Het lijkt wel magie

Het is de laatste tijd in zwang om stripboeken te maken over grote namen uit de cultuurgeschiedenis.

Medium spiegelingen 1

Onder anderen Rembrandt, Picasso, Stefan Zweig en Chagall kwamen voorbij in verantwoorde biografieën. Bij het oppakken van het eerste deel van het verrassende Spiegelingen verwacht je daarom een biografie over Honoré de Balzac. Die staat groot op de cover met cylinderhoed en een bebloede stoeptegel in de hand. Hij is de hoofdpersoon van het verhaal, maar let op, dit is zeker geen waarheidsgetrouw verslag van zijn leven.

Het is 1831; Honoré (de) Balzac (pas later maakte hij zijn naam iets sjieker) werkt hard aan een nieuw feuilleton voor Revue de Paris. De uitgever schuift dat rigoureus terzijde om iets beters te plaatsen. Een anonieme schrijver stuurde hem een verhaal over De Balzac vol smeuïge details. Om ons voor te bereiden op het bijna gekmakende spel van raamvertellingen in raamvertellingen zien we Balzac aan tafel het tijdschrift lezen: ‘Ik ben aan het lezen dat ik in dit verhaal mijn eigen biografie lees… Mijn leven als een raamvertelling.’ Het gaat helemaal mis als de geheime schrijver feiten uit Balzacs leven opdist die niemand mocht weten. De schrijver spoedt zich naar de hoofdstad om verhaal te halen, maar komt van de regen in de drup. De wanhopige pogingen om het verhaal te stoppen staan de volgende dag doodleuk in het blad. Wie weet dit allemaal van hem? En hoe krijgt hij het zo snel gepubliceerd? Het lijkt wel magie! Balzac wordt de risée van de literaire salons en moet zelfs voor een rechtbank verschijnen. Dat is natuurlijk fictief, maar het verhaal bevat voldoende feiten en aanknopingspunten om je echt te laten geloven dat dit een zwarte periode uit het leven van de beroemde schrijver was.

Maar hier houdt het niet op. Deel 2 begint vlak na de Tweede Wereldoorlog, in 1946. De culturele elite is aanwezig bij de première van Henri-Georges Clouzots nieuwste film, Le mystère Balzac. Inderdaad, de verfilming van deel 1, waarin de schrijver tot waanzin werd gedreven door een alwetende ghostwriter. Voor de film begint zien we in flashbacks de merkwaardige gebeurtenissen rondom de totstandkoming ervan. Weer speelt scenariste Mangin een slim spel met feiten en fantasie. Clouzot heeft echt bestaan, maakte een paar schitterende films (onder andere Quai des Orfèvres) en werd, net als in het stripverhaal, verdacht van collaboratie met de Duitsers. Het is dat duistere verleden dat hem parten speelt, omdat er telkens tegen hem wordt gedemonstreerd en iemand de filmopnames saboteert. Bij het kijken naar de rushes van de opnamen komt het team extra beelden tegen die niemand heeft gemaakt. Zelfs wanneer Clouzot nauwlettend in de gaten houdt of er geen vreemde figuren op de set rondhangen, ontdekt hij niet wie de camera laat doordraaien als Clouzot de hoofdrolspeelster woedend aanvalt, of als de actrice een lijntje cocaïne legt tegen de zenuwen. De sfeer op de set is te snijden en het is een wonder dat de film uiteindelijk in de bioscoop belandt.

Het Droste-effect wordt in de derde episode tot het uiterste doorgevoerd, want de auteurs tekenen zichzelf en leggen uit hoe ze op het spoor kwamen van twee interessante, maar onbekende stripboeken over Honoré de Balzac. Stripliefhebber Valérie vindt ze toevallig in een winkel, maar als ze ze kwijtraakt, lijken ze niet te hebben bestaan. Ze zegt een carrière als archivaris-­paleograaf op een gegeven moment vaarwel en zoekt haar geluk in het schrijven van stripverhalen. Wat nou, als ze samen met haar man een verhaal zou bedenken over de twee geheimzinnige stripboeken? Het idee over verhalen die voor­bestemd lijken en het noodlot dat onafwendbaar is, wordt ook in het laatste deel tot in de puntjes uitgewerkt. Mangin verdient alle lof voor het bedenken van zo’n gecompliceerde, naar zichzelf verwijzende puzzel. Het is perfect gedocumenteerd waardoor je toch gaat twijfelen of er niet echt iets aan de hand was met Balzac of Clouzot. Liefhebbers van literaire strips die na dit goed geschreven drieluik op zoek gaan naar ander werk van Mangin komen van een koude kermis thuis. Ze heeft tot nu toe vooral gewerkt aan series als De gesel Gods (fantasy over strijd tussen Romeinen en Hunnen 4000 jaar na Christus) en Luxley (gepimpte versie van Robin Hood). Dat zijn succesvolle stripseries, waarin Mangin liet zien een uitmuntende broodschrijver te zijn, maar door het vele geweld en belachelijk gespierde helden is dit vooral ‘voor de liefhebbers’, zoals genrestrips vaak worden gekwalificeerd.

Het tekenwerk van Spiegelingen is op z’n zachtst gezegd heterogeen. Griffo’s semi-realistische platen van het eerste deel sluiten nog het best aan bij het onderwerp. Hij neemt je mee naar de eerste helft van de negentiende eeuw met de salons, cilinderhoeden, rijtuigen. De fraai ingekleurde gebeurtenissen worden afgewisseld met een feuilleton dat op vergeeld papier is getekend en waarin Balzac tot zijn ontzetting over zijn geheimen leest. Heel anders is het bij Malnati die een strip over een film maakt. Hij probeert de personages realistischer te tekenen, maar daardoor verliezen ze juist aan geloofwaardigheid. Dat zie je vaak bij striptekenaars die voorbeelden gebruiken voor hun personages. Ze proberen een papieren film te maken, maar juist wat extra ruimte tussen realiteit en grafiek en meer expressie bij de personages geven een verhaal meerwaarde. De wat grauwe inkleuring en stijfheid passen goed bij het Frankrijk van net na de oorlog, maar maken het een stroeve leeservaring. Wie ten slotte volhoudt en benieuwd is hoe dit allemaal afloopt wordt in het laatste deel weer beloond. De hyperrealistische stijl van Denis Bajram, die nu veel wordt gebruikt in Amerikaanse comics, is zo goed uitgewerkt en fel ingekleurd dat het onze tijd goed weergeeft. Bajram is dus ook echt Mangins echtgenoot en maakte furore als tekenaar van sf zoals het populaire Universal War One.

Spiegelingen is een drieluik dat je pakt of dat van je afglijdt. Het eerste deel over Balzac is verre­weg het sterkst en je zou dit afzonderlijk kunnen lezen. Geen centje pijn als je de serie daarna laat voor wat-ie is. Maar als je verder leest krijg je een interessante leespuzzel voorgeschoteld die je in stripboeken niet vaak tegenkomt. In de cinema wordt er meer geëxperimenteerd met kaderverhalen, flashbacks, kantelmomenten omdat je daar als kijker toch al wordt meegezogen. Als een strip te ingewikkeld is of niet aantrekkelijk is getekend, stop je als lezer gewoon met het omslaan van de pagina’s. Het is te danken aan het vakmanschap van scenariste Mangin dat het verhaal niet ontspoort en goed te volgen blijft. Qua tekeningen is de serie wisselvallig, maar dat zie je vaker als er meerdere tekenaars aan werken. Spiegelingen is een prima strip om deze zomer de tanden in te zetten, je kunt hem nog een paar keer herlezen en controleren of alles wel klopt.


Valérie Mangin en Griffo, Spiegelingen 1, Dupuis/Vrije Vlucht, 56 blz., € 14,95

Valérie Mangin en Loïc Malnati, Spiegelingen 2, Dupuis/Vrije Vlucht, 48 blz.,

€ 14,95

Valérie Mangin en Denis Bajram, Spiegelingen 3, Dupuis/Vrije Vlucht, 48 blz.,

€ 14,95