Het leven tegen het licht houden

… altijd meer dan ze kan of wil bespreken. Hier doet ze verslag van haar bevindingen en overwegingen bij de boeken die ze leest. Deze week: De Vergever van Robert Anker.

Ik zou natuurlijk zijn nieuwe roman moeten bespreken, In de wereld, die op de deurmat viel op de dag dat ik hoorde van zijn overlijden. Dat komt ook nog wel. Ik had nu behoefte aan iets compacters en nabijers dan een historische roman. De vergever verscheen ook nog maar vorig jaar, en ik had er goeie verhalen over gehoord. Het is inderdaad een gave roman, een fijnzinnig boek dat een flinke angel bevat. Zeker met de wetenschap dat de auteur van dit Lebensbejahende werk in beangstigend korte tijd zomaar uit dit aardse is weggevaagd, krijgt De vergever een vreemde bijna visionaire kracht. ‘Biblical’, zoals de Engelsen dat zo mooi zeggen.

In De vergever gaat het om niets meer of minder dan een louteringstocht, een innerlijke queeste, van een man die zijn leven tegen het licht houdt en tot een onverwacht inzicht komt. Het motto dat Anker koos voor deze roman, ontleend aan Borges, is wat dat betreft veelzeggend: Ik heb de vreselijke zonde begaan / Die een mens maar begaan kan. Ik ben niet / Gelukkig geweest.

Sander Schwartz heet de man, en wat we van hem lezen zijn in feite zijn memoires. We treffen hem in het begin al schrijvend op zijn favoriete plek, de 1e klas restauratie van het CS in Amsterdam. Onverwacht duikt daar een spook uit zijn verleden op, iemand wiens leven hij verwoest blijkt te hebben met een van zijn artikelen uit de tijd dat hij nog onderzoeksjournalist was. ‘Ik vergeef je,’ zegt de man ongevraagd, maar Schwartz weigert die vergiffenis te aanvaarden. Dat zou immers betekenen dat hij schuld bekent. Terwijl hij toen gewoon iets schreef waarvan hij aannam dat het klopte. Dat de man zich toen wegens ziekte niet kon verdedigen? Vette pech, het hoort er allemaal bij.

De man blijft hem lastig vallen, en wordt op die manier onbedoeld de aanjager voor de afdaling in zijn leven: zijn huwelijk, vaderschap, ontrouw, verliefdheden, zijn ambities, zijn rücksichtslosheid, schrijfverlangens… Als een eenentwintigste-eeuwse Scrooge kijkt hij bij zichzelf naar binnen, en ziet de taferelen van weleer aan, tamelijk onbekommerd becommentariërend. Waarover hij zich vooral verbaast is dat zijn leven dat altijd maar voort leek te denderen, zomaar tot stilstand kon komen. Hij was altijd op weg naar iets, hoe onomschreven dan ook, en leek in die zin op zijn moeder, die altijd denkbeeldige taakjes aan het afvinken was. Ook beseft hij dat hij zich nooit ergens op vast wilde leggen, dat alle afspraken hem benauwden. ‘Ik was gewoon altijd onderweg.’ Een paar schokkende gebeurtenissen halen hem uit die roes. Eerst het plotselinge einde van zijn journalistieke loopbaan (als gevolg van een burnout na een arbeidsconflict), dan het einde van zijn schrijverscarrière als zijn boeken niet meer in de tijd blijken te passen, en daarna ook nog eens het einde van zijn vitale leven als hij door een auto-ongeluk in een rolstoel belandt.

De ingrediënten voor een zwaar moralistische vertelling lijken hiermee aanwezig, maar dan had je buiten de speelse, sardonische aard van de verteller gerekend. De vergever gaat voor een groot deel over schrijven, in hoeverre het schrijverschap een manier is om te ontsnappen aan het leven. ‘Je leeft immers op papier.’

Sander Schwartz komt vooral door zijn intense omgang met de vrouwen in zijn leven uiteindelijk tot een opmerkelijk inzicht, dat mij ontroerde, maar dat ik hier niet zomaar zal verraden. Het heeft iets van doen met accepteren, maar ook met omhelzen. De schrijver die De vergever schreef, wist waarover hij het had. Hij had al zoveel goed werk geleverd, maar het mooiste zou er zomaar nog eens aan kunnen komen.