Adam Haslett, Je bent geen vreemde hier

Het leven als elegie

Adam Haslett

Je bent geen vreemde hier

Vertaald door Else Hoog

Atlas, 245 blz., € 19,90

Een man, leraar geschiedenis, wordt overvallen door een onbeheersbare doodsangst. Ondanks een afleidingsmanoeuvre van zijn vrouw — een ontspannende vakantie in Engeland — komt zijn vertrouwen in zichzelf en in de wereld niet terug. De man, al enige tijd onder psychiatrische behandeling, weet dat hij vroeg of laat definitief zal ontsporen. Hij neemt afstand van zijn vrouw en raakt tijdens een wanhopige zwerftocht verzeild in een kamer waar de dood te ruiken is: «Er rot hier iets.» Een vrouw die zijn zelfmoordneigingen doorzag, heeft hem naar die kamer gelokt omdat daar haar doodzieke zoon wegteert. Die kamer heeft «de sfeer van een tussenstation aan een vergeten handelsroute, of een bunker waar het nieuws dat de oorlog voorbij is nog niet is doorgedrongen». Aan de stervende zoon vertelt de man historische verhalen, die zowel de ex-docent geschiedenis als de wegrottende zoon troosten. De vertelling als strohalm, als geruststellende ordening.

Adam Hasletts verhaal Het einde van de oorlog is er een van negen in Je bent geen vreemde hier. Het einde van de oorlog waarnaar alle personages in Hasletts debuut bundel verlangen is vooral het gekrakeel in hun hoofd, een stemmenstrijd ontstaan door verlies, rouw en schaamte. Hasletts creaties hebben de neiging weg te kruipen voor de werkelijkheid omdat die teveel blijkt. Ze willen bedreigende zaken en mensen op afstand houden maar hunkeren tegelijkertijd naar echte communicatie. Het gevolg: drama, misverstand, isolement, gestoord denken. De personages blijven buitenbeentjes omdat ze een «gave» hebben (de jongen die in Telepathie de dood van zijn broer voorziet), een provocerende stem in hun hoofd horen, een dodelijke ziekte onder de leden hebben, niet goed overweg kunnen met hun seksuele voorkeuren of zó in zichzelf opgaan dat ze een redelijk zicht op hun omgeving kwijtraken.

Maar de vormen van «gekte» die Adam Haslett beschrijft zijn zeer herkenbaar. Daarom zou het onjuist zijn te spreken van extreme verhalen. De titel van de bundel verwijst tegelijkertijd naar de oplettende lezer, die niet vreemd zal opkijken van ongerichte woelingen in de doka die hoofd heet.

Waar houvast te vinden wanneer de bodem onder het bestaan is weggeslagen? Wat gebeurt er als een zoon wanhopig probeert in contact te komen met zijn manisch-depressieve vader; als een moeder blijft rouwen om het verlies van haar puberzoon; als een schuldbewuste oude vrouw — moeder van een doodgeboren kind — een kwaad aardige kwelgeest in haar hoofd hoort; als een wees zich opoffert aan de seksuele grillen van een oudere jongen; als een broer vol afgunst en onderdrukte homoseksuele verlangens zijn zus «gevangen» houdt?

De boze geest in het slotverhaal, de zeventiende-eeuwse Hester, die stierf in haar kraambed, houdt haar slachtoffer voor dat zij, Elisabeth, toch altijd heeft geloofd dat boeken en feiten redding konden brengen. «Maar dat is niet zo best gelukt, hè?» De zoon in De dingen mijns vaders — die zijn vader een interview afneemt om zijn eigen gedachtekronkels te kunnen volgen en zijn eigen diagnose (waarom ben ik ziek in mijn hoofd?) te kunnen stellen — hoort onder meer dit: «Het idee dat je je leven als een elegie leeft, dat je jezelf immuun maakt voor het heden. Zoveel makkelijker als je mensen kunt zien alsof het louter personages in een boek zijn.»

Iedereen in Je bent geen vreemde hier voelt zich opgesloten in het eigen hoofd of raakt verdwaald tussen waan en wijsheid: «Niets is zo destructief als het onvermogen om werkelijkheid en fantasie uit elkaar te houden.» De spanning en beklemming die van Hasletts zorgvuldig geformuleerde verhalen uitgaan — de lezer voelt zich overrompeld, net als de personages — komen voort uit twee elkaar weerstrevende bewegingen die ik besloten zie in een typische Haslett-zin: «Ik was bang dat ik in de verleiding zou komen me uit te spreken.» In Je bent geen vreemde hier komen even veel terugtrekkingen uit de samen leving voor als pogingen zich te verstaan met zijn omgeving. Het resultaat is een bundel waarin de zucht naar levendig «carnaval» én het verlangen naar «vasten» in welk klooster dan ook (het hoofd, de inrichting, de verbeelding, de dood) de personages in de ban houden. Wat te doen? Niets minder dan de hele wereld willen redden en het lot van de mensheid verbeteren? Of een tactische terugtrekking in een hoofd vol verlies en rouw omdat bureaucratieën «niet bepaald helder van geest» zijn? Het is een dilemma dat rust en orde verstoort. Je bent geen vreemde hier is een debuut dat op overtuigende wijze dwaalt door de dalen van ons bestaan en geen moraal vol middelmaat toelaat.