Het lied in de machine

1980-81. DE BERLIJNSE Muur stond als een huis. De verhouding tussen de Navo en het Warschau-pact had bijna het absolute nulpunt bereikt; alleen tijdens het Varkensbaai-incident was het erger geweest. Reagan sloeg nog slechts oorlogszuchtige taal uit. Er waren veel mensen wier angsten zich concentreerden rond dat ene: het gillende alarm op een dag die niet de eerste maandag van de maand was. Soms kon je ze in gedachten al horen, die sirenes die de lucht verscheurden: het onmiskenbare signaal dat WO III daadwerkelijk was uitgebroken. Het was immers permanent bijna oorlog, toen.

Het was de tijd van de neutronenbom, van de krakersrellen, de tijd van bezuinigingen en de eerste massawerkloosheid, van Van Agt en van de kroning van Beatrix. Koot en Bie vonden de term ‘doemdenken’ uit. Linkse partijen kraakten onder strategiediscussies en de pogingen iedereen binnenboord te houden: de feministen, de pacifisten, de radicalen, de krakers. Het was ook de tijd waarin mensen alles zelf gingen doen en zich afwendden van de maatschappij en haar regels. 1980 en 1981 waren jaren die meer agressie kenden dan de decaden ervoor en erna, alsof de wereld in een snelkookpan zat.
In diezelfde periode was de punk net uitgewoed. Woede was geen energie meer - bye bye, Johnny Rotten - maar bracht nog slechts verslagenheid voort, depressie en nihilisme. In de nagalm van het staccato vierkwartsproza van de punk ontstond een muziekvorm die introverter en egocentrischer, minder maatschappelijk gericht was, die meer doem bevatte, bovenal. Mensen begonnen de ophanden zijnde ondergang gaandeweg als romantisch te beschouwen. Het was immers de perfecte uitvergroting van hun eigen Weltschmerz.
ERGENS IN 1980 nam een bandje een plaat op onder een viaduct in Berlijn. Het was er zo laag dat ze niet rechtop konden staan, maar dat gaf niet: ze moesten toch steeds bukken om met metalen voorwerpen te slepen of om op bouwvakkersmateriaal te slaan. De muziek leek de destructie zelf te verklanken: ze was harder en rauwer dan iemand tot dan toe voor mogelijk had gehouden, ze tergde je oren. De muziek bestond uit roest en ijzer en werd gemaakt door mensen die eruitzagen alsof ze al drie dagen dood waren. Het was muziek die zei dat alles kapot was, muziek die de toon zette voor de apocalyps die tot dan toe alleen voelbaar was geweest. Die sirenes hadden per slot van rekening nog niet geloeid. Kollaps, zo heette die elpee, werd de best verkopende plaat van Einstürzende Neubauten.

  1. DE MUUR is alweer een paar jaar geleden gevallen en Duitsland is herenigd. Voormalige Oostbloklanden willen in de Navo, Diana is dood en Reagan eindelijk officieel dement. Bill Clinton, paars en Tony Blair regeren. De werkloosheid daalt en de beurskoersen stijgen. Veel mensen hebben verse hoop en het poldermodel wordt internationaal ten voorbeeld gesteld. Iedereen sampelt en er komt een Euromunt. De Neubauten werken nu samen met gerenommeerde mensen: ze componeren de muziek bij werk van Heiner Müller, van Werner Schwab, bij Dantes Divina Commedia, voor LaLaLa Human Steps, met de Survival Research Laboratories, en ze zetten Hamlet en Faust op muziek. Ze kregen opdrachten van Fiat en van kunstcentra. Ze maakten bands als Trent Reznor, Nine Inch Nails en Marilyn Manson mogelijk en misschien wel iedereen die iets doet met muziek die nu als 'industrieel’ wordt bestempeld. Blixa Bargeld is dikker geworden, gaat ’s ochtends naar de fitnessruimte van het hotel, en verft zijn haar niet meer zwart. Mark Chung - jarenlang Neubautens gitarist - is hoofd Alternatieve Muziek bij Sony Records geworden. Ze hebben een geschiedenis die staat als een huis en die iets weg heeft van het achterstevoren gedraaide filmpje van een instortend gebouw: uit het puin verrijst een statige flat, optorenend boven de omliggende laagbouw. De fundamenten wortelen zich in vaste grond, betonnen palen strekken zich naar de hemel, bouwlaag na bouwlaag stapelt zich op, ramen worden weer in hun sponningen gezogen, barsten worden gladgestreken, scheuren gedicht, en daar zuigt het enorme gebouw zichzelf omhoog uit de puinhoop. Een glanzend, trots en onontkoombaar gebouw, sterk en toch welgevormd, hard maar toch elegant, vierkant maar aantrekkelijk. Niet dat de Neubauten inmiddels een groot publiek hebben weten te bereiken, maar het is wel breed. Ze zijn allang niet meer dat cult-bandje voor een klein groepje grafpunks. De vleermuizen en kapotto’s van vroeger, die fans van het eerste uur, zijn nog maar met zijn vijven bij concerten. De aanhang is voor het overige erg 'gewoon’: mensen die van muziek houden, van bijzondere alternatieve muziek. Want dat is het nog steeds: bijzonder, en waarschijnlijk voor eeuwig 'alternatief’’. DE EERSTE PLATEN van de Neubauten zijn algemeen toegankelijk geworden, hoewel ze nog steeds enige educatie en inspanning van de luisteraar vergen. Het is een misverstand te denken dat muziek zich zomaar geeft, dat doen alleen de sletten onder de muziek: de muzak en de eendagshitjes. Alle goede muziek vergt een leergang en een wilsdaad: de wens haar te begrijpen.) Die nieuw verworven beluisterbaarheid is opmerkelijk. Want punk, slechts een paar jaar eerder gemaakt dan Kollaps, is thans voornamelijk interessant uit nostalgische overwegingen: ach wat leuk, weet je nog hoe opstandig we waren, jee het klinkt nu eigenlijk - oeps - schattig. En vooral gedateerd. De oude platen van Neubauten daarentegen zijn wel oud, maar nog steeds niet gedateerd. Tegen het einde van jullie optreden in Brussel riep een fan de titel van een oud nummer. Je antwoordde dat je je door zulke verzoeken zo vreselijk oud voelt worden. Hoe is het om zo oud te zijn? Blixa Bargeld: 'Het is goed om zoveel oude nummers te hebben, een geschiedenis te hebben. Alleen begrijp ik niet altijd meer waar ze over gaan. Er komt binnenkort een boek uit met al mijn Neubauten-teksten, met Engelse vertalingen. Ik heb ze samen met iemand van commentaar voorzien en moest ze dus uitgebreid doornemen. Maar bij sommige ervan kan ik me nu geen enkele voorstelling meer maken van de gedachtengang erachter, noch van de emotie. Ze zijn me vreemd geworden, ontdekte ik. Lastig is wel dat het dan moeilijker wordt om iets nieuws te maken of te beleven. Niet dat ik nu geloof dat originaliteit boven alles gaat, maar toen we begonnen hadden we eenvoudig niets: geen artistieke geschiedenis, er bestond geen gevaar voor herhaling, er was geen concept waaraan we trouw of ontrouw konden zijn. Alles was open en nieuw, en nieuwe ervaringen opdoen is geweldig. Ik deed wat ik wilde doen, en deed het zoals ik dacht dat ik het moest doen. Nu moet ik me voortdurend afvragen: Herhalen we onszelf niet? Hebben we dit al eens gedaan? Tegenwoordig ontstaat mijn muziek uit reflectie en overdenking. Dat is - nu ja, anders.’ Ze moesten indertijd ook wel alles zelf uitvinden. Voor die muziek bestond geen instrumentarium. Plus dat ze wilden uitzoeken wanneer lawaai muziek werd, waar geluid ophield slechts chaos te zijn, hoe samenhang ontstond. De Neubauten hebben eindeloos gedoehetzelfd, ze waren een geluidsfabriek, en de lijst instrumenten zou niet misstaan in een produktiehal. Muziek bleek overal te sluimeren. De kunst was haar te voorschijn te halen. Bargeld: 'Teksten? Die had ik vroeger nauwelijks, ze ontstonden uit herhaling en uit stemexperimenten. Herhaling was heel belangrijk, dat schiep een structuur. Zinnen, zelfs betekenisloze woorden, kunnen de muziek bij elkaar houden, hoe onsamenhangend die verder ook was.’ EEN OPTREDEN van Einstürzende Neubauten is een kruising tussen de presentatie van de najaarscollectie van een slopersbedrijf en een optreden van een exotisch percussie-ensemble. Er wordt weliswaar gewoon gebruik gemaakt van een bas en een gitaar, maar verder bestaat het instrumentarium, naast een bescheiden samplertje, uit metalen platen van variabele dikte, een verbouwde trommel als bassdrum, die voor het nummer 'Headcleaner’ wordt vervangen door een gedeukte ijskast (de deur staat dan half open), ijzeren veren, staven, buizen, slangen en wielen, cirkelzagen, slijptollen, motoren, stalen balken (verroest), vreemde knorrende apparaten en klikklakkende tollen, piepende, schurende blokken, gierende draden, galmende pijpen en grommende… Alles zelfgebouwd, door Andrew Unruh. Hij is het brein achter die hele lood-en-oud-ijzerberg, die imposante verzameling instrumenten - want dat zijn het, indien ze worden bespeeld door de muzikanten van de Neubauten. Het is van een verbijsterende schoonheid zoals ze daaruit de meest klankrijke, melodieuze en tegelijkertijd vlijmscherpe, rauwe muziek weten te toveren. De liederen die uit al die machines komen, zijn ingetogen en razend, schel en warm, vurig en koud tegelijk, het is muziek die vervreemdt, die de luisteraar dwingt anders te luisteren. In plaats van gebruik te maken van samples doet de band zo veel mogelijk live op het podium. Dat betekent dus ook dat Rudi Moser zes blauwe emmers met grint leeggooit (hoog boven zijn hoofd geheven) in een ijzeren goot - een geluid dat met geen enkele synthesizer is na te maken: dit geluid is echt, het geluid van grint dat in een ijzeren goot valt. Dat is tekenend voor de Neubauten. Waarom digitaal doen als het analoog kan? Als het edele handwerk zoveel intenser is? De bezwete gezichten op het podium, hun opzwellende spieren, hun statige pose als ze een brandende staak omhoog steken, het heeft allemaal een bezieldheid, een energie die nooit uit een keyboard kan komen. Alsof er vijf mannen in een smidse staan te zwoegen om voor het ochtendgloren een onderzeeboot af te hebben. En op een of andere manier doet het allemaal erg… eh, Duits aan. DUITSLAND IS nooit het land van de popmuziek geweest. Zolang Heino en Freddy Quinn er nog steeds volkshelden zijn, zal de Germaanse popcultuur geen hoger niveau bereiken dan de Franse of Italiaanse. Desalniettemin stelde Duitsland ten tijde van de punk en de postpunk wel degelijk iets voor. Het is alsof het land gaat meetellen zo gauw er rauwheid, destructiviteit en grimmigheid in het spel zijn. En de Neubauten zijn daarvan natuurlijk het summum. Misschien is de muziek van Einstürzende Neubauten eerder Berlijns dan Duits, en draagt ze de sporen van de stad waar ze ontstond, een stad die verscheurd was, een stad die instortte, die elke dag meer in chaos veranderde, die vergruisde, tot puin verviel. Welke rol heeft Berlijn gespeeld in je leven en in je werk? Bargeld: 'Ik heb het gevoel dat mijn lot is verbonden met mensen uit het voormalige Joegoslavië. Het Berlijn van vroeger, voor mij, was West-Berlijn. Daar kwamen de Neubauten vandaan. Dat bestaat niet meer. Veel mensen zeggen dat de Muur werd neergehaald wegens de opkomst van Oost-Europa, maar volgens mij is het andersom: de instorting van West-Berlijn. Dat implodeerde min of meer.’ Einstürzende Neubauten was afkomstig uit een duidelijke subcultuur. Is daar nu nog iets van over? Bargeld: 'De subcultuur… Er is altijd een subcultuur. De gewone cultuur kan niet zonder een subcultuur, ze leven in symbiose. Het “sub” staat voor “subversief”. Je kunt het vergelijken met nuclei, kernen in een cel. Die proberen soms te ontsnappen uit het celplasma. Dat plasma heeft dat in de gaten en grijpt dan in door zich uit te rekken en de vluchtende kern tot de orde te roepen. Het gevolg is een permanente dynamiek. Zo komt de cel vooruit. Op die manier is ook de cultuur voortdurend in beweging: nu en dan is er iets dat de wanden, de grenzen, tracht op te rekken en dat zet dan weer een proces in gang waardoor de cultuur als geheel levend blijft.’ Wat is er nu nog aan subcultuur? 'Ik heb in het Berlijn van nu heel veel interessante dingen gezien. Er bestaat daar een dynamische subcultuur waar nieuwe dingen uit voortkomen. Maar ik ga niet vertellen wat. Want opvallend is dat mensen die al die dingen maken, geen platen willen uitbrengen, geen cassettes, geen publiciteit zoeken, zelfs geen band willen zijn. Als we het nu gaan beschrijven, dan maken we het kapot. Maar er is heel veel gaande, geloof me.’ VRIJWEL ALLE Neubauten-teksten zijn geschreven door Bargeld, die zijn werk serieus genoeg neemt om ze uit te geven in boekvorm. Bij elkaar bieden ze een intrigerend beeld van een persoonlijkheid die met zijn band en zijn muziek naarstig zoekt naar manieren om onzegbare dingen te verwoorden. Hoe zegt men 'nee’? Is een kus in woorden te vatten? Hoe werken associaties in een hoofd? Welke taal gebruiken de cellen in je lichaam? De teksten geven uitdrukking aan een gekweldheid die, hoe je het ook wendt of keert, niet anders dan als oprecht moet worden gezien - in tegenstelling tot veel van Neubautens muzikale doembroeders, die veelal een hoog poseergehalte kenden. BARGELDS Weltschmerz 'oprecht’ noemen en zien als bron van zijn kunst is natuurlijk een uitgesproken romantisch idee. Maar Bargeld blijkt inderdaad een zwak te hebben voor de romantici. Bargeld: 'De Duitser Joseph von Eichendorff schreef ooit een dichtregel die ik me herinnerde als: 'In elke boom slaapt een lied.’ In “Nnnaaammm”, op onze laatste plaat, heb ik dat gebruikt als “In elke machine slaapt een lied”. Pas later ontdekte ik dat het echte citaat als volgt ging: “Wünschelrute/ Schläft ein Lied in allen Dingen/ Die da träumen fort und fort./ Und die Welt hebt an zu singen./ Triffst du nur das Zauberwort.” Dat is zo terecht… Het zou het programma van de Neubauten kunnen zijn. Overal zit een lied in. Je moet alleen een truc, een strategie, een techniek zien te vinden om de muziek eruit te halen, haar aan het ding te ontlokken. Ik heb een fascinatie, altijd gehad, voor machines, dat wil zeggen: alles met bewegende onderdelen, alles waar een mechaniek in zit, dingen die kunnen roteren en draaien en geluid kunnen produceren. Bij de Neubauten hebben we altijd muziek gemaakt met instrumenten die eerder op een bouwplaats dan in een studio thuishoorden. Muziek ontstaat in het hoofd van de luisteraar. Het is een biologisch, een neurologisch proces. In principe kun je dat ook met behulp van een machine of een ander niet-muzikaal ding teweegbrengen. Het gaat om de techniek, de strategie om het ding te überlisten, te verleiden zijn magie prijs te geven, zijn lied. Het Zauberwort, daar gaat het om.’ Is er nog wel subversiviteit in de hedendaagse subcultuur? 'Ik zie tendensen om technieken te gebruiken die niet makkelijk te verwerten zijn, dat wil zeggen, niet makkelijk te exploiteren, om te zetten in geld en roem. Men doet in wezen moeite om onopvallend te zijn, om niet de kans te lopen tot de gevestigde cultuur te gaan behoren.’ En jijzelf? Ben jij langzamerhand ook niet een vooraanstaand kunstenaar geworden? Je speelt in de Bad Seeds bij Nick Cave, in Die Haut, je doet allerlei projecten met theatermakers en filmregisseurs, met modern-klassieke orkesten, je componeert in opdracht van de overheid. Je bent belangrijk, je bent bepalend voor de moderne muziek van de afgelopen twintig jaar. Bargeld: 'Ik ben blij dat je niet zegt: 'was bepalend’. Daar zou ik me pas echt oud door voelen.’