Het levenslied van leo fuld

Op een leeftijd dat anderen al lang met pensioen zijn, viert Leo Fuld (83) het feit dat hij 65 jaar in Het Vak zit. En hij weet nog steeds niet van ophouden. De Rotterdamse ‘keizer van het Jiddische lied’ begon onlangs zelfs aan zijn zoveelste comeback.
OP 2 SEPTEMBER is het op de kop af 65 jaar geleden dat Leo Fuld zijn plannen om rabbijn te worden liet varen en het podium van de Tip Top-club aan de Amsterdamse Jodenbreestraat besteeg. Het was het begin van een lange en opmerkelijke carriere. Zijn grootste fans waren legendarische persoonlijkheden als Billy Holiday, Frank Sinatra, Edith Piaf (Fuld stond veertien weken met haar op het podium), Charles Aznavour, Nat ‘King’ Cole, Al Jolson, Louis Armstrong en Danny Kaye. Ook Albert Einstein, koningin Wilhelmina en Dag Hammarskjold (secretaris-generaal van de Verenigde Naties) vielen voor de charmes en de zang van Leo Fuld. Opmerkelijk is dat er sinds kort weer een hele nieuwe generatie Fuld-fans is opgestaan. Of is het camp dat tegenwoordig zelfs de Algerijnse rockgroep Railand Fuld een van hun favoriete artiesten noemt?

Leo (Lazarus) Fuld is een van die zeldzame exemplaren die voor en na de Tweede Wereldoorlog het Jiddische lied in ere hield. Henny Ree, ’s lands grootste verzamelaar van Jiddische muziek, heeft berekend dat er wereldwijd ruim dertig miljoen platen van Fuld over de toonbank gingen. ‘Maar daar zit al dat illegaal op de markt gebrachte werk in landen als Argentinie, Egypte en de voormalige sovjetrepublieken niet bij. Bovendien, het is een tussenstand, want de verkoop gaat nog steeds door.’
Op maandag 2 september eert Amsterdam de nestor van het Jiddische lied met een aubade op het carillon van de Westertoren. Stadsbeiaardier Boudewijn Zwart zal dan voor het eerst in het bestaan van de toren de Jiddische liedjes van Fuld ten gehore brengen. Liedjes waarvan Anne Frank, woonachtig naast de Westertoren, er zeker een aantal moet hebben gekend.
FULD: 'IK WERD in 1912 geboren in de Rotterdamse Van Alkemadestraat. We waren arm, er was nauwelijks brood op de plank. Mijn vader was uitdrager en marktkoopman. Hij scharrelde in van alles en nog wat. Hij heeft zelfs een tijdje als wonderdokter op markten en kermissen gestaan. Mijn moeder was een vrome, joodse vrouw. Tot op de dag van vandaag denk ik met een scheut van pijn aan haar als ik “My Jiddische mama” (een van Fulds grootste hits - me) zing.
Ik kon goed leren. Na het Rotterdamse Erasmus-gymnasium kreeg ik een beurs om aan het Israelitisch seminarie in Amsterdam voor rabbijn te studeren. In die dagen hadden we geen popsterren zoals nu. De grote synagogecantors die miljoenen verdienden in Amerika, waren onze idolen. Die imiteerden we. Blijkbaar deed ik dat goed, want de rector riep me bij zich en stuurde me heel het land door om als gazan, voorzanger, te fungeren in gemeenten die zich geen voorzanger in vaste dienst konden veroorloven. Daar kreeg ik een tientje voor, toen veel geld. Het ging gelijk naar mijn moeder.’
Fuld maakte zijn studie niet af. Hij besloot zanger te worden en ging als zingende kelner werken op de Rotterdamse Kruiskade. Op 2 september 1931 volgde zijn engagement in de Amsterdamse Tip Top.
Kort daarop solliciteerde hij bij de Vara- radio. Er waren zo'n vijftig kandidaten, die allemaal de mode van dat moment volgden: Duits operetteachtig repertoire. Op het laatste moment besloot Fuld niet het door hem ingestudeerde lied, maar een Jiddisch lied te zingen. De rest van de kandidaten, zelfs zij die nog niet voorgezongen hadden, kon gelijk vertrekken.
Voor zijn eerste radiouitzending werd Fuld geintroduceerd door niemand minder dan Louis Davids. Fulds eerste plaat werd in maart 1933 opgenomen. Niet in Nederland, want daar was men technisch 'een beetje achter’. Dus trok hij naar de Berlijnse Odeon-studio. Daar werden in totaal acht nummers op de plaat gezet, vier in het Nederlands en vier in het Jiddisch. 'Ich fur aheim’ (met op de B-zijde 'A briefele der mamme’) werd als eerste uitgebracht. Een paar jaar later volgde 'My Jiddische mama’. Toen hij als vaste zanger bij het orkest van Jack Hylton werd aangenomen, brak Fuld ook internationaal door. In de jaren dertig reisde hij Europa en Amerika af. Twee maanden voor de Duitse inval ging hij voor de tweede keer op tournee door Amerika. Het werd zijn redding.
Fuld: 'Ik zat in bad en hoorde het nieuws op de radio. “Holland invaded, Rotterdam bombed.” ’ Pas veel later zou hij horen dat zijn negentienjarige broer na het bombardement vertrok om de gewonden te helpen en nooit meer terugkwam. En hoe zijn moeder, ziek van verdriet, kort daarop stierf. Fuld: 'Zij is de enige van mijn familie die een graf heeft, op de joodse begraafplaats van Wassenaar.’ Van de in Nederland achtergebleven familie Fuld overleefde alleen Leo’s jongere zus de oorlog; ze was getrouwd met een man uit Haiti en als Haitiaans staatsburger kon ze niet zomaar naar een vernietigingskamp worden gestuurd.
Fuld meldde zich aan bij het Nederlands Informatiebureau in New York. Vijf keer per week zong hij vervolgens vanuit een Newyorkse radiostudio bezet Nederland en de Hollandse koopvaardijvloot toe. Uit deze tijd stamt zijn grote Nederlandse hit 'In mijn scheepje op de zee’. Het werd het favoriete oorlogsliedje van koningin Wilhelmina, die dacht dat het met haar in gedachten was geschreven. Trots toont Fuld de foto waarop hij dit lied zingt naast een uitbundig deinende Moeder des Vaderlands. Het zou overigens tot 1985 duren voor Fuld vanwe ge zijn inzet een koninklijke onderscheiding kreeg.
Toen na de oorlog bekend werd wat er van zijn familie was geworden, wilde Fuld niet meer zingen. Pas in 1948 liet hij weer van zich horen. In dat jaar kwam Fuld voor het eerst sinds negen jaar weer naar Nederland. Ondanks het feit dat zijn joodse publiek vrijwel geheel was verdwenen, was de zanger zeker niet vergeten. Maandenlang gaf Fuld vier maal daags een voorstelling in het Tuschinski-theater. Keer op keer stroomde het theater vol. De proclamatie van de staat Israel inspireerde hem tot het schrijven van zijn allergrootste hit: 'Wo Ahin Sol ich geh'n’.
IN FULD’S TWEEDE glorietijd was hij 'The International Singing Star’, die zijn publiek in het Grieks ('Misirlou’), Russisch ('Otsji tsjornij’), Arabisch ('Ah ya sin’), Afrikaans ('Sarie Mareis’), Hebreeuws ('Be arwot ha Negev’) of het Engels ('Reflections on the Water’) toezong. En elk lied had zo zijn eigen verhaal. Neem 'l'Emigrant’, waarmee Fuld in 1954 de prestigieuze Franse Grand Prix du Disque won. Het was speciaal voor Fuld geschreven door niemand minder dan Charles Aznavour. Of het schitterende 'Misirlou’, nu een standaardnummer dat, meer nog dan 'Zorba’s Dance’ of 'Witte Rozen uit Athene’, met Griekenland wordt geidentificeerd. Fuld: 'Ik woonde destijds in de 42nd Street in New York naast de Griekse componist Roubanis, die vlak nadat hij het had geschreven, mij als eerste dit schitterende nummer toespeelde.’ Hij zong het in het Grieks en het Frans, maar ook in het Nederlands, begeleid door de legendarische accordeonist Johnny Meyer.
Fuld was ook de eerste die het Spaanstalige 'Granada’ van de Mexicaan Augustine Lara opnam. En niet te vergeten zijn grote Portugese hit 'Meu Coraca~o’. Maar ondanks deze veeltaligheid was het het Jiddische lied waarmee Fuld echt legendarisch werd. Het is dan ook onbegrijpelijk dat Fuld schitterde door afwezigheid op de tentoonstelling over het joodse amusement die het Joods Historisch Museum in Amsterdam vorig jaar organiseerde. Men bleek hem vergeten te zijn. En dat terwijl hij ook in Israel een live-elpee in het Ivriet en het Jiddisch heeft opgenomen en hij bovendien een paar maanden voor de tentoonstelling door de koningin was geridderd. Had die 'vergeetachtigheid’ wellicht te maken met het feit dat Fuld ooit de nodige beroering veroorzaakte binnen de joodse gemeenschap door ten tijde van Nasser in Cairo op te treden?
Fuld zelf haalt er de schouders over op. 'Omstreden? Ik werd in Frankrijk benaderd door een Egyptisch-joodse impresario. Hij vertelde me dat ik de bestverkopende buitenlandse artiest in Egypte was. Hij vroeg me of ik in Cairo wilde komen zingen. Ik zei, man doe niet zo gek, ik ben al twintig keer in Israel geweest, mijn grootste hit (“Wo Ahin Sol Ich Geh'n”) heb ik geschreven ter gelegenheid van de uitroeping van de staat Israel, denk je nu echt dat ze daar op me zitten te wachten? Maar dat alles was geen probleem, everything could be arranged. Dus stond ik in Cairo en kreeg ik de zaal plat. In het publiek zaten de grote sterren van de Arabische muziek, Oum Kalsoum en Mohamed Abdelwahab, maar ook de ambassadeur van Ethiopie. Die informeerde of ik geinteresseerd was om ook eens in Addis Abeba te komen zingen.
Niet lang daarna ontving ik een uitnodiging om het huwelijk van de dochter van Haile Selassie te komen opluisteren. In een enorme tent met allemaal van die traditioneel geklede Ethiopische stamhoofden. Ik zou begeleid worden door een orkestje dat uit Armeense broers bestond. Ik begon met “L'Emigrant” en na afloop ging er geen hand op elkaar. Men bleef gewoon kletsen en eten alsof ik niet bestond. Ook het daaropvolgende nummer werd volkomen genegeerd. Pas toen ik dat typische joodse middenstuk van “Spiel Zigeuner” deed, een eigen nummer waarin ik teruggreep op het begin van mijn carriere als gazan, kwam er reactie in de tent. Ik dacht: o, zit het zo. Dus zei ik tegen die Armeniers van: hou de F-mineur vast en rommel maar wat rond die toon. Toen begon ik in de joodse stijl te zingen. Binnen de kortste keren stond de tent op z'n kop. Wild werden ze. Na afloop kreeg ik nog een klomp goud van Haile Selassie.’
WAT BIJNA NIEMAND WEET, is dat we het enige optreden dat de legendarische Egyptische zangeres Oum Kalsoum buiten de islamitische wereld zou geven, aan Leo Fuld te danken hebben. Fuld: 'Het was in de jaren zestig, ik had al vijf keer in het Parijse Olympia gestaan toen de eigenaar, Bruno Cocatrix, bij mij kwam klagen. Er waren geen echte grote buitenlandse sterren meer. Zelfs Ella Fitzgerald en Louis Armstrong slaagden er nauwelijks in zijn Olympia te vullen. Ik vroeg hem: maar ken je dan alle sterren? Nou, zeker wel, en hij had ze ook al allemaal gehad.’
Fulds geheugen is fabelachtig: 'Terwijl ik met Cocatrix stond te praten, was er een Noordafrikaanse schoonmaker bezig. Ik vroeg Cocatrix of hij ooit gehoord had van Farid el-Attrache, Mohamed Abdelwahab, Abdelhalim Hafiz of Oum Kalsoum. Nou nee, wie waren dat? Ik vertelde hem dat elk van deze sterren in staat zou zijn het Olympia voor maanden achtereen te vullen. Tja, dat geloofde hij dus niet. Maar inmiddels was de interesse van die Noordafrikaanse knaap gewekt. Hij vroeg Cocatrix: “Komt Oum Kalsoum hier?” “Ken je die dan?” zei Bruno verbaasd. De jongen antwoordde: “Als zij komt, verkoop ik desnoods mijn jas en neem ik ontslag en lig ik de hele week voor de deur om een kaartje te bemachtigen.” Cocatrix vroeg zich nog bezorgd af of Oum Kalsoum wel een programma van anderhalf uur zou kunnen vullen, maar mijn mededeling dat sommige van haar liederen langer dan een uur duurden, overtuigde hem.’
Het concert van Oum Kalsoum in het Olympia wordt tot op heden als het absolute hoogtepunt in het bestaan van dit theater gezien.
TOT ZIJN vijfenzeventigste stond Fuld in Las Vegas op de planken. Toen keerde de na de oorlog Amerikaans staatsburger geworden zanger terug naar Nederland, naar zijn zus, het enige familielid dat de holo caust had overleefd. Even dacht Leo dat het nu allemaal voorbij was. Maar Herman van Veen haalde de legendarische zanger weer voor de televisiecamera’s om zijn 'Wo Ahin Sol Ich Geh'n’ met groot orkest te vertolken. En in 1993 werd er een documentaire gemaakt over Fulds veelbewogen leven. Nadat de VPRO de documentaire had uitgezonden, regende het bezorgde reacties van fans. Fuld kan zich er nog over opwinden. Hij had, 'professioneel als ik ben’, aan alle wensen van regisseur Netty van Hoorn voldaan: voor de camera een bordje Brinta eten, zich met pyjama aan in bed laten betrappen, in weer en wind op en neer over de Maasbruggen lopen, waarbij hij steeds vanuit een ander camerastandpunt werd gefilmd vanwege de artistieke diepgang van het kunstwerk. Fuld: 'Ik ben dan wel in 1912 in Rotterdam geboren, maar niet op de Maasbrug.’
De regisseur had duidelijk haar eigen opvatting over hoe de 'keizer van het Jiddische lied’ in beeld moest worden gebracht. Tragiek en drama met beelden van Fuld voor de westelijke muur van het Jeruzalemse tempelplateau, war hij op verzoek van de regisseuse dan eindelijk kaddisj zei voor zijn omgekomen familie. Met het passende muziekje eronder werd de suggestie gewekt dat Leo nu eindelijk 'het belangrijkste in zijn leven had gedaan’ en onder het motto 'het is volbracht’ op zijn lauweren zou gaan rusten.
Maar dan kennen ze Leo niet. De Fuld in de documentaire van Van Hoorn lijkt weinig op de Fuld die nog steeds wacht op zijn honorarium vanwege zijn spel in het naar hem genoemde docudrama. Op een historisch fragmentje van een zingende Fuld na, was er in Van Hoorns concept geen plaats voor muziek. Ze ging er blijkbaar van uit dat je een levende legende niet meer op de planken sleept.
HOEWEL HIJ NOG KWAAD wordt als die documentaire ter sprake komt, heeft Leo er wel zijn huidige vrouw Bep aan overgehouden: 'Het mooiste wat me in al die jaren is overkomen.’ Bep van Laar woonde tot twee jaar terug keurig in een Veluwse villa van prinses Juliana. Ze zag de keizer van het Jiddische lied op televisie en verliet smoorverliefd huis en haard om bij Fuld in te trekken. Dat was uiteraard voer voor de roddelpers.
Vijfenzestig jaar nadat hij voor het eerst het podium betrad, worden de lezeressen van bladen als Story en Weekend bijna wekelijks geconfronteerd met het feit dat Fuld zich voorlopig niet wil laten bijzetten in de galerij vol vergane glorie. Zijn huwelijk met de twintig jaar jongere Bep was dit jaar een mediagebeurtenis van de eerste orde. 'Niemand zoent beter dan Leo’, verzekerde de kersverse mevrouw Fuld de verzamelde pers na afloop van de plechtigheid in het Amsterdamse stadhuis.
Fuld is sindsdien weer eregast op de meest uiteenlopende party’s, zoals het verjaardagsfeest van Rijk de Gooyer of het feest van de Jordanese kroegbazin Sien Blommers. Fuld is nog altijd 'de internationale superstar’ tussen lokale coryfeeen als Imca Marina, Koos Alberts, Ria Valk, Mien Froger (de moeder van Rene) en Adele Bloemendaal. Fotografen van Prive, Weekend en Story en de tv-camera’s van de NOS, SBS6 en lokale Amsterdamse tv-zenders als AT5 en Mokum TV verdringen zich rond de levende legende.
Sinds kort heeft Fuld ook weer een eigen vak op de cd-afdeling van de Bijenkorf. Daarin is de Sony-cd te vinden waarop de twee elpees zijn samengevoegd die hij midden jaren zestig voor CBS opnam. Zijn platenmaatschappij wil geen cijfers geven, maar Ko Kooijman van Sony verzekert mij 'dat Fuld het uitstekend doet’. Samen met zijn vaste pianist/arrangeur Theo van de Eeden werkt Fuld op dit moment aan de samenstelling van een nieuwe cd. Ondanks zijn 83 jaar klinkt zijn stem nog precies zo als aan het begin van zijn carriere, en net als toen is hij nog steeds in staat mensen kippevel te bezorgen met zijn muziek.