International Film Festival Rotterdam

Het leven wordt nooit beter

Een lang weekend bij het International Film Festival Rotterdam geeft een duidelijk beeld van hoe de vlag erbij hangt in de filmwereld. Er is ellende, er is nog meer ellende. Gloort er ook nog ergens hoop en liefde op het witte doek?

DE OPRICHTER VAN het International Film Festival Rotterdam, Huub Bals, had een speciale techniek voor het spotten van goede films voor zijn festival. De eerste tien minuten moesten hem overtuigen. Gebeurde dat niet, dan liep hij eruit. Een hele generatie jonge filmmensen die door Bals in de jaren zeventig vaderlijk op sleeptouw werden genomen - tijdens festivals in Cannes, Berlijn en Venetië - zijn daar blijvend door beïnvloed. Al was het maar door de moed te hebben om op te staan en uit een volle zaal weg te lopen als een film niet dwingend genoeg is om je te laten blijven zitten.
We zijn veertig jaar verder, Bals is dood, maar zijn festival is nog steeds een plek waar je films kunt zien die door de Bals-test heen komen. Dat zou hem deugd doen. Voor het overige is weinig meer wat het was. En dat komt niet alleen doordat de fameuze bioscoop Lantaren/Venster, waar je tijdens het festival Godard, Fassbinder of Duras aan de bar kon ontmoeten, is verplaatst naar de Kop van Zuid aan de overkant van de Nieuwe Maas. Dat komt vooral doordat het festival inmiddels de hele stad Rotterdam in zijn greep lijkt te hebben. Als zelfs de opticien en de lingeriezaak ermee adverteren dat je je hier van respectievelijk de juiste lenzen en de formaten kunt voorzien, dan heb je het maximum aan publieksbetrokkenheid voor een culturele instelling wel bereikt. Zeker in Rotterdam. Dat biedt perspectieven in het Halbe-tijdperk. Wat ooit begon als een tweemanszaak - Huub Bals met rechterhand Monica Galer, tegenwoordig televisieproducent en de échte vrouw achter Boer zoekt vrouw - is nu een bedrijf met tientallen vaste medewerkers en honderden, vaak internationale, vrijwilligers. Zij stellen een wat omvang betreft moordend programma samen, dat alle kanten op waaiert, maar altijd actueel is. Wie wil weten hoe de vlag erbij hangt in de wereld leert meer van een lang weekend filmfestival Rotterdam dan van een evenement rond welke andere kunstvorm ook.
Dus: hoe hangt die vlag erbij? Van Moskou tot Tokio? Het is een soort megalomaan project waar filmmakers in één film nog antwoorden op proberen te formuleren ook. Zoals Jean-Luc Godard, wiens al in Cannes gepresenteerde Film Socialisme in Rotterdam getoond wordt. Vanzelfsprekend in Rotterdam, omdat al zijn latere ‘moeilijke’ films hier ook te zien waren, inclusief zijn poging om in een serie films een complete filmgeschiedenis te schrijven. Film Socialisme speelt zich voornamelijk af op een cruiseschip, dat op te vatten is als een wereld op zich, in een combinatie van de Ark van Noach en de Titanic. Het bevaart de Middellandse Zee, en doet daardoor een serie hedendaagse brandhaarden aan in landen die ooit gezamenlijk het grote Romeinse Rijk vormden. Quo vadis Europa, vraagt Godard zich intussen af.
Centrale figuur op het schip is Goldberg, die je kunt zien als symbool voor de greep die veel joodse filmproducenten op Hollywood zouden hebben. Dat heeft Godard het verwijt van vermeend antisemitisme opgeleverd. Maar 'follow the money’ is altijd al een thema geweest in het werk van Godard, en hij windt daar ook hier geen doekjes om. Wie financiert de film? Hij bombardeert de kijker vervolgens met teksten van uiteenlopende filosofische schrijvers als Balzac, Beckett en zichzelf, om nog eens over het socialisme na te denken. Zeker nu de camera een machtig wapen zou kunnen worden in handen van iedereen die zijn vrijheid bevecht. Ook de bijna tachtigjarige Godard weet dat zelf gemaakte YouTubes een democratisch forum hebben gecreëerd waar hij in de jaren zestig alleen nog maar van kon dromen. En wat doet het verwende volk met dat wapen? Zijn luxe-vakanties filmen met de mobiele telefoon. Vandaar de onscherpe, schokkerige beelden van het uitgaansleven op een Italiaans cruiseschip, waar de bingoavond een hoogtepunt vormt. De beeldfragmenten worden verbonden met typische Godard-aforismen als: 'Vernederd door vrijheid’. Opdat het publiek begrijpt dat je dáár toch nog wel een cineast als Godard voor nodig blijft hebben. Europa, met zijn rijke cultuur, samen te vatten als 'een Duitse musicus, een Franse schrijver en een Italiaanse zanger’ volgens JLG, gaat naar de haaien. 'Denk nog eens goed na als je ergens voor vecht, want je zou het wel eens kunnen krijgen’, is Godards waarschuwing. 'Democratie en tragedie rijmen op elkaar.’ Hij zoomt in op 'werken, vechten en studeren’ - de oude leus van de Franse communistische partij, die verbleekt maar nog vaag zichtbaar is op een havenmuur. Hebben alle filmers die zich zo graag afzetten tegen Hollywood dat laatste, dat 'studeren’ ter harte genomen? Want het is een serieuze zaak om een camera te pakken en ruim anderhalf uur tijd te vragen van een altijd haastig publiek. Als je dat vooral doet om een privé-doel na te streven, dan heb je wat uit te leggen. Zoals de oude Amerikaan Jon Jost, die met Images of a Lost City, bestaande uit lange, trage shots van zijn vroegere woonbuurt in Lissabon, een monument opricht voor zijn dochtertje Clara dat na zijn scheiding door zijn vrouw in 2001 werd ontvoerd.

TRAAGHEID IS EEN kunst die niet elke filmmaker beheerst. De 102-jarige (!) Portugese cineast D'Oliveira vraagt wat dat betreft het uiterste van zijn trouwe publiek met O Estranho Caso de Angelica, een sprookje over de smalle grens tussen leven en dood. En over de verwoestende kracht van de glimlach van een Beatrice-achtige vrouw die alleen met een foto, of een film, vast te leggen is. Foto en film kunnen de tijd stilzetten, de dood overwinnen, volgens D'Oliveira, zoals geen enkel ander medium dat kan. Voor wie zich wil onderscheiden van snel, hedendaags vermaak is dat potentieel een machtig wapen. Niet alleen in handen van een ruim honderdjarige. Dus zien we ook bij veel beginnende filmers eindeloze, vaak fraaie, beelden van het platteland van Roemenië (Off the Beaten Track), Zwitserland (Hinter den Bergen), Turkije (Zephyr) of Korea (Characters) waarin levens zijn gesitueerd van mensen die worstelen met hun identiteit, met de tragiek van een bestaan dat niet zelden door oorlogen - nabij en veraf - wordt beheerst. Zinloze dood, zinloos geweld, de mens is de mens een wolf: het zijn oude verhalen die hier in nieuwe beelden worden verpakt. Nergens wordt de diepe ernst verlicht. Voor wie gewend is aan sarcastisch geweld in Pulp Fiction of Inglourious Basterds zijn films als My Joy, het debuut van Sergei Loznitsa, zware kost. De naïeve vrachtwagenchauffeur die hier de les leert dat 'wie goed doet, goed ontmoet’ zelden opgaat, maar eerder leidt tot vernedering, klappen, verkrachting en de dood. Hetzelfde ervaren de kameraden uit Gromozeka (een fraai debuut van Vladimir Kott) die in de voormalige arbeidersheilstaat hun leven, en dat van hun kinderen, zien verloederen in een onherbergzaam en koud Moskou. Alleen de sauna biedt daar soms enige warmte. Er is geen moraal. Er is alleen ellende en nog meer ellende. Het is duidelijk dat de klassieke Russische literatuur deze filmers een schatkist aan karaktertekeningen bood. Alleen nu zonder de bijpassende religieuze moraal. Nihilisme is troef. En niet alleen hier. Ook de teruggekeerde jonge dorpelingen uit het door religieuze oorlogen verscheurde Kasjmir (Autumn) rest weinig anders dan vergeefs dromen van een finaleplaats in Who Wants to Be a Superstar (ja, ook daar!). Alleen is traagheid gekoppeld aan nihilisme weliswaar een teken van de tijd, maar nog geen recept voor een goede film.
De doorgewinterde Poolse regisseur Jerzy Skolimowksi vormt daarop een uitzondering en geeft met Essential Killing een filmles die velen heugen zal. Het was een van de beste van dit festival. Het is vooral de geluidsband die hier het verhaal moet vertellen van een anonieme moslimstrijder die door westerse soldaten (Amerikanen?) in een grottencomplex (Afghanistan?) wordt opgepakt. Doof geworden door de explosies, gemarteld in een Abu Ghraib-achtige gevangenis, mysterieus overgebracht naar Europa en ten slotte ontkomen in een onherbergzaam (Pools?) sneeuwlandschap kan hij alleen overleven door zijn achtervolgers te doden. Aan deze reeks van zinloos geweld komt pas een eind als een vrouw zich over hem ontfermt, zoals er altijd wel een vrouw te vinden is die een gewonde strijder verzorgt. Maar natuurlijk komt ook die hulp te laat.
Er is niets poëtisch aan al deze filmische doodsberichten, nergens een glimlach die de spanning breekt. En het verderf komt nog vervaarlijk dichtbij ook, zoals in Wasted Youth van Argyris Papadimitropoulos, een nieuw Grieks filmtalent. Hij schildert met vaste hand een dag uit het leven van een zestienjarige skateboarder en een politieagent in een snikheet Athene, waar de spanning door de economische crisis hoog is opgelopen. Een achteloos opgeplakte sticker met 'rukker’ erop kan dan al genoeg zijn voor een fatale afloop.
En de liefde dan, biedt die geen uitweg, zoals zo vaak? In ieder geval niet in Les amours imaginaires van Xavier Dolan, waar een androgyne jonge god de verlangens van mannen én vrouwen bespeelt zonder zich ooit te willen binden. En dat is dan nog een van de meest luchtige films in een verder loodzwaar Rotterdams filmveld. Zelfs Somewhere van Sofia Coppola kan daar niets aan veranderen. De winnaar van de Gouden Leeuw in Venetië, hier gepresenteerd als een van de topfilms van het festival, maakt de hooggespannen verwachtingen niet waar. Een film over verveling verveelt snel. Stel dat je alles krijgt wat je hart begeert, je bent die Superster geworden waar de arme jongens in Kasjmir van dromen? Je hoeft ook niet bang te zijn voor de dood, tenzij je die zelf een handje helpt met drugs en drank. Je bent jong en mooi, en hebt een prachtige elfjarige dochter die je op zondagochtend met perfect gemaakte blini’s en zalm wakker maakt. Je beschikt over een zwarte Ferrari 360 Modena en leeft in het luxe hotel Chateau Marmont in Hollywood. En dan nóg slaag je erin je te vervelen, kun je alleen rondjes rijden met die auto en ben je ongelukkig? Dat is misschien wel de zwartste boodschap die het actuele filmaanbod te bieden heeft. Er is geen uitweg, het leven wordt nooit beter.
In Rotterdam staan OV-fietsen klaar voor de bezoekers. Daarmee kunnen ze tussen de veertig locaties pendelen door het sinds de oorlog totaal verbouwde Rotterdam, de majestueuze, witte Erasmusbrug over, en terug. Onderdoor varen cruiseschepen. Met een beetje geluk is de lucht strak blauw. Het decor voor een film. Waar fantasie is, is hoop - een sprankje. Zelf te filmen, binnen tien minuten. Altijd in Rotterdam.

International Film Festival Rotterdam, tot 6 februari