Het lied wil zingen!

‘HET LIED IS de psychiater van de gewone man’, schrijven de samenstellers in hun vuistdikke bloemlezing van het Nederlandse luisterlied. Als dat zo is, dan kunt u zich torenhoge nota’s van de zieleknijper besparen door voor een geeltje een juweel van een bundel met verzen van de lichte muze aan te schaffen.

In de eerste zin van hun inleiding stellen de verzamelaars een centrale vraag: Wat wil het lied? Vervolgens las ik dat de Nederlander in het lied ‘alles durft te zeggen’ - zoals daar zijn: dooddoeners, overdrijvingen, aanvechtbare waarheden over verleden en toekomst, fantasieën, spotternijen met andermans leed, nieuwigheden, een betere wereld. Toen ben ik maar een beetje gaan bladeren. En ik wist vrij snel wat de liedtekst eigenlijk wil: ze wil in de eerste plaats zingen, ze wil gehoord worden, er moet geluid bij. Alle versregels in deze bundel hebben al een geluid. En een geschiedenis.
'Er leven niet veel mensen meer die het hebben meegemaakt/ De vijand heeft er ongeveer éénderde afgemaakt/ Die slapen in een jutezak, de Burmahemel is hun dak.’ Bij die tekst horen de gelaatsexpressie en het wankele tremolo van Wim Kan. Het is een van de mooie en tijdloze protestliederen over een vroeg begraven stuk van de vaderlandse geschiedenis uit de periode van, tijdens en na de Tweede Wereldoorlog. 'Er leven niet veel mensen meer’ werd voor het eerst gezongen in 1971, in mijn herinnering ten tijde van een officieel bezoek van Keizer Hirohito van Japan - een gebeurtenis waar Wim Kan zich bijzonder over opwond. Kan, ex-gevangene van de Japanners en auteur van een Burma-dagboek dat 'de Jappen’ nooit te pakken kregen - was destijds op een on-Nederlandse manier razend. Dat heb ik toen gezien. Ik wist alleen niet dat hij het lied ook zélf geschreven had. Zo maakt een bloemlezing een mens wijzer.
DIE KWALITEIT van het wijzer-maken heeft deze bundel zeker. Ook omdat niet is gekozen voor chronologie of voor auteurs-op-een-keurig-rijtje. De samenstellers hebben thema’s bedacht. Aanklachten, Bespiegelingen, Tekens van leven, Verlangens, Protesten, Klachten, Loopjes met de werkelijkheid - ik doe maar een greep uit de hoofdstuktitels van ruim zevenhonderd pagina’s liedteksten. Die manier van verzamelen zegt nog iets anders over wat 'het lied wil’: het lied wil onafhankelijk zijn, het heeft overal een mening over die ook meteen weer wordt gerelativeerd. In de schrijver die weet wat 'het lied wil’ huizen meerdere inborsten.
Ik ben een geïnteresseerde leek en een aandachtige liefhebber, dus zocht ik in het documentaire-gedeelte van de bloemlezing meteen op welk werk is opgenomen van Jacques van Tol (1897-1969). Van Tol was tijdens het interbellum schrijver van topnummers als 'De kleine man’, 'Als je voor een dubbeltje geboren bent’, 'Weet je nog wel oudje’ - in samenspraak met Louis Davids. Tijdens de Duitse bezetting schreef hij teksten voor het zeer foute radiocabaret van Paulus de Ruyter - zo antisemitisch als de pest. Maar in diezelfde periode (1943) schreef Van Tol de evergreen 'Als op het Leidseplein de lichtjes weer eens branden gaan’, over het verlangen naar de dagen ná de Duitse bezetter. In 1945 werd Jacques van Tol geïnterneerd in een kamp vol 'foute’ Nederlanders. En de producenten van het naoorlogse amusement kwamen zijn nieuwe teksten ongeveer door de tralies van het interneringskamp ophalen.
Onder hen was René Sleeswijk, producent van de langstlopende voor- én naoorlogse Nederlandse revue aller tijden: Snip & Snap, sinds 1937 vertolkt door twee heren: het duo Willy Walden en Piet Muyselaar. Ik denk met weemoed aan die twee terug, en ik beken openlijk: ook omdat zij voor mijn moeder de enige aanleiding waren om óm de paar jaar minstens één keer naar een theater af te reizen. Jammer trouwens dat die slim geschreven herkenningstekst van de dames Snip & Snap (regels van Jacques van Tol) niet in de bloemlezing is opgenomen: 'Want Snip snapt niet wat Snap snapt/ En Snap snapt niet wat Snip snapt/ Als Snip snapt Snap en Snap snapt Snip/ Verdwijnt het Snip & Snap-begrip.’
De tragiek van Jacques van Tol is verder kamerbreed in de bloemlezing opgenomen, inclusief zijn prachtige lied 'Het hondje van Dirkie’ en 'De voetbalpool’. Nostalgie? Zeker, nostalgie! Maar niet alleen.
IN EEN TIJDVAK waarin het luisterlied wordt beheerst door de als ideale schoonzoon ogende maar op valse toon prullaria zingende Marco Borsato, is de bundel van Klöters en Van der Veer een verademende aanrader voor aanstaande kleinkunstenaars. Er is geen bladmuziek in opgenomen. Maar dat wordt gecompenseerd door het rijke documentaire-gedeelte van de bundel, en de verwijzing naar de ruim twintig cd’s tellende doos die de verzamelaars onder dezelfde titel samenstelden.
De bundel was ook verrassend door wat ik vergeten was. Zo wist ik niet meer dat de onlangs op 66-jarige leeftijd gestorven tekstdichter en huisschrijver van het cabaret Lulerei, Guus Vleugel, getekend had voor de hilarische tekst 'Het moderne repertoire’, destijds vertolkt door de ook al niet meer onder de levenden verkerende Leen Jongewaard, die - gezeten in een vuilnisbak - een parodie zong over het moderne toneel van - o, ironie - de onlangs gestorven regisseur Kees van Iersel.
En één tekst van Guus Vleugel was ik echt vergeten: 'De man die zelfmoord wilde plegen’ (uit 1972). Dat is een meesterlijk gedicht. Het gaat over een man die zelfmoordplannen heeft, maar hij weet niet precies waarom. En steeds als hij op het punt staat ergens vóór of ín te springen, herinnert hij zich een plausibele reden om door te leven - aan het eind een zieke hond waar hij tot zijn laatste snik voor blijft zorgen. De laatste strofe van het vers citeer ik hier - als hommage aan Guus Vleugel: 'Er was een man die dolgraag zelfmoord wilde plegen/ Waarom dat wist-ie niet, al zijn er redenen zat/ Ik weet er zo uit mijn hoofd al een stuk of negen/ Al heb ik zelf de aandrang nooit zo sterk gehad/ Ach om iets waar te maken van zijn liefste dromen/ Had ieder ander het vast niet zo nauw genomen/ Maar hoe dan ook, dat heeft die man dus wel gedaan/ Hij is gewoon als ieder ander doodgegaan.’
Voor een geeltje verkrijgt u zevenhonderd pagina’s van dit soort bloedmooie teksten. Ik beveel u derhalve deze vuistdikke bloemlezing van harte aan.