ELMA DRAYER, VERWENDE PRINSESJES: PORTRET VAN DE NEDERLANDSE VROUW

Het leven is niet leuk

Het onbehagen bij de vrouw is verdwenen, betoogt Elma Drayer in Verwende prinsesjes. ‘Niet omdat het paradijs zou zijn aangebroken, maar omdat vrouwen er de schouders over ophalen.’

ELMA DRAYER, VERWENDE PRINSESJES

Medium 9789023454458

Wat een toeval! Of gaat dat nu eenmaal zo in prinsessenland, waar maar één de koningin kan zijn? Net voor het verschijnen van Verwende prinsesjes, het boek waarin journaliste Elma Drayer haar werkschuwe zusters ervan langs geeft, roept maandblad Opzij het ultiem verwende prinsesje uit tot machtigste vrouw van Nederland. Natuurlijk, koningin Beatrix is een bikkel, en vervult haar rituele rol vast met meer toewijding en ambitie dan je van een staatshoofd mag verwachten, maar ondertussen is ze even geprivilegieerd als gebonden. Met echt macht uitoefenen heeft haar werk niet zo veel te maken. Dacht ik. Opzij redeneert als volgt: zonder kroon was ze de baas van een multinational. ‘Ze heeft pregnante opvattingen, kan dominant zijn en is een perfectionist.’
Elma Drayer had er vast nog een boutade aan vast kunnen knopen, aan deze opmerkelijke uitverkiezing. Een van de meest opvallende kwaliteiten van haar boek over de vrouwenzaak is de frisse en alerte manier waarop ze allerlei actuele grote en kleine kwesties integreert in een coherent betoog. Wouter Bos die zich bekeert tot het vaderschap, Eva Jinek die zich erbij neerlegt niet langer voor anchorwoman in aanmerking te komen vanwege haar privé-situatie, het onderzoeksbureau Motivaction dat een nieuwe 'grenzeloze’ generatie claimt; het zijn concrete verschijnselen van onze tijd die Drayers analyse een urgent en modern karakter geven. Daarbij is ze niet bang tikken uit te delen, en stevige uitspraken te doen. In zes hoofdstukken rekent ze af met de belangrijkste mythes - of sprookjes, zoals zij ze in prinsessentaal noemt - waarmee vrouwen en mannen hun soort en het bijbehorende takenpakket in stand houden. Vooral de vrouwen, want stiekem profiteren ze van die sprookjes. Ze sussen zichzelf ermee in slaap.
Drayer steekt van wal met de moeder aller mythes, die van het perfecte moederschap. Het hebben van kinderen wordt aangegrepen als excuus om thuis te blijven, of op z'n hoogst een parttimebaantje erop na te houden, en niet 'echt’ te participeren in de samenleving. Ruim veertig jaar na Joke Kool-Smits Het onbehagen bij de vrouw is er maar één conclusie mogelijk, schrijft Drayer: dat onbehagen is helemaal verdwenen. 'Niet omdat het paradijs zou zijn aangebroken, maar omdat vrouwen er de schouders over ophalen. Ze willen een rustig bestaan, zonder al te zware verantwoordelijkheden, ver weg van die enge grotemensenwereld.’ Ook al wordt er van alles geregeld, dan nog denken vrouwen dat het voor ieders welzijn het beste is als zij meer thuis zijn. Hoog tijd dat zij hun eigen moederrol eens wat zouden relativeren. Want hoezo zou zonder hen de tere kinderziel verloren zijn? De moederlijke invloed is groot, en tegelijkertijd slechts een uit vele. En het is juist zo'n ideale combinatie, werk en kinderen. Het moederschap voorkomt dat je doldraait, het werk dat je zachtjes indut.
Het is een sterke binnenkomer, dit hoofdstuk over het sprookje van de perfecte moeder, ook omdat het aan de wortel ligt van alles. Inderdaad is het opvallend hoezeer het de laatste jaren weer done is om het over je kinderen te hebben. Sterker nog: hoezeer het gebroed gepamperd, gekoesterd en begeleid wordt tot ver na het bereiken van de volwassen leeftijd. Alleen is het een beetje jammer aan de betoogtrant van Drayer dat ze zelf niet bezocht lijkt te worden door interne fricties of tegenstrijdigheden. Eerder heeft ze een soort ijzerenheinige calvinistische houding ten aanzien van leven en werk, die geen ruimte lijkt te bieden voor verzaken, om welke reden dan ook.
Dat calvinisme galmt nog sterker van de kansel in het volgende hoofdstuk, dat gaat over het sprookje van de keuzevrijheid. Andermaal hamert ze op het aambeeld van het zogenaamd onaantastbare moederschap. Dat bijstandsmoeders ontslagen werden van de plicht te solliciteren, noemt ze een misdadige regeling, in dezelfde orde als de alimentatieplicht. Regelingen die alleen maar uitschreeuwen: 'Wij zijn prinsesjes, op aarde om vertroeteld te worden.’ We mogen wel meedoen, maar als we dat toevallig niet willen, dan is dat echt niet erg. Drayer pleit voor een algemene arbeidsplicht; je eigen boterham verdienen, dat hoort nu eenmaal bij het grotemensenbestaan: 'In een volwassen samenleving zou het vanzelfsprekend moeten zijn dat alle deelnemers (m/v) voor zichzelf zorgen - tenzij ze daartoe door ziekte of ouderdom beslist niet in staat zijn.’
De samenleving als gemeenschappelijke opdracht. Geen speld tussen te krijgen, is het niet allemaal ooit zo begonnen, maar toch… Hoe durf je je bord niet leeg te eten, terwijl de kindertjes in Biafra honger lijden, ik hoor het Drayer zomaar zeggen. Helemaal als ze ook nog eens met de lusten en de lasten aankomt, en de rechten en de plichten. 'Werk is nu eenmaal niet altijd leuk. Zoals het leven zelf niet altijd leuk is.’
In haar inleiding schrijft Drayer dochter te zijn van een vrouw met hersens en ambities. Deze mocht eerst van haar vader niet doorleren en later kreeg ze te veel kinderen om nog iets buiten het gezin te kunnen ondernemen. Helaas, want anders was die moeder graag actief geworden in de gemeentepolitiek. Gelukkig konden haar dochters wel 'gewoon’ doorleren. 'Dit alles vervult mij, tot op de dag van vandaag, met diepe dankbaarheid’, schrijft Drayer. Dit kleine inkijkje in haar persoonlijke achtergrond verklaart veel van de aard van haar missie, die geheel rechtlijnig afkoerst op werk, werk, werk.
Het offer dat onze moeders brachten, zonder dat ze zelf het woord 'offer’ zouden gebruiken, is kenmerkend voor de generatie waartoe Drayer behoort, en ik ook. Het maakt ons schatplichtig, maar gek genoeg ook schuldig als je het heel anders doet. Het opgroeien in een traditioneel gezin, gestoeld op een heldere arbeidsverdeling tussen man en vrouw… Zie daar deep down maar weer eens vanaf te komen. Nu kreeg Drayer nog andere signalen mee, omdat ze opgevoed werd met het onvervulde verlangen van haar moeder. Ik zal nooit beweren dat mijn moeder hersens noch ambities had, maar beide faculteiten zette ze blijmoedig in op haar gezin. Ik ben niet grootgebracht met 'doorleren’ als hoogste goed, eerder met iets vaags als 'persoonlijk geluk’. Mijn moeder blijkt onbewust nog steeds mijn voorbeeld te zijn, terwijl ze een heel ander leven leidde dan ik nu. Zelf was ze de eerste om dat te zeggen. 'Je moet naar mij niet kijken’, lag haar in de mond bestorven. Ik hoefde ook niet naar haar te kijken, om toch wel geïmpregneerd te raken met een huiselijkheidsideaal waardoor het nog steeds beneden mijn stand is om een verjaardagstaart te kopen in plaats van zelf te bakken. Om maar iets onschuldigs te noemen. Het ligt vast niet in de polemische aard van Drayers boek, maar een klein beetje zelfreflectie, een klein beetje weemoed die des avonds komt, had haar betoog vooral op het front van moederschap en werk sterker gemaakt.
Op haar best is Drayer als ze uiteenzet hoe fnuikend het voor vrouwen uitpakt als ervan uit wordt gegaan dat man en vrouw van twee verschillende planeten afkomstig zijn. Het is het gedachtegoed dat lange tijd taboe was, maar weer helemaal terug is van weggeweest. Als vrouwen het voor het zeggen hadden, hadden we geen kredietcrisis gehad, en ook geen milieuvervuiling. In de hoofdstukken waarin ze achtereenvolgens afrekent met het sprookje van de religieuze hoogachting en dat van Moeder Natuur laat ze de keerzijde van die verheerlijking zien. Zolang je mensen vastpint op hun geslachtsorganen reduceer je ze tot zoogdieren, in plaats van dat je ze beschouwt als individuen, met alle mogelijke varianten van dien, ook binnen de eigen sekse. Bovendien - dit vond ik wel een eyeopener, hoe simpel ook - worden mannen zelden gedefinieerd door hun vermogen tot vaderschap. Nu ik dit opschrijf plingt er echter een klein lampje op boven mijn hoofd: maar mannen kunnen ook niet baren. Dat maakt het vaderschap per definitie wat abstracter dan het moederschap. Maakt dat niet alle verschil uit? En is dat heel erg?
Is dat heel erg, is sowieso een vraag die geregeld bij me opkomt, hetgeen wederom samenhangt met Drayers af en toe tamelijk botte redeneertrant. Zo pakt het hoofdstuk over de religieuze hoogachting, waarvan ik eventjes nog dacht 'waarom moet het hier nou over gaan’, al heel gauw uit in een frontale aanval op de islam. De islam is het hevigst geobsedeerd door het vrouwenvraagstuk, schrijft ze: 'Nergens is een meisjesleven zo weinig waard als in de moslimlanden. Nergens zo'n immens verschil tussen het mannenbestaan en het vrouwenbestaan.’ Onbegrijpelijk vindt ze het dat er zo veel clementie bestaat voor types die zich beroepen op een heilig boek om vrouwen niet de hand te hoeven schudden, en hen dwingen een hoofddoekje te dragen. 'Als het hoofddoekje zo onschuldig zou zijn, waarom dan niet gewoon afgedaan?’
Aan één kant is het verfrissend, zo unverfroren als Drayer de kwestie aan de orde stelt, zonder dat ze bang lijkt te zijn op gevoelige tenen te gaan staan. Aan de andere kant komt haar agressie jegens moslims me nogal plat en rechtlijnig voor. Waarom maakt zij zich zo druk om het hoofddoekje? Even verderop geeft ze het antwoord: 'De islamitische hoofddoek beloont de diepe angst voor al wie een vagina bezit.’ Op de een of andere manier lijkt dit me niet helemaal te stroken met de geleefde werkelijkheid van moslima’s die uit eigen beweging een hoofddoekje dragen. Je hoeft ze niet binnen te halen als heldinnen, een trend in feministenland waarover Drayer zich terecht allergisch betoont, maar om nu weer te gaan werken met termen als 'vals bewustzijn’ en dergelijke gaat ook wat ver. Er bestaat ook nog zoiets taais als loyaliteit, en iets ongrijpbaars als traditie. Demagogisch dieptepunt in Drayers fulminade is de verwijzing naar Wilders: 'Blijkbaar word je geacht afstand te doen van je opvattingen zodra een bedenkelijk personage die óók uitvent. Maar laten vegetariërs hun principes varen omdat ze die toevallig delen met zekere dictator te Berlijn, bij wie ook geen vleeslapje op tafel kwam?’
Het slothoofdstuk, over het sprookje van de seksualisering, is een soort postscriptum. Hier is vooral de vraag hoe het mogelijk was dat in een heel kort bestek iedereen de mond vol had van seksualisering en pornoficatie. Waarom was het kennelijk zo'n welkome boodschap dat onze seksuele moraal in een vrije val terecht was gekomen? Drayer schermt met onderzoeken, laat de een de ander tegenspreken, om overtuigend te concluderen: hoezo zedelijk verval? De generaties lijken alleen maar braver te worden. Niks aan de hand dus. Wat Drayer des te scherper doet uitvallen naar vrouwen als Sunny Bergman, van de geruchtmakende documentaire Beperkt houdbaar, over wie ze al stekelig had opgemerkt dat die in een generatie past van filmmakers die persoonlijke besognes - ze fluiten niet meer naar me! - opblazen tot kwesties van nationaal belang.
Daar gáán we weer, dacht ik aanvankelijk toen ik Verwende prinsesjes aangekondigd zag. In de praktijk heeft Drayer me niet op alle fronten overtuigd, maar zeker weer aan het denken gezet. Zonder haar boek net gelezen te hebben, was me misschien niks bijzonders opgevallen op het feestelijke avondje waarop Opzij de lijst van de honderd machtigste vrouwen van Nederland onthulde. Een aantal van die machtige vrouwen werd op het podium gehesen. Daar stonden ze, topvrouwen van wie ik nog nooit had gehoord maar die héél veel geld bleken te beheren, of aan héél veel touwtjes trekken. Van tevoren was een selectie gemaakt uit vragen van lezeressen; enkele van hen mochten 'live’ hun vraag stellen.
En ja hoor, de eerste vraag zette meteen de toon. 'Wat is de hoogste prijs die je hebt moeten betalen om in deze top terecht te komen?’ De antwoorden kon je uittekenen: kinderen, privé, sociaal, tja. Volgende vraag. 'Is het niet beledigend om ergens te worden aangenomen omdat je vrouw bent?’ Een leuk, en adequaat, antwoord kwam van Caroline Princen, lid van de raad van bestuur van ABN Amro/Fortis. 'Ach’, sprak ze vrolijk, 'laat mij maar de excuustruus zijn. Die mannen zitten er ook omdat ze man zijn.’
De tobberige benadering van het topvrouwschap op deze avond was onbedoeld een perfecte illustratie bij Drayers voornaamste these: het grootste obstakel om verder te komen, zit bij vrouwen zelf.

ELMA DRAYER
VERWENDE PRINSESJES: PORTRET VAN DE NEDERLANDSE VROUW
De Bezige Bij,
192 blz., €?17,90