Film: Dogville

Het lijden van een vrouw

Lars von Trier

Dogville

Te zien vanaf 28 augustus

Een paar jaar geleden zorgde de Amerikaanse fotograaf Roger Ballen voor opspraak met werk waarin hij de lichamelijke en geestelijke monstruositeit van arme, witte Zuid-Afrikanen vastlegde. Op zijn foto’s zijn boerse mensen in absurde situaties te zien, bijvoorbeeld een man met een ijzeren hok om zijn hoofd die met een hand een poes omhoog houdt. Of tweelingbroers met een vreemde genetische afwijking waardoor hun oren en neus tot abnormale proporties zijn uitvergroot. Het commentaar op dit werk luidde dat de kunstenaar het apartheidssysteem, dat was gebaseerd op de veronderstelde superioriteit van witte mensen van Afrikaner komaf, op effectieve wijze ondermijnde. Opvallend was dat Ballen zich vaak tegen deze uitleg keerde. Hij wees erop dat de foto’s eerder een reflectie van de menselijke conditie zijn.

Iets soortgelijks is aan de hand met Dogville, de meesterlijke nieuwe film van de Deense regisseur Lars von Trier. Net als Ballen plaatst Von Trier de inwoners van een plattelandsdorpje onder het vergrootglas. Met verwijzingen naar Mark Twain, Thornton Wilder en John Steinbeck creëert hij een kunstmatige wereld bewoond door mensen die denken dat ze de «Amerikaanse droom» leven. Dan arriveert Grace (Nicole Kidman), een gangsterliefje dat op de vlucht is voor de politie en haar vader, een maffioso. Terwijl Grace in het dorpje schuilt, komt langzamerhand het ware gezicht van de inwoners te voorschijn. Ze blijken verkrachtende monsters die geen notie hebben van hun onmenselijkheid.

Door het allegorische karakter van de film werd Von Trier eerder dit jaar op het filmfestival van Cannes beschuldigd van anti-Amerikanisme. Al gauw was er sprake van een heuse mediahype. The Guardian kopte: «Deense filmrebel neemt het op tegen de VS». De krant vond de film een «verdoemende aanklacht tegen het idee van de Amerikaanse droom» en wees erop dat het werk een waarschuwing richting Amerika is, in het kader van de oorlog in Irak, dat het land zijn loon nog zal ontvangen. Hierop reageerde de cineast, nooit te beroerd om te profiteren van publiciteit, door te stellen dat hij als jonge man al een communist was. Tegenwoordig, zei hij, koestert hij nog steeds linkse sympathieën. Zo vindt hij dat de Amerikaanse maatschappij mensen in de kou laat staan die toch al niet veel hebben.

Met zijn nieuwe film bekritiseert Von Trier dit onmenselijke systeem, door de aandacht te vestigen op wanstaltige figuren aan de zelfkant van de samenleving. Dit brengt hem op een lijn met Roger Ballen. Tijdens de aftiteling van Dogville is zelfs een serie foto’s te zien die erg aan Ballens werk doet denken. In een montage van beelden in afwisselend kleur en zwart-wit portretteert Von Trier junks, armen, ouderen en zwervers binnen hun trieste omgeving. De boodschap lijkt duidelijk: Amerika is een barbaars land dat mensen als dieren behandelt. In deze denkwijze zit toch een valkuil; wie Dogville ziet als puur een pamflet tegen het neokapitalisme-Amerikaanse-stijl zou het werk schromelijk onderschatten. Von Trier is op zoek naar iets diepers, iets dat verder gaat dan politiek en ideologie. Hetzelfde geldt voor Ballen. Zijn recentere foto’s zijn veel interessanter dan zijn vroege werk, waarvan de betekenis toch erg samenhangt met de politieke geschiedenis. Maar Ballen is geen politieke activist. In een documentaire, ooit uitgezonden door de VPRO, is bijvoorbeeld te zien hoe sensitief hij omgaat met zijn vreselijke figuranten, alsof hij achting voor ze heeft, alsof hij het belangrijk vindt juist in deze monsters iets menselijks te vinden, al is het maar om voor zichzelf een idee te scheppen van wat het betekent een mens te zijn.

Hetzelfde gevoel bekruipt de kijker bij het zien van Lars von Triers nieuwe film.

Dogville heeft zijn wortels in Die Drei groschenoper van Bertolt Brecht en Kurt Weill, in het bijzonder het liedje Seeräuberjenny, waarin de prostituee Jenny droomt van wraak op hen die haar als een slaaf behandelen. Von Trier zegt Brecht in zijn achterhoofd te hebben gehad bij het schrijven van Dogville.

Het is, gezien zijn oeuvre, interessant dat dit idee van vrouwelijke wraak Lars von Trier aanspreekt. Vrouwen die leed en pijn dragen — juist zonder wraakgevoelens — zijn een constante in zijn films. In het lijden van een vrouw ziet hij iets nobels. Von Triers heldinnen zijn meestal afkomstig uit de arbeidersklasse. Steevast hebben ze een doekje van een werker op hun hoofd. Dat dragen ze trots.

Die vrouwelijke martelaren zijn heiligen in Von Triers films. De principes van de «doctrine van het stoïcisme», zoals Von Trier het noemt in Dogville, impliceren dat lijden een vorm van verlossing is. In Breaking the Waves (1996) meent Bess dat zij schuld draagt aan het ongeluk waarbij haar echtgenoot Jan verlamd raakt. Dat is niet zo, maar door het lijden meent zij verlost te kunnen worden van haar schuld. Ook Selma in Dancer in the Dark (2000) offert zichzelf. Ze ondergaat lijdzaam de doodstraf, zodat haar zoontje een oogoperatie kan krijgen.

En nu Grace, beeldschoon, afkomstig uit de grote stad, op de hielen gezeten door politie agenten en gangsters. In de ogen van de bewoners van Dogville, het dorpje ergens in de Rocky Mountains waar ze tijdens haar vlucht terechtkomt, is Grace een droombeeld, de belichaming van glamour. Of is dat gezichts bedrog? Net als in John Boormans filosofische avonturenfilm Deliverance, waarin de bewondering van de achterlijke bergbewoners voor de kanovaarders uit de grote stad een rookgordijn blijkt met daarachter haat en minachting, zijn de Dogvillianen wolven in schaapskleren. Met hen sluit Grace een duivelspact: in ruil voor een schuilplaats zal zij allerlei werkjes verrichten voor de inwoners, van passen op kinderen tot bejaarden gezelschap houden. Al gauw moet ze lange dagen werken, als een slaaf. Dat vindt ze niet erg. Haar vrouwelijke martelaarschap ziet ze als een manier om zichzelf los te weken van haar zonde uit een vorig leven.

Von Trier erotiseert het martelaarschap. Grace/Kidman ziet er verrukkelijk uit met haar hoofddoekje, in navolging van haar lotgenoten Selma en Bess. Voor de inwoners, en wellicht ook voor de regisseur, is ze een object van begeerte. Als Chuck (Stellan Skarsgård) tegenover Grace zijn eenzaamheid opbiecht, vraagt zij hem om vergiffenis voor haar onverschillige houding. Hierop volgt haar eerste verkrachting — door Chuck. De ironie van de voice-over bij de scène is snijdend: «En opnieuw slaagt Grace erin op miraculeuze wijze te ontsnappen dankzij de hulp van de mensen van Dogville.»

De verkrachtingsscène is belangrijk, omdat die de expressiemogelijkheden van de radicale vormgeving van de film tot het uiterste voert. Dogville is namelijk een mix van gefilmd absurdistisch theater, een audioroman en surrealistische schilderkunst. De film werd opgenomen in een grote studio in Denemarken, de set bestaat slechts uit een getekende plattegrond, die de wegen van het dorpje moet voorstellen, een afwisselend witte, blauwe en rode hemel met een kerktoren die op miraculeuze wijze in de lucht hangt, en deuren en ramen van huizen die zonder muren aan de kant staan.

Het kunstmatige van de set creëert een sprookjessfeer. Wanneer een personage een raam opent, hoort men het geluid ervan, zonder het raam te zien. Deze benadering heeft een verpletterend effect. De verkrachting van Grace door Chuck vindt plaats aan de «bovenkant» van het scherm. De rest van het beeld, in cinemascope-formaat, wordt gevuld door andere personages, die hun dagelijkse taken verrichten: de was doen, het vuilnis buiten zetten. De implicatie is dat de verkrachting «in het open» plaatsvindt, maar dat de dorpsbewoners geen vinger uitsteken om de misdaad te voorkomen. Op geniale wijze gebruikt Von Trier de vormgeving als leidraad voor de verschrikkingen die komen gaan. Het sprookje verandert in een nachtmerrie als blijkt dat de bewoners wel degelijk weten wat zich afspeelt achter de imaginaire muren. En dat ze denken dat dat normaal is.

Haar lijden heeft een doel, meent Grace, de zacht pratende, breekbare vrouw. De mooie Grace, die denkt de doctrine van het stoïcisme te moeten onderschrijven door te leren niet te huilen. Maar uiteindelijk zien wij ook een andere Grace, een slachtoffer dat wraak overweegt. Zal haar eventuele vergelding ook de wraak van Bess en Selma zijn? Slaat Von Trier hier een nieuwe richting in met zijn leerstelling van het lijden? De onvergetelijke laatste scènes van de film verschaffen een antwoord.

Behalve Nicole Kidmans fantastische Grace (dit is het beste werk uit haar carrière) blijven de dorpsbewoners je het langst bij. Dat was ook de bedoeling van Von Trier, gezien zijn bijzondere casting. De rol van winkelier Ma Ginger is voor de legendarische actrice Lauren Bacall. En een van de beste Amerikaanse acteurs aller tijden, Ben Gazzara (bekend vanwege zijn rollen in de films van John Cassavetes) speelt Jack McKay, een neuroot die beweert blind te zijn maar zijn handen niet uit Grace’ kruis kan houden. James Caan, de krijgshaftige Sonny uit Francis Ford Coppola’s The Godfather Part I, is de gangstervader van Grace. Lars von Trier, die nog nooit in Amerika is geweest, toont met deze casting niet alleen inzicht in de iconiciteit van de genoemde acteurs, ook verraadt zijn keuze medelijden met de verwerpelijke personages die de acteurs tot leven wekken. Hun monstruositeit is voor Von Trier de motivering om te zoeken naar ieder greintje menselijkheid. Gazzara is walgelijk, maar hij ontroert als de eenzame oude man voor wie menselijk contact vanzelfsprekend het seksueel aanranden van een vrouw inhoudt.

De «normaliteit» waarmee dorpelingen als Gazzara seksueel geweld bejegenen, herinnert aan een scène uit de Roger Ballen-documentaire. Op bezoek bij een van zijn wanstaltige personages treft de fotograaf een man aan die naar een pornofilm zit te kijken. Uit het gesprek dat volgt, blijkt dat de man — vies gezicht en bloot bovenlichaam — denkt dat het avond na avond kijken naar deze films normaal is. Beeldovergang naar een interview met een huisgenote, een oude vrouw met vrijwel geen tanden in haar mond. De vrouw vertelt dat ze iedere dag aan een ketting wordt vastgebonden, waarna de mannen in het huis haar verkrachten. Roger Ballen luistert zonder commentaar naar deze mensen uit een nachtmerrie.

Ook in Dogville is er een vrouw die is vastgebonden aan een ketting. Als een hond leeft ze, en wordt ze nacht na nacht verkracht door de figuren in het droomland van Huck en Tom. De vrouw is Grace, die heeft geleerd haar tranen te drogen.