Film

Het leugenachtige beeld

FILM Death of a President

Een van de mooiste verhalen in het literaire genre what-if? is van de Britse schrijver Stephen Baxter, die in zijn roman Voyage (1996) aantoont dat als Kennedy nog in het Witte Huis had gezeten Amerika al in 1980 bemande missies naar Mars zou hebben gestuurd. Een alternatieve geschiedenis in de traditie van dit soort what-if?-verhalen ontstaat ook door het recent opgedoken 8mm jfk-sluipmoordfilmpje. Hierop is een stralende Jacqueline Kennedy naast een lachende president John F. Kennedy te zien. Het filmpje is echt en onecht tegelijk. Je weet dat Kennedy vermoord is, maar toch, hier is hij op het scherm, springlevend, lachend. Dat niet alleen, ook Jackie straalt, sterker, dit is misschien wel een van de allermooiste beelden van haar. Het filmpje is bovendien in kleur, en je ziet dat het een mooie dag was, en je ziet de mensen, omstanders in Dallas, die opgewonden op de president wachten. Het land is blij. En dat is de droom, dat is de leugen.

Terug naar de werkelijkheid van nu en een ander wat-als?-scenario, namelijk dat van de Britse regisseur Gabriel Range. In zijn film Death of a President (2006) brengt hij een sluipmoord op president George Bush in beeld. Een paar maanden geleden heeft de film, een productie van het Britse Channel Four, in Amerika voor opschudding gezorgd. Veel politici en commentatoren vonden het werk weerzinwekkend. Sommige bioscopen weigerden de film te vertonen. De kritiek op de film was er interessant genoeg al nog voordat iemand een beeld ervan had gezien. De sfeer sloeg om toen de film daadwerkelijk begon te draaien, en critici er niet echt over te spreken waren. Tekenend voor de lauwe ontvangst was de reactie van J. Hoberman, die het werk in The Village Voice een vingeroefening noemt.

Deze lezing van Death of a President klopt wel. Regisseur Range gebruikt de conventies van de mockumentary om de moord op Bush in beeld te brengen, en daar wringt de schoen. Door er zo hardvochtig op aan te dringen dat alles dat we zien ‘echt’ is, krijgt het geheel juist een oppervlakkige, lege kwaliteit. Het is alsof je naar een aflevering van Panorama van de bbc kijkt, alsof het verhaal met andere woorden wel erg is, maar dat dat door de grote afstand tot de kijker verder weinig uitmaakt. De keuze voor de documentaire is verder funest doordat het geheel weinig echt artistieks heeft. Death of a President valt zo in het niet, zeker geplaatst naast subversieve fictiefilms als het uitstekende Suddenly (1954) van Lewis Allen, waarin Frank Sinatra de president wil ombrengen, en JFK van Oliver Stone, een film die laat zien dat het wat-als?-verhaal staat of valt met het vermogen van de kunstenaar om van alles en nog wat te verzinnen.

Dat is tegelijk de grote kracht van dit nieuwe jfk-filmpje. Daar is geen kunstenaar aan te pas gekomen – het is dus allemaal echt – en toch is de essentie van het beeld pure fictie, verzonnen van A tot Z. Het is een geweldig voorbeeld van het leugenachtige beeld. Daar zijn jfk en Jackie, in kleur, in die limousine, lachend in de zonneschijn. Het moment staat stil in de tijd. Het is Dallas, 22 november 1963, even voor half één.

Death of a President is vanaf 22 maart te zien