Het liberale levensgevoel moet wijken voor liberaal verstand

Staand in een berm op de A4 trok verkeersminister Melanie Schultz van Haegen in 2012 lachend een 120-sticker van een verkeersbord. En onthulde zo het getal 130. Het eerste bord in zijn soort in Nederland. Het was een mooi cadeautje. Tien kilometer harder mogen rijden en dat in een tijd dat de overheid midden in een crisis weinig weg te geven had. ‘Je bent sneller op de plek van bestemming en het sluit ook beter aan bij de beleving van de weggebruiker.’ Dat eerste klopte niet, maar het tweede hoogstwaarschijnlijk wel en dat is ook precies het probleem. Discussies over files en maximumsnelheden zijn vaten vol gevoelsmatige tegenstrijdigheden waarin het liberale levensgevoel het altijd won van de feiten én het milieu.

Zo weten we al jaren: meer asfalt leidt ook tot meer auto’s. Eén procent meer asfalt levert in de regel één procent meer gereden kilometers op, zo becijferden onderzoekers al in 2011 in het gerenommeerde American Economic Association. Files nemen door een extra rijbaan niet af. Onder de streep is het vooral een extra beslag op de natuur. Bij harder rijden staat de werkelijkheid nóg haakser op ‘de beleving’. Harder rijden in Nederland heeft in de meeste gevallen geleid tot later aankomen op de plaats van bestemming, aldus de Algemene Rekenkamer begin dit voorjaar na het analyseren van honderden trajecten.

Een acute verlaging van de maximumsnelheid heeft grote positieve gevolgen

De inmiddels beroemde uitspraak van Johan Cruijff dat als je sneller rijdt, je ook sneller van de weg af bent en dus ook minder file hebt, kan daarmee tafel. Een uitspraak waar premier Rutte jaren later een eigen variatie op maakte door te grappen dat een auto die ‘lekker doorrijdt’ minder vervuilend is omdat die sneller op zijn bestemming is (en zo dus minder tijd heeft om te vervuilen).

De definitieve streep door het irrationele verlangen tot gas geven kwam vorige week toen een commissie onder leiding van VVD’er Johan Remkes voorstellen deed om de stikstofcrisis te bezweren. Een acute verlaging van de maximumsnelheid is een quick fix en lang niet voldoende. Maar het is wel een makkelijke maatregel met grote positieve gevolgen en daarmee onontkoombaar voor een kabinet dat andere projecten wil laten doorgaan. Uitgerekend Schultz van Haegen liet aan Trouw weten dat voor haar 130 niet meer heilig is. Haar verre voorganger Neelie Kroes, die 31 jaar geleden de maximumsnelheid verhoogde naar 120, zei zelfs voorstander te zijn van een drastischere verlaging naar 100 kilometer per uur in het hele land. ‘Ik ben me steeds bewuster geworden van de negatieve gevolgen voor het milieu. Uit veel onderzoeken blijkt dat een gelijkmatige, langzamere snelheid zorgt voor een betere doorstroming, minder files en minder ongelukken.’

De VVD-coryfee vindt de wetenschap achter zich, maar partijleden tegen zich. Zij zullen vrezen voor de teloorgang van dat liberale levensgevoel, maar kunnen te rade gaan bij de NRC, een dagblad dat zich altijd heeft laten voorstaan op zijn liberale wortels en zich vorige week afvroeg hoe je vanuit die positie verslag doet van klimaatverandering. De nieuwe hoofdredacteur René Moerland verwees naar het aloude principe dat vrijheid ophoudt waar die van anderen in het geding komt. ‘Door de klimaatcrisis worden we er nu van doordrongen dat die regel ook een tijdsdimensie heeft: onze vrijheid houdt ook op waar de vrijheid van de mensen van de volgende generaties in het geding komt.’ Hij heeft volkomen gelijk. Toekomstbestendig liberalisme, zo blijkt ook in andere dossiers, is liberalisme met een handrem. Te beginnen op de snelweg.