Gesloten grenzen

Het lelijke gezicht van Europa

De buitengrenzen van Europa worden in onze naam bewaakt, de muren van het fort in onze naam verhoogd. Op grote schaal worden mensenrechten en internationale verdragen geschonden, voor ons. Moeten we dit willen?

6 augustus, Lesbos, Griekenland. Net buiten het opvangkamp Moria kunnen de vluchtelingen en migranten zich wassen © Aris Messinis /AFP / ANP

In sectie B , waar in een paar afgesloten barakken van kamp Moria alleenstaande jongens van zeven tot achttien jaar zitten, snijdt bijna iedereen zichzelf. De twintigjarige Paco Kuit, die deze zomer als vrijwilliger in het grootste vluchtelingenkamp op het Griekse Lesbos voetbaltraining gaf, zag de littekens op hun armen. Op een zonnig terras in Amsterdam vertelt hij over zijn ervaringen. ‘Soms was het haaks op de arm.’ Met zijn vinger doet hij het na op zijn pols. ‘Soms in de lengte, mee met de aderen, soms zigzaggend. Soms over de hele arm.’

In ons aller naam wordt de buitengrens van Europa bewaakt. De gevolgen van Europa’s stringente grensbeleid spelen zich duizenden kilometers verderop af, ver weg van onze ogen, zoals de mensonterende situaties in Griekse vluchtelingenkampen, de vleeswonden door scheermeshekken rondom de Spaanse enclave Melilla, de mishandelingen aan de Kroatische grens, de achtergelaten drenkelingen in de Middellandse Zee.

De meest recente EU-top over migratie in het Oostenrijkse Salzburg heeft niets nieuws gebracht. ‘De EU moet zich richten op het versterken van de buitengrenzen en op samenwerking met landen buiten de EU om de migratie binnen de perken te houden’, zei president Donald Tusk na afloop. Meer bewaking, hogere muren, scherpere hekken en nog op te bouwen vluchtelingenkampen – ‘ontschepingsplatforms’ – op Noord-Afrikaanse bodem. Dat is zo ongeveer de kern van het huidige Europese vluchtelingenbeleid.

Ook al hebben mensen die vluchten volgens het VN-Vluchtelingenverdrag het recht om in Europa asiel aan te vragen, we maken het ze steeds moeilijker Europees grondgebied te bereiken. Twee jaar geleden sloot Brussel een verdrag met Turkije om de migratie van daaruit te stoppen. Op dit moment wordt Europees geld ook ingezet bij de financiering van de Libische kustwacht, bij de ondersteuning van grensbewaking in Niger, zelfs al bij het regime in Soedan. Dit beleid willen de Europese regeringsleiders verder uitwerken; ze zijn in gesprek met de Egyptische president Abdul Fatah Al-Sisi over samenwerking op migratiegebied.

Ondertussen stapelen de noodkreten vanaf onze buitengrenzen zich op.

Vanuit Lesbos bijvoorbeeld

In vluchtelingenkamp Moria, gevestigd op een voormalige legerbasis, zitten zo’n negenduizend mensen, waarvan een derde minderjarig, terwijl het een maximale capaciteit van drieduizend mensen heeft. Ze moeten voor het ontbijt drie tot vijf uur in de rij staan, deels in de volle zon, tussen hekken. Voor de lunch en het diner hetzelfde. Warm water om te douchen is er nauwelijks. Iedereen krijgt slechts een literfles drinkwater per dag. De wc’s zijn smerig en moeten gedeeld worden met zeventig mensen. Ze leven met velen samen op een kamer, in de winter is het extreem koud, in de zomer extreem heet. In het kamp zijn dagelijks gevechten – Arabieren tegen Koerden, Afghanen tegen Syriërs, soennieten tegen sjiieten, Syriërs onderling, ook de oorlog is het kamp binnengedrongen – met loden pijpen, messen of ander wapentuig. Ook seksueel geweld is aan de orde van de dag, voor vrouwen is het in het kamp structureel onveilig.

‘Het is de ergste plek waar ik ooit ben geweest’, zei Luca Fontana, coördinator van Artsen zonder Grenzen op Lesbos en specialist in spoedeisende geneeskunde, in de bbc-documentaire The Worst Refugee Camp on Earth afgelopen augustus. Hij had al verteld hoe kinderen ernstige trauma’s oplopen, dat een kind van tien jaar zelfmoord probeerde te plegen en dat dat geen uitzondering was, dat ze huidziektes oplopen, dat ze veel psychische problemen hebben. Eerder werkte hij in oorlogsgebieden als Congo en de Centraal-Afrikaanse Republiek, bij de ebola-uitbraak in West-Afrika. ‘Nergens zag ik dit niveau van lijden’, zegt hij. ‘Hier is door het systeem de hoop weg.’

De meeste hulporganisaties zijn uit protest uit het kamp vertrokken. Het Rode Kruis en Artsen zonder Grenzen hebben een hulppost net buiten het kamp opgeslagen. Honderden vluchtelingen leven in tenten buiten de kamphekken in de ‘Olive Grove’. Daar zijn de omstandigheden nog slechter. ‘In hun eilandgevangenis worden ze gedwongen te leven in een context waar geweld in al zijn vormen makkelijk uitbreekt – inclusief seksueel en gender gerelateerd geweld dat zowel kinderen als volwassenen treft’, schreef Alessandro Barberio, klinisch psychiater bij Artsen zonder Grenzen, onlangs in een open brief.

De alarmerende berichten vanaf de Griekse eilanden zijn niet nieuw: al sinds 2016 roepen mensenrechtenorganisaties, hulporganisaties, inclusief de Vluchtelingenorganisatie van de VN, dat de situatie onhoudbaar is. Ze sloegen eerder ook alarm over de andere kampen; op alle Griekse eilanden samen, waaronder Samos en Chios, zitten zo’n twintigduizend mensen in vergelijkbare omstandigheden.

Ook al heeft de Griekse regering afgelopen week besloten een paar duizend mensen vanuit Moria naar opvangplekken op het vasteland te brengen, structureel zal er niets veranderen. Mensen komen nog steeds met bootjes aan vanuit Turkije, maar ze kunnen daarna nergens heen. Deels door de halfbakken uitvoering van de EU-deal met Turkije uit 2016 – eveneens een door mensenrechtenorganisaties bekritiseerde afspraak over het lot van vluchtelingen. ‘Moria is gebouwd voor mensen die hier een paar dagen blijven’, zegt de Griekse perswoordvoerder tegen de bbc. ‘Maar de EU heeft de grenzen gesloten.’

Wie nu binnenkomt, krijgt op z’n vroegst in november 2019 zijn eerste gesprek met de Griekse asieldienst, sommige inwoners hebben pas een vervolgafspraak in de zomer van 2020. Tot die tijd kunnen ze nergens heen. De veerboten naar Athene weigeren iedereen die geen officieel stempel heeft van de kampautoriteiten waaruit blijkt dat ze toestemming hebben om naar het vasteland te vertrekken.

Het Europese beleid begint zo veel te lijken op het in rechts-populistische kringen bejubelde Australische asielsysteem, dat door Amnesty International, Human Rights Watch en de Verenigde Naties ernstig wordt bekritiseerd vanwege ‘grove schendingen van het internationaal recht’. Het land sluit vluchtelingen en asielzoekers op in off-shore detention centres op twee eilanden ver weg in de Stille Oceaan. Over het kamp op het eiland Nauru zei Amnesty in 2016 dat de combinatie van ernstig psychisch lijden, het opzettelijk schadelijke karakter van het systeem, en het feit dat de ‘offshore verwerking’ bedoeld is om anderen te intimideren, betekent dat het Australische vluchtelingenregime voldoet aan de definitie van foltering volgens het internationaal recht.

‘For God’s sake help us’, zegt een vrouw in Moria tegen de bbc-reporter. ‘Help de vrouwen, help de mannen, help de kinderen.’

Eerstejaars student Paco Kuit ging afgelopen jaar twee keer een maand naar Lesbos voor de hulporganisatie Movement on the Ground. Hij voetbalde met de jongens om ze wat afleiding te geven. ‘Voetbal is een taal, het verbindt, geeft een beetje hoop, en het is een uitlaatklep’, zegt Kuit op het terras vlak bij het Science Park van de Universiteit van Amsterdam waar hij net met zijn Future Planet Studies is begonnen.

Vier keer per week reed hij om half negen ’s ochtends met twee coördinatoren in een busje van de hoofdstad Mytilini naar het kamp, daar liep hij sectie B binnen waar per kamer zo’n twintig jongens in stapelbedden sliepen, hij vroeg wie er mee wilde om te trainen. Een deel van het kamp is afgeschermd voor kwetsbare groepen. In sectie A zitten de gezinnen, in B de minderjarige jongens en in C de vrouwen en meisjes. Foto’s mocht hij niet maken, maar hij schetst op een A4’tje de barakken, de hekken eromheen, de tenten buiten het kamp in de olijfgaard, het grote kamp waar de rest zit. ‘Iedereen wilde Afrikaanse jongens in het team’, zegt hij, ‘als je een Afrikaan meer had dan je tegenstander wist je zeker dat je won.’

Hij zag deze zomer een paar jongens die hij begin dit jaar al had ontmoet, nu hadden ze armen vol littekens. ‘Het is zo’n uitzichtloze situatie’, zegt Kuit. ‘Ze snijden zichzelf uit depressie, of in de hoop dat ze als kwetsbaar worden erkend, dat ze niet uit de beveiligde zone naar het grote kamp worden gestuurd als ze achttien zijn.’ Hij hoorde schrijnende verhalen over wat vluchtelingen in de oorlog in Syrië meemaakten. ‘Ze verdienen onze hulp, de beste zorg die we kunnen geven, niet dit, nu worden ze gestraft terwijl ze niets hebben gedaan.’

‘Het EU-beleid zorgt ervoor dat mensen voor onbepaalde tijd vastzitten. Eigenlijk zegt de EU tegen hen: zoek het uit’

De erbarmelijke situatie in de kampen is niet alleen de schuld van Griekenland, benadrukken deskundigen. ‘De Europese Unie heeft een grote verantwoordelijkheid’, zegt onder anderen Rolinda Ferron, woordvoerder van Artsen zonder Grenzen, in Trouw. ‘Het EU-beleid om migranten tegen te houden zorgt ervoor dat mensen voor onbepaalde tijd vastzitten in Moria, onder inhumane omstandigheden. Eigenlijk zegt de EU tegen hen: zoek het uit.’

17 juni, Middellandse Zee. Het lichaam van een overleden vrouw en een nog levende vrouw 136 kilometer voor de kust van Libië © Pau Barrena / AFP / ANP

Ook vanaf de grens tussen Turkije en Syrië klinken de noodkreten

Europa sloot met de Turkijedeal de grens voor Syrische vluchtelingen en betaalde in ruil daarvoor drie miljard euro aan Turkije. De vluchtelingen zitten nu in Turkije, sommigen verblijven in kampen, anderen op straat in bijvoorbeeld Istanbul waar ze aan zichzelf zijn overgeleverd.

Turkije heeft ondertussen in razend tempo een 911 kilometer lange betonnen muur gebouwd langs de grens met Syrië, na de Chinese Muur en de muur tussen de VS en Mexico de langste ter wereld. De grensmuur bestaat uit betonnen delen van drie meter hoog, met daarvoor een drempel van tweeënhalve meter diep en hekken met scheermesjesdraad. Turkse grenswachters waarschuwen vanuit hun wachttorens door luidsprekers als ze mensen vanuit Syrië zien aankomen. Komen ze dichterbij, dan kunnen ze met machinegeweren worden beschoten. Het Syrische Observatorium voor de Mensenrechten meldde in maart dit jaar dat 42 Syriërs waren gedood bij pogingen de grens over te steken. Human Rights Watch publiceerde op hetzelfde moment een onderzoek waarin ooggetuigen vertelden over veertien doden sinds september 2017, onder wie vijf kinderen. Ook meldde het rapport dat Turkse grenswachters honderden Syrische vluchtelingen die in Antakya waren aangekomen hebben gedeporteerd naar Idlib, terug Syrië in.

Voor de duidelijkheid: het terugsturen van mensen naar een land waar zij gevaar lopen is in strijd met het non-refoulement-beginsel uit bijvoorbeeld het VN-Vluchtelingenverdrag. Ook mogen ze niet worden geweigerd aan de grens van zo’n land.

Europa draagt ook zijn steentje bij. ‘De Europese Unie heeft pantservoertuigen gefinancierd waarmee het Turkse leger langs de nieuwe grensmuur met Syrië patrouilleert’, meldde NRC Handelsblad in maart dit jaar na onderzoek van de Deense media Politiken en Danwatch, in samenwerking met het journalistieke netwerk European Investigative Collaborations. Met behulp van deze voertuigen, die zijn uitgerust met telescopische masten met warmtegevoelige camera’s die tot vier meter hoog kunnen worden uitgeschoven, kunnen grensbewakers over de muur kijken en bewegingen in de gaten houden. ‘Als de EU materieel aan een derde partij levert, wetende dat die partij het zou kunnen gebruiken op een manier die strijdig is met het internationaal recht, namelijk het recht op leven, lijkt het me dat ze meehelpen aan een schending van het internationaal recht’, zei Thomas Spijkerboer, hoogleraar migratierecht aan de Vrije Universiteit, in het NRC-artikel over deze zaak.

En vanaf de Egeïsche Zee, op de grens tussen Griekenland en Turkije

Door op het tafelblad te schuiven met een brillenhoes, een visitekaartje en een kartonnetje van het Student Hotel laat hij zien hoe het ging. Hij zat met 53 mensen in een rubberbootje, het visitekaartje. Ze waren vlak bij Griekse wateren toen een Turkse grenswachtboot, de brillenhoes, hen probeerde te verhinderen verder te varen. Drie keer stootte de patrouilleboot tegen hun bootje aan. Hij doet het voor door met de brillenhoes het visitekaartje terug te duwen. Iets verderop lag de Griekse grenswacht, het kartonnetje, toe te kijken. Het visitekaartje probeert voorbij de Turkse boot te komen. ‘De bestuurder was crazy, de golven waren heel hoog’, zegt Aesa terwijl hij het visitekaartje snel voorbij de brillenhoes schuift. Toen dat was gelukt, nam de Griekse grenswacht hen aan boord.

Aesa Oso is 23 jaar, hij is een Syrische vluchteling uit Raqqa. Hij zat ‘twee jaar en een week’ – hij telde de dagen – vast op Lesbos; acht dagen in sectie B, zijn zus in sectie A, daarna vroeg hij overplaatsing naar een kamp voor families. Zijn leven bestond uit wachten op ID-kaarten, paspoorten, afspraken met de asielloketten, heen en weer reizen naar de politiebureaus in Athene en Mytilini. Een week geleden kwam hij aan in het Student Hotel in Amsterdam, waar hij ook een baan aangeboden heeft gekregen. ‘Eindelijk’, zucht Aesa, ‘kan ik iets doen’ – alhoewel, hij heeft een dag eerder gehoord dat in Nederland zijn werkvergunning is geweigerd.

Vanuit Bosnië-Herzegovina, op de grens met Kroatië

Een alleenstaande Syrische vader staat op de foto met een paspoort en een kapotte iPhone in de hand. Daarnaast twee foto’s van een meisje met een wilde bos donker haar, ze draagt een donkerblauw zomerjurkje met witte stippen en kijkt glimlachend in de lens. Het is Allsa, zijn vijf jaar oude dochtertje. Nadat zijn vrouw twee jaar geleden was overleden, vluchtte hij met Allsa naar Europa. Ze belandden in een provisorisch vluchtelingenkamp in het Bosnische Velika Kladuša, aan de grens met EU-lid Kroatië. Twee weken geleden lukte het ze de EU-grens te passeren, samen met een familie uit Irak, vertelt hij op een video op Twitter. Ze liepen twee dagen. Op 15 september ging hij bij een winkel wat eten en water kopen, het meisje wachtte iets verderop met de andere familie. Maar in de winkel werd de vader door de Kroatische politie opgepakt. Ondanks zijn smeekbeden hem niet te scheiden van zijn dochter brachten ze hem terug over de grens naar Bosnië-Herzegovina. Nu smeekt hij via Twitter iedereen naar haar uit te kijken.

Het Rode Kruis meldt dat er in Velika Kladuša zo’n duizend mensen zitten, de meesten in tenten van plastic op een veldje. Zij kunnen door het ruige terrein en de gesloten grensovergangen geen kant op. Velen zijn gedwongen in de buitenlucht te slapen en hebben geen toegang tot voedsel, water en sanitair. De grens over gaan is gevaarlijk, vluchtelingen noemen het ‘the game’. Sommige mijnenvelden uit de voorbije oorlog in de gebieden waar mensen de grens over proberen te steken zijn nog steeds actief.

Amnesty International, No Name Kitchen – een Servische hulporganisatie – en een aantal Kroatische ngo’s en media hebben talloze gevallen gedocumenteerd van buitensporig geweld door de Kroatische grenspolitie, onder andere met wapenstokken en elektrische veestaven. Foto’s van ernstige verwondingen op ruggen en benen heeft No Name Kitchen in een rapport bijgevoegd. Ook het vernietigen van identiteitsdocumenten en telefoons is aan de orde van de dag, evenals seksuele intimidatie, schieten, vernederen, gevangen zetten in gesloten cellen of in auto’s met te weinig zuurstof. Verder weigeren de Kroatische grenswachters stelselmatig asielaanvragen mogelijk te maken – wat ze als EU-land verplicht zijn te doen. In plaats daarvan deporteren ze vluchtelingen terug de grens over. Zoals Allsa’s vader overkwam.

En vanuit Albanië

In immigratiecentrum Kakavije, vlak bij de grens met Griekenland, zitten 32 Syriërs, Algerijnen, Palestijnen en Pakistanen al drie tot zes maanden vast. Ze hebben asiel aangevraagd maar zitten opgesloten, zonder nog iemand van de unhcr of een asielambtenaar te hebben gezien, zo meldt de van oorsprong Kroatische hulporganisatie Are You Syrious? Ze kregen berichten over slechte omstandigheden en wrede behandeling door de bewakers. Ook hier snijden mannen zichzelf, een van hen probeerde zelfmoord te plegen.

Grens van Melilla, exclave van Spanje in Marokko © Alexander Koerner / Getty Images

Vanuit detentiekampen in Libië

Het is geen geheim meer dat in Libië migranten en vluchtelingen worden opgesloten, afgeperst, gemarteld, verkracht, gedwongen te werken of verkocht als slaaf. ‘Hardly anyone appears to care’, schrijft Zeid Ra’ad Al Hussein, de onlangs afgetreden hoge commissaris voor de mensenrechten van de VN, over de dode lichamen die worden gevonden in de woestijn, het bos en op de stranden van Libië. De VN-mensenrechtenstaf ter plekke weet niet meer waar ze met de lichamen heen moet, zoveel zijn het er. Sommige mensen zijn gestorven van dorst, honger, eenvoudig te genezen ziektes, anderen zijn doodgemarteld of doodgeslagen terwijl ze als slaaf werkten. De staf documenteerde ook de stelselmatige verkrachtingen van vrouwen in gevangenschap. Ze hebben met die vrouwen gepraat, maar staan machteloos.

‘Wat migranten en vluchtelingen meemaken in Libië zou het collectieve geweten van Europese burgers en verkozen leiders moeten schokken’, schrijft Joanne Liu, internationaal president van Artsen zonder Grenzen, begin september in een open brief aan de Europese leiders. Europa betaalt de Libische kustwacht om vluchtelingenboten uit Libië tegen te houden. Hierdoor, zegt Liu, voedt Europa een ‘crimineel systeem van mishandeling’, want in Libië worden mensen in gevangenissen gezet, de facto zijn dat ‘bloeiende ondernemingen van ontvoeringen, martelingen en afpersing’.

Artsen zonder Grenzen was getuige van deze mensenrechtenschendingen. ‘Dat er nu minder mensen vanuit Libië aankomen op Europese kusten wordt door sommigen een succes genoemd’, schrijft Liu. Maar, gaat ze verder, als je weet wat er in Libië met mensen gebeurt, dan is dit ‘succes’ op z’n best hypocriet te noemen, op z’n slechtst cynische samenwerking met criminelen. De unhcren de iom, de Internationale Organisatie voor Migratie, hebben begin dit jaar in een gezamenlijk statement verklaard dat Libië voor migranten niet als veilig beschouwd kan worden. Europese regeringen kiezen er desondanks voor om mensen daarheen terug te sturen en de Libische kustwacht te steunen.

‘Ze sterven voor mij. Ik ben verantwoordelijk op grond van mijn burgerschap. Ik ben medeplichtig. En u ook’

‘Hier ligt het morele en juridische dilemma voor de EU’, schrijft Al Hussein. Mensen terugsturen naar gevangenissen waar ze tegen hun wil worden vastgehouden, waar serieuze mensenrechtenschendingen plaatsvinden, is een overduidelijke schending van het internationale rechtsverbod van non-refoulement.

Libië is volgens Liu slechts het meest recente en extreme voorbeeld van het Europese migratiebeleid met als belangrijkste doel: ‘to push people out of sight’. Hierdoor zien we het afschuwelijke lijden aan onze grenzen niet, schrijft ze in haar brief aan de leiders van Europa.

Vanaf de Middellandse Zee

Pietro Bartolo, de arts van Lampedusa die duizenden geredde vluchtelingen behandelde, wil geen vis uit de Middellandse Zee meer eten omdat die zich heeft gevoed met mensenvlees, vertelt Rosita Steenbeek in een interview in de Volkskrant naar aanleiding van haar nieuwe boek over de vluchtelingencrisis. Sinds de Libische kustwacht meer surveilleert, nemen de mensensmokkelaars meer risico. Terwijl minder mensen Europa via deze route hebben bereikt, stierven er meer. Volgens cijfers van de iom stierven tussen 1 januari en 23 september dit jaar 1260 mensen op dit deel van de Middellandse Zee, 21.042 haalden het tot Italië. Dat betekent dat één op de zeventien mensen de overtocht niet overleefde, in 2017 was dat nog één op de 42 in dezelfde periode, aldus een VN-rapport.

Op zaterdag 23 september hoort de bemanning van de Aquarius, het laatste private schip dat drenkelingen tussen Libië en Italië redt, dat hun vergunning is ingetrokken, meldt de bbc. Het schip vaart dan onder Panamese vlag met 58 mensen aan boord die ze hebben gered uit twee bootjes. Zodra ze een haven binnen varen, moeten ze de vlag strijken en mogen ze niet meer weg. Artsen zonder Grenzen en SOS Mediterranée die het schip leasen, beschuldigen de Italiaanse regering ervan Panama onder druk te hebben gezet hun vergunning in te trekken.

De Aquarius voer sinds februari 2016 op de Middellandse Zee. In een gezamenlijke verklaring benadrukken beide organisaties dat ze zich volledig aan de maritieme wetgeving hielden. De beslissing zal honderden mensen veroordelen tot de verdrinkingsdood, stellen ze. Ze roepen Europese regeringen op iets te doen en het schip in staat te stellen door te gaan. Als de Aquarius als laatste onafhankelijke reddingsschip stopt, zijn migranten en vluchtelingen afhankelijk van Italiaanse en Libische regeringen, en zal nog minder te zien zijn wat er met ze gebeurt.

En vanuit Melilla, op de grens tussen Spanje en Marokko

‘Er wordt een kansspel van gemaakt’, zegt Pieter Boeles aan een tafeltje in een Amsterdams café. De emeritus hoogleraar migratierecht aan de Vrije Universiteit, tevens lid van de commissie-Meijers, een onafhankelijke groep experts die adviseert over onder andere Europees asiel- en migratierecht, verruilde de afgelopen jaren tijdelijk zijn bureau voor een reis naar de Spaanse enclave Melilla in Marokko om een documentaire te maken. ‘Als je Europa weet te bereiken mag je asiel aanvragen, anders niet.’

The Other Traveller heet de documentaire die onlangs uitkwam. ‘Waarom moesten ze zo gevaarlijk reizen’, vraagt hij zich in de eerste minuten van de film af. ‘Waarom mochten ze niet reizen zoals wij?’

Op een video die is gemaakt door een Spaanse actiegroep uit Melilla is te zien hoe de Guardia Civil mensen die over de stalen hekken met prikkeldraad klimmen bewerkt met wapenstokken zodra ze aan de Spaanse kant komen, ook als ze al op de grond liggen. Ambulances rijden langs, maar de Guardia Civil pakt de mannen die dood of bewusteloos op de grond liggen aan armen en benen en legt ze via een deurtje in het hek terug in Marokko. Zo hoeven de doden niet aan Spaanse kant te worden geteld – ook niet aan Marokkaanse trouwens, want die wijzen weer naar Spanje. Volgens de actievoerders zijn er sinds 1998, toen het eerste hek werd opgetrokken, onder de ‘klimmers’ honderden doden gevallen.

12 oktober 2017. Gharyan, Libië. Vluchtelingen en migranten in een detentiecentrum © Hani Amara / Reuters

‘Het lelijke gezicht van Europa’, noemt Boeles het grensbeleid. ‘Ze proberen het lelijke gezicht te verbergen door slachtoffers naar de andere kant te verplaatsen.’ Eerder al reisde hij mee met zijn universitaire collega Thomas Spijkerboer die met een team een database van de grensdoden aanlegde. Op Malta, Lesbos en Sicilië bestudeerde het team doodcertificaten van begraafplaatsen en gemeentearchieven. De meeste doden worden echter nooit geteld, ontdekten ze, veel mensen zinken in zee of verdwijnen onder het zand van de woestijn. Counting the Human Costs of Border Control noemde Boeles zijn documentaire hierover.

Het kan ook anders. Boeles schreef ooit een juridisch artikel over de mogelijkheid van het uitgeven van bijvoorbeeld een asielvisum, zodat mensen vanuit een oorlogsgebied het vliegtuig kunnen nemen en zo de mogelijkheid hebben in Europa asiel aan te vragen. Het begint namelijk allemaal met de onmogelijkheid om een visum voor Europa te krijgen. Dat is de hoogste muur die is opgetrokken. Daarom kunnen zij niet reizen zoals wij.

‘These are your borders’, zei een migrant destijds tegen het onderzoeksteam. ‘It is you they are defending. They are dying for you.’ ‘Sterven ze voor mij?’ vraagt Boeles zich af in zijn laatste film die meer een persoonlijk essay is, gemaakt van al gedraaide fragmenten. ‘De gewelddadigheid van de grensbewaking wordt steeds onzichtbaarder omdat de grens steeds verder opschuift’, zegt Boeles in het café in Amsterdam. De EU heeft eensgezind miljarden betaald aan Turkije en aan Libië. Het is, zegt hij, eigenlijk een beetje oorlog aan de grens. Migranten en vluchtelingen worden als vijanden beschouwd. ‘De doden nemen we op de koop toe.’

Of je nu voor gesloten of voor open grenzen bent, voor een ruimhartig of restrictief vluchtelingenbeleid: dit kan toch niemand willen? De situatie op Lesbos, de samenwerking met Libië, de push-backs op zee, de mishandelingen door grenswachters… het is maar een greep uit wat er gebeurt aan onze buitengrens. We staan erbij en kijken ernaar. Al jaren berichten de media erover. We weten het. Elke keer denk je dat het niet erger kan, maar dan gaat het weer een stapje verder. Is het waar dat hardly anyone cares, zoals Zeid Ra’ad Al Hussein, de VN-mensenrechtencommissaris, schrijft? Is dit wat de meerderheid van de Europese burgers wil?

We gooien met dit vluchtelingenbeleid onze eigen waarden overboord. Dat is een hoge prijs. In 2015 was er een noodsituatie, sindsdien is het aantal mensen dat hun toevlucht tot Europa zoekt enorm gedaald. Dit jaar zijn er tot nu toe minder dan honderdduizend mensen via zee en land aangekomen in Europa, volgens de iom; dat is nog niet eens twee keer een uitverkochte Arena of Kuip. Het is tijd dat de zwijgende meerderheid harder van zich laat horen.

‘Ja’, zegt Pieter Boeles nog eens op zachte toon. ‘Ze sterven voor mij. Ik ben verantwoordelijk op grond van mijn burgerschap.’ Hij noemt het een akelige paradox. ‘Het bewaken van de buitengrenzen bevordert de interne rust. Maar ik wil niet dat het op deze manier gebeurt. Ik ben medeplichtig. En u ook.’


Bekijk hier de documentaire ‘The Other Traveller’: