Film

Het leven is klote

Film: The Motorcycle Diaries van Walter Salles

Ernesto Guevara Lynch de la Serna, astmatische jongeman uit een progressieve Argentijnse familie met aristocratische wortels. Rugby speler, student geneeskunde. Rusteloze, nieuwsgierige geest. Hij was 23 toen hij in de zomer van 1952 samen met zijn vriend Alberto Granado (29) op reis ging om het echte Latijns-Amerika te ontdekken. Jaren later zei de oude Granado in een interview met de Amerikaanse journalist Patrick Symmes over zijn vriend Ernesto: «Hij was zeer aantrekkelijk, altijd geïnteresseerd in vrouwen. Maar hij las ook veel tijdens het reizen. En hij dacht veel na.» De reis werd een ontdekkingstocht, letterlijk en figuurlijk. Ernesto kwam in contact met de echte bewoners van het continent: de onderdrukten. En zo transformeerde de jongen uit Buenos Aires zich tot dé revolutionaire icoon van de twintigste eeuw: Che.

In Walter Salles’ film The Motorcycle Diaries komt het keerpunt als Alberto en Ernesto werken in een oord voor lepralijders in San Pablo, Peru. Een gescheiden gemeenschap: aan de noordkant wonen medici, aan de zuidkant de patiënten. Op een avond vieren de artsen de verjaardag van Ernesto. Terwijl de gasten dansen, loopt de jon geman naar buiten. In de donkere nacht, op de oever van de Ama zone, staart hij naar de overkant, waar de lichten zichtbaar zijn van de hutten van de lepralijders. Ernesto doet zijn kleren uit en begint te zwemmen. Als hij vervolgens uit geput de overkant haalt, ont vangen de zieken hem met open armen. Voor het eerst laat Ernesto zijn bevoorrechte leven volledig achter zich. Hij neemt de identiteit aan van de armen. Ernesto: «Ik ben mezelf niet meer.»

Het verhaal draait niet om Che Guevara, maar om de vraag hoe Ernestito op den duur Che werd. Helemaal nieuw is deze invalshoek niet. Journalist Symmes doet iets soortgelijks in zijn boek Chasing Che (2000), een verslag van hoe hij per motor door Latijns-Amerika reist in de voetsporen van de jonge Ernesto en Alberto. Het boek eindigt met een ontmoeting met de bejaarde Alberto, die stelt dat de reis eigenlijk zijn idee was.

Hoe dan ook, Che is nu van iedereen. Dat was ooit anders. Toen gaf Ernesto zich exclusief aan de onderdrukten van Latijns-Amerika. En dat laat The Motorcyle Diaries prachtig zien. Met grauwe beelden van de landschappen van Chili en Peru creëert Salles een harde wereld die een afschuwelijke schoonheid uitstraalt. Ernesto is geboeid door de arbeiders die deze wereld bevolken. Dat uit zich in een scène tussen hem en een jonge vrouw die aan lepra lijdt. Zij begrijpt niet dat Ernesto haar aanraakt, wat hij überhaupt zoekt in San Pablo. Het antwoord is cruciaal: tot zijn dood zal Che vechten om het lijden van de onderdrukten te verlichten. In scènes als deze blijkt dat de grote ster van de film Gael García Bernal is, de acteur die vooral bekendheid verwierf met zijn rol als travestiet in La mala educación, het meesterwerk van Pedro Almodóvar. Bernal is onweerstaanbaar als Ernesto. Hij is klein, maar door zijn krachtige gezicht en lichaamsbouw krijgt hij op het witte doek een aanwezigheid die de jonge Al Pacino ook had. In The Motorcycle Diaries weet Bernal de geestelijke transformatie van de frivole Ernesto naar de serieuze Che perfect te verbeelden: van de mooie rugbyspeler naar de opstandeling die in de donkere nacht in een Peruviaans oerwoud een lepralijder troost door het revolutionaire ideaal in haar oor te fluisteren: «Het leven is klote. Je moet vechten voor elke hap lucht.»

Te zien vanaf 25 november