Alleen de aria’s in vol ornaat ontbreken. Helaas, zou ik haast willen zeggen. Want als we dan toch een stap terug doen in de tijd, dan ook maar met beide benen. Op sommige momenten, zoals door de tsarina aan het graf van Tsjaikovski, wordt even uit volle borst gezongen, maar over het geheel genomen steken de vocale partijen met hun wat onbestemde intervallen haast flets af tegen de melodieuze en kleurrijke orkestpartituur. Afgezien van enkele passages waarin de stemmen of instrumenten teveel in elkaars vaarwater belanden en de muziek aan helderheid verliest, heeft Schat een prachtige partituur afgeleverd.
Is de muziek in Symposion zonder meer de dragende factor - op wat schoonheidsfoutjes na uitstekend uitgevoerd door het Nederlands Philharmonisch met Hans Vonk op de bok - de wijze waarop het stuk op het podium wordt gerealiseerd is evenmin kinderachtig. Zangers van formaat, twee aanstekelijke choreografieen, een tot in de puntjes verzorgde belichting en oogverblindende decors. Enorme spiegelwanden, reusachtige pilaren, een optisch bedrieglijk plafond, ijsschotsen die de onvaste grond onder Tsjaikovski’s voeten symboliseren, een schuin aflopende, roterende schijf die in meerdere betekenissen (van een letterlijk hellend vlak tot een niveauverschil dat ‘onbereikbaarheid’ uitdrukt) het toneelbeeld bepaalt; dat gevoegd bij de schitterende kostuums en je kijkt drie uur lang je ogen uit.
Toch heeft Symposion wel degelijk zijn zwakke kanten en die betreffen, gek genoeg, vooral de dramatiek. Ondanks het ijzersterke thema van een verboden liefde die uitmondt in de dood, doen zich weinig door de ziel snijdende momenten voor. Oorzaak is deels de uitwerking van de personages die, ook al hebben ze een eigen muzikale karakterisering, niet boven het niveau van flat characters uitstijgen. Tsjaikovski is en blijft een opgejaagde zenuwpees - door Dale Duesing met verve neergezet -, zoals de tsarina een wreed serpent, de tsaar een goedmoedige slappeling, Vladimir een zinnelijke jonge god en Modest een liefhebbende broer is. De enige persoon die een innerlijk conflict toont, is dokter Bertenson, die gedwongen wordt gif voor de moord op Tsjaikovski te verstrekken. Het merkwaardige gevolg daarvan is dat de sterfscene van Tsjaikovski niet zozeer aangrijpend is door diens doodstrijd, maar door de opkomst van Bertenson die aarzelend en beschaamd een laatste blik op de componist werpt.
Een andere boosdoener is de uitgesponnenheid van het verhaal, dat zwaar lijdt onder een teveel aan uitleg. De terdoodveroordeling van Tsjaikovski zou veel aan dramatische kracht winnen als niet iedereen nog zijn zegje zou moeten doen. Wat een hoogtepunt zou moeten zijn is in werkelijkheid een voortemmerend tafereel. Wreekt zich hier het feit dat de geschiedenis historisch zo omstreden is?
De ontroerende momenten doen zich zonder uitzondering voor in de confrontaties tussen Tsjaikovski en neef Vladimir. Met muziek die steeds vol is van verlangen, tederheid en sensualiteit betoont Schat zich een meester in het componeren van liefdesscenes. In die zin staat Symposion niet alleen volledig in de traditie van Tsjaikovski, maar is het ook een waardige hommage aan de Russische maestro.