FILM

Het lichaam als bom

The Hurt Locker

De mythe van de held wordt in The Hurt Locker van Kathryn Bigelow opgebouwd én vervolgens weer afgebroken, waardoor een ideologische wisseltruc ontstaat die het werk zowel pro- als antioorlog maakt. Juist dit ambigue perspectief fascineert het meest: wie is goed en wie slecht en wat betekent menselijkheid dan nog in een onmenselijke werkelijkheid?
The Hurt Locker speelt zich af in het tijdperk na de inval in Irak in 2003. De film brengt het nerveuze, gefragmenteerde leven in beeld van de leden van een eenheid van de explosieven opruimingsdienst van het Amerikaanse leger. Het team bestaat uit sergeant William James (Jeremy Renner), sergeant Sanborn (Anthony Mackie) en specialist Eldridge (Brian Geraghty). James blijkt een ‘wilde man’ te zijn, zoals een trotse bevelvoerder, gespeeld door de altijd uitstekend acterende David Morse, hem noemt nadat hij voor de zoveelste keer met gevaar voor eigen leven en alle protocollen negerend een erge bom onschadelijk heeft gemaakt. Na een serie soortgelijke incidenten groeit de band tussen de leden van de eenheid. Een crisis volgt wanneer James het lichaam van een kind ontdekt dat omgebouwd is tot een bom. James, zelf een vader, begint aan zichzelf te twijfelen, aan zijn eigen menselijkheid.
Kathryn Bigelow, genomineerd voor een Oscar voor beste regisseur, is een van de weinige moderne cineasten met weliswaar een klein oeuvre, maar waarin geen enkele mislukte film kan worden ontdekt. Haar echt goede films zijn onvergetelijk: de fenomenale vampierfilm Near Dark (1987), de feministische policier Blue Steel (1989) en de sciencefictionthriller Strange Days (1995), over voyeurisme, verlies en verlossing.

Maar The Hurt Locker is Bigelows beste film, vooral omdat zij het onderwerp intelligent en met deernis benadert. De film begint met een citaat van Chris Hedges, oorlogsverslaggever van The New York Times: 'De high van oorlogvoeren is een dikwijls dodelijke verslaving, omdat oorlog zelf een drug is.’ Oorlog als verlokking, als een instinct gevormd door een chemische reactie in de menselijke hersenen - dit motief kenmerkt The Hurt Locker.
Confronterend is de wijze waarop Bigelow zonder blikken of blozen genreconventies toepast en deze vervolgens ondermijnt met visuele stijlfiguren die het verwachtingspatroon van de kijker, bijvoorbeeld over wat een 'held’ is, ondermijnen. Deze thematische tegenstelling vertaalt zich in de vormgeving en de structuur van de vertelling. Meer dan driekwart van de film valt te lezen als een serie ouderwetse stand-offs, westernstijl, met aan de ene kant de 'helden’ sergeant James en zijn collega’s en aan de andere kant een dodelijk explosief, en ergens schuilend achter de kapotgeschoten gebouwen van Bagdad misschien een schaduwachtige figuur die de bom op afstand kan laten ontploffen. Bigelow brengt de spanning in deze scènes vervolgens meesterlijk, vooral filmisch, in beeld. Gracieus dwarrelende stofwolken, zandkorrels die levensgroot en in slowmotion door de lucht vliegen en trage close-ups van militairen die de vijand in de woestijn door een verrekijker op de korrel nemen, geven de scènes een lyrische kwaliteit, bijna als in westerns van Sergio Leone.
Op het moment dat het dichterlijke aan The Hurt Locker lijkt te overheersen, brengt Bigelow de kijker terug naar de aarde met of een realistische blik op hoe oorlog werkelijk is (het beeld van een kapot kinderlichaam met een bom erin), of een stil, contrasterend moment waarin de absurditeit van oorlog duidelijk blijkt (een prachtig beeld van een jongen die doorgaat met vliegeren naast een schietgevecht). Pas tegen het einde kristalliseert het hoofdthema zich voor het eerst volledig uit: oorlog ontmenselijkt, vervat in dat ene pijnlijk paradoxale beeld van het dode kind met de bom in zijn buik.

In sommige bioscopen, 24/2 blu-ray en dvd