#MeToo: Een verkrachting

Het lichaam vergeet niets

Het was 1964, de Beatles kwamen. Wat volgde deed een leven kantelen. De herinnering verdween nooit en dringt zich nu weer op. Door al die vrouwen die ook beschadigd zijn geraakt.

Het was niet gebeurd. Het was niets © Christopher Anderson / Magnum Photos / HH

Ik heb me lang verzet tegen #MeToo. Ik diskwalificeerde de beweging als een uiting van collectieve hysterie en ergerde me aan het feit dat mannen schuldig werden bevonden zonder enige vorm van proces. Daarbij vond ik dat vrouwen zich te veel als slachtoffer opstelden, terwijl vrouwen moeten leren om zich te verdedigen. Een knietje is in veel gevallen al voldoende. Wat mij ook tegenstond, was dat er nauwelijks verschil werd gemaakt tussen verkrachting, aanranding en ‘grensoverschrijdend gedrag’. Toch maakte die eindeloze rij aangerande en vernederde vrouwen iets in mij wakker waar ik nooit over gesproken heb, maar dat mijn leven en mijn verhouding met mannen voor altijd heeft veranderd.

Op 6 juni 1964 stond ik met een vriendin aan de overkant van het Doelenhotel in Amsterdam om de Beatles te zien. Ik was zeventien, en ik was bijna in shock toen ik ze zag. Geluk en tranen, daar waren ze, mijn helden. En dat Ringo er niet bij was, vond ik niet erg, want ik hield vooral van John. We raakten in gesprek met twee jongens die daar ook stonden te kijken. Ronald, zo’n echte Hollandse jongen met blond haar en blauwe ogen, stelde voor om naar het huis van zijn ouders te gaan en daar Beatles-platen te draaien. Hij had één album dubbel en wilde dat aan mij geven. Mijn vriendin had geen zin en ging naar huis, maar ik vond ze aardig en ik besloot mee te gaan. We liepen kletsend de Vijzelgracht af naar de Ferdinand Bolstraat waar Ronald woonde. Een wit gebouw met grote ramen, vlak bij de hoek van de Albert Cuypstraat, een bruine deur, een trap naar de eerste verdieping. Een bordje van een tandarts bij de deur. Het zag er allemaal keurig uit en ik had geen enkel vermoeden dat de middag een andere richting op zou gaan dan ik had gedacht.

Ronald liet me het appartement zien, de woonkamer, en, zei hij, ‘dit is de slaapkamer van mijn ouders maar die zijn op vakantie’. Ik volgde hem naar binnen, terwijl zijn vriend in de kamer ging zitten en een tijdschrift begon te lezen. Ik keek even uit het raam en toen zag ik dat hij de deur dicht deed en de sleutel in het slot omdraaide. Hij kwam naar mij toen en begon me te zoenen. Ik sputterde tegen en zei dat we naar platen zouden luisteren. Nee, zei hij, eerst dit, en hij begon me uit te kleden. Ik duwde hem weg en rende naar de deur maar hij had de sleutel eruit gehaald. Ik werd bang. Wat moest ik doen? Ik durfde niet te schreeuwen, ik voelde me als bevroren. Hij trok me naar het bed en gooide me erop, liet zich boven op me vallen en trok ondertussen weer aan mijn kleren. Ik vocht als een bezetene, wist aan hem te ontsnappen maar hij kleedde zich snel uit en pakte me weer vast. Nu lag ik naakt op het bed. Ik was nog maagd en had geen idee van wat er zou gebeuren. Seksuele voorlichting was in die tijd nog schaars. Ik wist niets. Ik was een romantisch meisje en seks interesseerde me nauwelijks.

Ik lig naakt op het bed. Hij ligt boven op me. Hij houdt mijn polsen stevig vast en met zijn benen drukt hij op mijn benen. Hij richt zich iets op en dan zie ik dat zijn geslacht van maat en volume is veranderd. Het is een wapen geworden. Een scherp mes dat hij in mij steekt. Ik huil en zeg dat hij me pijn doet. Hij reageert niet. Zijn gezicht is rood van inspanning. Hij steekt verder en het doet steeds meer pijn. Hij gaat op en neer in mij. Ik voel alleen de scherpe pijn, de angst voor wat hij verder zal doen. Ik kan niet bewegen, ik kan niet meer denken, de tijd staat stil. Ik voel alleen pijn en angst. Opeens lijkt hij te ontploffen en dan laat hij zich van mij af rollen. Hij heeft iets nats in mij achtergelaten. Of is het bloed? Op het bed zie ik bloedsporen. Ik ontdek dat ik zijn schouders, borst en rug helemaal open heb gekrabd. Hij heeft een witte huid, hij is een beetje mollig, onbehaard. Hij ziet er niet eng uit. Een jongen zoals alle andere. Hij had alleen zin om een keer te neuken. En ik was daar toevallig.

Ik kleed me weer aan. Hij vraagt of hij mij met de auto naar huis moet brengen. Nee ik neem de tram

Ik kleed me weer aan. Hij vraagt of hij mij met de auto naar huis moet brengen. Nee ik neem de tram. De sleutel van de slaapkamerdeur ligt op de grond. Ik pak hem en doe de deur open. De vriend zit nog steeds in een tijdschrift te lezen en kijkt niet op. Buiten begin ik vreselijk te trillen. Ik wacht even en loop naar de tram. Thuis wil ik meteen naar mijn kamer gaan maar mijn moeder ziet me en vraagt of er iets aan de hand is, ik zie er zo vreemd uit. Nee alles gaat goed ik heb een beetje hoofdpijn, ik ga op bed liggen. Nee ik hoef ook niet te eten ik heb geen honger.

Ik weet niet meer of ik meteen in slaap ben gevallen of weer ben opgestaan. Maar zodra ik weer kon denken, nam ik me voor om hier met niemand over te praten, zeker mijn moeder niet die daar vreselijk verdriet om zou hebben. Vooral zij mocht niets weten. Ik ging ook niet naar de politie, want dan zou zij er achter komen. Ik sprak er met niemand over. Het was niet gebeurd. Het was niets. Het was niet gebeurd. Het was niets. Ik zou het snel vergeten. Het deed mij niets.

Een paar maanden later werd ik verliefd en kreeg ik mijn eerste vriendje. Ik wilde best een beetje knuffelen en kussen maar meer ook niet. Na drie maanden wachten was hij het zat en vroeg me wat er aan de hand was. Ik vertelde het hem. Hij vroeg of ik naar de politie was geweest. Nee, natuurlijk niet. Nou zei hij, dan ben je ook niet verkracht. Toen heb ik besloten om er nooit meer over te praten. Veel later heb ik het wel eens aan vriendinnen verteld, maar ik deed altijd alsof het mij niet echt had geraakt. Het was buiten mij om gebeurd, ik kon mij alles herinneren maar het was tegelijk alsof ik ernaar keek en niet bij de scène aanwezig was. Als ik erover vertelde zag ik geen film met de gebeurtenissen, maar een serie foto’s. Ze waren van elkaar gescheiden maar samen gaven ze een beeld van de middag in de Ferdinand Bolstraat. Ik heb nooit langs het huis kunnen lopen zonder angst, terwijl hij al lang verhuisd moet zijn geweest.

Ik heb m’n best gedaan om te vergeten, maar mijn lichaam vergat niet. Elke keer als ik met een man vrijde, zag ik op tegen het moment dat de penetratie plaats zou vinden. Soms was het alsof ik dat mes weer voelde dat in mij gestoken werd. Natuurlijk maakte ik daar geen punt van, en ik leerde faken als de beste. Ik kon wel een orgasme hebben, maar nooit door het neuken zelf. En als het eerste moment over was, kon ik daar ook best van genieten. Maar niet klaarkomen. Ik was altijd op m’n hoede, het was altijd alsof ik naast het bed stond en naar twee mensen keek. Die andere vrouw die in het bed lag, was ik niet. Sommige mannen hebben mij verweten dat ik me nooit helemaal kon geven. Nee, dat kan ik niet.

Dit gebeurde 55 jaar geleden, ik ben nu 72. Tot #MeToo verscheen, dacht ik er niet meer aan. Maar de herinnering aan de middag in de Ferdinand Bol is er nog steeds en dringt zich weer aan mij op. Door al die vrouwen die misschien hetzelfde hebben meegemaakt, en die ook beschadigd zijn geraakt. Ik wilde het vergeten, maar dat lukt niet meer. Het lichaam vergeet niets.