Adriaan Geuze zoekt ordening van de ruimte

‘Het landschap wordt verramsjt’

Nederland verrommelt door Vinex-wijkjes en industrieterreintjes, zegt landschapsarchitect Adriaan Geuze. Een overkoepelende visie ontbreekt. ‘Wat mij betreft maken we een nieuwe horizon.’

Medium architectjb1

Adriaan Geuze, oprichter van het gerenommeerde landschapsarchitectenbureau West 8, is een drukbezet mens. Bij ons eerste gesprek, in het Rotterdamse kantoor van West 8, met uizicht over de Schiehaven, moeten we drie kwartier wachten. In de open kantoortuin is Geuze’s wat nasale stem goed te horen. Het is een internationaal zakentelefoontje, waarin hij toch wel graag bepaalde bezwaren kenbaar wil maken. Het lijkt hem te lukken.
Bij het tweede gesprek, in het lommerrijke gedeelte van Rotterdam in huize Geuze, moeten we veertig minuten wachten; de oudste dochter moet nog overhoord worden, morgen is er een toets aardrijkskunde. Als Geuze eenmaal zit, glas wijn in de hand, praat hij makkelijk en graag. Veel is hij niet thuis: West 8 telt inmiddels zo'n zeventig werknemers en heeft voor langlopende projecten filialen in New York en Toronto. Daarnaast is hij hoogleraar aan de TU Delft en visiting professor aan Harvard. Op dit moment zit Geuze met zijn hoofd in Miami Beach: West 8 ontwerpt een stedelijke tuin voor de deur van het nog te openen New World Symphony, een muziekgebouw ontworpen door Frank Gehry. De tuin moet een ontmoetingsplaats zijn in de openbare ruimte, waar kunst en muziek samenkomen. Op de buitenmuur van het gebouw komt een mediamuur waarop voorstellingen geprojecteerd zullen worden in de allerhoogste resolutie die tot nu toe ooit is vertoond.
Adriaan Geuze: ‘Als de telefoon gaat, dan is dat in de helft van de gevallen omdat wij iets moeten oplossen, als een soort weldoeners met magische groene handen, om de harmonie in de wereld weer te herstellen. Landschapsarchitecten worden er vaak pas bij gehaald als er eerst iets is misgegaan.’
Zegt dat iets over prioriteit van groen in een stad?
'Parken zijn niet iets waar we snel in investeren. Dat is een gekke frictie: iedereen snakt ernaar, maar er wordt nooit geld voor vrijgemaakt. Je moet het eigenlijk in een groter, historisch verband zien: parken zijn vaak bijproducten van andere ontwikkelingen. In Nederland had de aanleg van parken altijd met andere noodzakelijke investeringen te maken. Het Vondelpark, bijvoorbeeld, is halverwege de negentiende eeuw niet bedacht als publiek park, maar als particulier park. Een investeerder wilde in dat deel van Amsterdam een serie dure huizen in de markt zetten, ploegde een weiland om en plantte er bomen om de huizen zo aanlokkelijker te maken. In de twintigste eeuw is die manier van parken maken doorgegroeid. Er was behoefte aan een park in Rotterdam, de stad breidde zich uit, er werden grote havenbekkens gegraven en wat deed men? Om die baggergrond te dumpen en te camoufleren plantte men er een park op, zoals we nu van onze vuilnisbelten golfbanen maken. Het park aan de Maas van Jan David Zocher werd gemaakt op bagger van de Rijn- en de Maashaven; het Kralingse Bos is het resultaat van enorme uitgravingen in Rotterdam-Zuid. In die tijd werden andere parken gebouwd in het kader van de werkverschaffing, de Goffert in Nijmegen, het Amsterdamse Bos.’
Is dat geen cynische kijk op de manier waarop we in Nederland met groen omgaan? In enquêtes over leefbaarheid van gemeentes scoren parken en groenvoorzieningen heel hoog.
'Nee, het is de Nederlandse pragmatiek, groen mag geen geld kosten, men wil zien dat van de nood een deugd wordt gemaakt. Als een Nederlandse bestuurder zou zeggen: ik heb er een nachtje over nagedacht en ik ga tweehonderd miljoen euro belastinggeld uitgeven om een park te maken - zo'n man wordt weggehoond. In het buitenland zie je dat wel, burgemeester Bloomberg in New York deed dat, voormalig burgermeester Livingstone in Londen deed dat, president Mitterrand deed dat in Parijs met zijn grand travails.’

Medium west 8 new york gi

Nederland houdt niet van grote werken?
'De grote werken in Nederland lopen vast. Gek genoeg, want ik ben er volledig van overtuigd dat de Nederlandse planningstraditie zeer sterk is. Wij zijn altijd goed geweest in het maken van land en het daarbij behorende geloof in de toekomst. Wij beheersen de kunst van het landmeten en het verkavelen. Nederland is altijd het voorbeeld geweest van scheppingsdrift, al vanaf de dertiende eeuw.
Het heeft allemaal met de babyboomgeneratie te maken. Na de oorlog werden in een jaar tijd een miljoen kinderen geboren. Dat was een uniek getal. En hun ouders, de wederopbouwgeneratie, hadden maar één doel: het moet voor onze kinderen beter worden. Dus hebben ze Nederland aangepakt. Ze hebben universiteiten gesticht, sterrenwachten gebouwd, spoorlijnen geëlektrificeerd, ze hebben havens en Schiphol aangelegd. Iedereen kreeg een huis. Onderwijs en gezondheidszorg werden toegankelijk voor alle mensen. Tegelijkertijd werd Nederland de op één na grootste landbouwproducent van Europa.
Eind jaren zestig werd deze babyboomgeneratie, waarvoor al die grote werken waren uitgevoerd, volwassen. Zij voelden niet die noodzaak die hun ouders wél voelden om Nederland aan te pakken. Welvaart was iets vanzelfsprekends. Hun deltawerken werden de sociale en economische infrastructuur, de gezondheids- en bejaardenzorg, het onderwijs, het justitieel apparaat, democratisering van bestuur en veel meer. De balans van hun erfenis wordt nu opgemaakt en die stemt niet bijzonder vrolijk. We kampen met een aantal giga-problemen waarvan er veel direct te maken hebben met de rol van ruimtelijke ordening.’
Eigenlijk zegt u: Nederland heeft nieuwe deltawerken nodig.
'Nederland heeft een nieuwe visie nodig. Een duidelijke visie over waar de Randstad ophoudt en het open landschap begint. Waar gebouwd mag worden en waar het groen moet blijven. Maar het is een veelzeggende constatering dat op Ruimtelijke Ordening de laatste veertig jaar zelden vakministers hebben gezeten. Het is ondenkbaar dat een minister van Justitie geen briljante jurist is. Maar op het gebied van infrastructuur, waterhuishouding, stedenbouw is dat slechts bij uitzondering het geval.
De werkelijkheid is dat Ruimtelijke Ordening op landelijk niveau amper lijkt te bestaan. In de praktijk speelt alles zich af op het laagste, gemeentelijke niveau waar door een visieloze kortetermijnplanning het landschap wordt verramsjt. Het nationaal beleid wordt op gemeentelijk niveau beslist. Elke wethouder of burgemeester kan, als-ie maar hard genoeg doorduwt, wel een industrieterrein of buitenwijkje ontwikkelen. Niemand die dat tegenhoudt. Eigenlijk kun je zeggen dat de Ruimtelijke Ordening in Nederland failliet is.’
Hoe manifesteert zich dat? Verrommeling van het landschap?
'De Ruimtelijke Ordening is een industrie geworden die met nota’s zwaait en bezweringen doet, maar op de prangende vragen hebben we geen antwoord, of erger nog, er wordt niet eens over nagedacht. De allerbelangrijkste vragen zijn die van de leefbaarheid van de steden. Hoe leven we samen met verschillende bevolkingsgroepen en hoe houden we het vestigingsklimaat voor een hoogwaardige economie? Hoe beschermen wij het resterende cultuurlandschap tussen onze steden? Wat staat ons nog te wachten op het gebied van de klimaatveranderingen, de stijging van de zeespiegels? Als het aan de commissie-Veerman ligt gaan we de komende eeuw één miljard per jaar uitgeven om droge voeten te houden. Want wat doe je als de Rijn verandert van een gletsjerrivier in een regenrivier - en dat gebeurt! - en in de zomer droog komt te staan? Dan schiet het zoute grondwater omhoog. Waar komen dan de waterbuffers? Wat doe je als er zulke megabuien vallen - vorig jaar in Engeland, twee jaar terug in de Elbe - en Schiphol onder water komt te staan? Zoveel water pomp je niet weg.
Op dit moment is de Ruimtelijke Ordening niet georganiseerd om dit soort expliciete vragen te stellen en er de mogelijke beelden bij te schetsen. De duurzaamheid van de landbouw is een probleem. Er is steeds meer een cult van lekker eten in Nederland: voedsel moet een hogere kwaliteit hebben. Het moet gezond zijn, het moet goed smaken en het moet niet te ver van de stad verbouwd worden.
En daar komt ook het volgende probleem, de mobiliteit. Anders dan Londen en Parijs is de Randstad geen echte metropool. In Amsterdam wonen net een miljoen mensen - de andere zestien miljoen wonen in Alphen aan den Rijn, Emmeloord, Goes, Alkmaar. De Nederlander woont graag in een kleine overzichtelijke stad, maar wil voor zijn werk, school, winkels, vermaak en cultuur naar andere steden. Dat betekent dat we allemaal moeten reizen, in auto’s en treinen, maar al dertig jaar is het devies: niet meer asfalt, en geen uitmuntend openbaar vervoer.’
Er wordt niet nagedacht over oplossingen voor die vraagstukken?
'Jawel. Maar in het buitenland. Londen is een goed voorbeeld van hoe je het groene landschap buiten de stad bewaart en de leefbaarheid in de stad opwaardeert. Een vraagstuk waarin Zuid-Holland, waar ik woon, zo gefaald heeft dat de laatste jaren de bevolking afneemt. Mensen trekken weg, het landschap is er verdwenen. Achter de Kinderdijk - Unesco-werelderfgoed, mind you - staan flats; als dat zou gebeuren bij de Niagara-watervallen of de piramides van Gizeh zou dat in de kranten staan. Enfin, in Londen geldt sinds 1930 een verbod op bouwen in het ommeland. Als je de stad uit rijdt kom je in een groene zone, de green belt, niet in een Vinex-wijk. Er is bepaald dat de Ring de grens is; het gevolg is dat Londense ondernemers gedwongen worden in de stad verpauperde gebieden - brown fields, oude havens, industrie- en rangeerterreinen, vervuilde gronden - aan te pakken als ze nieuwe wijken willen ontwikkelen. Men bouwt een museum in een oude kolencentrale. De Olympische stad wordt op wasteland gebouwd. Daar wordt dus in de bestaande fysieke leefwereld geïnvesteerd. Dat gebeurt ook in München en Barcelona. Nederland zou daar een voorbeeld aan moeten nemen.’

Geuze praat niet alleen makkelijk, hij praat ook vol passie. Hij speelt met zijn haar, gebaart heftig met zijn handen. Als hij een vraag beantwoordt, doet hij dat bij voorkeur door over een wat willekeurig lijkend onderwerp van wal te steken en dan, na tien minuten, als je denkt dat hij het totaal vergeten is, komt hij terug op je vraag en blijkt hij al die tijd via een illustrerende omweg op weg naar het antwoord te zijn geweest.
Is de politiek niet iets voor u?
'Nee. Ik ben ontwerper, ik heb een bureau.’
U signaleert grote problemen, u roept mensen op er iets aan te doen. U kunt het voortouw nemen.
'De politiek is groter dan alleen Den Haag. Met ons bureau doen we veel non-commercieel werk, we dragen bij aan onderzoek, we geven les en publiceren om het debat aan te jagen.’
Met die publicaties heeft Geuze zich ook nog eens geprofileerd. Bijvoorbeeld door voor te stellen tot aan de Waddeneilanden in te polderen: allemaal extra ruimte. Het was een ludiek voorstel, maar wel een dat veel aandacht kreeg en een wezenlijk probleem aankaartte. Sowieso heeft West 8 zich de laatste jaren ontwikkeld tot een van de voorlopers op het gebied van pragmatische oplossingen voor stedelijke problematiek. Afgelopen januari won het bureau de International Urban Landscape Gold Award voor een ontwerp van een ecologische wijk in Hamburg. In november vorig jaar nog had Geuze de prestigieuze Rietveldprijs in ontvangst genomen voor het kantoorpark Papendorp - voor het eerst dat die aan een stedenbouwkundig plan werd uitgereikt.
Waar het op neerkomt, zegt Geuze, is dat Nederlanders anders naar hun landschap moeten leren kijken. 'Volgens mij heeft elke generatie een denkraam van waaruit ze naar het Nederlandse landschap kijkt. Mijn opa is van de generatie van de Verkade-albums. De vooroorlogse plakboeken waarin het verhaal van het Nederlandse landschap werd verteld door Jacques P. Thijsse - over het rivierengebied, de woeste gronden, de duinen. Mijn vader ging op schoolreisje naar Zandvoort of Haarlem. Het hoogtepunt was wanneer ze de duinen beklommen en in de verte de Hoogovens zagen staan. “Nederland herrijst”, werd gezegd. Dat beeld tekende zijn generatie.’
En wat vormde het denkraam van uw generatie?
'Ik ben nu bijna vijftig, 48. Ik groeide op in de polder. Ik ben geboren met klompen aan en haring achter mijn oren. Mijn jeugd bracht ik door met laarzen aan in de sloten van IJsselmonde en de Alblasserwaard, in de grienden van de Oude Maas en in de Biesbosch. Ik wist al op mijn veertiende dat ik landschapsarchitect wilde worden. Ik heb nooit iets anders gewild of gedaan. Ik ben een saai persoon. Punt. Maar voor veel mensen van mijn generatie zal Annie M.G. Schmidt het denkraam hebben beïnvloed. In haar verhalen schetst ze de tuttige suburbane schijnwereld; Jip en Janneke gaan wel eens naar de duinen, maar dat is dan slechts een uitje, het merendeel speelt zich af over de heg bij de buren. De natuur en het polderlandschap horen niet bij hun leefwereld. En daarin ligt de kiem voor de problemen die we nu hebben. In het zuidelijk deel van de Randstad is de stedeling van de oneindige woonerven footloose ten opzichte van het landschap en de geschiedenis.’
En wordt dat erger? Nu leven we niet meer in Nederland, namelijk. Dit is toch de Global Village? Onze beelden van landschap komen van tv en film - vaak stedelijke beelden dus.
'Ja, maar juist nu zie je een herwaardering van het platteland optreden. Boer zoekt vrouw, noem maar op. Ik ben ervan overtuigd dat schaatsen en fietsen, de geknotte torens van Marsman, de horizontale regen van de vlakte en de wolkentorens onze collectieve herinnering van het landschap bepalen, het zit in ons dna. Volgens mij is dat ook de reden dat ik het allerliefst in eigen land werk, omdat ik van het Nederlandse landschap houd.
Misschien ben ik naïef als ik zeg dat iedere generatie een stuk van Nederland gaat bouwen. Ik ben wat dat betreft in de verkeerde tijd geboren, er wordt nu geen nieuw land meer gemaakt, er wordt vooral kapotgemaakt. We maken geen polders meer, maar verkruimelen ze.
Nieuw land creëren zou mijn diepste wens zijn. Wat mij betreft verdubbelen we het landoppervlak tot in de Noordzee en maken we een nieuwe horizon. Dan zullen er weer nieuwe Rembrandts en Vermeers komen.’


Beeld: Adriaan Geuze/ Joost van den Broek

West 8 New York / Het ontwerp voor het masterplan voor Governors Island in New York, dat twee weken geleden is gepresenteerd. Eind 2012 wordt begonnen met de aanleg.