Inleiding

Het lichaam – van buiten en van binnen

Eeuwenlang draaide het in het Westen vooral om de ziel – de laatste decennia heeft het lichaam de overhand gekregen. Sinds de sixties zijn de jeugdcultuur en het consumentisme dominant, en daarmee de zintuiglijkheid en het lichamelijke. We zijn steeds meer van ons lichaam gaan vragen: het moet niet alleen hygiënisch en verzorgd zijn, maar ook gezond, aantrekkelijk, fit en mooi.

Medium inleiding lichaam

De opkomst van de fitnessindustrie zette een nieuwe trend in gang: mooi werd maakbaar. Bodybuilders begonnen hun gepolijste lichamen te tonen. Orthodontisten hielpen de jeugd aan een perfect gebit. Lelijkheid en ouderdom werden bij de cosmetische chirurg gecorrigeerd. Schoonheid is steeds belangrijker bij succes op de arbeids- en relatiemarkt – ook al hebben Amerikanen voor deze vorm van discriminatie inmiddels een term bedacht: lookism.

Het afwerpen van het christelijke juk heeft gemaakt dat het lichaam niet meer per definitie zondig is. Het is uit de sfeer van schuld en schaamte bevrijd en een object van toewijding en genot geworden. Overal kunnen we dat bevrijde lichaam bewonderen: in de reclame, in de glossy’s, op tv, in de film. Maar de bevrijding heeft ook een keerzijde, want schoonheid en perfectie dreigen een nieuw keurslijf te worden. Zoals ethicus Frits de Lange het zegt in dit zomernummer vanDe Groene Amsterdammer: ‘De moderne lichaams­cultuur kan ook ontaarden in weerzin van het imperfecte lijf, of zelfs in de gedachte dat de mens zijn waardigheid verliest als het lichaam niet meer wil.’

Zo wordt het sociale en maatschappelijke schoonheidsideaal een nieuw juk. Dun, egaal, gelijkmatig, met de juiste hip-to-waist ratio. Tien procent van de Zuid-Koreanen is cosmetisch verbouwd. Iranezen laten massaal hun neus corrigeren. Ook al worden we steeds dikker, dun blijft wereldwijd de mode. Zelfs eskimo’s houden niet meer van voluptueus. Dat zijn de bekende gevolgen van het ideale plaatje.

Maar het lichaam, ons lichaam, is niet alleen die buitenkant. Dat is, letterlijk, de oppervlakte. ‘De eerste keer dat je in iemand gaat, van de buitenwereld naar de binnenwereld, dwars door de huid heen, is filosofisch gezien grensoverschrijdend’, zegt chirurg Alexander de Vries. Vandaar dat wij in dit zomernummer zowel de binnenkant als de buitenkant bekijken. In het museum CORPUS betreed je het lichaam bij de knie en reis je door de ingewanden naar de hersenen. Bij uitstek een deel van het lichaam waar de laatste jaren steeds meer over bekend is geworden, blijkt uit een bezoek aan de toponderzoekers van het Nederlands Instituut voor Neurowetenschappen.

Maar ook de buitenkant komt aan bod. Kun je non-verbale communicatie, oftewel lichaamstaal, manipuleren? Wat zou er van Zuid-Afrika over zijn zonder rassenkwestie? Waar komt die Amerikaanse fascinatie voor maagdelijkheid vandaan? Welke anatomische lessen zijn er uit de oude meesters te trekken? En hoe zit het nou met Mina, de meest verkochte Italiaanse zangeres, die al 34 jaar haar kwetsbare lichaam aan niemand heeft laten zien?

Het lichaam is kwetsbaar, weet forensisch antropoloog Reza Gerretsen. Die botten met wat vlees en huid eroverheen, dat is alles wat we hebben. De experts van het Nederlands Forensisch Instituut kijken klinisch. Blauwe plekken, wonden, het toegebrachte letsel. Het dode lichaam vertelt veel, ook wat er níet is gebeurd: geen ernstige ziektes, niet geslagen. Maar wat de patholoog anatomen vooral zien: het lichaam is prachtig, maar makkelijk kapot te maken. We hoeven het niet te verafgoden, lichaamscultuur is geen religie.

Maar we moeten er wel zuinig op zijn.


Het zomernummer ligt morgen in de kiosk of bij u op de mat, maar staat nu al online voor (web)abonnees.