Het lijden van de jonge charlotte

Muziektheater, tot en met 29 januari.
Een goed gesprek met een boom of een lekkere pakkerd met een dolfijn zouden ook de jonge Werther niet misstaan. ‘Mijn ziel heeft uw ziel herkend’, roept hij pathetisch uit wanneer Charlotte een vraagteken bij zijn allesverzengende verliefdheid zet: immers, hij kent haar niet. De verliefdheid van de protagonist in Werther van de Franse componist Jules Massenet (vrij naar Goethes Werther) lijkt dan ook eerder een pose dan een oprecht gevoel. Werther loopt met zijn ziel onder de arm en zoekt iets buiten zichzelf om zich in te kunnen verliezen. Zijn absolute liefde voor Charlotte geeft hem weer een aanknopingspunt. Dat verklaart waarom hij haar zelfs blijft complimenteren als ze hem afwijst.

Uitgeblust en levensmoe is Werther. Dat maakt hem tot een weinig inspirerende figuur op het podium en in de muziek. Het enige moment dat hij muzikaal werkelijk tot leven komt, is als hij overweegt zelfmoord te plegen. Ook Charlotte is allesbehalve een gangmaakster. Ingesponnen in burgerlijke conventies, is ze in feite een stijve trut die niet beter weet dan met het portret van haar overleden moeder rond te zeulen.
De zweverige ennui van Werther en de onbuigzame moraal van Charlotte domineren de eerste twee aktes van Werther. Het resultaat is een saai schouwspel dat ook door de muziek nauwelijks op een hoger plan wordt getild. De zoetige klankkleuren, de prominente rol van de celli, de dromerig in elkaar vervloeiende harmonieen en een gebrek aan ritmische articulatie vormen tezamen een lauw, weemoedig bad.
Ook de intelligente regie van Willy Decker (die eerder groot succes oogstte met Bergs Wozzeck) vangt slechts ten dele de langdradigheid van het stuk op. Toch vallen de gestileerde aankleding, de inventieve invulling van de instrumentale gedeelten en de ietwat groteske uitvergrotingen van personages feilloos op hun plaats. Daarbij gevoegd een weliswaar massief maar toch tot de verbeelding sprekend decor (dat naar het Zuid-Frankrijk van Van Gogh verwijst) dat in de prachtigste kleuren wordt gezet, en het toneelbeeld is af.
Zelden zal er zo'n sterke en evenwichtige cast op het podium hebben gestaan. Niet alleen zijn Susan Graham (Charlotte) en Martin Thompson (Werther) vocaal en uiterlijk geknipt voor hun rol, de personages van Albert (Gilles Cachemaille), Sophie (Cyndia Sieden) en Charlottes vader (Henk Smit) zijn even goed bezet. Ook het Radio Philharmonisch Orkest met de eigen dirigent Edo de Waart op de bok, liet zich van zijn beste kant zien. Bovendien was het aardig om De Waart, die toch kampt met het imago van vuurwerkspecialist, zich te zien uitputten in timbrale verfijningen en lang uitgesponnen frasen. Muzikaal waren de zaakjes dik in orde.
Verder is het vooral een kwestie van geduld. In de derde akte doet zich een verrassende kanteling van perspectief voor: Werther blijkt in feite het drama van Charlotte te behelzen. Nu haar geheime minnaar uit zicht is verdwenen, laat ze het pantser van fatsoen vallen en blijkt ze innerlijk tussen tegenstrijdige gevoelens heen en weer geslingerd te worden. Echter, op het moment dat ze haar liefde voor Werther erkent, is het te laat: Werther heeft zichzelf dodelijk verwond. Die tragiek - haar huwelijk is kapot, haar minnaar dood - maakt Charlotte tot een interessant personage in dramatisch opzicht.
Ook al lijkt de voorstelling vele malen langer te duren dan de feitelijke twee uur, een betere uitvoering en enscenering kun je je voor Massenets Werther nauwelijks wensen. In het bijzonder geldt dat voor het magnifieke openingsbeeld. Terwijl het orkest het in de ouverture besloten drama tot klinken brengt, zien we Charlotte in het nauw gedreven tegen de muur gedrukt, terwijl Werther in een angstaanjagend gapende leegte met zijn pistolen staat te jongleren. Beider machteloosheid kon niet beter worden gesymboliseerd.