De bank als casino

Het LIE MORE-schandaal

Politici roepen om strenger toezicht na de rente­manipulatie door Barclays. Zij vergeten dat de autoriteiten zelf medeplichtig zijn geworden aan het gokken met honderden miljarden aan nepgeld.

Achteraf kan Martin Taylor zich wel voor zijn kop slaan. Zondag beschreef hij op de website van de Financial Times een episode uit 1998, toen hij de eerste man was bij de Britse grootbank Barclays, nu de hoofdverdachte in het libor-schandaal over de manipulatie van belangrijke rentetarieven. Veertien jaar geleden kreeg hij een verzoek van zakenbankdochter Barclays Capital. Die wilde groeien door te investeren in de staatsobligaties van opkomende economieën zoals Rusland. Daarvoor was wel een drastische verhoging nodig van de handels­limieten, de maximale posities die Capital mocht innemen in bepaalde soorten effecten. Banken die leningen kopen van bedrijven of overheden lopen altijd het risico dat de debiteur failliet gaat. Hoe hoger de handelslimiet, hoe groter het verlies als zich zo’n bankroet voordoet.

Barclays Capital vroeg om een vervijfvoudiging van haar handelsplafonds. Taylor gaf ongeveer de helft. Een paar maanden later staakte de Russische staat onverwacht de betaling van rente en aflossingen aan zijn geldschieters: de roebelcrisis was een feit. Onder de getroffen westerse banken behoorde Barclays tot de zwaarste verliezers. Capital bleek haar limieten met voeten te hebben getreden door diverse Russische tegenpartijen valselijk voor te stellen als Zwitsers of Amerikaans. De betrokken handelaren werden ontslagen. Maar hun leider hield vol dat hij niets van hun gesjoemel had geweten. Tegenover Taylor putte hij zich uit in excuses. Hij ‘hield van Barclays’, vond het ‘vreselijk’ wat er was gebeurd en bood zijn ontslag aan. Taylor liet hem zitten omdat hij vreesde dat de zakenbank anders uiteen zou vallen.

De man in kwestie heette Bob Diamond. Vorige week sneuvelde hij alsnog als gevolg van de libor-affaire. Tegenover het Lagerhuis uitte hij zich net zo als in 1998. Vreselijk wat er was gebeurd. ‘I love Barclays.’ ‘Ik ben bang dat de geschiedenis een heel andere wending had genomen als ik hem had ontslagen’, schrijft Martin Taylor. ‘Ik verdien kritiek omdat ik als een van de eersten ben gevallen voor de mythe van Diamonds onvervangbaarheid.’

Hoe hoffelijk Taylors mea culpa ook is, het is zeer de vraag of het iets had uitgemaakt als hij Bob Diamond toen al had ‘laten gaan’. Waarschijnlijk was er gewoon een Diamond-kloon voor in de plaats gekomen. Achteraf is het alsof een onstuitbare natuurkracht ons van de roebel- naar de kredietcrisis heeft geduwd, en verder nog. Een meteoor, die op zijn ramkoers richting aarde steeds groter wordt.

libor is de moeder van alle schandalen op deze wilde rit. De London Interbank Offered Rate bepaalt de rentes van honderden biljoenen aan financiële producten over de hele wereld die luiden in Amerikaanse dollars of Britse ponden – studieleningen, woninghypotheken, bedrijfskredieten en de leningen die gemeenten en provincies opnemen op de financiële markten. De Euro Interbank Offered Rate (Euribor) doet hetzelfde voor zulke producten in euro’s. Ondanks deze enorme belangen komen beide al jaren – libor sinds 1986, Euribor sinds 1999 – tot stand via een bankiersonderonsje, zonder enig onafhankelijk toezicht. Iedere handelsdag vóór elf uur ’s ochtends geven de belangrijkste banken de rentes op die zij elkaar in rekening brengen – op leningen voor libor, op tegoeden voor Euribor. Uit deze opgaven destilleren de Europese en Londense ­bankiersverenigingen de marktrentes van die dag voor een reeks van looptijden, die ze meteen verspreiden via de financiële databoer Thomson Reuters. Het schandaal dat Diamond de kop kostte, laat zien hoe eenvoudig dit informele rentecasino te ­kraken is.

De bankiersclubs vertrouwen op de submitters, de vrouwen en mannen die binnen de deelnemende banken als rente-orakels fungeren. Zij worden geacht hun opgaven te baseren op de rentes die hun banken die dag daadwerkelijk vragen of ontvangen. Maar dit gentlemen’s agreement van een kwart eeuw geleden is niet meegegroeid met de meteoor van de financiële markten. Het wezen van bankieren was eeuwenlang simpel: je trekt geld aan van spaarders tegen drie procent, en je leent het uit tegen vier procent. Naarmate die business in omvang toenam, groeide ook het risico van schommelingen in de marktrente. Banken en bedrijven bedachten producten om zich daartegen in te dekken. Via [swaps](http://nl.wikipedia.org/wiki/Swap(financieel))_ kunnen zij rentebetalingen of -inkomsten met elkaar ruilen – een vaste rente tegen een variabele, of andersom. Via futures kunnen ze inspelen op een toekomstige stijging of daling van de rente. Beide contracten behoren niet voor niets tot de familie der ‘derivaten’: ze zijn ooit bedacht als bijproduct van ‘echte’ transacties. Banken die hypotheken verstrekken tegen vijf procent rente kunnen zich met futures indekken tegen de kans dat de rente stijgt naar zeven procent, met als gevolg twee procentpunten verlies op hun hypotheken. Maar gaandeweg hebben de derivaten zich ontworsteld aan hun moedercontracten en zijn ze een eigen leven gaan leiden. Als voer voor speculanten, die geld proberen te verdienen aan de prijsschommelingen voor kortere en langere termijnen. Zo groeit de meteoor door de aanwas van funny money.

Het traditionele bankieren, geld uitlenen aan particulieren en bedrijven, was vorig jaar wereldwijd goed voor 22 biljoen dollar, zo blijkt uit cijfers van de Bank voor Internationale Betalingen (pdf) in Basel, de moeder van alle banken, zelfs de centrale. Een onvoorstelbaar groot bedrag, dat niettemin in het niet verzinkt bij de handel in bijproducten. Volgens dezelfde bib (pdf) stond er in de eerste helft van 2011 wereldwijd voor 554 biljoen dollar aan rentederivaten uit, waarvan 220 biljoen gekoppeld aan eurorentes, 171 biljoen aan dollarrentes en vijftig biljoen aan pond sterling-rentes. De grootste rentefuture is de Eurodollar-future die wordt verhandeld aan de Chicago Mercantile Exchange en is gekoppeld aan de dollar-libor. In heel 2011 werd er voor 564 biljoen dollar in deze ene future gehandeld.

Barclays Bank kan model staan voor de schizofrenie die hiervan het gevolg is. De bank is in de loop van decennia groot geworden als een typische High Street bank, een Britse ABN Amro of Rabobank, geleid door godvruchtige Quakers, met overal filialen en honderdduizenden brave rekeninghouders. Zakenbankdochter Barclays Capital was daarbij vergeleken een upstart, een product van de wilde jaren tachtig en negentig toen de financiële markten maar één richting leken te hebben: omhoog. Maar daar regeert wel het type traders dat er geen been in ziet de natio­naliteit van handelspartners te vervalsen. En hun business is vandaag de dag vele malen groter dan die van de traditionele bankier – gemeten naar omvang, naar winstkansen én, zeker nu cruciaal, naar de kansen op verlies.

Vanaf 2005, lang voor de kredietcrisis, begonnen de traders van Barclays te bellen en te e-mailen met de submitters van Barclays. Of die niet hogere of lagere libor-quotes konden afgeven, net zoals het hun uitkwam. Als ze hun zin niet kregen, schakelden ze hun superieuren in, die zich opvallend vaak voor deze kar lieten spannen. In het begin waren de uitwisselingen stekelig van aard: ‘Dude, you’re killing me!’ Maar al gauw werden de submitters meegaander: ‘I’ll see what I can do.’ Dat nieuws verspreidde zich snel. De handelaren begonnen verzoeken van collega’s bij andere banken aan hun submitters door te geven. Zelfs die werden gehonoreerd. ‘Dude, I owe you big time!’ meldde een zo’n handelaar van buiten opgetogen aan zijn contact binnen Barclays. ‘Come over one day after work, and I’m opening a bottle of Bollinger.’

Dit hele spel was streng verboden, oordeelden de Britse banktoezichthouder fsa en zijn Amerikaanse tegenvoeter cftc. De libor-regels ‘staan niet toe de posities van derivatenhandelaren te laten meewegen’. Maar die posities waren veel groter en, afhankelijk van je persoonlijke kijk op het geheel, veel kansrijker of juist bedreigender dan de hypotheek- en kredietportefeuilles van de traditionele Barclays-bankiers. De submitters deden simpelweg wat de nieuwe zakelijke balans binnen de bank van hen vroeg.

Inmiddels weerklinkt de onvermijdelijke roep om strenger toezicht en nieuwe voorschriften. Michel Barnier, eurocommissaris voor de Interne Markt en Diensten, wil de bestaande Europese regels tegen misbruik van marktpositie aanpassen om manipulatie van alle belangrijke marktindicatoren strafbaar te maken. Maar fraude, oplichting en valsheid in geschrifte stáán al eeuwen in de wetboeken van strafrecht. Ze hoeven alleen maar te worden gerechercheerd en vervolgd. Zinniger is dan ook het voorstel van Labour-leider Ed Miliband om het Britse Serious Fraud Office uit te breiden met een speciale unit voor witteboordencriminaliteit. Ongelooflijk trouwens, dat de hoogste boevenvangers van een van de grootste financiële markten op aarde, de Londense City, zo’n afdeling kennelijk nog steeds niet hebben.

Barney Frank, Democratisch lid van het Huis van Afgevaardigden in Washington, wil dat het Amerikaanse Congres de rentemanipulatie gaat onderzoeken tijdens hoorzittingen waarbij ‘de hele structuur van libor’ ter discussie moet staan. Frank was een van de auteurs van de nieuwe Dodd-Frank-wet, die de ongebreidelde goklust van de grote banken met andermans geld aan banden moest leggen. Helaas heeft de lobby van Wall Street ‘Dodd-Frank’ de scherpste tanden uitgetrokken nog voordat de wet van kracht werd. Regisseur van deze uitkleedpartij was die andere Dimond, Jamie, de koning van JP Morgan Chase die onlangs moest uitleggen hoe zijn tbtf-bank – de afkorting staat voor too big to fail – negen miljard dollar verspeelde in weer een ander Londens casino.

Het grootste probleem is dat de autoriteiten zelf meespelen. Krediet- en eurocrisis bezweren zij door voor honderden miljarden aan nepgeld in de economie te pompen. De centrale banken houden hun rentes zo laag dat kapitaal vrijwel gratis is voor de Dimonds en Diamonds. Daarom begon JP Morgan Chase aan zijn desastreuze gok in Londen. Daarom ook voerde Paul Tucker in het najaar van 2008 zijn geruchtmakende gesprekken met Bob Diamond. De vice-gouverneur van de Bank of England maakte zich in die tijd ernstige zorgen over de financiële soliditeit van Barclays omdat de bank zulke hoge libor-quotes afgaf – een mogelijke indicatie dat zij zelf steeds straffere rentes moest betalen voor wat ze bij andere banken leende. De centrale en de commerciële bank hadden destijds allebei belang bij lagere rentes. De Britse overheid had al miljarden gespendeerd aan de redding van rbs en Northern Rock. Nog een omvallende grootbank kon Tucker er niet bij hebben. Wat zou helpen is een openbare erkenning door de autoriteiten dat ze medeplichtig zijn geworden aan de ontspoorde financiële goktempels. Noodgedwongen en met de beste bedoelingen, maar toch. Eerst moeten we de bodem opzoeken van het totaal geërodeerde vertrouwen in banken en financiële markten, dan pas kunnen we dat weer opbouwen. Tot die tijd blijft liegen en bedriegen de norm. Wat nou libor-schandaal, zei onlangs Dennis Kelleher, een voormalige topadvocaat en een van de weinige gezaghebbende figuren die in Washington tegen Wall Street lobbyen. ‘De echte kwestie is het businessmodel van de grote banken: LIE MORE.’

Martin Taylor heeft de tempels al lang de rug toegekeerd. Zijn les uit de roebelcrisis was dat Barclays zaken- en consumentenbank uit elkaar moest trekken. Toen zijn Board daar niets van wilde weten trad hij in oktober 1998 af. Nu is hij president-commissaris van Syngenta, een Zwitserse producent van veredelde zaden en pesticiden. Een echte business met echte producten, waarover hij niet hoeft te liegen.