De ramp die Republikeinse Partij heet

Het land van I-me-mine

Een overwinning van Mitt Romney bij de presidents­verkiezingen is gevaarlijk voor het welzijn van de Amerikaanse samenleving en voor de wereld, betoogt Frans Verhagen. Waarom gedragen de Republikeinen zich toch zo onmogelijk?

Medium the best way

Journalisten worden geacht de balans te bewaren in politieke straatgevechten, in elk geval geen stelling te nemen. De Nederlandse correspondenten in de Verenigde Staten houden zich daar keurig aan. Mitt Romney krijgt evenveel aandacht als Barack Obama, zowel Republikeinen als Democraten worden serieus genomen. Het is goed dat ze hun werk doen, maar zoveel afstand kan ik niet bewaren.

Ik denk dat een Republikeinse overwinning op 6 november rampzalig zou zijn. Mocht Mitt Romney winnen, dan halen de Republikeinen door het slippen-effect ook meerderheden in Senaat en Huis van Afgevaardigden. Dan zou alle macht in handen zijn van een partij die ronduit gevaarlijk is voor het welzijn van de Amerikaanse samenleving en voor de wereld. Het zou voldoende moeten zijn om te wijzen op de rokende puinhopen van acht jaar Bush en Cheney. Op het ontbreken van enig constructief Republikeins voorstel in de afgelopen vier jaar. Maar ik wil verder gaan: de Republikeinen zijn gevaarlijk omdat ze als regerende partij altijd de uitvoerende macht oprekken, de overheid misbruiken voor eigen gewin en enorme tekorten scheppen. Als ze de macht niet hebben, maken de Republikeinen door een destructieve benadering elk serieus beleid onmogelijk, met als enig doel de macht te heroveren.

Neem die enorme tekorten. Het is evident dat George W. Bush daarvoor verantwoordelijk is. Obama’s voorganger verkwanselde een begrotingsoverschot door belastingen te verlagen, twee oorlogen te voeren, het grootste bureaucratische gedrocht in Washington op te tuigen (het ministerie van Homeland Security heeft 240.000 ambtenaren and counting), bejaarden extra geld toe te stoppen en de financiële wereld te laten freewheelen waarna de burgers voor de gevolgen opdraaiden – kortom, door veel uit te geven én de overheidsinkomsten te verlagen. Toen zijn vice-president Dick Cheney, de cynic-in-chief, stelde dat ‘tekorten er niet toe doen’ verwoordde hij de Republikeinse strategie: als wij regeren jagen we de tekorten op en als de Democraten regeren vallen we ze daarop aan en frustreren alle beleid. Dit is het Republikeinse recept: dwarsboom de overheid door haar haar inkomsten te ontnemen. Starving the beast in de woorden van Grover Norquist, Washingtons meest invloedrijke anti­belasting-lobbyist. Helaas, geheugens zijn kort en leugens zijn lang. Vier jaar na het Bush/Cheney-sloopteam lijkt het alsof het begrotingstekort Amerika’s grootste probleem is en alsof dat is te wijten aan Barack Obama. Persoonlijk hoopte ik dat deze president met een serieus verhaal zou komen over nut en noodzaak van de overheid, maar waarschijnlijk had hij het te druk met het redden van ondankbare bankiers, hypotheek­dieven en omvallende autobedrijven teneinde een depressie te voorkomen.

Dat excuus hebben de Republikeinen niet. Vier jaar lang pleegde de partij obstructie, met als hoogtepunt het riskeren van Amerika’s kredietwaardigheid in de opportunistische schuldenplafondcrisis van de zomer van 2011. Ook dat was bewust beleid met als enige doelstelling het beschadigen van Obama, een president die ze vanaf de eerste dag hebben laten bekladden door birthers, racisten en theepartij-zeloten. Hoe is het zo ver gekomen? Waarom zijn de Republikeinen van Theodore Roosevelt en Dwight Eisenhower zo nihilistisch geworden, waarom hebben ze zich zo ingegraven in een anti-overheids- en antibelasting-ideologie?

Ten eerste zijn Richard Nixons presidentschap en het Watergate-schandaal cruciale factoren geweest. Nixon omdat hij in het cultureel diepverdeelde Amerika van de jaren zestig (dat wil zeggen: verdeeld over geloof, seks, ras, Vietnam) opzettelijk polariseerde en groepen tegen elkaar opzette als verkiezingstechniek. Zijn beroep op de silent majority buitte die culturele kloof uit. Als president versterkte hij de verdeeldheid, met als dieptepunt zijn paranoïde campagne tegen George McGovern en de ‘extremistische’ Democraten. Het Watergate-schandaal maakte zijn aftreden in 1974 onvermijdelijk, maar de perio­de-­Nixon vergiftigde de Amerikaanse politiek.

De Republikeinen hadden het gevoel dat ze in het pak genaaid waren, zeker toen de Democraten dat jaar grote overwinningen boekten in het Congres en in 1976 zelfs het presidentschap wonnen. Ze zonnen op wraak. Aanvallen op de persoon van de president, aanvallen die ook het gezag en aanzien van het ambt ondermijnden, werden normaal. President Jimmy Carter was het eerste slachtoffer. Carter had de pech te regeren in een periode van stagflatie, maar net als nu waren de Democraten de partij van de fiscale discipline en de Republikeinen die van de luchtfietserij. De door Carter benoemde Paul Volcker wrong als voorzitter van de Federal Reserve de mede door Nixon veroorzaakte inflatie uit het systeem. Het veroorzaakte een diepe recessie, en nog wel in een verkiezingsjaar.

Ronald Reagan versloeg Carter in 1980 met een programma van aanbodeconomie en lagere belastingen. Maar in de praktijk voerde hij Carters beleid uit. Dat leidde tot herstel in 1983, precies op tijd voor Reagans herverkiezing. Onder Reagan groeiden de overheidsuitgaven door, maar hij was zo verstandig (en gematigd) om vanaf 1982 de belastingen te verhogen. Gemeten aan de ideologische standaard van vandaag was Reagan een watje. Significanter voor de verdere verzieking van het klimaat was het Iran-contra-schandaal van 1987, veroorzaakt door de levering van wapens aan terroristen via een freelance operatie in het Witte Huis waarbij Reagan óf toestemming gaf, óf genegeerd werd – u mag zelf weten wat erger is. De Republikeinen praatten het allemaal recht (‘mistakes were made’), maar dat Reagan niet werd afgezet dankte hij aan de Democraten, die zich realiseerden dat twee impeachments in vijftien jaar het presidentschap en het publieke belang zouden schaden.

Die zelfbeheersing ontbrak toen de Republikeinen in 1998 probeerden president Bill Clinton te torpederen. In de Monica Lewinsky-affaire werden, afgezien van het gebrek aan discipline en de leugens van Bill Clinton, twee gerelateerde ontwikkelingen duidelijk. De eerste is dat Republikeinen geen terughoudendheid meer kennen bij hun aanvallen op een zittende president. Clinton werd valselijk beschuldigd van moord, drugshandel en illegale grond­speculatie met als enig doel zijn presidentschap te ondermijnen. Onder Obama is het nu van hetzelfde laken een pak. Het Republikeinse establishment liet toe dat een assortiment malloten de president bekladde en zelfs suggereerde dat hij niet in Amerika was geboren en dus illegaal president was. De ondertoon van racisme was niet toevallig.

De tweede factor die de Republikeinen heeft geradicaliseerd is dat ze het niet kunnen verkroppen in de oppositie te zitten. Ze zijn ideologisch nu zo diep verankerd in hun exclusieve ideeënwereld dat het aan de regering komen van een politieke tegenstander elke vorm van verzet rechtvaardigt. De geest van straatvechter Nixon is over hen vaardig geworden. Ze aanvaarden simpelweg niet dat iemand met andere ideeën het beste voor heeft met het land en zelfs succesvol beleid zou kunnen voeren. Deze houding sluit elke mogelijkheid tot compromissen uit en leidt in het Amerikaanse systeem tot dodelijke stilstand.

Natuurlijk is het legitiem om lage belastingen te willen, of een kleine overheid en weinig maatschappelijke voorzieningen. Het is onverstandig gezien de staat van de infrastructuur en de inkomens- en welzijnsverschillen in het land, maar als Amerikaanse kiezers dat wensen heb ik daar natuurlijk vrede mee. Een land krijgt de regering die het verdient. Maar Paul Ryan, Romney’s rent-a-program kandidaat voor het vicepresidentschap, is meer dan een politicus met een extreem standpunt. Paul Ryan is een Trojaans paard voor een kleine groep manipulerende rijken die het land zijn keuzes opdringt onder de vlag van welvaart voor iedereen.

Hun zogenaamde marktdenken komt neer op totale ontbreideling van de financiële sector. Als dat misloopt, weet Wall Street de weg naar Washington te vinden. De belastingen moeten omlaag, overheidsvoorzieningen moeten worden geschrapt, maar er moet niet worden bezuinigd op de defensie-uitgaven of op landbouw- en oliesubsidies. Dit is de structuur die ervoor zorgt dat Mitt Romney minder belasting betaalt dan de laagste inkomens. Het doel van de Republikeinen is een overheid die hun belangen dient. Dat houdt niet op bij de grens: dit waren de politici die ons de Irak-oorlog brachten en die nu staan te popelen om te investeren in een oorlog in Iran.

Hun nihilisme blijkt zonneklaar uit het feit dat ze van mening veranderen als hun initiatieven worden overgenomen door de Democraten, waarna ze die bestrijden alsof het einde van de wereld nabij is. Neem het individual health mandate, de wettelijke plicht voor burgers om zich te verzekeren. Die plicht is het hart van ‘Obamacare’, het ziektekostenverzekeringsplan van de huidige president. Deze gedachte dook voor het eerst op in 1989 in een beleidsdocument van de Heritage Foundation, een conservatieve denktank. Toen de regering-Clinton in 1993 een collectieve verzekering voorstelde (zeg maar: een ziekenfonds) claimden de Republikeinen een alternatief te hebben. Als gouverneur voerde Mitt Romney dat alternatief in Massachusetts in en hij was er trots op.

Toen gebeurde iets opmerkelijks. Als president omarmde Obama de Republikeinse vorm van verzekeren via een individuele verplichting. Opeens waren Republikeinen tegen: individual mandate was in strijd met de grondwet, een aantasting van de individuele vrijheid, enzovoort. Inmiddels is verzet tegen Obamacare een heilige graal van de Republikeinen geworden, ook al heeft het Supreme Court beslist dat het plan niet tegen de grondwet is. Een alternatief heeft de Republikeinse Partij niet. Ze is enkel tegen Obama.

Vijftien jaar lang waren Republikeinen voor emissiehandel, een marktgerichte manier om milieuvervuiling te beperken. Sinds 2009 zijn ze mordicus tegen, want Obama dreigt het idee uit te voeren. Hetzelfde geldt voor het immigratiebeleid dat president Bush in 2002 voorstelde. Het is door Obama omarmd en wordt daarom nu afgewezen door de Republikeinen. Ze gedragen zich onmogelijk omdat ze liever de overheid torpederen dan een probleem oplossen.

Luister naar de gerespecteerde voormalige nationale veiligheidsadviseur van George Bush senior, de Republikein Brent Scowcroft. Hij adviseerde George W. Bush in 2002 om niet aan het Irak-avontuur te beginnen. Een lastercampagne was zijn deel. Toen Obama in 2009 een Start-verdrag met de Russen voorlegde aan de Senaat kon Scowcroft de dwarsheid van de meeste Republikeinen om de aantallen kernwapens te reduceren alleen maar verklaren uit partijdigheid. ‘Ik moet wel denken dat het de toegenomen partijdigheid [is] en de wens om de president een buitenlandse politiek resultaat te onthouden’, zei Scowcroft. Of neem senator Olympia Snowe van Maine, een van de laatste gematigde Republikeinen die 34 jaar in Washington werkte waarvan achttien als senator. Ze vertrekt in januari. Ze kan niet meer tegen het onwerkbare klimaat. Denkende conservatieven zijn in de partij niet meer welkom.

Deze Republikeinse Partij ziet politiek als een zero-sum game en verwerpt de gedachte dat overeenstemming, coalitievorming en debat nodig zijn om een land te besturen. Bangmakerij hoort bij het spel: angst aanjagen voor socialisme, communisme of fascisme, voor het einde der tijden, voor een ‘niet-Amerikaan’ als president, voor Europeanen, voor mensen die Amerika niet ‘uitzonderlijk’ vinden. Voortdurend is het land bijna verloren.

Dat extreme conservatieven dat bij talloze gelegenheden ten onrechte riepen, doet er niet toe. De New Deal leidde niet tot rampen, maar tot de jaren vijftig waarnaar nu zoveel nostalgie is. Medicare, het zorgstelsel voor bejaarden, leidde niet tot staatsgezondheidszorg zoals Ronald Reagan in 1963 voorspelde, maar tot een spectaculaire daling van de armoede onder ouderen.

De milieuwetgeving is niet de ondergang van Amerikaanse bedrijven geworden. De invoering van inkomstenbelasting was niet het einde van de Amerikaanse vrijheid. Opheffing van de rassenscheiding maakte de zuidelijke samenleving niet kapot. Ik zal de laatste zijn om de leidinggevende Republikeinen van domheid te betichten. Ze zijn verdraaid slim. Er is maar één motief waarom ze zulke nonsens uitkramen: de macht heroveren.

De ervaring leert dat Republikeinen met macht slecht zijn voor de samenleving. Laten we niet doen alsof er een mooie politieke strijd gaande is. Bullshit, zouden Amerikanen zeggen. Het is een veldslag tussen enerzijds cynische belangenbehartigers, onder wie een steenrijke kandidaat die doodleuk verkondigt dat 47 procent van zijn landgenoten klaplopers zijn, en anderzijds mensen met een breder perspectief en een idee van civic society. Zo bezien is de keuze is eenvoudig.

Maar is de vaste steun van minstens 45 procent van de kiezers niet een teken van de kracht van de Republikeinse overtuiging? De redenen voor die steun zijn complex: deels gewoonte, deels ideologie, deels sociaal conservatisme. En lang niet iedereen stemt doordacht, iets wat ook geldt voor de vaste 45 procent Democratische kiezers. Zonder kiezers af te kammen wil ik wel vaststellen dat Republikeinse politici en operators cynischer zijn dan hun Democratische collega’s en vaak beter in het binnenhalen van stemmen. Dan kennen ze geen schaamte. Republikeinen zijn uitzonderlijk goed in het uitspelen van social issues als abortus, wapens, geloof, homo’s en de gevaren van het blootstellen van kinderen aan de evolutietheorie.

George W. Bush, Dick Cheney en Karl Rove maalden niet om zulke onderwerpen, maar ze hadden er geen probleem mee ze uit te buiten.

De Democraten zijn niet zonder zonde. In 1987 dwarsboomden ze een gekwalificeerde maar uiterst conservatieve mogelijke rechter voor het Supreme Court, Robert Bork, op een onfrisse manier. To be borked werd een uitdrukking voor een massieve aanval op een politicus of politieke benoeming. Senator Edward Kennedy spande de kroon met zijn waarschuwing dat onder rechter Bork abortus weer zou plaatsvinden in steegjes en met breinaalden. De Democraten gingen in herhaling toen ze in 1991 de voorgedragen rechter Clarence Thomas van seksuele misdragingen beschuldigden. Los van de wreedheid tegenover zijn persoon was die aanval contraproductief want Thomas, die eigenlijk niet gekwalificeerd was, kon vluchten in verontwaardiging over de aanvallen en werd keurig benoemd.

Vooral de smeercampagne tegen Bork heeft het politieke klimaat verder verziekt. Eerlijk is eerlijk, dat was het werk van de Democraten. Sindsdien zijn Supreme Court-benoemingen meer omstreden dan ooit. Maar er is verschil. Natuurlijk zijn Democraten net zo ongelukkig als Republikeinen bij verloren verkiezingen, alleen maken ze daarna de samenleving niet kapot. Kijk naar de verkiezingen van 2000 en de relatieve gelijkmoedigheid waarmee Democraten de interventie van een politiek gestoken Supreme Court accepteerden en het daarop volgende, desastreuze presidentschap van de jonge Bush. Het gebrek aan Republikeinse terughoudendheid jegens Obama steekt daar schril bij af.

Het toeschrijven van goede intenties aan mensen met wie ik het eens ben, is een voor de hand liggende valkuil. Maar kijk naar de feiten. Kijk naar wat deze Republikeinen doen, naar wat ze van plan zijn, naar wat Ryan wil. De samenleving die deze zelfzuchtige elite zal construeren is er een van ommuurde eilandjes met rijke burgers, dobberend in een zee van private en publieke armoede. In zijn peptalk voor rijke donoren liet Mitt Romney zien hoe hij werkelijk in de samenleving staat: een in rijkdom geboren man die denkt dat hij alles op eigen kracht heeft bereikt, die meent dat iedere Amerikaan dat ook kan, en dat wie daarin niet slaagt een lapzwans is.

Buitendien willen de Republikeinen vrouwen het recht ontnemen om zelf over hun lichaam te beslissen. Installeren ze opperste domheid in scholen, benoemen ze rechters die onder het mom van authentieke interpretatie de grondwet naar zich toe trekken, houden ze 45 miljoen Amerikanen onverzekerd. En last but not least: ze willen aan de hand van Israël een nieuwe, nog desastreuzere oorlog in het Midden-Oosten veroorzaken. Republikeinse scherpslijpers hebben verkondigd dat de verkiezingen van 2012 de belangrijkste zijn in decennia. Ze hebben gelijk. Als zij winnen, gaan ze Amerika ombouwen tot een onherkenbaar, onaantrekkelijk land met nog minder samenhang en nog minder maatschappelijke voorzieningen dan nu. Het land van I-me-mine. Een nachtmerrie.

Beeld:Olle Johansson / political cartoons