Film: ‘Foxtrot’

Het leven als riedeltje

Foxtrot, regie Samuel Maoz © September Film

De foxtrot is een dans die je geen meter vooruit brengt, zoals de personages in deze film demonstreren: naar voren, naar de zijkant en naar achteren en dan begint het hele riedeltje opnieuw. Dat moet dan leuk zijn, maar de absurditeit van constant in beweging zijn zonder iets te ‘bereiken’ is evident. De dans komt voor wanneer de succesvolle architect Michael Feldman (Lior Ashkenazi) naar een appartementencomplex in Tel Aviv gaat om zijn hoogbejaarde moeder te vertellen dat zijn zoon, soldaat Jonathan (Yonatan Shiray), gedood werd tijdens een incident bij een grenspost. Terwijl hij kapot van verdriet in het gebouw naar zijn moeder zoekt, opent Michael een deur en stapt een zaaltje binnen waar ouderen op dat moment danspasjes oefenen: de foxtrot.

Een paar uur tevoren kwamen legerofficieren naar het appartement van Michael en zijn vrouw, Dafna (Sarah Adler), om het nieuws van Jonathans dood te brengen. Het is een ritueel, gruwelijk in de precisie waarmee de officieren handelen: Dafna krijgt meteen een slaapmiddel toegediend, Michael moet kennelijk wakker blijven om het een en ander te regelen. Wel moet hij om het uur een glas water drinken. De reden hiervoor is niet duidelijk. Zijn verdriet is overweldigend, maar er zijn subtiele aanwijzingen dat er hier iets meer aan de hand is: de hond krijgt een schop, die banale vrolijkheid van de foxtrot en na pakweg een half uur een harde overgang naar een verlaten militaire grenspost waar twee verveelde soldaten een slagboom openen, zodat een kameel in alle rust kan passeren.

Foxtrot van Samuel Maoz is een subliem gemaakte film over de absurditeit van het bestaan. In de vormgeving keert de chaos telkens terug: een Escher-achtig patroon van blokken op de tegelvloer in het appartement van de Feldmans, een schilderij op de muur met lijnen die kriskras door elkaar heen lopen. Dít is hoe Michael en Dafna zich voelen wanneer de officieren met zachte stem vertellen over de dood van Jonathan.

Een ‘lijn’ is er nergens te ontdekken, zelfs niet in de inventieve structuur van het verhaal: drie akten die precies dezelfde cirkelbeweging als de dans uit de titel hebben. Maoz brengt schokkende plotontwikkelingen met een terloopsheid die je naar adem doet happen; heen en weer wordt de kijker geslingerd tussen afschuw (begrafenisregelingen strikt volgens het boekje, het leger zorgt voor lekkere hapjes, en ten slotte wordt het volkslied ten gehore gebracht) en duistere humor (als jongen ruilde Michael zijn bijbel in voor een Playboy, wat hem jaren van trauma en schuld opleverde).

De acteurs missen geen noot in hun performance. Vooral Ashkenazi schittert in de rol van de vader. Als een figuur in een Grieks drama treurt hij over de dood van zijn zoon: enerzijds woedend over hoe het zo had kunnen lopen, anderzijds berustend in de wetenschap dat je machteloos staat tegenover de werking van het noodlot.

Maoz’ grootste bondgenoot in het vertellen van zijn verhaal is de werkelijkheid zelf: een incident met precies dezelfde bizarre wending als in de film – die ik hier niet verklap – is namelijk echt gebeurd. Met Foxtrot laat Maoz zien hoe het omarmen van willekeur als het enige organiserende beginsel in het leven bevrijdend kan werken, en dat zo’n dansje eigenlijk best fijn is.


Te zien vanaf 12 april