Het leven als kunst

Deze roman wil verdwijnen. Ik moet het anders zeggen: Minnie Panis, hoofdpersonage uit de roman, heeft moeite met haar aanwezigheid in de wereld. Ze probeert in verschillende levensfasen te verdwijnen, niet aanwezig te zijn en zich in ieder geval te onthechten.

Medium groene ressentiment 1

Zo onderneemt ze een poging – ze is kunstenares – al haar bezittingen te verkopen en maakt daar een kunstproject van. Ze documenteert alles wat ze verkoopt, ‘met de precisie van een rechercheur die een moordonderzoek leidt’. Ook haar paspoort verkoopt ze. Alles om een illusie van vrijheid te verwerven. ‘Deze illusie hield zichzelf niet al te lang in stand, zo makkelijk kom je nu ook weer niet van jezelf af, maar toch ving ze een glimp op van de absolute vrijheid die zich ontvouwt aan degenen die niets te verliezen noch te verlangen hebben.’ Laconieke zinnen schrijft ze, dat maakt haar werk aantrekkelijk en intrigerend, al is het slot van bovenstaande zin (‘aan degenen die’) voor verbetering vatbaar.

Je kunt deze ambitieuze roman opvatten als een beschrijving van een zoektocht naar het mystieke. Niet voor niets dat kunstenaars als Marina Abramovic, Hildegard von Bingen en Bas Jan Ader een prominente rol spelen. De laatste krijgt zelfs tegen het einde een in een apart lettertype gezette liefdevolle biopic. ‘Wat hij hoopte te vinden was misschien waar hij tijdens het vallen al een glimp van had opgevangen: complete onthechting.’ Het klinkt allemaal een beetje pathetisch, maar dat ligt aan het citaat dat ik uitkoos. Weijers vermijdt juist al te grote woorden, ze is in haar stijlopvatting eerder nieuwsgierig dan dat ze alles al weet en alleen nog de geschikte, al lang uitgesleten, woorden moet vinden. Ze wil alles opnieuw weten. Nieuwsgierigheid is Weijers’ second name. Ze steekt al haar schrijfenergie en schrijflust (en dat heeft ze!) in haar personage dat de hele dag over kunst en zichzelf loopt na te denken en te fabuleren. En aan zichzelf probeert te ontsnappen.

Godzijdank is ze niet cynisch over kunstenaars die hun eigen leven als kunstwerk inzetten

Dit is een reflectieroman, een ideeënroman noemden we dat vroeger. Over kunst, over literatuur, over het leven als kunst, over verdwijnen, over isolement. Zo ongeveer alles passeert bij dit hypergevoelige en zeer zelfbewuste schrijven de revue. Zelfs als een kunstagent een ijskastdeur open doet, zet dat Minnie hevig aan het peinzen: ‘Hij trok de koelkast open en schonk zijn glas tot ver boven de geijkte hoeveelheid vol. Deze man was in maar weinig opzichten gematigd, dacht Minnie. Ze keek hoe zijn adamsappel op- en neerging bij het slikken, alsof hij het leven zelf probeerde op te drinken. Iets in de beweging ontroerde haar. Misschien was het de onwillekeurigheid van de lichaamsfunctie.’ Het leven zelf opdrinken, met dit beeld kun je deze roman goed typeren.

Weijers maakt van de gelegenheid gebruik een stevig debat over kunst aan te gaan. De relatie tussen kunst en leven, daar gaan we weer, dit cliché schiet gewoonweg vanzelf mijn pen uit, maar bij deze schrijfster komt het er allemaal flink op aan. En godzijdank is ze niet cynisch over kunstenaars die hun eigen leven als kunstwerk inzetten. Geen kwade woorden over bijvoorbeeld iemand als Tracey Emin, wel rustig gepeins over de (on)mogelijkheden van deze kunstvorm, waarbij Minnie’s ‘kunstagent’ regelmatig de rol van verwaten kunstpaus krijgt toebedeeld die steeds de bekende lulkoek over kunst te berde brengt: ‘De kunst moet laten zien dat het kunst is. Ze moet zichzelf binnenstebuiten keren. Weg met de coulissen, het voyeurisme, de method acting. De riolen moeten onder het plaveisel vandaan komen.’ Je zou hem nog bijna geloven ook, maar Minnie wast hem flink de oren.

Medium weijers 2c nina  c merlijn doomernik  2.

Fijn ook om te zien dat de schrijfster wel eens een boek gelezen heeft en daar gewoon voor uit wil komen: de verwijzing naar de roman Onder het plaveisel het moeras van A.F.Th. van der Heijden in bovenstaand citaat is evident. De hele roman barst van de verwijzingen naar kunst en literatuur. Fantastisch is haar (Minnie’s!) pleidooi voor het meesterlijke werk van Neo Rauch, ‘die door Minnie (…) werd beschouwd als een van de grote schilders van de eenentwintigste eeuw’. Zo is het.

Tegen het einde gaat het met de roman een andere kant op. Weijers wil ons laten weten hoe het komt dat haar (en mijn) Minnie, waar we net zo veel van gingen houden, zo’n vreemde vogel is geworden. Dan komt er ineens een goeroe op de planken, ene Johnstone, die zijn therapie baseert op de tijdrekening van de Maya-cultuur, zoiets. Hier ben ik niet de geschikte lezer voor. Minnie’s moeder speelt plotseling een belangrijke rol en we gaan de diepte van de ziel van die moeder in. Ik merk in mijn woordkeus dat ik helemaal geen zin heb om het hier erg lang over te hebben. Ik wil het over Minnie en kunst hebben. Waarom zou ik moeten weten dat Minnie veel te vroeg geboren is en een rare snuiter was, die pas als baby ging huilen toen ze de muziek van Hildegard van Bingen hoorde?

Er komt ineens gesnotter in de roman, en pathetiek. Met zinnen die je eerder in vliegveldromans zou verwachten: ‘Maandenlang reisde ze iedere paar weken naar Londen om bij hem te zijn.’ Nou nou. Of: ‘Ze wist zelf niet eens of ze een kind wilde, ze had zichzelf nog nooit als moeder voorgesteld.’ Toe maar. Of: ‘Hoe kon ze vertellen dat ze het kind niet had gewild.’ Moest dit om Minnie scherper bij de lezer in beeld te krijgen? Maar ik was toch al bezig een beeld van haar te vormen en verliefd op haar te worden? Dat was nu juist zo mooi aan dit boek. Ik wilde een beeld van Minnie. En dan dit. Ik had die Johnstone helemaal niet nodig. Had Weijers hem nodig? Als dat zo is, leg ik me er uiteraard bij neer.


Niña Weijers - De consequenties. Atlas Contact, 287 blz.,€ 19,99

Beeld: Niña Weijers: een refelectieroman, een ideeënroman noemden we dat vroeger (Merlijn Doomerink).