Fotografie

Het legere leven

Fotografie Geert van Kesteren

Yvonne heeft drie kinderen uit drie huwelijken. We zien haar voorzichtig lachende gezicht. Ze draagt een piercing door haar wenkbrauw. Haar nieuwe vriend ligt op de bank met een hond. Een van haar kinderen, een jongetje, komt erbij. En plotseling, een icoon. Het kader snijdt de nieuwe vriend af bij de schouders, we zien de afstandsbediening in zijn handen, de goedkope tatoeages, naast hem ligt nu languit het zoontje, bleek en mager, een zwarte hoofdband en blond haar, op de salontafel rommel van flessen en asbakken. Het is in alle opzichten een geslaagd beeld. Maar heeft de fotograaf hiermee de verborgen armoede in Nederland blootgelegd?

De traditie van fotografen die hun aandacht op armoede richten is lang. Van de honderd jaar oude foto’s van Lewis Hine van achterbuurten en kinderarbeid, tot de portretten van arme boeren door Dorothea Lange en Walker Evans uit de jaren dertig, tot de meer recente pogingen van Eugene Richards die wilde vastleggen hoe de ‘andere helft’ van de Verenigde Staten leeft.

Momenteel werken de fotografen van het beroemde agentschap VII aan een ambitieus project om armoede van alle werelddelen te tonen. Meestal gebruiken fotografen hun camera voor dit onderwerp om de maatschappij bewust te maken van een probleem dat zichzelf geen stem of gezicht kan geven. Maar armoede heeft ook altijd mooi beeld opgeleverd.

Geert van Kesteren is zich bewust van dit dilemma. De reportage die hij in opdracht van NRC Handelsblad en het Rijksmuseum in Amsterdam heeft gemaakt probeert vooral verhalen te vertellen. Van Kesteren is dienstbaar gebleven aan zijn onderwerpen, hij zet zijn fotografische middelen spaarzaam in. Iemand moet nog kunnen lachen op zijn foto’s.

Natuurlijk is een fotograaf een spion, maar Van Kesteren maakt zijn foto’s vanaf plekken waar iemand anders ook had kunnen staan, een vriend of bekende. Armoede in Nederland uit zich niet in massale sloppenwijken van golfkarton; een fotograaf moet binnenkomen in huiskamers om het te vinden. Zonder te exploiteren houdt Van Kesteren oog voor omgeving en context, details zijn goed gekozen.

De verhalen die Van Kesteren heeft vastgelegd zijn verschillend en daardoor doeltreffend. Naast Yvonne leren we Johanna, Maria, Nathalie, Ali, Gohar, Chantal en vele anderen kennen. Veel vrouwen met kinderen, gezinnen zonder vaders. Wie zorgt heeft minder keus, lijken de foto’s te willen zeggen. Sommige vrouwen, zoals de Armeense Gohar, zijn de wanhoop nabij. Maar dat iemand de constante druk van armoede ook weet te bedwingen bewijst de oudere, opgewekte Ali. Mannen zijn in de minderheid op de foto’s. Ze zijn vaak werkloos, afgekeurd, onrustig.

Hoe zou het zijn geweest voor deze mensen om een fotograaf over de vloer te hebben? Hun levens spelen zich af in isolatie, sociale uitsluiting blijkt een direct uitvloeisel van armoede. Maar hun openheid is een overwinning op de schaamte en stelt vertrouwen in de overtuiging dat bewustwording een aanzet is tot verandering. Ze helpen de fotograaf en daarmee zichzelf.

Voortreffelijk getiteld, is de tentoonstelling een toonbeeld van sociale reportage. Van Kesteren is een goede fotograaf. Hij is te vertrouwen.

Geert van Kesteren, Schraal. Huis Marseille, Amsterdam, tot en met 4 maart.

www.huismarseille.nl