zelf is daar waarschijnlijk heel tevreden mee. Het wil misschien niet eens hypermacht worden. Hypermacht zijn brengt zijn eigen nadelen en een wereldwijde afgunst met zich mee, zoals de VS naar hun schande hebben ondervonden.

De Europese Unie streeft haar eigen versie van strategische tolerantie na. Terwijl de VS altijd een magneet zijn geweest voor individuen, heeft de EU zich in wezen omgebouwd tot een magneet voor naties. Haar boodschap aan de naties luidt: ‘Als je dit economische en mensenrechtenbeleid voert, kun je tot ons toetreden en je zult er je voordeel mee doen.’ En die is heel succesvol geweest, zodat de EU nu 27 landen omvat en een bnp heeft dat vergelijkbaar is met dat van de VS. Maar wederom: de EU zal de VS niet aflossen als hypermacht. Ten eerste heeft het verenigd Europa geen militaire macht. Van wezenlijker belang is dat het technologisch sterk achterloopt bij de VS. Waarom? Omdat de Europese landen geen immigratielanden zijn; traditioneel waren ze altijd veel geslotener en ze kunnen maar moeilijk hooggeschoolde, ondernemende werkers aantrekken. Prikkelender gezegd: de EU heeft het met haar migranten het slechtst getroffen van allemaal. Landen als Nederland of Frankrijk kampen met het probleem dat ze geen hooggeschoolde werknemers kunnen aantrekken en zitten tegelijkertijd opgescheept met enclaves van onaangepaste, arme, vaak islamitische migranten – hetgeen weer een xenofobe terugslag veroorzaakt.
Velen in binnen- en buitenland menen dat de VS in verval zijn en niet langer een hypermacht – dat het tijdperk van Amerikaanse dominantie voorbij is. Ik geloof dat het veel te vroeg is om ons af te schrijven. De gouden tijd van Rome duurde ook duizend jaar en in die tijd scheerde het rijk talloze malen langs de rand van de afgrond door verwoestende epidemieën, invasies en opstanden. En in 1825, net nadat het Britse Rijk zijn wereldheerschappij had gevestigd, werd Engeland getroffen door een beurscrisis en bankpaniek, gevolgd door een diepe recessie. Mijn stelling wijst erop dat voorlopig geen land de VS kan vervangen. En uitgerekend de verkiezing van president Obama is een omhelzing van de tolerantie – niet de intolerantie die doorgaans gepaard gaat met verval.

Amy Chua is de auteur van Wereldrijk voor een dag: Over de opkomst en ondergang van hypermachten, uitgeverij Nieuw Amsterdam, 2009. Bovenstaande tekst is een verkorte versie van de lezing die Amy Chua op 17 mei gaf in het John Adams Institute van de Universiteit Utrecht

Vertaling en bewerking Aart Brouwer

Werelddenkers

Na 1989 evolueerde de wereld in snel tempo van een bipolaire naar een unipolaire machtsverdeling. In de naaste toekomst zal de wereld door de expansie van China, de hernieuwde machtswil van Rusland en de groeiende economische invloed van de Europese Unie eerder tripolair of quadripolair zijn. Tegelijkertijd is in de internationale arena een steeds grotere rol weggelegd voor niet-statelijke actoren (terroristen, etnische minderheden) en grensoverschrijdende verschijnselen (godsdienst, globalisering, migratie). De Groene Amsterdammer biedt de komende maanden een podium aan denkers die hun sporen in de politieke theorievorming hebben verdiend, maar ook beseffen dat nieuwe inzichten nodig zijn om de wereld van morgen in kaart te brengen. Twee maanden geleden opende Dominique Moïsi de reeks, een maand geleden gevolgd door Robert D. Kaplan. Nu is de beurt aan Amy Chua.