Ethan Canin laat zien hoe blind mensen kunnen zijn

Het leven als halfbakken plan

In zijn roman Blue River (1991) beschrijft de Amerikaanse schrijver Ethan Canin een onverhoedse ontmoeting tussen twee vaderloze broers, na vijftien jaar radiostilte. De oudere broer Lawrence, die een zwervend bestaan leidt, zoekt zijn broer Edward op, een kleinburgerlijke oogarts die zijn verleden onder het tapijt verstopt denkt te hebben en het verraad aan zijn broer verdrongen. Maar de tijd is slechts een dun verband voor de wonden die verraad slaan. Want daar draait Blue River om. De roman peilt de woelige relatie tussen de twee broers, die nooit elkaars hoeders zijn geweest. De vrijbuiter Lawrence, vroeger vechtersbaas en dief maar later een gedisciplineerd student, voegt zijn in het gareel lopende broer toe dat ze op elkaar lijken en een even hufterig gedrag vertonen als hun uit zijn huwelijk weggevluchte vader. Edward beziet Lawrence: «Soms had ik het idee dat je je leven gepland had (…), zoals je een veld inzaait, zodat het later ook precies zo voor je ogen zou verschijnen.»

Het karakter van de mens is zijn lot, zei Heraclitus zo’n twee millennia geleden. Het is een uitspraak die Canin in zijn verhalenbundel The Palace Thief (1994) op waarheid test. Eenmaal corrupt, altijd corrupt? Vroeger een verrader, later nog een keer? De hoofdpersoon in Canins nieuwe roman Draag me over het water is «als kleine jongen niet opgevoed in de architectuur van het menselijk karakter». August Kleinman — een 78-jarige biermagnaat terugkijkend op een leven van emigratie, oorlog en maatschappelijk succes — bespeurt bij zichzelf een hard trekje, een zekere onaangedaanheid, een dierlijke felheid: «iets onbeweeglijks in het wanordelijke halfbakken plan waarvan hij nu begon te begrijpen dat het zijn leven was». In zijn bestaan pleegt hij twee moorden, de ene als soldaat in het voorjaar van 1945 op een Japanse soldaat op een eiland in de Oost-Chinese Zee; de andere een decennium later op een maffia-achtige figuur. Angst, woede en wantrouwen domineren zijn bestaan. Zijn drie kinderen zijn «mysteries» voor hem. De generatiekloof is groot, het joodse geloof niet per se bindmiddel. Aan hen zou hij nooit kunnen vertellen dat hij nog één ding moet doen in zijn leven: naar Japan gaan en de correspondentie terugbezorgen aan de zoon van de vader die hij in de Tweede Wereldoorlog heeft gedood.

Ken je vijand en volg nooit andermans raad op. Deze twee levenswijsheden komen van zijn Duitse moeder, die in 1933 de ware aard van de nazi’s door heeft en haar zoon getuige laat zijn van de boekverbrandingen. Haar man bagatelliseert de Hitler-horden. Maar de moeder verlaat met haar zoon per schip Hamburg en vlucht naar Amerika; de goedgelovige vader wordt vermoord.

Draag mij over het water begint met een brief van de Japanse soldaat waarin hij «mijn hemelse Umi» zijn liefde betuigt, bekent dat hij in zijn schuilplaats schildert en leest en dat hij haar nooit meer zal zien. De roman reconstrueert stukje bij beetje, fragment na fragment, broksgewijs en a-chronologisch (heden en verleden lijken een willekeurige hutspot) de ware betekenis van de brief én van de huidige bezitter August Kleinman.

De fragmentarische heropbouw van Kleinmans leven zit knap in elkaar. Zo laat Canin zien dat «hier en nu» en «toen en daar» vervloeien. Het verleden gaat niet «zomaar» voorbij, maar blijft huishouden in het heden, ook als je vrouw aan Alzheimer lijdt. Niet alleen dat vermaledijde hic et nunc is een overvaller, ook het ogenschijnlijk weggezakte vroeger speelt onverwacht op. De brief knaagt aan Kleinmans geweten. En er knabbelt nog meer aan zijn minder meegaande aard: het feit dat hij als bierbrouwer miljoenen dollars heeft vergaard. Dat knagen compenseert hij door als werkgever «links» te zijn en Lyndon B. Johnson tijdens een korte ontmoeting om zijn Vietnam-politiek te schofferen. Ook de liefdadigheid heeft een goede aan hem.

Maar met een paar woorden en een paar charitatieve daden kun je je eigen karakter niet veranderen, laat staan de wereld. «Hij had het idee dat zijn leven kon worden ingedeeld als een berglandschap in de woestijn — een uitgestrekte vlakte met af en toe onverwachts een bergtop. Of misschien was dat alleen het gevolg van hoe zijn geheugen nu werkte: lange, voortrollende perioden van duisternis, willekeurig onderbroken door vlagen van schrikwekkende herinnering.» Zo ongeveer is Draag mij over het water opgebouwd. De angstige herinneringen zijn pieken die het actuele voortkabbelende bestaan — multimiljonair Kleinman als boodschappeninpakker in een supermarkt — overschaduwen.

In The Palace Thief mijmert een gepensioneerde leraar geschiedenis over het karakter van zijn oud-leerlingen en verbaast hij zich er ondanks zijn lange leservaring over dat middelbareschooljaren zo vormend kunnen zijn en zelfs een stempel kunnen drukken op het volwassen leven. «O, wat weten we toch weinig van mensen als we menen dat ze de kleineringen uit hun jeugd zijn vergeten.»

Ethan Canin laat in zijn romans en verhalen zien hoe blind we kunnen zijn, hoe slecht we onze naasten kennen: broers, geliefden, leerlingen. Op de laatste bladzijde van Draag mij over het water laten de herinneringen August Kleinman in de steek. Maar dan staat Kleinmans verhaal al in het geheugen van de lezer gegrift.