Reportage: Jongeren in het Leger des Heils

Het leger is verstoft

Het Leger des Heils heeft een probleem: het probeert met de tijd mee te gaan, maar de leiding bestaat voornamelijk uit ouderen. Jongeren, die het Leger in deze tijd van vergrijzing en ontkerkelijking de nieuwe eeuw in moeten dragen, staan niet te trappelen om toe te treden.

«Het imagoprobleem komt mede doordat majoor Bosshardt en haar generatiegenoten zo vaak in beeld zijn», zegt Robert Paul Fennema (32), luitenant in het korps van het Leger des Heils te Hoogeveen. «Het is altijd weer die tachtigjarige zuster met haar kromme rug die het tijdschrift de Strijdkreet uitdeelt. En wie komt er een nieuwe pinautomaat introduceren bij het Leger? Niet een jonge dynamische officier, maar majoor Bosshardt, die niet eens snapt hoe dat apparaat werkt.»

Ann-Cristell van der Made (28), werkzaam bij de Stichting Leger des Heils op de afdeling Fondsenwerving, acht «de media» eveneens schuldig. «Die tonen majoor Bosshardt, altijd maar majoor Bosshardt.»

Judith Verduin-Arnoldus (26) is heilsoldate in het korps Zeist. «Mensen denken bij het Leger des Heils altijd aan zwervers, tweedehands kleding en soep. Het Leger was als een van de eersten bij de Bijlmerramp. Maar wat zie je op tv? Weer die soeppan.»

«Ik word nu al door mensen gebeld of ik op een kerstmarkt wil komen staan», zegt Robert. «Dat willen ze: een grote collectebus met zo'n zielige heilsoldaat erbij», zegt Johan Nienhuis (26), korpslid te Almere. «Dan kunnen mensen hun schuldgevoel weer afkopen door geld te geven.»

Hilversum, zaterdagochtend. Zes Leger des Heils-jongeren, afkomstig van korpsen in het hele land, zijn in een Legerdependance bijeen om op persoonlijke titel de noodklok te luiden. Ze voelen zich alle zes geroepen de missie van het Leger uit te dragen: het evangelie van Jezus verkondigen in woorden en daden. Tegelijkertijd vrezen ze een problematische toekomst voor het Kerkgenootschap van het Leger des Heils als veranderingen uitblijven. Al maanden chatten ze met elkaar op de website van het Leger. Vandaag komt het tot een beraad.

Toen Ann-Cristell in België en Zwitserland goodwillwerk verrichte, begon bij haar het besef door te dringen dat het allemaal ook anders kon. «Ik stond onder meer in restaurants en cafés om te zingen en om de Strijdkreet te verkopen. Ik was helemaal opgetuigd als ik dat werk deed, compleet in uniform met epauletten en hoed. De reacties die ik daarop kreeg! ‹Arme meid, wat doe je toch bij dat Leger des Heils? Wat vervelend voor je, je bent nog zo mooi en jong!› Ze vonden me allemaal zo zielig met dat ouderwetse pakje en dat hoedje.»

Robert Paul is ervan overtuigd dat oprichter William Booth het zo allemaal niet bedoeld heeft. «Booth koos er rond 1870 bewust voor om een ‹leger van het heil› te vormen, met bijbehorende uniformen en rangen. Het paste bij de toenemende nationale bewustwording en de industriële revolutie, maar het was ook bedoeld om het Leger als strijdmacht te bestempelen en niet als iets vrijblijvends te beschouwen. Het puritanisme leidde bovendien tot sobere uniformen, zodat het onderscheid tussen arm en rijk wegviel. Daarom mag je volgens de reglementen ook geen sieraden dragen bij je uniform, dan toon je je rijkdom. Die regel was toen functioneel, maar nu ligt dat anders. De meeste mensen hebben veel geld te besteden en gaan anders met het geloof om. Mijn vrouw gaat nooit naar de dienst zonder oogschaduw en mascara. Toen ik als vestigingsmanager bij Hij werkte, hoefden jongens het niet te flikken om een oorbel in hun oor te dragen. Moet je nu eens kijken.»

Het Leger des Heils probeert met de tijd mee te gaan, maar de legerleiding bestaat voornamelijk uit ouderen. En het zijn juist de jongeren die het Leger in deze tijd van vergrijzing en ontkerkelijking de nieuwe eeuw in moeten dragen. De aanwas van jeugd is te beperkt en de organisatie kan het zich niet permitteren potentiële jongere leden van zich te vervreemden. Op het internationale hoofdkwartier in Londen is eind augustus onder leiding van generaal Gowans een besluit uitgebracht waarin wordt gepleit voor meer flexibiliteit en een minder hiërarchische organisatiestructuur. De ideeën zijn nog niet geïmplementeerd in Nederland. Het onlangs uitgebrachte jaarverslag van het Kerkgenootschap Leger des Heils signaleert de problemen, maar lijkt nog niet voldoende antwoord te hebben. Een flink aantal Nederlandse heilsjongeren is ondertussen druk bezig ideeën te ontwikkelen voor de situatie hier te lande. De voorstellen uit Londen worden verwelkomd, maar wat hen betreft mag het op bepaalde punten wel wat verdergaan. Zo moet er hoognodig iets gebeuren aan het stoffige imago van het Leger des Heils en kan het bijvoorbeeld ook geen kwaad een aantal religieuze principes onder de loep te nemen.

Karel Muller (28) werkt op de afdeling communicatie van het Leger des Heils-hoofd kwartier in Almere. Hoewel het Leger ook volgens hem een grote, logge organisatie is, verandert er toch veel, benadrukt hij. Karel: «Van uit het internationale hoofdkantoor in Londen is de laatste tijd het een en ander aan het veranderen. Bepaalde richtlijnen bestaan nog wel, maar in de praktijk kan er milder mee worden omgesprongen.»

«Toch werd ik er in Oslo nog op aangesproken als ik oorbellen droeg bij mijn uniform», zegt Ann-Cristell. «Waar zijn we dan mee bezig? Wendy heeft een wenkbrauwpiercing. Het gaat toch om wat je beleeft?»

«Als korpscadet draag ik soms een uniform, maar die piercing kan er niet uit», bevestigt Wendy Verhey, die in Zwolle lid is van de regionale jeugdbrassband. «Daarom plak ik er dan een pleister overheen.»

Karel vraagt Robert of Wendy met haar wenkbrauwpiercing van hem heilsoldate zou mogen worden. «Van mij wel», zegt Robert. «Ik ben daar heel ruimdenkend in. Uiteindelijk gaat het om je commitment aan God, en die roeping is soms al moeilijk genoeg.»

Het uniform dan maar voorgoed afwerpen, dat gaat de jeugdige opstandelingen weer een stap te ver. «Ik ben ook gewoon trots op mijn uniform», zegt Judith. «Je bent samen één en herkenbaar. Maar het is situatiegebonden. Als ik jongeren moet aanspreken draag ik bij voor keur een bodywarmer.»

«Ik loop liever in uniform over de Wallen dan zonder», zegt Robert. «Ik merk dat ik me ook beter gedraag in uniform. Ik rijd niet snel te hard of door rood. In uniform ben ik bovendien altijd aanspreekbaar op mijn geloof.»

Ondanks die voordelen is het ontwerp toch erg gedateerd. «Juist omdat ik het fijn vind om er voor uit te komen dat ik christen ben, vind ik het jammer dat het uniform zo uit de tijd is», zegt Ann-Christell. «Vergeleken met 150 jaar geleden is het enige verschil een iets korter rokje en een open jasje.»

«En het zit gewoon niet lekker», zegt Wendy.

Ann-Cristell: «Dat kan toch niet de bedoeling zijn? Booth ging als het moest op zijn kop staan om mensen tot het geloof te brengen, maar hij was tegelijkertijd modern en realistisch. Als een gemeente niet goed draaide, sloot hij die. Als dingen uit de tijd raakten, doekte hij ze op. Ik denk dat wij Booth’ lijn onvoldoende volgen. Het is niet zijn bedoeling geweest dat wij alles zouden overnemen wat hij verzonnen heeft om daar vervolgens traditie van te maken.»

De jonge heilsoldaten pleiten voor een moderne uniformlijn. «Zoiets als de huisstijl van ptt-post», zegt Robert. «Eén lijn met broeken in dezelfde kleur, maar bijvoorbeeld de ene van spijkerstof en de andere van wol.» Als dat niet gebeurt, kan het Leger nieuwe aanwas wel vergeten.

Ann-Cristell: «Jongeren kunnen zich nu niet met de kerk identificeren. Ze zijn bang zelf ook in zo'n ‹achterlijk pak› te moeten lopen. In Engeland is een proefkorps geweest zonder uniform en het zaalbezoek is daar in recordtijd verdubbeld. Mensen vonden het makkelijker om binnen te stappen.»

Robert: «De drempel wordt hoog als mensen zich met een air gaan gedragen omdat ze een pak dragen of omdat ze kapitein of majoor zijn.»

Ann-Cristell: «Ik vind die rangen belachelijk. Ze zijn absoluut onnodig. Het is een promotie waar je niets voor gedaan hebt.»

Robert: «Ik heb de functie van die rangen nooit begrepen.»

Karel: «De hiërarchische ‹top-down-structuur› is iets van vroeger en maakt langzaam plaats voor een ‹bottom-up-beweging› vanuit zelfstandige units, net als in het bedrijfsleven.»

Willen ze soms dat het hele geloven ook meer als product aan de man wordt gebracht? «Je moet het in ieder geval aantrekkelijk maken en op een leuke en laagdrempelige manier aanbieden», zegt Judith. «Je kunt er niet meer mee aankomen om ergens gelijk christelijke liedjes te gaan zingen.»

Robert: «De vorm is niet heilig, de boodschap is belangrijk. Mensen hebben het idee dat je komt zedenpreken en achteraf een aantekening maakt van het zoveelste gewonnen zieltje. Alsof je bij tien een magnetron wint.»

Judith: «Je moet juist voorzien in algemene behoeften. Als coördinator van het project Zingen met je kind breng ik moeders van baby’s met elkaar in contact, en dat loopt als een trein.»

Ann-Cristell: «Binnenkort geef ik een tupperware-feestje, gewoon voor de gezelligheid. Ik ben benieuwd wie er komen, en je weet nooit: misschien kan ik eens over mijn werk beginnen.»

De jongeren denken dat het Leger meer gebruik zou moeten maken van de technische mogelijkheden die er in deze tijd zijn. «In Hoogeveen zijn ouderen analfabeet op het gebied van internet», zegt Robert. Hij denkt erover speciaal voor hen een internetcafé op te zetten. Internet kan ook een manier zijn om jongeren enthousiast te krijgen. Toch moet zo'n site ook niet misleidend zijn. Als je daadwerkelijk heilsoldaat wilt worden moet je een bepaalde levensstijl hebben.

«Iedereen is welkom», zegt Judith. «Maar op het moment dat je belijdenis doet en heilsoldaat wordt, dien je te leven volgens de normen en waarden zoals gesteld in de bijbel.»

Robert haalt daarbij het probleem aan dat er verschillende theologische stromingen bestaan binnen het Kerkgenootschap van het Leger: «De een is vrijer dan de ander omdat het Leger des Heils zoveel geloofsrichtingen kent. Mijn ervaring is dat er in de praktijk niet moeilijk wordt gedaan over samenwonen. Ik denk zelf dat de tijd allang voorbij is om er moeilijk over te doen.»

Johan: «Het gaat niet om het samenwonen, maar om seks voor het huwelijk. Laten we het dan ook zo noemen. Niemand stelt ter discussie of het wel of niet geoorloofd is samen een eitje te bakken. Voordat ik me geroepen voelde om bij het Leger te komen, heb ik samengewoond en seks gehad. Dat bracht voor mij een commitment met zich mee. Ik had graag heilsofficier willen worden, maar dat kon niet omdat je dat als partners nog altijd beiden moet zijn volgens de huidige reglementen. Mijn vrouw is er echter van overtuigd dat haar roeping niet bij het Leger ligt. En ik kon voor mijn gevoel niet meer bij haar weggaan. Daarom kan ik nu geen heilsofficier worden. Iemand begaat hier dus een vergissing: God, mijn vrouw, ik of het Leger dat wellicht onhandige regels hanteert.»

Ann-Cristell heeft heldere opvattingen over seks. «Je moet seks vanuit de bijbel benaderen. Het is niet iets wat je doet om het elke week nóg spannender te maken. Seks is een liefdesdaad, en je kunt iemand niets mooiers geven dan dat. De bijbel is daarin duidelijk.»

Robert: «Ingaan tot de vrouw of niet ingaan tot de vrouw, dat is de vraag.»

Wendy: «Bij samenwonen wordt altijd maar gelijk aan seks gedacht, maar je kunt toch ook samenwonen zonder seks te hebben? Dat is misschien moeilijker, maar dan leer je hoe het is om dag en nacht bij elkaar te zijn.»

Judith: «Ik vind het een verschil maken of je drie maanden of drie jaar samenwoont. Je moet niet van de een naar de ander jumpen.»

Ann-Cristell: «Maar als je er bepaalde periodes aan gaat hangen, wordt het schemerig. Hoeveel maanden mag je dan samenwonen? Als kerk moet je een bepaald standpunt innemen, maar dat is heel moeilijk. Aan de ene kant wil je modern zijn, aan de andere kant wil je leven zoals het in de bijbel staat. De leiding van het Leger heeft in het verleden een aantal regels op papier gezet, maar die zijn absoluut niet meer van deze tijd.»

Als puber wilde Robert absoluut niet bij het Leger des Heils. Hij zou niet meer mogen drinken en stappen. Hij weet nog goed hoe het is om flink bezopen te zijn, maar mist het geen dag. De jongeren zijn het erover eens dat je je als heilsoldaat gewoonweg te houden hebt aan een bepaalde levensstijl. Maar daarmee is de vraag niet beantwoord of zoiets als een houseparty taboe is of niet. «Houseparty’s moet je toetsen aan de bijbel», zegt Judith. «De muziek heeft geen harmonie, je lichaam raakt biologisch in de war. Dat kan niet goed zijn. Teksten gaan over overspel, over duivels.»

Johan: «Het probleem is dat je dat in alle soorten muziek ziet. Ik ken ook countrymuziek waarin dat soort onderwerpen behandeld worden.»

Robert: «En ik heb vormen van housemuziek gehoord waar mensen juist evangeliserend bezig waren. Ik vind niet dat je kunt zeggen dat housemuziek per definitie slecht is. Ook dat is iets van de tijdgeest, en het Leger zal hoe dan ook mee moeten met vernieuwingsbewegingen. Booth had als een van de eersten een auto; dat was sensatie. Wij maken geen sensatie meer. Met je blokfluit of gitaar op straat spelen is geen sensatie.»

Het is tegen vijven als de discussie luwt. Agenda’s worden getrokken voor een vervolg afspraak. Majoor Bosshardt, zo verzekeren ze, zal nog van ze horen.